U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Onbekend/anoniem - Beatrijs : Een Middeleeuws Maria-mirakel.
Deze versie komt van http://scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/9477386/ en is laatst upgedate op 16/03/2003.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 955 woorden.


Verdieping



  1. Een dichter begint te vertellen over Beatrijs, een mooie, vlijtige non. Beatrijs heeft een oude jeugdliefde. Onder invloed van de duivel schrijft ze een brief naar hem. Wanneer hij bij het klooster komt, spreken ze af, om samen verder te gaan.

    Op de avond van vertrek doet Beatrijs nog haar ronde en bekent daarna in een gebed tot God, dat ze geprobeerd heeft zich tegen de liefde te verzetten. Vervolgens gaat ze naar het Mariabeeld, waarvoor zij haar kloostereed aflegt en de sleutels ophangt, daar zal iedereen ze dadelijk opmerken.

    Buiten staat haar geliefde te wachten met allerlei kleren en sieraden. Ze staan Beatrijs goed. Dan vertrekken ze op zijn paard. Beatrijs begint zich schuldig en onzeker te voelen, maar haar geliefde stelt haar gerust en zweert eeuwige trouw. Hij heeft genoeg geld om minstens zeven jaar zonder zorgen te leven. Beatrijs is gerust gesteld, maar ze voelt zich nog wel zwaar beledigd als de jongeman haar vraagt om in het bos ‘het spel der liefde’ te spelen.

    In de stad waar zij komen, wonen ze zeven jaar zorgeloos; Ze krijgen twee kinderen. Maar dan is het geld op, de bezittingen zijn ingeruild en de man laat Beatrijs in de steek. Om haar kinderen te onderhouden gaat ze de prostitutie in. Ze blijft bidden tot Maria en gaat dan uiteindelijk toch wel bedelen. Trekkend van stad tot stad komt zijn na zeven jaar in de buurt van het klooster. Daar krijgt ze onderdak bij een oude weduwe, Beatrijs vraagt hoe het is met de kosteres die veertien jaar geleden het klooster uitvluchtte. Als antwoord krijgt ze te horen dat de kosteres een zeer goede non is en dat er absoluut geen sprake kan zijn van een zondig leven. ’s Nachts hoort zij een stem die haar beveelt om terug te keren naar het klooster. Ze negeert de stem, omdat ze denkt dat de duivel haar wil misleiden. Bij de derde keer, weet ze dat ze op Maria mag vertrouwen en ze gaat. Aangekomen in het klooster vindt ze alles zoals ze het had achtergelaten en niemand heeft haar gemist. Maria heeft veertien jaar lang haar plaats ingenomen.

    De kinderen worden door de weduwe verzorgt op vergoeding van de abdis. Beatrijs blijft met een schuldgevoel leven, zeker als de abt zijn jaarlijks bezoek aan het klooster brengt. Tijdens een gebed ziet Beatrijs een wit geklede jongeling voorbijgaan, die in zijn arm een kind draagt waarvan zij meent, dat het dood is. De jongeling echter, gooit de appel omhoog en vangt die weer op, een spel waarvan hij tracht het kind te vermaken. Op een vraag van Beatrijs geeft hij toe, dat het kind dood is en niets hoort, noch ziet. Zo weet God niks van Beatrijs’ bidden en vasten, omdat zij haar zonden nog niet heeft opgebiecht. Dit visioen doet haar besluiten om naar de abt te gaan. Deze verleent haar absolutie en zegt haar, dat hij het wonder overal zal vertellen, maar wel zo, dat zij anoniem blijft. Haar beide kinderen zal hij verder verzorgen.

  2. 1. De schrijfstijl is in Middelnederlands. Waarschijnlijk iemand uit Brabant.

    2. Het verhaal beslaat iets meer dan 14 jaar. Nadat ze met haar geliefde vertrekt leeft ze zeven jaar in voorspoed, vervolgens zeven jaar in zonde. Ze blijft drie nachten bij de weduwe en keert dan terug naar het klooster. Kort daarop komt de abt aan wie ze haar verhaal biecht.

    Het verhaal speelt zich in het begin af in het klooster. Dan gaat Beatrijs naar een voor ons onbekende stad met haar geliefde. Daarna trekt ze van stad tot stad. En keert vervolgens weer terug naar het klooster.

    3. De hoofdpersoon is Beatrijs. Dat is een knappe, vlijtige non. Ze is ook trouw aan Maria. Haar geliefde kent ze al sinds haar twaalfde. Het is een rijke man, die veel voor haar over heeft. Zodra het financieel gezien minder gaat, laat hij haar in de steek. Samen hebben ze twee mooie zoons. Dat werden later twee goede monniken. De weduwe woont dicht bij het klooster en weet ook de gang van zaken daar (ze wist dat er een goede kosteres was, en hoe die ouders heetten). De abt is erg begripvol. Hij vergeeft Beatrijs van haar zonden en neemt de zorg van haar kinderen op zich.

    4. Beatrijs verlaat het klooster. Samen met haar liefde settelen ze zich in een stad. Haar man laat haar naar zeven goede jaren in de steek. Hierna kwamen zeven jaar van zonde. Ze komt terug in de buurt van het klooster en keert na drie tekens van Maria terug naar het klooster, waar Maria haar plaats veertien jaar lang heeft ingenomen. Ze biecht alles op aan de abt en hij vergeef haar haar zonden.

    5. Het verhaal wordt vanuit de auctoriale verteller genoemd. Hij weet al alles wat er gebeurd. In het begin richt hij zich rechtstreeks tot de lezer.

  3. 1.Het thema bestaat uit twee delen: het aardse bestaan (verliefd worden, trouwen, kinderen krijgen) en het bovenaardse gebeuren (Maria die je plaats inneemt). Als je maar vroom leeft, zal het wel goed komen. Lijkt mij de hoofdgedachte.

    2. De getallen zeven en drie zijn onder ander motieven. Zeven, vanwege zeven jaar in voorspoed leven, zeven jaar in zonde. Drie, drie keer een teken van Maria. Maria zelf is ook een motief: ze legt de sleutels bij het Mariabeeld, ze bidt tot Maria.

    3. Het verband tussen de titel en het thema is, dat het naar de hoofdpersoon is genoemd.

  4. 1. Het werk is voor het in 1947, te Antwerpen gepubliceerde.

    2. De auteur is waarschijnlijk een Vlaming. De naam weten we niet. Het handschrift stamt ongeveer uit 1374.

    3. Het is dus in de Middeleeuwen geschreven. In het Middelnederlands.

    4. In de Middeleeuwen stond de godsdienst centraal. Dat was dus waarschijnlijk de reden om het te schrijven.






Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen