U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Diversen - Gedichtenbundel "emoties".
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=52 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2952 woorden.

Overige
Hieronder een aantal gedichten die met het gevoel "emotie" te maken hebben:



Het Egidiuslied

Egidius, waar bestu bleven?
Mij langt na di, geselle mijn!
Du coors die dood, du liets mij 't leven.

Dat was gezellschap goed ende fijn,
Het scheen 't een moeste gestorven zijn!
Nu bestu in den troon verheven,
Klaarder dan der zonnen schijn;
Alle vreugd is di gegeven.

Egidius, waar bestu bleven?
Mij langt na di, geselle mijn!
Du coors die dood, du liets mij 't leven.

Nu bidt vor mij, ik moet nog sneven
Ende in de wereld lijden pijn.
Verware mijn stede di beneven,
Ik moet nog zingen een liedekijn,
Nochtan moet immer gestorven zijn!

Egidius, waar bestu bleven?
Mij langt na di, geselle mijn!
Du coors die dood, du liets mij 't leven.

Jan Moritoen
14e eeuw



Motivatie bij " Het Egidiuslied "

De dichter spreekt Egidius aan op een verwijtende toon, nadat hij dood is gegaan. Hij wil niet alleen achter blijven op aarde. De dichter is jaloers op Egidius omdat hij het veel beter heeft in de hemel. Hij denk dat Egidius het vast wel naar zijn zin heeft, terwijl hij hard moet werken. Verwijtend spreekt hij Egidius aan: " jij koos de dood en liet mij het leven ".
In het tweede gedeelte komt hij zijn verdriet een beetje te boven en hij vraagt aan Egidius of hij voor hem wil bidden en een plekje in de hemel voor hem wil open houden tot dat hij dood is gegaan.

Ik heb dit gedicht gekozen omdat het zo mooi is en zo emotioneel. De schrijver heeft echt al zijn gevoelens op papier gezet. Als je dit gedicht leest dan voel je echt het verdriet van de dichter mee, en dat is er zo mooi aan.



Kinderlijk

Constantijntje, 't zalig kijndje,
Cherubijntje, van omhoog
D'ijdelheden hier beneden
Uitlacht met een lodderoog.

'Moeder', zeit hij, 'waarom schreit gij,
Waarom greit gij op mijn lijk ?
Boven leef ik, boven zweef ik,
Engeltje van 't hemelrijk.

En ik blink er, en ik drink er
't Geen de schinker alles goeds
Schenkt de zielen die daar krielen,
Dertel van veel overvloeds

Leer dan reizen met gepeizen
Naar paleizen, uit het slik
Dezer werreld, die zo dwerrelt:
Eeuwig gaat voor ogenblik'.

J. van den Vondel
Uit: Kinderlijk (1632)



Motivatie bij " Kinderlijk "

Er is een kind gestorven, en de dichter herdenkt hem. De dichter noemt hem 'zalig' en 'cherubijntje', het kind was dus volmaakt gelukkig en een engeltje. Het kind kijkt van uit de hemel en moet lachen on onze onbelangrijke handelingen, hij spreekt ook zijn moeder toe: 'Waarom huilt u boven mijn lijk, ik ben immers in de hemel, en daar is het heerlijk'. Ook zegt hij tegen zijn moeder dat ze moet leren reizen in haar gedachten van het aardse slijk naar paleizen, waar de hemel is. En in de hemel blijft altijd alles gelijk, in tegenstelling tot het aardse leven, waar alles voortdurend verandert. Hij eindigt met de uitspraak dat de eeuwigheid belangrijker is dan het korte aardse leven.

Ik heb dit gedicht gekozen omdat het zo prachtig en emotioneel is. De schrijver probeert zijn verdriet van een verloren familielid weg te werken door er een gedicht over te schrijven. J. van den Vondel verloor namelijk binnen enkele jaren twee kinderen en zijn vrouw. Van den Vondel was er van overtuigd dat een kind naar de hemel ging en daarom klinkt dit gedicht, hoe gek het ook lijkt, eerder gelukkig dan droef. Van den Vondel geloofde dus in de eeuwigheid na het korte aardse leven. Ik denk dat een hoop mensen die een familielid of vriend hebben verloren aan dit gedicht een hele grote troost kunnen hebben.



De onbedagtsaamheid

Zie Keesje! deze doode mug
vloog nog zo even blij en vlug,
Maar 't is door onbedagtsaamheid,
Dat hij nu dood op tafel leit.

Hij had in 't kaarslicht zulk een zin,
En vloog er onvoorzichtig in.
Nu ligt hij daar: maar 't is te laat;
Er is voor 't mugje nu geen raad.

Hij werd bedrogen door den schijn.
O ! laat ons dit een leering zijn,
Dat, eer men iets gewigtigs doet,
Men zich wat lang bedenken moet.
Een uur van onbedagtsaamheid
Kan maken dat men weeken schreit.

H. van Alphen
Uit: Proeve van kleine gedigten voor kinderen (1778)



Motivatie bij " De onbedagtsaamheid"

Het mugje in dit gedicht bewerkstelligt zijn eigen dood door in de vlam van een kaars te vliegen; de conclusie: "een uur van onbedagtsaamheid, kan maken dat men weeken schreit". H. van Alphen schreef vooral gedichten voor kinderen en dit is een heel goed voorbeeld daarvan: een kind kan van dit gedicht heel veel leren. Alhoewel dit ook voor volwassen mensen een goede les zou kunnen zijn.

Ik heb dit gedicht gekozen omdat het zo'n goeie les bevat voor groot en klein. En ondanks dat dit gedicht in 1778 is geschreven gaat dit nog steeds op. Als je over dit gedicht nadenkt en situaties uit onze tijd erbij neemt is het ook wel ontroerend, denk bijvoorbeeld maar eens aan rijden onder invloed.



Ik ween om bloemen

Ik ween om bloemen, in de knop gebroken
En voor den uchtend van haar bloei vergaan,
Ik ween om liefde, die niet is ontloken
En om mijn harte dat niet werd verstaan:

Gij kwaamt, en 'k wist - gij zijt weer heen gegaan...
Ik heb het nauw gezien, geen woord gesproken:
Ik zat weer roerloos, na die korte waan,
In de eeuwge schaduw van mijn smart gedoken:

Zo als een vogel in de stille nacht
Op eens ontwaakt, omdat de hemel gloeit,
En denkt 't is dag , en heft het kopje en fluit,

Maar eer 't zijn vaakrige oogjes gans ontsluit,
Is het weer donker, en slechts droevig vloeit
Door 't sluimerend geblaarte een zwakke klacht.

W. Kloos
uit: Verzen (1894)



Motivatie bij " Ik ween om bloemen "

In dit gedicht wordt de ik-figuur treurig van bloemen die doodgaan voordat ze bloeien, en zo ook van de liefde die zich niet goed ontwikkelt, omdat de ander niet begreep wat hij voelde. Die ander kwam en ging, zonder te begrijpen wat er in de ik-figuur om ging. Hij had nauwelijks gezien wat er gebeurde, de ontmoeting, en na deze ontmoeting, waarin hij zich verbeeldde dat hij door een ander werd begrepen, zat hij weer doodstil, omdat hij weer niet werd begrepen. Hij vergelijkt zichzelf met een vogel die net wakker wordt, en denkt dat het licht wordt, maar voordat de slaperige vogel zijn ogen goed open heeft, is het alweer donker, en de vogel maakt een droevig geluid.

Ik heb dit gedicht gekozen omdat ik denk dat dit gedicht vertelt hoe het vaak met de liefde gaat. Ook de dramatische vergelijking met de vogel vond ik heel erg mooi. W. Kloos behoort tot de dichtersgroep " De Tachtigers ", en dat is wel te merken in dit gedicht. De tachtigers verwierpen de clich├ęs, en kwamen met nieuwe, vaak aan de natuur ontleende beeldspraak, hetgeen in dit gedicht mooi naar voren komt (bloem in het begin, en de vogel aan het eind). Let ook op het orginele rijmschema: ABAB BABA CDE EDC



Het einde

Vroeger toen 'k woonde diep in 't land,
Vrat mij onstilbaar wee;
Zoals een gier de lever, want
Ik wist: geen streek geeft mij bestand,
En 'k zocht het ver op zee

Maar nu ik ver gevaren heb
En lag op den oceaan alleen,
Waar zelfs Da Cuncha en Sint-Heleen
Niet boren door de kimmen heen,
Voel ik het trekken als een eb

Naar 't verre, vaste, bruine land...
Nu weet ik: nergens vind ik vree,
Op aarde niet en niet op zee,
Pas aan die laatste smalle ree
Van hout in zand

J. Slauerhoff
uit: Een eerlijk zeemansgraf (1934)



Motivatie bij " Het einde "

De ik-figuur is op zoek naar rust, maar waar hij woont, op het land, kan hij het niet vinden. Daarom zoekt hij het ergens anders, namelijk op zee. Maar daar vindt hij het ook niet. Dan weet hij dat hij de rust niet zal vinden op aarde maar in het hiernamaals.

Ik heb dit gedicht gekozen omdat het zo'n treurig verhaal is. Het gaat over iemand die zich niet thuis voelt op aarde wat natuurlijk erg zielig is. Het gedicht past ook precies bij Slauerhoff omdat hij zich ook niet op deze wereld thuis voelde. Hij wilde uit de wereld vluchten.



Herinnering aan Holland

Denkend aan Holland
zie ik brede rivieren
traag door oneindig
laagland gaan,
rijen ondenkbaar
ijle populieren
als hoge pluimen
aan de einder staan;
en in de geweldige
ruimte verzonken
de boerderijen
verspreid door het land,
boomgroepen, dorpen,
geknotte torens,
kerken en olmen
in een groots verband.
de lucht hangt er laag
en de zon wordt er langzaam
in grijze veelkleurige
dampen gesmoord,
en in alle gewesten
wordt de stem van het water
met zijn eeuwige rampen
gevreesd en gehoord.

H. Marsman
Uit: Verzamelde Gedichten (1938)



Motivatie bij " Herinnering aan Holland "

Als de ik-figuur aan Holland denkt, ziet hij het rivieren-landschap met de hoge luchten en de kleine boerderijen. Het is een landschap waarin water een belangrijke rol speelt. Er is een grijze regenachtige lucht en steeds dreigen er watersnoodrampen.
Je kunt het gedicht verdelen in zes stukjes van elk vier regels:
1. De rivieren
2. De populieren
3. De boerderijen
4. De dorpen
5. De lucht
6. Het water
De dichter probeert hier denk ik te laten zien hoe nietig wij als mensen zijn tegenover de enorme krachten van de natuur.

Ik vind dit een prachtig en heel juist gedicht over Nederland. De schrijver schildert Nederland als het ware met woorden. Als je het gedicht leest zie je al de beelden voor je en raak je eigenlijk een beetje ontroerd door de schoonheid. Het is wel duidelijk dat dit gedicht al weer wat ouder is anders had Marsman er nog wel een gedeelte over het beruchte drugsbeleid of over de Randstad bij gedaan.



De idioot in het bad

Met opgetrokken schouders, toegeknepen ogen,
haast dravend en vaak hakend in de mat,
lelijk en onbeholpen aan zusters arm gebogen,
gaat elke week de idioot naar 't bad.

De damp, die van het warme water slaat
maakt hem geruster : witte stoom ........
En bij elk kledingstuk, dat van hem afgaat,
bevangt hem meer en meer een oud vertrouwde droom.

De zuster laat hem in het water glijden,
hij vouwt zijn dunne armen op zijn borst,
hij zucht, als bij het lessen van zijn eerste dorst
en om zijn mond gloort langzaam aan een groot verblijden.

Zijn zorgelijk gezicht is leeg en mooi geworden,
zijn dunne voeten staan rechtop als bleke bloemen,
zijn lange, bleke benen, die reeds licht verdorden
komen als berkenstammen door het groen opdoemen.

Hij is in dit groen water nog als ongeboren,
hij weet nog niet, dat sommige vruchten nooit rijpen,
hij heeft de wijsheid van het lichaam niet verloren
en hoeft de dingen van de geest niet te begrijpen.

En elke keer, dat hij uit ' t bad gehaald wordt,
en stevig met een handdoek drooggewreven
en in zijn stijve, harde kleren wordt gesjord
stribbelt hij tegen en dan huilt hij even.

Elke week wordt hij opnieuw geboren
en wreed gescheiden van het veilig water-leven,
en elke week is hem het lot beschoren
opnieuw een bange idioot te zijn gebleven.

M. Vasalis
Uit: Parken en Woestijnen (1940)



Motivatie bij " De idioot in het bad "

Elke week wordt een patient van een inrichting in bad gedaan. Zolang hij niet in het water is, is hij er bang voor maar zodra hij in het water zit, wordt hij kalmer. De damp die van het water opstijgt, stelt hem gerust en doet hem aan vroeger denken. Zijn gezichtsuitdrukking wordt leeg en mooi: kortom zijn zorgelijke gezicht verdwijnt. In het groenige water zit hij rechtop en hij geniet van de warmte. Het is alsof hij weer terugdenkt aan de tijd dat hij nog veilig en warm in de buik van zijn moeder zat. Maar dan moet hij er weer uit; hij moet als een klein kind worden afgedroogd en aangekleed. Er is dan een duidelijke tegenstelling tussen het zachte warme water en zijn droge harde kleren en de patient moet dan ook elke keer weer huilen. Elke week gebeurt dit zo; elke week mag hij weer even gelukkig zijn als een klein kind in het water maar daarna wordt hij ook weer als klein kind behandeld. In het water verandert hij dus in feite niet, hij is en blijft een klein kind.

Ik heb dit gedicht gekozen omdat het zo ontroerend is dat een grote volwassen man, de idioot, in dit gedicht zich gedraagt als een klein kind omdat hij niet anders kan. Vooral in Assen met " Van Boeijenoord " en " Licht en Kracht " is dit een gedicht waar je je veel bij kan voorstellen. Ik vind het ook erg mooi geschreven.



De laatste brief

De wereld scheen vol lichtere geluiden
en een soldaat sliep op zijn overjas
Hij droomde dat het vrede was
omdat er in zijn droom een klok ging luiden.

Er viel een vogel die geen vogel was
niet ver van hem tussen de warme kruiden.
En hij werd niet meer wakker wanthet gras
werd rood, een ieder weet wat dat beduidde.

Het regende en woei. Toen herbegon
achter de grijze lijn der horizon
het bulderen - goedmoedig - der kanonnen.

Maar uit zijn jas, terwijl hij liggen bleef,
bevrijdde zich het laatste wat hij schreef:
liefste de oorlog is nog niet begonnen.

Bertus Aafjes
uit: Het gevecht met de muze (1940)



Motivatie bij " De laatste brief "

Dit gedicht gaat over een soldaat die een brief zit te schrijven aan zijn vrouw en dan valt er een granaat en is hij dood. Maar dan zie je de brief waarin hij schreef " liefste de oorlog is nog niet begonnen".

Ik heb dit gedicht gekozen omdat het zo dramatisch en ontroerend is. De soldaat is zonder het zelf te weten gestorven zonder dat hij wist waardoor of waarom, terwijl hij net schreef aan zijn vrouw/vriendin dat de oorlog niet begonnen was. Dit gedicht toont duidelijk de waanzin van oorlogen.



Onder de appelboom

Ik kwam thuis, het was
een uur of acht en zeldzaam
zacht voor de tijd van het jaar,
de tuinbank stond klaar
onder de appelboom

ik ging zitten en ik zat
te kijken hoe de buurman
in zijn tuin nog aan het spitten
was, de nacht kwam uit de aarde
een blauwer wordend licht hing
in de appelboom

toen werd het langzaam weer te mooi
om waar te zijn, de dingen
van de dag verdwenen voor de geur
van hooi, er lag weer speelgoed
in het gras en verweg in het huis
lachten de kinderen in het bad
tot waar ik zat, tot
onder de appelboom

en later hoorde ik de vleugels
van ganzen in de hemel
hoorde ik hoe stil en leeg
het aan het worden was

gelukkig kwam er iemand naast mij
zitten, om precies te zijn jij
was het die naast me kwam
onder de appelboom, zeldzaam
zacht en dichtbij
voor onze leeftijd.

Rutger Kopland
uit: Onder het vee (1966)



Motivatie bij " Onder de appelboom "

In dit gedicht beschrijft de Ik-persoon dat hij zich eenzaam voelt. Hij zit onder de appelboom en hij moet dan aan vroeger denken. Hij hoort zijn kinderen weer in het huis en het speelgoed ligt weer op de grond. Nu zijn zijn kinderen " uitgevlogen " en is hij weer alleen met zijn vrouw, die iets van het eenzame gevoel weg neemt. Ze zijn samen oud en eenzaam geworden.

De manier waarop de dichter dit vertelt is erg mooi, het is een beetje mysterieus. Als je het gedicht leest voel je jezelf ook een beetje eenzaam en op het eind, als zijn vrouw bij hem komt zitten, voel je je ook wat gelukkiger. Het is dus op een prachtige manier geschreven.



Gevangenis

Gevangenis, waarin ik ben en blijf:
strooien matras met de verborgen vijlen;
scheermes, dat ik ga slijpen aan de spijlen;
nagel waarmee ik op de muren schrijf;

spiegel met het doorsneden bovenlijf;
- hoe ik ook loop, ik kan hem niet omzeilen;
in het voorbijgaan stokt het hoofd een wijle;
de hand grijpt naar de hals, zo lang, zo stijf.

Dit zie ik, als ik in de tramruit blik,
in de voorjaarsstraten, waarin orgels zingen,
als ik verlegen naar een vreemde knik.

En iedre dag opnieuw moet ik mij dwingen
tot het duel met de gewone dingen:
ik doe het, maar soms is het of ik stik.

Ed. Hoornik
Uit: Verzamelde gedichten (1983)



Motivatie " Gevangenis "

Dit gedicht gaat over iemand die in de gevangenis heeft gezeten en terwijl hij in de tram zit ziet hij zich zelf zoals hij zich altijd in de spiegel zag in de gevangenis. Het doorsneden bovenlijf; de hals, zo lang, zo stijf. Terwijl het leven buiten gewoon zijn gangetje gaat kan de ik-persoon zich niet los maken van de herinneringen aan de gevangenis. En hij heeft moeite om de gewone dingen in het leven te doen. De schrijver heeft dit gedicht geschreven om duidelijk te maken dat als je uit de gevangenis komt je niet opeens helemaal vrij bent. Mensen die in de gevangenis hebben gezeten voelen vaak de hele rest van hun leven een druk op zich.

Ik heb dit gedicht gekozen omdat ik de inhoud heel goed vindt. Ik denk dat de schrijver heel goed een gevoel weergeeft waar een hoop mensen mee zitten. Ik vind dit gedicht ook heel goed omdat het mensen die nooit in de gevangenis hebben gezeten duidelijk maakt wat voor gevolgen dit heeft op het verdere verloop van je leven. Verder denk ik dat veel mensen een troost hebben aan dit gedicht. Ik vond dit gedicht heel aangrijpend, je moet er even over na denken en daarna kan je het gevoel wel een beetje begrijpen.



Nawoord

Ik heb in deze gedichtenbundel geprobeerd gedichten bij elkaar te zoeken die bij mij bepaalde emoties opriepen. Bij sommige gedichten kreeg ik echt even een raar gevoel van binnen en moest ik even over het gedicht na denken. Dit gebeurde slechts bij enkele gedichten, de andere gedichten die ik gelezen heb vond ik over het algemeen niet leuk, en meestal zelfs slecht. Ik de meeste gedichten die ik gekozen heb, vond ik gelijk mooi bij de eerste regels. Als de eerste regels me niet aanspraken had ik meestal geen zin om het gedicht verder te lezen.De gedichten staan op chronologische volgorde.

Over het algemeen vond ik het best leuk om deze gedichtenbundel te maken, het heeft me eigenlijk voor de eerste keer in kontact met gedichten gebracht. De meeste gedichten vond ik niks, maar sommige waren ook heel mooi. Het mooiste gedicht vond ikzelf " Kinderlijk " door Joost van den Vondel om dat het zo ontroerend was. Eerst dacht ik dat ik deze bundel zo af zou hebben maar dat viel behoorlijk tegen, ik heb er echt hard aan moeten werken.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen