U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Thea Beckman - Stad In De Storm.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/882 en is laatst upgedate op 14/12/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1527 woorden.

Boekgegevens

Thea Beckman (), eerste druk 1979, Lemniscaat b.v. Rotterdam, 291 pagina’s, 22 hoofdstukken met naam, ik-verteller.



Titelverklaring

Stad in de Storm Deze titel komt overeen met de storm aan het eind van het boek met zijn vernietigende kracht die veel mensenlevens geëist. Het gaat weliswaar niet alleen over de storm maar ook over de bezetting door de Fransen in die tijd.



Perspectief

Het boek wordt verteld vanuit een ik-vertelsituatie. Woordgebruik is gemakkelijk, en de gevoelens die hierin een grote rol spelen worden goed geuit.



Personages

Hoofdfiguur: ik-verteller (Hans Stevenszoon Ortelius). Bijfiguren: Vader Ortelius, Moeie Neele, Gerrit-Jan Vlieger, Willem Finke, Joris, Lina en Elisabeth, Herman Saftleven en Volkert Volkertz.



Ruimte

Het gehele verhaal speelt zich grotendeels af in Utrecht maar ook in Oudewater waar de “heks” gewogen werd. Deze ontmoette hij ook nog in Montfoort vanwaar hij ze meenam naar huis.



Tijd

Het verhaal begint in het jaar 1672 waarin Nederland werd aangevallen door de Fransen en Duitsers op het land en door Engeland vanuit zee. In dit jaar kwam ook een grote ramp over Utrecht die een groot deel van de stad vernielde.



Thema

Het verhaal gaat vooral over Hans die verliefd was op Lina. Het verhaal komt met haar op gang en er komen steeds meer mensen bij. Toch is aan het einde van het boek de grote storm waar het uiteindelijk om draait.



Samenvatting

Hans Stevenszoon was op weg naar Oudewater met de trekschuit. Hij ontmoette daar Joris, een vondeling. Hij was gevonden door een weeshuis. Ze raakten goed bevriend. Later toen Hans in Oudewater was, werd er juist een “heks” gewogen. Maar uiteindelijk bleek het geen heks en kreeg ze een certificaat dat ze een normaal gewicht had. Hans ging op weg naar meester Volkertz. Volkertz schreef teksten die Hans’ vader moest drukken. Hans’ vader was namelijk drukker. Hij bleef daar eten en ging de volgende dag op weg naar huis met de tekst die hij zelf wel erg gortig vond tegen Jan de Wit. Hans’ familie was dan wel tegen hem maar niet zo erg. Toen Hans terug liep naar Montfoort om daar op de trekschuit stappen. Onderweg kwam Hans twee mensen tegen, de vrouw die gewogen was en haar dochter. Ze raakten in gesprek en de dochter werd erg boos omdat ze vond dat het een ondervraging was. Van schrik bood Hans hen aan om bij hun te blijven logeren tot de kapotte voeten van de moeder genezen waren. Dat wilden ze graag. Hans betaalde de tocht van de trekschuit voor hen en bracht ze naar zijn huis. Ook zag hij Joris weer en ze raakten in gesprek. Toen ze thuis waren stelde Hans ze voor aan Moeie Neele die alleen bezig was met de voeten van Elisabeth, want dat was haar naam en haar dochter heette Lina. Er was na verloop van tijd sprake van oorlog met verschillende landen. De twee bezoekers woonden in Ausburg in Duitsland maar de weg was daar afgesneden dus ze konden niet terug. Hierdoor moesten ze nog langer bij de familie Ortelius verblijven. De rijken wouden de stad Utrecht met de grootste spoed verlaten. Maar ze werden tegen gehouden door de armere burgers van Utrecht. Hans had nog een paar vrienden waarmee Lina ook nog kennis maakte. Een jongen, Gerrit-Jan geheten, had een oogje op haar maar hij was niet de enige. Hans vond haar ook erg apart. Maar Lina had geen trek in dat soort mensen als Gerrit-Jan. Een poos later kwamen de Fransen naar de stad en namen de stad in. In het geheim gingen Hans en zijn vader ‘s nachts illegale krantjes drukken. En die werden ‘s ochtensvroeg verspreid over de huizen in de stad. Zonder dat de mensen wisten waar het vandaan kwam. Toen de bezetting al een poos geduurd had kwam het vreselijke bericht dat de gebroeders de Wit vermoord waren. Dat vond de hele familie heel erg en meester Saftleven, de man waar Hans schilder- en tekenlessen had, vond het ook erg. Op een avond stond ineens Willem Finke voor de deur terwijl vader en Hans krantjes aan drukken waren. Ze ruimden alles snel op en lieten hem binnen. Finke vertelde dat het hele drukkersgilde afwist van de geheime krantjes en dat ze het prachtig werk vonden. Finke stelde voor om samen te gaan werken. Er was bij Finke ook nog een deserteur, Kobus genaamd, die verstopt zat op de zolder. Finke zocht eigenlijk een nieuw onderduikadres voor hem. Intussen waren de Franse legers vervangen door Zwitsers. Hans vader werd opgepakt, maar kwam later weer vrij omdat ze niks uit hem kregen want hij bleef volhouden dat hij niks afwist van de krantjes. Het werd winter en de sloten begonnen te bevriezen evenals de waterlinie. Maar het ijs was toch te dun om over te steken. Lina werkte in een naaiatelier en werd elke avond opgehaald door Hans. Op een avond was Gerrit-Jan er ook bij en kwamen twee dronken dragonders tegen. Toen ze Lina zagen wilden ze haar meenemen maar schopte de eerste dragonder op een gevoelige plek die als gevolg daarvan in elkaar zakte. De tweede dragonder trok zijn sabel om een poging te doen om Lina neer te slaan. Maar ineens stond Gerrit-Jan ervoor en ving de klap op voor Lina. Zo redde Gerrit-Jan het leven van Lina. Ondertussen was er al een geheime drukpers opgericht onder de kerk. En de krantjes werden verspreid door de twee zoontjes van de pastoor. Zij werden ook nog een keer gesnapt door een soldaat. Ze hadden de opdracht gekregen zich zo dom mogelijk te houden. En dat deden ze goed. Ze waren later weer vrijgelaten omdat het leger toch niks wijzer van zou worden. Toen Gerrit-Jan weer beter was had hij een valstrik opgesteld. Hij liep Hans tegen het lijf en vertelde hem dat Naarden belegerd was door de prins. Gerrit-Jan had tegen Hans gezegd dat hij geheim moest houden. Maar de volgende dag stond het al weer in de krantjes. Gerrit-Jan had Hans later nog een keer zwaar ondervraagd dat Hans de locatie van de drukpers vertelde. Maar Hans was ook niet dom en vertelde een andere locatie zodat hij niet eens in de buurt zou zitten. Een poosje later werd er een inval gedaan waar Hans gezegd had dat daar de geheime drukpers stond. Toen kwam na een paar weken het bericht dat de prins eraan kwam met een heel leger. De vijandelijke legers trokken weg uit de stad zodat de prins gewoon kon binnenrijden. Maar er bleven nog een hoop deserteurs achter die in de Pieterskerk werden verborgen. Iedereen was blij en vrolijk maar dat zou niet lang duren want de legers die nu kwamen waren ook niet al te vriendelijk. De oorlog voor Utrecht was zo goed als afgelopen. Hans was opgelucht maar hij miste toch de spanning die zo’n oorlog met zich mee bracht. Joris die eerst in het leger van de prins zat hoefde niet meer te vechten. Hij was op “Boerenzaterdag” op de “Knechtenmarkt” door de vader van Hans aangenomen als werker. Ondanks hij zijn werk goed deed was hij teveel weg en dat vond meester Ortelius niet goed. Toen kwam er een verschrikkelijke storm over de stad. Huizen werden vernietigd en kades in de Vecht bezweken voor de hevige storm. Hans, Lina en Gerrit-Jan waren op dat moment buiten. Gerrit-Jan redde opnieuw het leven van Lina toen er een grote schoorsteen van een dak viel. Hij moest dit alleen wel met zijn leven bekopen. Toen Lina en Hans naar huis liepen stond hun huis er nog. Een poos later werd Joris ontslagen. Joris trok daarom de wijde wereld in en Lina ging met hem mee. Hans was dertig jaar daarna niet getrouwd en had nog veel verdriet om Lina. Hans was toch drukker geworden. Elisabeth was met Hans’ vader getrouwd.



“Op de zolder, tussen de hanebalken zal ik dit manuscript verstoppen en niemand zal weten wat daar verborgen ligt: de jeugd van Hans Stevenszoon Ortelius, drukker en boekverkoper te Utrecht. Het zij zo.”



Schrijfster

Thea Beckman is geboren op 23 juli 1923 in Rotterdam. Ze was enig kind. Ze mocht niet studeren van haar vader. Ze wilde graag schrijfster of ontdekkingsreizigster worden. Ze trouwde op haar eenentwintigste en kreeg drie kinderen. Toen haar kinderen groot waren volgde ze een middelbare schoolopleiding en ging daarna psychologie studeren in Utrecht. Met schrijven begon ze in 1947. Eerst verhalen in jeugdtijdschriften en journalistieke stukjes in kranten daarna begon ze met boeken schrijven. Voor een aantal heeft ze prijzen ontvangen. Voor Met “Korilu de griemel” rond en voor “Stad in de storm” kreeg ze een zilveren griffel en voor “Kruistocht in spijkerbroek” zelfs een gouden griffel. Zelf zegt ze dat ze twee belangrijke redenen heeft om Jeugdliteratuur te schrijven namelijk dat ze dol is op kinderen en dat ze boeken schrijft die ze vroeger als kind zelf had willen lezen..



Waardering

Ik vond het zelf een heel aardig boek om te lezen. Het verhaal was vloeiend en de gevoelens werden heel goed uitgedrukt. Het boek is zeker aan te raden voor mensen. Het was een aardig dik boek maar dat maakt het juist zo mooi dat je alle spanningen er zo lang in kan houden.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen