U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Harry Mulisch - Chantage Op Het Leven.
Deze versie komt van http://www.verslagen.com/index.php?page=boek_toon&boek_id=151 en is laatst upgedate op 01/01/2004.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1173 woorden.

Titel: Chantage op het leven

Schrijver: Harry Mulisch

Copyright: 1953

Uitgever: Van Boekhoven-Bosch bv. Utrecht





Tekstbeleving:



Laat ik ten eerste zeggen dat ik dit een bijzonder saai boek vind. Alles gaat over de dood en dat is nu net een onderwerp dat me voor geen meter aanspreekt. Het thema van het boek is de dood. Zoals eerder gezegd vind ik dat dus totaal niet interessant. Ik denk dat Harry Mulisch de oorlog mee gemaakt heeft en dat dat zo’n indruk achter gelaten heeft dat zijn boeken er indirect mee te maken hebben. Bijvoorbeeld dood als onderwerp.



De gebeurtenissen in het boek zijn heel vaag, vrij onbegrijpelijk. Het boek is opgedeeld in twee verschillende delen, het eerste gaat over een oude man, Van Andel, die oud is en bijna dood gaat. In het tweede deel vertelt Harry over zichzelf. Over hoe hij van een duikplank duikt en hoe hij dan de dood tegenkomt.



In het eerste verhaal ben jezelf de oude man; de schrijver vertelt alles in de "jij" persoon. Het is overgens wel een alwetende verteller. Als "je" op een gegeven moment op een krukje staat de was op te hangen, krijg "je" een hartaanval. Dat is meteen ook de meest belangrijke gebeurtenis van het eerste verhaal.



In het tweede verhaal maakt Harry, die goed van de duikplank kan duiken, per ongeluk een hele rare sprong. Het publiek vindt het prachtig. Dat is een reden om de sprong verder te perfectioneren. Op een dag maakt hij zijn sprong weer, maar dan hoger dan ooit. Zo hoog dat er iets met hem gebeurt waar het hele tweede verhaal over gaat (Kijk bij de samenvatting).



Over de bouw valt weinig te zeggen. Het boek is heel extreem vaag samengesteld. Soms moet jeiets drie keer lezen voor je het begrijpt, en dat is mij twee keer teveel.



Over de personages kan ik al net zo kort zijn als over de bouw. Ze zijn heel onduidelijk, ze worden niet eerst uitgelegd en in de rest van het boek krijg je ook niet echt de karakters voorgeschoteld. Maar de anderen doen ook allerlei dingen die een normaal mens nooit zou doen. Zo schreeuw "je" een keer over alle huizen en pleinen heen dat "Gerda en haar man liggen te naaien op de bank". Volgens mij doet een normaal mens dat niet, maar het kan aan mij liggen.



Het taalgebruik is over het algemeen vrij normaal, zonder al teveel stijlbreuk. Soms heb je wel is termen uit de spreektaal nodig om iets te verduidelijken of te citeren, maar dat is niet abnormaal.



Samenvatting:



Verhaal 1:



Het eerste verhaal gaat over Van Andel, een oude man.Van Andel woont bij zijn familie. Het enige waar hij nog voor leeft is zijn werk. Niet zozeer omdat het zulk leuk werk is, maar meer omdat hij zich op die manier nuttig kan maken. Alleen zien de mensen waar hij bij in huis woont dat niet zo erg in, en laten ze hem eigenlijk maar stikken. Zo zegt "je" kleinzoon op een gegeven moment tegen je: "Opa ik ben vies van je". (Volgens mij zegt een normaal opgevoed iemand dat niet tegen z’n opa ook al is het wel zo). De vrouw waar je bij in woont scheldt je al net zo hard verrot en draagt je alle mogelijke klusjes op.



Op een dag ben je de was aan het ophangen, maar dan opeens gebeurt het: Je valt weg. Je wordt weer wakker op je bed. Zonder dat je het weet hebben de dokter en de vrouw afgesproken dat je niet meer kunt werken en hebben ervoor gezorgd dat je ontslag krijgt bij het werk waar je zoveel van houdt: Het werk in de schouwburg. Als je dat hoort dan sterf je, van Andel dus.



Verhaal 2:



In het tweede verhaal vertelt Harry Mulisch zelf over zichzelf. Op een dag moet hij voor een klein publiek een duik van de duikplank maken, maar bij toeval valt hij zo raar dat het een andere sprong wordt. Een hele mooie nog wel. Als hij merkt dat de sprong erg aanslaat bij het publiek gaat hij hem perfectioneren.



Na hem een paar maal voorgedragen te hebben, treedt hij weer op in Haarlem, zijn woonplaats. Als hij dit keer hoger dan ooit springt en bijna aan het plafond komt, raakt hij de bodem en is hij dood. In de trein naar de hemel heeft hij een gesprek met de conducteur en dat loopt uit op ruzie. Harry wil ontsnappen, maar voor hij een uitgang heeft ontdekt wordt hij al uit de trein gegooid door de conducteur. Hij valt en valt en valt. En dan plotseling is hij in een kelder, een donkere kelder met allemaal stalactieten. Hij loopt een kant op en op een gegeven moment wordt het lichter. Dan ziet hij een grammofoon staan, met een plaat ernaast. Hij draait de plaat en hoort een vage stem die zegt dat er drie uitgangen zijn. Harry kijkt in de eerste, maar dat lijkt een buis door de hel. Dan gaat hij in de tweede. Als hij daglicht ziet weet hij dat hij goed zit, maar hij past niet door het veel te kleine gat. Als laatste probeert hij de derde, waarvan de "grammofoon stem" zegt: Dat leidt naar het verkeerde Haarlem. Harry kiest toch deze uitgang. Hij is weer in Haarlem.



Analyse en interpetatie:



Titel. De titel is Chantage op het leven. Dat slaat op het eerste verhaal en iets mindere mate op het tweede (vind ik). In het eerst verhaal wordt van Andel die bijna doodgaat gechanteerd. Daar komt chantage op het leven ook vandaan denk ik.



Genre. Het genre is een Romanover gedachten. Zo denk ik er over. Van Andel denkt, en dan wordt duidelijk hoe hij denkt, door alles in de "je" persoon te zetten.



Thema. Het thema is Angst. De angst om dood te gaan, maar omdat ze in beide verhalen met de dood te maken krijgen lijkt het thema ook wel de dood. Van Andel gaat dood, Harry die staat op uit de dood.



Personages. Van Andel is een man van ongeveer zeventig die lijdt aan een hartziekte, verder heeft hij geen makkelijk leven gehad. Hij heeft in de gevangenis gezeten, z’n vrouw is weggelopen en z’n zoon is gestorven. Nou woont hij bij familie. De personages vind ik niet realistisch. Zo als de mensen met elkaar omgaan vindt ik zwaar dom. Ook zoals van Andel die op een gegeven moment uit de ramen gaat schreeuwen dat Gerda en haar man liggen te naaien (al eerder genoemd maar is een mooi voorbeeld).



Perspectief. Het eerste verhaal is van Andel de hoofdpersoon en kijk jij mee door zijn ogen. De schrijver zegt de hele tijd "je". In het tweede verhaal gaat het over een ik persoon.



Slotconclusie:



Ik kan het helemaal mis hebben, maar ik weet wel dat als alle boeken van Harry zo zijn als deze, dat ik er nooit meer een lees. Er zijn genoeg mooie andere boeken en dan ga ik niet zo’n saai boek lezen. Ik ga het boek dan ook voor niemand aanraden.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen