U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : R. Kopland - Om Het Vermoeden.
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=106 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 823 woorden.

Om het vermoeden …





Om het vermoeden dat na al die tijd,


dat ik na al die tijd, en om de schemer,


daarom woon ik in dit huis.





In onze tuin staat een kabouter van beton,


ook het beton krijgt hier een vacht van


jaren mos en vocht.





Omdat het winter is, drink ik en denk aan,


alle winters, hoe het schreeuwt,


maar zacht van mist.





Om het vermoeden …, R. Kopland. Geluk is Gevaarlijk. Amsterdam 1999 (eerste druk)





Vormanalyse


Strofenbouw : Dit gedicht heeft 3 terzinen. Deze terzinen zijn opgebouwd uit telkens één zin.





Klank en Rijm : Er zit geen rijm in dit gedicht





Metrum : Er zit geen metrum in dit gedicht





Stijlfiguren : Repetitio, laatste deel van de eerste versregel van elke terzine wordt herhaald in de tweede versregel van die terzine.


Metonymie, er wordt in de eerste terzet en daarvan de tweede versregel gesproken over de schemer, daarmee wordt bedoeld de rust, de eenzaamheid, het alleenzijn.


Paradox, in de tweede en derde versregel van de derde terzine zegt de schrijver eerst: “hoe het schreeuwt”, en dan, “maar zacht van mist”. Schreeuwt lijkt tegenovergesteld te zijn aan zacht.





Beeldspraak : Personificatie, in de tweede en derde versregel van de tweede terzine heeft de schrijver het erover dat de betonnen tuinkabouter een vacht van jaren mos en vocht kreeg. Maar een vacht hebben alleen (levende) dieren.


Ook personificatie is wat de schrijver zegt in de derde terzine, hij verteld daar dat de winter schreeuwt. Maar een winter kan helemaal niet schreeuwen. Dat kunnen alleen levende wezens dus het is personificatie.





Indeling De tekst is links uitgelijnd, de hele bladspiegel wordt niet gebruikt maar de


v/d tekst doorlopende zin wordt in elke terzine in drie stukken verdeeld.








Inhoudsanalyse


Tijd- en Hij is thuis, dat kun je zien aan het aanwijzend voornaamwoord “dit” in de


ruimte- derde versregel van de eerste terzine. Het is ook winter, dat zegt hij in de


aanwijzingen eerste versregel van de derde terzine: “Omdat het winter is …”





Vertelsituatie : Dit gedicht is geschreven in de ik-vertelsituatie. Dit kun je zien omdat hij het in de tekst het over ik en onze heeft.


Motieven Eenzaamheid en verdrietigheid, dit kun je zien aan “de schemer” uit de eerste terzine, aan “de betonnen kabouter” uit de tweede terzine, aan “de winter” uit de derde terzine en aan “omdat het winter is, drink ik”, dit zijn allemaal niet erg positieve dingen die duiden op eenzaamheid en verdrietigheid.





Samenhang Eenzaamheid en verdrietigheid hangen erg veel met elkaar samen en vooral in


v/d motieven dit gedicht omdat de verdrietigheid hier (mede)afkomstig is van de eenzaamheid.





Verhaallaag : Een man zit over zijn tuin en zijn huis en de winter te denken terwijl hij zit te drinken.





Symbolische : De man is erg verdrietig en voelt zichzelf eenzaam. Hij ziet alles erg somber


laag in en probeert zijn slechte gevoelens weg te drinken.





Titel : Er was geen titel bij dit gedicht





Thema : Verdrietig om de eenzaamheid





Vorm- Het gedicht gaat dus ook over de eenzaamheid. Dat is ook te merken aan de


aspecten- gebruikte vormaspecten. In elke terzine wordt één zin in drieën gesplitst dus


gebruik dan staat dat deel van de zin op zich, alleen net zoals dat de man zich alleen voelt. Verder is het winter en dat draagt bij aan de nare sfeer van het gedicht. Ook is er repetitio dat gebruikt wordt om medelijden op te wekken.





Uitgebreide persoonlijke reactie


Ik vond het een aangrijpend gedicht omdat het gaat over de eenzaamheid van iemand.


Eenzaamheid is volgens mij altijd wel aangrijpend omdat dit voor de eenzame persoon heel


erg is en dan kun je meeleven.





Ik vond het gedicht ook mooi met name door de vele stijlfiguren. Deze boden mij veel


verrassing tijdens het lezen.





Ik herkende mijzelf niet in het gedicht omdat ik zelf nooit eenzaam ben en ik ook niemand


ken die eenzaam is. Als dat wel zo was dan zou ik mezelf wel herkennen in het gedicht.





Ik vond het gedicht interessant ondanks dat ik mezelf niet in het gedicht kon herkennen maar


ik vond het wel aangrijpend waardoor ik het heb bestudeerd en door de vele stijlfiguren die ik


toen ontdekte vond ik het gedicht interessant.





De tekst heeft een geslaagde opbouw want de enjambementen goed zijn gebruikt.





Dit gedicht bied mij veel nieuws omdat ik nog niet over eenzaamheid een gedicht had


gelezen en ook doordat er geen rijmschema in zat bood het mij iets nieuws.








Informatie over de dichter en de literaire periode


Remco Campert is een pseudoniem van R.H. van den Hoofdakker die geboren is in 1934. Zijn debuut was “onder het vee” een poëzie-bundel uit 1966. Een bijzonderheid is dat zijn gedicht “Weggaan” regelmatig geciteerd wordt bij begrafenissen en in rouwadvertenties. Recent werk van hem is “Tot het ons loslaat” (1997, poëzie), “Jonge sla in het Oosten” (1997, dagboek), “Mooi, maar dat is het woord niet” (1998, essay, gesprekken).
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen