U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Tom Lanoye - Kartonnen Dozen.
Deze versie komt van http://www.verslagen.com/index.php?page=boek_toon&boek_id=144 en is laatst upgedate op 01/01/2004.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2224 woorden.

A. Boekbeschrijving



Auteur: Tom Lanoye

Titel: Kartonnen Dozen

Plaats van uitgave: Amsterdam

Uitgevrij: Promethues

Jaar van uitgave: 1993, negende druk



B. Verhaal



Samenvatting

Het boek is een autobiografisch verhaal van de eerste levensperiode van de auteur. Hij verteld over zijn jeugdjaren. Ook de ontwikkeling van zijn homoseksualiteit komt uitgebreid aan bod.Op zijn studeerkamer staat een rek met een aantal dozen. Deze dozen bevatten de archieven van zijn leven, een doos voor elke periode, met alle goede en slechte herinneringen. Aan de hand van deze dozen vertelt de auteur het verhaal van zijn jeugd.

De eerste doos is een kartonnen doos. Met een kartonnen doos als koffer is hij op reis geweest met mutualiteiten naar Zwitserland en naar Oostenrijk. De tweede kartonnen doos is een damesschoenendoos en bevat vooral de inwijding in het zogenaamde mysterie van de maatschappij. Hier wordt verteld over de homoseksuele ontwikkeling van het hoofdpersonage en over de geschiedenis van zijn lijdensweg in de humaniora. De derde kartonnen doos is een echte archiefdoos. In zes van deze archiefdozen rusten de herinneringen aan het middelbaar onderwijs. De persoonlijke contacten met de leraren worden beschreven, waarvan er drie (drie priesters) een sterke indruk hebben gemaakt op het hoofdpersonage. In deze derde doos worden ook de herinneringen aan Z. bewaard, de jongen waarop hopeloos verliefd is. De vierde doos is de doos die alle andere dozen overbodig maakt. Zij kan alles bevatten. Dit is de doos waarin de lezer zelf de geheime beelden uit zijn jeugd kan bewaren.



Motief



De vier kartonnen dozen vormen het motief. Ze zijn altijd in het verhaal aanwezig en vormen de overgang tussen bepaalde delen. Met behulp van deze dozen vertelt Tom zijn verhaal. Ook de vier vrouwen in het verhaal spelen een belangrijke rol in Tom zijn leven. De taal en het schrijven zijn ook belangrijke motieven. Hij leest zeer veel en graag. Mussolini heeft ook een belangrijke rol gespeeld in zijn leven want hij heeft hem 'het vuur van de literatuur' overgedragen. En nog een belangrijk motief is het reizen. Het is telkens dan wanneer er zich beslissende momenten voordoen i.v.m. zijn liefde voor Z.





C. Structuur



Het is een biografie van Tom Lanoye. Het boek is niet opgedeeld in hoofdstukken maar in delen. Elke deel is een andere 'doos'. Het verhaal begint met een kleine inleiding over Z. De tijd verloopt chronologisch, met uitzondering van het deel van p14 tot 31. Het boek begint wanneer de hoofdpersoon 10 jaar is en eindigt wanneer hij 32 jaar is. Het speelt zich vooral af in de jaren '70. Echt nauwkeurige tijdsaanduidingen krijgen we niet. De belangrijkste jaren van Tom zijn in dit boek 10 jaar, 14 jaar en 18 jaar. Dit zijn steeds de jaren waarin hij met Z. op reis gaat. Dit zijn dan ook de jaren waar het meest over gesproken wordt in het boek. Het verhaal is vooral opgebouwd uit scènes.



Veel spanning was er in het verhaal niet te vinden. Er is ook een bepaalde kennisachterstand. Doordat de verteller over zichzelf vertelt, weet hij natuurlijk meer dan de lezer.



D. personages



Er komen weinig personages voor in het verhaal, maar we komen er wel veel over te weten door de uitgebreide beschrijvingen en uit de beelden die hij zelf oproept.



Ik (Tom Lanoye) is het hoofdpersonage.Hij geeft een beeld van zichzelf toen hij jong was. Tom is het vijfde kind van de familie Lanoye, een nakomertje. Hij is een heel enthousiast kind met een enorme fantasie en leest enorm veel. Dankzij zijn moeder krijgt hij ook de smaak van het toneelspelen te pakken. Op de middelbare school (Het Kot) is hij het uitslovertje van de klas, degene die altijd op de eerste rij zit, maar toch heeft hij er plezier in. Hij is ook iemand die graag opschept en veel lawaai maakt om zo zijn onzekerheid te verbergen. Hij zegt bijvoorbeeld tegen Z. dat hij al gevreeën heeft, hoewel dit op dat moment helemaal niet waar was. In Tom zijn leven zijn ook vier belangrijke vrouwen aanwezig, waaronder zijn zus, moeder, tante en Wieske.



Eén van de belangrijkste dingen uit zijn jeugd is zijn liefde voor Z. Hij is zo verliefd op hem dat hij allerlei beelden en fantasieën over hem begint te verzamelen. Hij probeert ook meer en meer op hem te gelijken. Hij koopt dezelfde kleren en sluit zich aan bij zijn sportvereniging. De oorsprong van zijn liefde voor Z. is te vinden in zijn eerste reis met de mutualiteiten. Hij en Z. zijn altijd goede vrienden geweest maar nooit meer. Z. is pas tijdens een reis naar Griekenland, toen ze in het laatste jaar humaniora zaten, te weten gekomen dat Tom verliefd op hem was. Ze hebben zelfs gevreeën. Maar na Z.'s reactie na die vrijpartij beseft hij dat een relatie onmogelijk is, maar toch blijft hij hopen totdat hij na een tijd definitief afstand neemt van hem. Tom aanvaardt zijn 'anders zijn' eigenlijk heel natuurlijk, hij maakt er geen problemen van. Hij heeft wel nog een relatie met een vrouw gehad en zelfs meerdere meisjes versiert. Maar uiteindelijk is hij toch 'getrouwd' met een man.



Z. is vrij klein en heeft zwart haar dat een beetje krult. Hij is een spontane, open jongen die graag lacht en door iedereen sympathiek gevonden wordt. Naarmate ze ouder worden, wordt Tom meer verliefd op hem. Hij is atletisch gebouwd en turnen is één van zijn hobby's waardoor hij vaak opvalt met zijn turnkunstjes. 'Z. hangt aan het sportraam. Hij is een atleet geworden. Tom staart hem aan en wil hem aanraken.' Z. maakt gemakkelijk vrienden, maar zijn beste vriend is toch Tom. Pas in Griekenland beseft Z. dat wat Tom voor hem voelt meer is dan vriendschap. Maar al neemt hij dan wat meer afstand, toch geeft hij de vriendschap met Tom niet op. Tom noemt hem Z. hoewel zijn naam niet begint met deze letter. Hij heeft deze letter genomen omdat het de laatste letter van het alfabet want Z. is het absolute einddoel van zijn leven.



De vijf jaar oudere zus van Tom is één van de vier vrouwen die hem in zijn eerste levensjaren sterk beïnvloed hebben. Zij is een typische oudere zus die zich bezorgd en zelfs moederlijk gedraagt tegenover haar jongere broertje. Enerzijds vindt Tom al die aandacht heel leuk, maar anderzijds kijkt hij toch veel meer op naar zijn oudere broer. Hij kiest ook altijd partij voor hem i.p.v. partij te kiezen voor zijn zus.



Wieske (Louise Penneman) is een vriendin des huizes die wanneer ze niet werkt of thuis slaapt, de hele tijd bij de familie Lanoye is. Pas op haar vijftigste trouwt ze en niet lang daarna sterft ze. Samen met haar gaat Tom elke week naar de film en met haar voert hij ook zijn eerste politieke discussies. Hij beschouwt haar ook als een grotere zus.



De derde vrouw die een grote invloed had op Tom was zijn moeder. Zij is een echte huisvrouw met een aantal vaste principes (vb. Elke dag proper ondergoed). Ze is ook heel behulpzaam. Toms moeder speelt ook amateur-theater en laat Tom samen met haar repeteren zodat hij kennis maakt met het theater.



Pit Germaine is de vrouw uit Toms jeugd. Zij is de oudste zus van zijn moeder die na de dood van haar moeder de zorg voor het gezin op zich nam en daardoor niet getrouwd raakte. Zij kwam vaak op bezoek bij de familie Lanoye en was van alle verhalen en roddels op de hoogte, die ze dan ook overal vertelde. Op haar zeventigste trouwde Pit Germaine uiteindelijk en twaalf jaar later stierf ze aan kanker.



Guy is de negen jaar oudere broer van Tom, naar wie Tom enorm opkijkt. Guy heeft echter weinig interesse voor zijn kleine broertje en gebruikt hem alleen als oppasexcuus of om meisjes te verleiden. Guy sterft jong in een auto-ongeluk.



De Mof is één van de drie priester-leraren die een onuitwisbare indruk hebben gemaakt op Tom. Hij was zijn klasleraar in het vierde jaar en gaf Latijn, Grieks, godsdienst, geschiedenis en esthetica. Hij kreeg zijn leerlingen geregeld aan het huilen en genoot daar dan ook van.



De Jap was Toms klastitularis in het vijfde jaar. Hij gaf Nederlands, geschiedenis, Duits en esthetica. Hij was een kettingroker en stonk ontzettend. De Jap was iemand die steeds over kameraadschap sprak, maar zelf alles deed om die te verhinderen. Hij was ook leider van verschillende jeugdverenigingen die steeds op hem konden rekenen. Daardoor werd hij wel gerespecteerd, maar geliefd was hij niet.



Mussolini was Toms klastitularis in het laatste jaar en gaf alleen Nederlands. Hij was een bekend dichter. Deze leraar slaagde er als enige in hem het vuur van de literatuur bij te brengen. Als laatste taak moesten alle leerlingen een verhaal schrijven. Tom was er van overtuigd dat hij een zeer goede schrijver was en deze taak was dan ook heel belangrijk voor hem. Hoewel het schrijven van dit verhaal niet zo makkelijk bleek als hij gedacht had, schreef Mussolini onder zijn taak "Je kan schrijven". Dit zinnetje is voor Tom heel belangrijk geweest, ook al stond het onder meerdere huistaken.



De Slome, een klasgenoot van Tom en Z. en de (lelijke) zoon van een rijke boer, was het hopeloze geval dat zich niet voor school interesseerde en elk jaar net genoeg studeerde om niet te blijven zitten. Zijn vrienden waren op één hand te tellen. Op reis naar Griekenland drinkt hij zoveel dat hij uiteindelijk doodziek wordt. Later blijkt de Slome getrouwd en vader van drie kinderen te zijn en les te geven in de school die hij vroeger zo haatte.



E. Vertelperspectief



We hebben hier duidelijk te maken met een ik-verteller. Meestal is het een vertellende ik-verteller. Er is een duidelijke afstand in plaats en tijd tussen de verteller en wat er gebeurt.



F. Plaats en ruimte



Het boek is een autobiografie. Het verhaal speelt zich voornamelijk af hier in België (Antwerpen) en in Griekenland. De plaatsaanduidingen in dit verhaal zijn zeer vaag. Men spreekt van P. en A., maar de echte namen worden nooit genoemd. Maar door het lezen van zijn biografie komen we te weten dat P. waarschijnlijk gelijk is aan zijn geboortedorp St.Niklaas. En A******** zal wel Antwerpen zijn zeker. Maar je kunt ook denken dat de plaats waar alles begon de naam A. kreeg omdat het de eerste letter van het alfabet is. Toen waren er in de scholen nog priesters die les gaven en was alles veel strenger dan nu Er worden ook een paar typische aspecten van deze periode vernoemd, zoals de leerkrachten die proberen de leerling-leerkracht relatie wat soepeler te maken.



G. Stijl



Tom heeft zijn eigen, speciale schrijfstijl. Hij wisselt voortdurende van sfeer: er zijn korte en dan weer lange beschrijvingen. Eén keer gebruikt hij een dialoog wanneer hij samen met Z. op een kamer slaapt. Hij gebruikt een zeer uitgebreide woordenschat.



H. Eigen mening



Ik vond het boek niet slecht, maar vond wel dat er weinig verhaal in zit. Als ik had geweten dat het een biografie was, dan had ik een ander boek genomen denk ik. Ik vond het ook spijtig dat er bijna geen spanning was. Het begin van het verhaal begint met een inleiding die pas na het lezen van het boek te begrijpen valt. Het was ook een hele aanpassing want ik had nog nooit een boek gelezen van Tom Lanoye. De beschrijvingen van de personages vond ik uitstekend. Toen het boek uit was, was ik wel blij.Hoewel het maar 150 pagina's telde, was het toch een zeer lang boek en gedrukt in een zeer klein lettertype. Ik denk dat ik er langer over heb gedaan om dit boek te lezen, dan dat ik gedaan heb om De Romeinse Suite te lezen. Kortom, ik denk dat ik nog enkele jaren ga wachten voor ik weer een boek zal lezen van Tom Lanoye.



H. Varia



Korte biografie



Tom Lanoye werd geboren op 27 augustus 1958 te Sint-Niklaas en kwam als vijfde kind terecht in een middenstandersgezin dat al generaties lang een slagerij had. Na zijn middelbare studies aan het Sint-Jozef-Kleinseminarie van Sint-Niklaas, waar hij ondermeer les kreeg van Anton van Wilderode, ging Lanoye naar Gent om Germaanse Filologie te studeren. Naar eigen zeggen heeft Tom Lanoye een gelukkige jeugd gehad.



In het Gentse studentenleven probeerde hij zijn eerste literaire werk uit in tijdschriften en door zijn eigen poëziebundeltjes uit te geven. . Hij begon zich ook meer en meer toe te leggen op literaire optredens. In interviews benadrukt Lanoye vaak dat op een podium staan voor hem nog steeds belangrijk is, en in zijn boeken spreekt hij de lezer vaak expliciet aan, alsof hij zijn publiek echt nodig heeft.



In 1985 brak hij echt door met zijn eerste verhalenbundel Een slagerszoon met een brilletje met twee autobiografische en twee volledig verzonnen verhalen. In 1988 verscheen zijn eerste roman Alles moet weg, die hij zelf ook bewerkte tot een filmscript. Zijn bekendste boek kwam echter in 1991 uit: zijn autobiografische roman Kartonnen dozen waarmee hij wekenlang in de boekentoptien stond. Hiervan maakte hij ook een zeer succesvolle avondvullende theatervoorstelling. Enkele maanden geleden kwam zijn nieuwste roman uit: Het goddelijk monster. Op dit moment staat Lanoye ook nog volop in de belangstelling met Ten Oorlog, zijn alternatieve theaterbewerking van Shakespeare's Koningsdrama's.



Lanoye benadrukt in interviews vaak dat voor hem de ambachtelijke kant van het schrijven voorop staat, dat zijn teksten moeten communiceren. Taal is voor hem een middel en geen doel op zich. Daarom reageert hij ook heftig tegen de zogenaamde "taaldichters". Voor hem moet literatuur leuk en onderhoudend ("fun") zijn. Tom Lanoye is ook regelmatig te zien in TV-programma's, zoals TV6,…
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen