U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Tom Lanoye - Het Goddelijke Monster.
Deze versie komt van http://www.verslagen.com/index.php?page=boek_toon&boek_id=146 en is laatst upgedate op 01/01/2004.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 999 woorden.

Tom Lanoye werd geboren op 27 augustus 1958 als zoon van een slager in de volksbuurt van Sint-Niklaas. Hij is het jongste kind in het gezin dat verder nog één zus en vier broers telt. Na zijn humaniora studeerd hij Germaanse filologie en sociologie verder aan de Universiteit van Gent, al ging hij er vrijwel niet naar de les in tegenstelling tot zijn - al kende hij hem niet omdat hij nooit naar de les ging - altijd dronken medestudent Herman Brusselmans. In plaats van les te volgen begon hij voorzichtig met zijn carrière als schrijver en performer. Samen met studiegenoot Peter Roose traden ze op als podiumdichters in verschillende Gentse cafés.

Zijn eerste officiële uitgave was de bundel polemieken « Rozegeur en maneschijn » in 1983. In zijn volgende dichtbundel « In de piste » mixte en parodieerde hij stijlen en vormen naar hartelust.

In 1985 brak hij echt door met zijn verhalenbundel « Een slagerszoon met een brilletje ». Het boek bevat vier verhalen waarvan het openingsverhaal een autobiografie is. In dit verhaal krijgt de hoogzwangere moeder op een nacht bezoek van Jean-Bapist Lanoye welke de toekomst van haar aanstaande zoon tevoorschijn tovert, bijna zoals de geesten dit doen bij Dickens' kerstverhaal.

In 1988 kwam « Alles moet weg », het verhaal van een Gentse rechtstudent, die het huis van zijn ouders leegrooft en van het geld een Ford Transit koopt. Wanneer zijn verkopersbestaan mislukt moet hij samen met Andreeken een bankoverval plegen.

« Kartonnen dozen », een roman uit 1991 beschrijft de herinneringen aan een gelukkige jeugd tussen vier vrouwen : zijn enige zus, zijn moeder, een huisvrienden en een tante. Als lezer zie je hoe het ik-figuur Tom jarenlang verteerd wordt door verlangen en tenslotte een keer, op een vakantiereis naar Griekenland met zijn jeugdliefde vrijt. Daarna is het wat Z. betreft over. Ze blijven echter bevriend tot hun studietijd maar dan verbreek Tom bewust alle banden.

In 1997 Première « Ten Oorlog », bewerking toneelstukken Shakespeare en schrijven van zijn sleutelroman Het goddelijke monster

Roman van een politiek helderziende, Tom Lanoye

TOM LANOYE

Het goddelijke monster

Prometheus, Amsterdam, 337 blz.

Katrien Deschryver gaat naar de veertig toe wanneer ze tijdens een jachtpartij in Frankrijk per ongeluk maar welgemikt haar echtgenoot doodschiet. Katrien is een goddelijke schoonheid en heeft al een even goddelijke raadselachtigheid welke ook behekst met het monstrueuze talent het noodlot in gang te trekken. Kinderen breken hun nek in een zwembad dat Katrien net had laten leeglopen, ooms elektrocuteren zichzelf door met de grasmaaier over een draad te rijden die Katrien zeer welwillend maar weinig zichtbaar had verlegd. Katrien maakt deel uit van de machtige christen-democratische textielfamilie Deschryver, met vertakkingen in alle lagen van het Belgische apparaat. Haar vader Herman heeft in de politiek gezeten en mengt zich nu in de bankwereld, daarin bijgestaan door haar broer Steven. Haar oom Leo slijt zijn tapis-plain over heel Europa: ,,In hem komen alle kwalen van ons volk tot bloei : naijver, kleingeestigheid, het verheerlijken van wat scabreus is, het koesteren van kitsch en van dialect. Leo zwelgt daarin. Hij is de harde werker maar daar is dan ook alles mee gezegd.'' En dan zijn er nog Elvire, de neurotische moeder, Gudrun, de zus die krampachtig uit de schaduw van Katrien probeert te treden en Bruno, ook broer en de cultuurnicht van dienst, welke uitgestoten is en onterft is na het bekend maken van zijn homosexualitiet. De mannelijke Deschryvers zijn niets ontziende zakenlieden, maar terzelfder tijd zijn ze klein, angstig, pathetisch en soms zelfs enigszins humaan. De auteur beschrijft in een zeer tragikomische scène hoe Herman radeloos reageert op het nieuws dat een maagkanker zijn levensverwachting tot drie maanden insnoert.

Na de tragische moord op haar man wordt Katrien terug naar België gevoerd en ondervraagd. De cynische, zelf half weggepeste onderzoeksrechter De Decker zoekt uit of zij iets afweet van de fiscale fraude waarin haar man, hoogleraar in belastingrecht, een rol speelde.



De roman is opgesplitst in verschillende hoofdstukken, hij telt 337 bladzijden en er worden verschillende perspectieven gebruikt naargelang wie er aan het woord is. In deze roman ontbreekt nagenoeg de lichtjes pathetische toon van « Kartonnen dozen ». Het is naast een wrang ook een grappig boek, maar dan veeleer op de weemoedige wijze van « Een slagerszoon met een brilletje ».

Stilistisch is het allemaal wat minder dan « Kartonnen dozen ». Maar die roman leed dan ook hier en daar aan stilistische overkill. En qua opbouw is « Het goddelijke monster » Lanoyes beste boek. Hij wisselt virtuoos van perspectief. Ook de doden blijven spreken, wat tot enkele zeer grappige conversaties leidt. Die grillige structuur geeft het verhaal flink wat vaart en afwisseling, zonder dat het daarom onsamenhagend wordt en een ordinair stationromanetje wordt. Al noemen velen hem een postmodernist toch vindt hij van zichzelf dat dit maar gedeeltelijk juist is. Alleen naar vorm is hij postmodernistisch. De foute indeling is er omdat geen hierargische structuur meer bestaat in de kunst, literatuur met de hoofdletter L bestaat niet meer. Men maakt geen onderscheid meer tussen TV-series en kunst alles is postmodernisme.



Het becommentariëren van gebeurtenissen door doden komt zeer geregeld terug in (Amerikaanse) films of stripverhalen. Het optreden van Katriens drie tantes doet meteen denken aan « Tantes » van Cyriel Buysse. De directe aankondiging van een centrale gebeurtenis in de eerste zin van het boek brengt de eerste zin van « Honderd jaar eenzaamheid » van Gabriel Garcia Marquez of van « Rituelen » van Cees Nooteboom. Het herhaaldelijk aankondigen dat iemand zal sterven lijkt rechtstreeks geript uit Marquez' « Kroniek van een aangekondigde dood ». De wildbouw van koterijen en veranda's in België is al eens beschreven door Geert van Istendael in « Het Belgisch Labyrint ». Verder zijn er tientallen verbanden te leggen met de actualiteit.



Herman en Leo Deschryver vertonen onmiskenbaar trekken van Herman Van Rompuy en Leo Delcroix, van Jan De Clerck, André Cools en Marc Eyskens. En voor de in beslag genomen blocnotes doen denken aan de schrifjes van Delcroix.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen