U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Elsschot, Willem - Kaas.
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=91 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 676 woorden.

Frans Laarmans is een klerk bij de General Marine and Schipbuilding Company. Daar verdiend hij niet erg veel en daarom leeft hij een sober en armoedig leven. Zijn broer is dokter en is best wel rijk. Zijn vrienden zijn dus ook allemaal rijk. Via zijn broer komt Frans ook bij die mensen terecht. Zij houden altijd 1 keer per week een soort bespreking van wat er de afgelopen tijd is gebeurt. De bespreking is altijd bij meneer van Schoonbeke. Hij weet altijd van de beroepen van mensen iets beters te maken. Bij Frans is dit echter schier onmogelijk. Daarom brengt hij Frans in contact met mensen die iemand zoeken om edammer in België en Luxemburg te verkopen. Mede dankzij de aanbeveling van van Schoonbeke wordt hij aangenomen. Om bij het bedrijf te kunnen werken en toch zijn baantje als klerk niet op te hoeven geven laat hij door zijn broer, ook al was hij er tegen dat Frans dat baantje aannam, een brief opstellen dat hij door gezondheidsredenen zo'n drie maanden niet meer zal kunnen werken. Binnen enkele dagen kan hij zijn eerste lading, van tien ton verwachten. Voor die tijd moet hij nog snel een kamer in zijn huis ombouwen tot kantoor. Dit is meer werk dan hij gedacht had. Om geld uit te sparen hebben hij en zijn vrouw besloten tweedehands spullen te gebruiken. Het gevolg is dat hij Winkel voor winkel door moet zoeken tot hij dan eindelijk de juiste spullen heeft gevonden. Nu Frans een hogere baan heeft gaat het hem bij de wekelijkse ontmoetingen bij de heer van Schoonbeke. Hij kan meepraten, er wordt naar hem geluisterd en hij wordt erkent. Frans weet eigenlijk helemaal niets van handel af. Voor zijn baan als agent wist hij er echt helemaal niks van af. Zijn vrouw geeft hem wel goede raad maar ook daar komt hij niet al te veel verder mee. Als het erg slecht blijft gaan met de verkoop van kaas, 7½ bol in een week, besluit hij agenten in allerlei steden aan te nemen die dan daar ter plaatse de kaas kunnen verkopen. Hij zet een advertentie in de krant en binnen de kortste keren heeft hij een paar honderd brieven op de mat liggen. Hij besluit dat hij ze niet allemaal terug kan schrijven en verzoekt ze bij hem langs te komen. Hij neemt een aantal van deze mensen aan en beloofd ze een bepaald percentage van de verkoop. Als hij na een paar weken nog steeds niets heeft gehoord van zijn agenten gaat hij er bij een paar langs en ontdekt daar dat ze er of helemaal niet in geïnteresseerd zijn of zelfs niet eens weten waar hij het over heeft. Hierna begrijpt hij dat het werken in de handel duidelijk niets voor hem is en hij geeft het op. Hij schrijft een brief aan de heer Hornstra, bij wie hij in dienst was, dat hij wegens gezondheidsredenen niet meer in staat is het beroep uit te oefenen. Als hij de brief opgestuurd heeft krijgt hij een brief van zijn agent in Brugge die aan een aantal klanten een totaal van 4200 kilo kaas had verkocht, maar toen kon hij al niet meer terug. Als de heer Hornstra bij hem langs komt verstopt Laarmans zich omdat hij hem niet meer onder ogen durft te komen. Hij vraagt zich af waarom hij ooit dat baantje heeft aangenomen, hij houdt niet kaas en hij weet niets van handel. Nu ziet hij in dat dit alles de schuld was van Van Schoonbeke, hij had hem het baantje gegeven om Hem meer aanzien te geven bij de vrienden van Van Schoonbeke, zodat hij zich niet meer voor hem hoefde te schamen. Hij gaat weer aan het werk voor zijn oude bedrijf. Daar merkt hij dat hij toch wel erg gehecht is aan dat baantje zonder spanningen en stress. Ook wordt hij goed ontvangen door zijn collegae zodat hij zich meteen weer thuis voelt. Bij hen thuis werd er nooit meer over kaas gesproken, ook is het maanden niet meer op tafel gekomen.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen