U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Marga Minco - De Val.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/20991/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 5021 woorden.

Overzichtslijst:



Schrijver: Marga Minco

Titel: De val

Plaats van uitgave: Groningen

Jaar van uitgave: 1983

Gelezen in de maand: november

Leesverslag af op: 30 november



Samenvatting:



Frieda Borgstein is de hoofdpersoon en woont in een bejaardencentrum. Ze denkt nog vaak aan haar man Jacob en haar kinderen Olga en Leo. Op 21 april 1942 zijn zij opgepakt door de Duitsers. Frieda heeft hen nooit meer gezien. Het was de bedoeling dat ze die dag, samen met verzetsman Hein Kessels, naar Zwitserland zouden vluchten. Toen hij iets te vroeg kwam, en Frieda boven nog snel even een extra vest aan het halen was, werden Hein, Frieda's man en de twee kinderen opgepakt door waarschijnlijk toevallig voorbij rijdende SD'ers. Hein Kessels had ze verraden. Door het toeval was Frieda nog boven, zodat zij niet meegenomen is. Haar gezin kwam om tijdens de oorlog en Frieda bleef alleen achter. In het bejaardenhuis heeft Frieda vooral contact met Ben Abels, die vroeger op het kantoor van haar man gewerkt heeft. De volgende dag wordt ze 85 en wil ze voor het eerst sinds veertig jaar haar verjaardag vieren. Dan moet ze naar de bakker om gebak te halen. Buiten zijn twee mannen, Baltus en Verstrijen, bezig in een stadsverwarmingput op straat, maar voor het gemak hebben ze geen hekje rond de put gezet. Door de harde storm valt Frieda in de put. Ben Abels rent naar buiten en als Frieda uit de put wordt gehaald door Verstrijen leeft ze nog, maar later overlijdt ze aan haar verwondingen. Ook Verstrijen heeft ernstige brandwonden. Dan gaat het verhaal verder met Ben Abels. Hij had vlak na het ongeluk iemand gezien die hij kende. Het bleek Hein Kessels te zijn. Ze maakten een afspraak om met elkaar te praten in een café op het Gouverneursplein. Daar vertelde Kessels zijn verhaal. Hij vertelde dat hij Jacob erg mocht, hij kende hem via z'n vader. In de oorlog zat hij (toen 22) in een verzetsgroepje en toen hij hoorde dat er groepen waren die mensen naar Zwitserland brachten dacht hij meteen aan Jacob Borgstein. Hij had het heel goed voorbereid en op 21 april 1942 fietste hij naar de Zuidkade om ze op te halen. Hij stond voor het huis, stapte af en hoorde een auto achter zich stoppen, het waren SD'ers. Hij sprong weer op z'n fiets alsof hij op het verkeerde adres was, maar Jacob had de deur al open gedaan. Jacob, Olga en Leo werden opgepakt en Kessels werd zelf ook meegenomen. Het bleek dat hij in drie kampen heeft gezeten en in Oraniënburg werd hij bevrijd. Hij wilde niet met Frieda praten en voelde zich erg schuldig. Hij durfde die confrontatie niet aan. En tevergeefs probeerde hij alles te vergeten. Maar nu Frieda was gestorven bleef hij met een schuldgevoel lopen en had hij nooit geprobeerd het aan Frieda uit te leggen.



Reden voor de keuze van het boek:



Ik moest een boek keizen voor school, en ik weer een boek over de oorlog kiezen. Want het vorige boek, ook voor een leesverslag, “Het stenen bruidsbed” ging ook over de oorlog en dat boek vond ik ook erg mooi. En het lage aantal pagina’s in het boek was ook een reden, omdat ik veel te doen had deze tijd van de periode. Ik had het boek uitgelezen op 23 november, een week voor de deadline.





Verwachting van het boek:



Ik verwachte een kort, niet al te moeilijk verhaal, over iemand die terugkijkt naar de oorlog, net zoals dat was bij “Het stenen bruidsbed”. Ook had ik niet al te veel uitgeschreven personages verwacht, aangezien ze op weinig pagina’s een goed verhaal neer moest zitten.

Ook verwachte ik dat het boek afwisselend zou zijn in spanning.



Hoeverre de verwachtingen zijn uitgekomen:



Nou de verwachting dat het verhaal van het boek vrij kort en vrij makkelijk te begrijpen was is dus uitgekomen. Ook de verwachting over de terugblikken op de oorlog was juist. Het aantal personages was gering, althans de belangrijke. Het was niet zo dat er maar 1 of 2 belangrijke personen in voor komen, maar het is ook niet de cast van “In de ban van de ring”.



Eerste reactie op het boek:



In het begin was het eventjes moeilijk om de verhaallijn te kunnen oppakken, maar na 20 bladzijden kon ik het makkelijk begrijpen. Ik vond het boek qua spanning zeker niet opvallend goed, maar wel spannend door de twee verhaallijnen door elkaar en Minco wist op een bepaalde manier mij aan het lezen houden. Daar bedoel ik niet mee dat ik het boek anders zou weg leggen maar ik bedoel ermee dat je aan het lezen bent en dan even op de klok kijkt en het al laat is, maar toch denkt nog eventjes door lezen.



Verdiepingsopdracht:



Zie bijlage 1. Opmerking: Ik heb opdracht 4 alleen uitgewerkt, maar volgens u was dat goed, en als ik me hield aan de opgaven die opdracht voor schreef zou het wel goed komen.



Achtergrondmateriaal



Het achtergrond materiaal bestaat uit twee recensies, die ik met behulp van LiteRom heb kunnen verwerken. De twee recensies zitten achteraan, na dossier lezen.



Eindoordeel:



Gebeurtenissen:



De belangrijkste gebeurtenissen in het verhaal zijn het voorval in de tweede wereldoorlog en Frieda's val in de put. De eerste gebeurtenis is eerst vaag beschreven maar wordt steeds duidelijker door Frieda's gedachten. De tweede, de val, is heel uitvoerig beschreven. De gedachten van Frieda voordat en terwijl ze oversteekt en in de put valt zijn het uitvoerigst beschreven in het hele verhaal en tellen een paar bladzijden.

De gebeurtenissen zijn in dit boek minder belangrijk dan de gedachten, omdat Frieda's gedachten veel uitvoeriger beschreven worden dan de gebeurtenissen. Ze denkt veel aan de tweede wereldoorlog en haar man en kinderen terug, maar ook over alledaagse dingen. Ook de gedachten van Verstrijen en Abels zijn veel beschreven.

De gebeurtenis die de meeste indruk op mij maakte was de val van Frieda in de put. Dit is erg aangrijpend en uitvoerig beschreven en ik heb het vol spanning gelezen.

Door de manier waarop de gebeurtenissen zijn beschreven bleven ze me boeien, ik hoefde nergens te worstelen om verder te komen.







Personages:



De karaktereigenschappen van de hoofdpersoon, Frieda, worden naarmate je verder leest duidelijker, maar blijven vrij vaag.

De personages zijn zeer herkenbaar en 'levensecht'. Dit blijkt uit hun gedachten. Ze twijfelen veel. Het verhaal zou ook makkelijk echt gebeurd kunnen zijn. Het is een reële situatie.

Het gedrag van de hoofdpersoon keur ik af. Ze is erg snel geïrriteerd en niet sociaal, ze praat niet veel met anderen.



Opbouw:



Ik vind het verhaal spannend, omdat de twee situaties (die van Frieda en die van de gemeentewerkers) steeds om beurten beschreven worden. Het is spannend om te lezen hoe ze samenvoegen in één vlak voordat Frieda in de put valt. Je merkt al de hele tijd dat de twee situaties iets met elkaar te maken hebben. Dat wordt steeds duidelijker, het ontvouwt zich als een soort plot.

Er zitten geen echte flashbacks in het verhaal, maar Frieda denkt wel vaak over het verleden. Dit vond ik niet storend tijdens het lezen.

Als lezer zie je de gebeurtenissen uit meerdere personages, maar vooral uit Frieda. In de andere situatie zie je de gebeurtenissen vanuit Verstrijen. Ook zijn er gedeelten in het boek waar je de gebeurtenissen vanuit anderen ziet, zoals de directrice van het tehuis, de hoofdkokkin en Abels. Deze manier vind ik wel geslaagd.

Aan het slot is alles duidelijk. Dit vond ik wel prettig. Alleen voor Frieda zal het nooit duidelijk worden omdat ze het antwoord op haar vraag niet heeft gekregen voordat ze stierf. Dit is storend, maar wel goed voor het verhaal.



Taalgebruik:



Het taalgebruik was niet moeilijk, je kon het makkelijk lezen. Soms was de zinsbouw wat lastig, maar dat was niet echt ophoudend. Het verhaal bevat wel veel beschrijvingen, met name van de gedachten en gevoelens van de hoofdpersoon en wat minder dialoog. Het is echter wel realistisch beschreven, het ging precies zoals ik het me zou voorstellen hoe het zou gaan, dat hangt weer samen met het feiten dat de personen stereotiep zijn (in mijn ogen). Ik heb ook niet veel gemerkt van beeldspraak, maar daar let ik ook niet echt op, ik lees er een beetje 'overheen'. Ook van symboliek was weinig sprake. Misschien zou je de dubbele betekenis van sommige woorden daartoe kunnen rekenen, zoals de letterlijke en figuurlijke betekenis van De val, maar verder is het me weinig opgevallen.

Ondanks dat het makkelijk te lezen was, vond ik het verhaal dus niet echt aantrekkelijk, maar dit heeft in dit geval betrekkelijk weinig met het taalgebruik te maken. Het verhaal was saai en niet zo boeiend, puur vanwege het kleine aantal gebeurtenissen en het feit dat ik me niet goed kon verplaatsen in die situatie en dat het niet herkenbaar voor me was. Dit omdat ik nog nooit iets soortgelijks heb meegemaakt.









Leeservaring:



Ik vond het een leuk boek om te lezen. Het was een mooi, toch op een bepaalde manier spannend boek. Maar op sommige momenten was het boek redelijk voorspelbaar, dat was wel jammer. Ik vond het niet nu weer niet vervelend om het boek te lezen, alleen ik kan nog steeds mijn tijd op een leukere (voor mij dan) manier volmaken. Het was dus wel een positieve leeservaring maar met een twijfelachtige gedachte.



Evaluatie verdiepingsopdracht:



Ik vond het wel leuk om te doen omdat ik veel te weten kwam van wat een schrijver nu allemaal doet en heeft gedaan. Je komt veel feiten tegen die je niet wist en die opvallend zijn. Ik vind het erg jammer dat ik geen interview heb en vrees dus of de verdiepingsopdracht nu wel geslaagd is. Ik hoop het wel want ik heb er in totaal 3 a 4 aan gewerkt om alle goede informatie te krijgen en ik ben er dus op het interview na wel tevreden over.





























































Verdiepings opdracht:



Keuze opdracht 4.



Documentatiemap Marga Minco:



Deze map bevat informatie over de auteur, een bibliografie, een aantal samenvattingen van werken van de auteur, een interview over de auteur en recensies van haar werk.



Informatie auteur:





'Ik kom altijd weer op die periode '40-'45 terug, ik wil het vaak niet, maar die jaren hebben mij het hevigst aangegrepen.' Als er een schrijver is in wier werk de Tweede Wereldoorlog een centrale plaats inneemt, is het wel Marga Minco, auteur van de in 1957 gepubliceerde klassieker Het bittere kruid waarvan inmiddels ruim 400.000 exemplaren zijn verkocht.



Marga Minco wordt op 31 maart 1920 als Sara Minco in Ginneken geboren in een orthodox-joods gezin. Al spoedig laat ze zich in plaats van Sara Selma noemen. Na haar schooljaren treedt ze in 1938 in dienst van de Bredasche Courant als verslaggeefster. Daar werkt ze tot het moment dat de directie verplicht wordt joodse personeelsleden te ontslaan. In deze tijd ontmoet ze de journalist en auteur Bert Voeten, die haar echtgenoot zal worden.



In het begin van de oorlog verblijft ze in Assen, Delft en Amsterdam. Ze krijgt een lichte vorm van tbc en belandt in ziekenhuizen in Utrecht en Amersfoort. In het najaar van 1942 komt ze terug in Amsterdam bij haar ouders die inmiddels op last van de bezetter wonen in het zogenaamde 'Judenviertel'.



Dan komt de dramatische gebeurtenis die haar leven ingrijpend verandert en haar toekomstige literaire werk bepaalt: haar ouders worden opgepakt, zelf heeft ze de kans te ontkomen. Ze verblijft de rest van de oorlog op onderduikadressen en woont, voorzien van geblondeerd haar en een nieuwe naam (Marga Faes, de voornaam houdt ze aan), vanaf de zomer van 1944 met Bert Voeten in Amsterdam. Ze is de enige van haar familie die de oorlog overleeft: haar ouders, broer en zus worden door de Duitsers omgebracht.



Na de oorlog werkt Minco voor een aantal kranten en tijdschriften (onder meer het satirische blad Mandril). Vlak voor de herdenkingsdagen van mei 1957 wordt Het bittere kruid gepubliceerd, de novelle waarin ze haar eigen ervaringen tijdens de oorlog beschrijft, al is de hoofdpersoon in het boek tien jaar jonger dan zij destijds was. Het boek maakt veel indruk, vooral door de sobere stijl. Zonder grote woorden is het in de details zeer ontroerend. Steeds vloeibaardere worden voor de jonge hoofdpersoon en haar familie de anti- joodse maatregelen van de Duitsers. Maar Minco toont ook dat het bedreigende van sommige maatregelen niet altijd direct tot de mensen doordrong.



In 1985 ontstond er opschudding over de film van Kees van Oostrum die gebaseerd was op Marga Minco's Het bittere kruid. De schrijfster maakte er in een proces bezwaar tegen dat de hoofdpersoon in de film vriendschappelijk omging met een NSB-gezin waarvan de kinderen lid zijn van de Jeugdstorm. Deze confrontatie van de schrijfster met de regisseur en de producent kreeg veel aandacht. De rechter bepaalde ten slotte dat de film onder de titel Het bittere kruid mocht worden uitgebracht, maar dat Marga Minco het recht kreeg voorafgaand aan de vertoning een verklaring op te nemen waarin ze afstand nam van het product van de regisseur.



Na De andere kant dat in 1959 uitkomt en waarin de oorlog niet zo expliciet aanwezig is dan in Het bittere kruid, publiceert Marga Minco in 1967 Een leeg huis. Twee jonge vrouwen van joodse afkomst die ieder als enige van hun familie de oorlog hebben overleefd, staan centraal. Het verhaal concentreert zich op drie dagen (resp. in 1945, 1947 en 1950) uit het leven van deze Sepha en Yona. Zij moeten na de oorlog een nieuw leven opbouwen en in het reine zien te komen met schuldgevoelens rond het feit dat zij wel en hun geliefden niet ontkomen zijn aan de verschrikkingen. Sepha weet zich te handhaven, maar Yona pleegt ten slotte zelfmoord.



Hoewel ze na Een leeg huis nog wel een jeugdboek publiceert, is het uitkomen in 1983 van een nieuw boek van Marga Minco toch een grote verrassing. De val is een novelle geschreven naar aanleiding van een krantebericht over een oude vrouw die door een val in een put van de stadsverwarming om het leven kwam. Frieda Borgstein, hoofdfiguur in De val, woont in een bejaardentehuis. Ze is 85 jaar oud. De gebeurtenis die haar leven beheerst heeft, is het wegvoeren van haar man en kinderen tijdens de oorlog. Zelf was zij toen de Duitsers kwamen, juist boven in huis. Waarom werd het huis niet verder doorzocht en waarom hebben ze haar niet meegenomen?



Als Boekenweekgeschenk schrijft Marga Minco in 1986 De glazen brug. Verteller in de novelle is Stella, die tijdens de oorlog haar vrienden en familieleden is kwijtgeraakt. Zelf overleefde ze doordat ze, ondergedoken in Zeeuws-Vlaanderen, een andere identiteit kreeg. Het eerste gedeelte beschrijft Stella's ervaringen tijdens haar onderduiktijd en haar liefde voor de jongen die ze daar als 'Carlo' leert kennen. Twintig jaar later gaat ze terug om meer te weten te komen over de vrouw onder wier naam ze de oorlog overleefde.



In 1994 verschenen de beste jeugdverhalen van Marga Minco onder de titel De verdwenen bladzij.



Bibliografie:



1955 De verdwenen ambtsketen televisiespel voor kinderen

1957 Het bittere kruid. Een kleine kroniek roman

1959 De andere kant. Verhalen

1963 Kijk 'ns in de la kinderboek

1965 Het huis hiernaast novelle; in 1966 ingepast in Een leeg huis

1965 Terugkeer novelle

1966 Een leeg huis roman

1968 De trapeze kinderverhalen, met gedichten van Mies Bouhuys

1970 De dag, dat mijn zuster trouwde novelle

1970 De hutkoffer televisiespel

1974 Meneer Frits en andere verhalen uit de vijftiger jaren

1975 Daniël de Barrios televisiespel

1975 Je mag van geluk spreken verhalen

1982 Verzamelde verhalen 1951-1981

1983 De val roman

1986 De glazen brug Boekenweekgeschenk

1991 De zon is maar een zeepbel droomverslagen

1994 De verdwenen bladzij verhalenbundel voor kinderen

1997 Nagelaten dagen roman

1998 Door het land roman



Samenvattingen van drie werken van Marga Minco:



Boek 1: Het bittere kruid



De Duitsers vallen Nederland binnen en de ik persoon, een joods meisje, vlucht met haar ouders naar het zuiden, naar België. Na een paar dagen gaan ze terug naar Breda, waar ze wonen. In het eerste oorlogsjaar moet het meisje kuren in een Utrechts ziekenhuis vanwege een longaandoening. Haar ouders verhuizen naar Amersfoort, waar ze gaan wonen bij hun zoon Dave, die getrouwd is met Lotte. De oudste zus Bettie woont in Amsterdam.

Wanneer de ik- persoon het ziekenhuis verlaat, voegt ze zich bij haar familie in Amersfoort. Niet lang daarna komt vader thuis met een pakje sterren, die op hun kleren genaaid moeten worden. Ondanks alle bezettingen en verboden blijven zij kalm, vooral vader. Hij is erg optimistisch en denkt dat de Duitsers de Joden netjes zullen behandelen. Op een dag moeten Dave en vader gekeurd worden om te kijken of ze geschikt zijn voor een werkkamp. Vader wordt afgekeurd, want hij heeft een huiduitslag. Dave slaagt er ook in afgekeurd te worden door een drankje in te nemen waardoor hij tijdelijk ziek wordt. Er komt een telegram uit Amsterdam: Bettie is opgepakt. Na een poosje komt er weer een oproep binnen en dit keer is het voor Dave, Lotte en de ik persoon. Het lijkt Dave wel avontuurlijk, Kennissen raden hen sterk af zich te melden. Van de dokter krijgen ze een attest dat ze ziek zijn, waardoor ze kunnen blijven. Ook Lotte mag blijven om hen te verzorgen. Ze lopen de hele dag in pyjama, zodat ze in bed kunnen springen zodra er aangebeld wordt. De ouders moeten wel weg, omdat ze ouder zijn dan vijftig jaar. Ze verhuizen naar het 'Judenviertel' in Amsterdam. Vader blijft optimistisch. Na een poosje reist de ik persoon haar ouders achterna omdat ze het in bed niet meer uithoudt en gaat bij hen wonen. Het gezin wacht nog steeds met onderduiken; ze zijn nog altijd optimistisch en weten bovendien niet waar ze heen zouden moeten gaan.

In Amsterdam merkt het meisje langzamerhand wat er met de joden gebeurt.



Ze worden opgepakt en afgevoerd. Een keer wordt ze zelf bijna opgepakt maar doordat ze standvastig is en zegt dat ze niet in deze straat woont mag ze doorlopen.

Na een rustige dag wordt er 's avonds aangebeld. De Duitsers komen hen halen. Als ze van haar vader de jassen moet halen, vlucht ze de tuin in en rent de straat uit. Ze rent naar de Weteringschans, waar Dave en Lotte inmiddels zijn ondergedoken.

Daar is ze enige tijd veilig. Om er minder joods uit te zien bleken ze alle drie hun haar. Ook krijgt ze een nieuw persoonsbewijs. De bewoners van het onderduikadres worden bang voor ontdekking en sturen hen weg. Dave weet een adres in Utrecht. Daar gaan ze naartoe. Dave vindt het veiliger afzonderlijk treinkaartjes te kopen. Ze wacht in de trein op de anderen. Dan verschijnt Dave plotseling, zet zijn tas naast haar neer en vertrekt zonder iets te zeggen. Pas in Utrecht hoort ze dat Lotte is aangehouden en dat Dave met haar mee is gegaan.

Ze is nu alleen. Diezelfde avond keert ze terug naar Amsterdam. Ze is niet bang meer. Als ze nu opgepakt zou worden zou ze zich tenminste niet meer zo alleen achter gelaten voelen. Ze gaat naar Wout, een jongen die zij enkele weken eerder heeft ontmoet.

Hij helpt haar verder. Ze gaat naar de boerderij van oom Hannes, een boer uit Haarlemmermeer. Omdat daar al te veel onderduikers zijn, brengt een jongen haar naar een landarbeidersgezin. Van Wout hoort ze dat haar ouders zijn 'doorgestuurd'. Het geld uit de tas van Dave raakt op en ze wil de arme dagloner niet langer tot last zijn. Wout weet voor haar een adres in Heemstede en zorgt voor een nieuw persoonsbewijs met een nieuwe naam.

Daar blijft ze tot het einde van de oorlog. Enkele weken na de bevrijding zoekt ze in Zeist de broer van haar vader op. Omdat hij met een niet-joodse vrouw getrouwd is, hebben de Duitsers hem niks gedaan. Als ze met de tram aankomt, staat haar oom bij de halte.



Van zijn vrouw hoort ze dat hij iedere dag bij de halte op haar vader staat te wachten, ook al weet hij dat hij dood is. Nog enkele malen bezoekt ze hem. Als ze hoort dat haar oom is gestorven, gaat ze nog één keer naar Zeist. Ze vindt het vreemd dat ze bij de halte haar oom niet treft. Ze mist het geloof van haar oom dat haar vader terug zou komen.

Maar ze zouden nooit terugkomen, haar vader niet, haar moeder niet, Bettie niet, noch Dave en Lotte.



Boek 2: De glazen brug



De Glazen Brug is het levensverhaal van de Joodse vrouw Stella. Ze heeft een speciaal talent voor het onthouden van cijfers, wat vooral in de oorlog erg belangrijk is. Je mag natuurlijk nooit een papiertje met een telefoonnummer bij je hebben, maar alles moet onthouden worden. Ook hecht ze een speciale waarde aan de getallen 7 en 13. Ze geeft tekenles aan een groepje kinderen op een Joodse school, en met de dag ziet ze het groepje kleiner worden. Als zij op een dag iets langer op school blijft vindt er net op dat moment een razzia plaats waarbij haar ouders meegenomen worden. Ze probeert dan allerlei getallen die met die dag te maken hebben op te tellen en te delen door 13. Ze zoekt hulp bij het verzet en vanaf dat moment begint haar zwerftocht van het ene onderduikadres naar de volgende. Haar adressen krijgt ze van een man bij het verzet, Roelofs. Zijn reden om bij het verzet te gaan is dat hij gek is op Joodse vrouwen. Hij is dan ook niet erg betrouwbaar en probeert ook misbruik van haar te maken. Liefde van de mensen waar ze ondergedoken zit kan ze niet verwerken. Ze had er een hekel aan om zo verzorgd te worden, en om door de mensen te worden gezien als een tweede dochter. Zo wordt het voor haar steeds moeilijker om zich te binden aan mensen of er een relatie mee te beginnen. Pas als ze in contact komt met Carlo lijkt haar leven iets tot rust te komen. Hij bezorgt haar een nieuw persoonsbewijs dat er veel echter uit zien dan alle andere die ze heeft gehad. Carlo vertrouwd haar toe dat het een echt persoonsbewijs is, van een meisje uit Avezeel dat pas overleden is. Haar naam is Maria Roselier en Carlo raadt haar aan om na de oorlog het plaatsje eens te bezoeken. Veel waarde hecht ze dan nog niet aan de woorden, maar de naam van het dorpje onthoudt ze wel. Met Carlo krijgt ze ook voor het eerst sinds lange tijd een korte relatie. Bij hem voelt ze eindelijk weer liefde en warmte, wat ze al zo lang had gemist. De dagen dat ze bij elkaar zijn voelt ze dat ze eindelijk weer even zich zichzelf kan zijn, ook al is ze een onderduikster met een paspoort van iemand anders. Maar ook haar relatie met Carlo houdt niet lang stand. Carlo gaat weer verder met zijn verzetswerk en komt niet meer terug. Stella begint nu met het schrijven van brieven. Ze schrijft over zichzelf aan een ex-vriendje, aan mensen waar ze ooit ondergedoken zat, aan een familielid. De brieven gaan de kachel in, maar toch lucht het haar een beetje op dat ze eindelijk kwijt is wat ze wilde zeggen. Hiermee eindigt het 1e deel van het verhaal. Na de oorlog zoekt ze nog naar haar broer en zijn vrouw, die ook opgepakt zijn. Ze vindt hen echter niet meer, en ook de rest van haar familie kan ze niet meer vinden. Het verhaal gaat verder 20 jaar na de oorlog. Ondertussen is ze al met Reinier getrouwd geweest, maar dat was geen gelukkig huwelijk. De oorlog had voor haar als gevolg dat ze geen goede relaties meer kan opbouwen. Reinier begrijpt haar echter niet, hij vertelt aan vrienden over haar onderduikperiode alsof het een glorietijd was. Na 12 jaar verlaat ze hem dan ook en gaat ze op zoek naar het meisje waar zij ooit haar naam van kreeg. Daar staat niet veel meer over. Ze vertrekt naar het dorpje Avezeel. Ze bezoekt daar een dorpsarts van wie ze haar informatie krijgt. Nu wordt haar ook duidelijk dat Carlo in Avezeel gewoond heeft, maar wat hij met Maria Roselier te maken heeft, daar komt ze verder niet achter. Als haar eindelijk het verhaal van Maria Roselier is verteld eindigt het verhaal.



Boek 3: De Val



Het boek verhaalt over Frieda Borgstein. In het begin van het boek was ze gauw jarig en omdat ze al in geen veertig jaar haar verjaardag had gevierd, vond ze het leuk om haar vijfentachtigste verjaardag wel te gaan vieren.

Ze had het plan al voorgesteld aan Rena van Straten, de directrice. Deze was verbaasd, maar vond het wel een goed idee.

Ze zou op die dag gebak gaan halen voor haar verjaardag. Het stormde buiten erg, maar Frieda was vastbesloten te gaan. Toen ze een stukje van het bejaardentehuis verwijderd was, zag ze een auto van gemeentewerken. Ze kwam dichterbij en zag de grond verwarmingsput. Frieda dacht dat ze nog gemakkelijk langs de put zou kunnen lopen, maar de wind onderschepte haar en ze viel in de put. Verstrijen, de gemeentewerker, was op dat moment even weg zijn maat Baltus op te halen, die aardig lang op het toilet bleef.

Onderweg hoorde hij een zwakke kreet uit de richting van de put. Verstrijen, overtuigd dat het geluid uit de put kwam, rende terug en probeerde Frieda nog te redden. Maar het had al geen zin meer. Frieda Borgman was overleden.

In het boek lopen eigenlijk twee perspectieven door elkaar. Het verhaal begint met twee mannen die voor de gemeente werken. Ze zijn al vroeg op pad in een Volkswagen bus (donderdag). De ene man heet Baltus en de andere Verstrijen. Ze stoppen bij een soort café‚ dat "de salamander" heet. Carla werkt daar. Ze drinken een kop koffie als een jongen van de stadspost binnen komt, hij vraagt of hij mee kan rijden naar de Uiterwaardenstraat. Hij was zelf op de brommer en het was nogal koud. Dan springt het verhaal over naar Frieda Borgstein, een oude vrouw in een bejaardentehuis. Ze heeft de oorlog van zeer nabij meegemaakt en is waarschijnlijk een jodin. Er lag sneeuw buiten en Gerrie, de vrouw die Frieda kwam wekken vertelde dat iedereen die dag binnen zou blijven omdat het zo koud was.

Frieda denkt ondertussen steeds weer terug aan de oorlog, haar man Jacob en haar twee kinderen: Leo en Olga. Ze stonden klaar in de gang, 's nachts om opgehaald te worden en naar een onderduikadres gebracht te worden. Op dat moment vielen de Duitsers binnen om hen mee te nemen. Frieda zelf, was net boven om een vest te halen voor een van de kinderen, Olga, toen ze beneden lawaai hoorde en daarna niets meer.

Ze zou de volgende dag 85 jaar worden en ze wilde het hele tehuis trakteren op een gebakje. Aan de Uiterwaardenstraat stonden een aantal gebouwen die aangesloten waren op de stadsverwarming. Deze gebouwen hebben een put met een afsluitkraan.

De buizen onder de grond hebben een temperatuur van 150 graden Celsius.

In dat bepaalde jaargetijde stijgt het grondwater snel, en moet het water geregeld met een dompelpomp weggepompt worden anders zouden de kranen kunnen springen.

Dat moesten Baltus en Verstrijen vandaag doen. De putten bevonden zich aan de overkant van het tehuis. Frieda wilde persé naar buiten om naar de bank, de kapper, en naar de bakker te gaan om gebakjes te kopen.

Baltus had de hekken die om de put stonden, weggehaald, omdat hij dacht dat er toch niemand langs zou lopen. Baltus ging naar het toilet en Verstrijen moest de put in de gaten houden.

Frieda verliet het tehuis, maar toen ze wilde oversteken gebeurde er iets raars, ze werd als het ware door de wind naar de over kant gebracht, het waaide erg hard en Frieda was al een oude vrouw. Ze kon er niets tegen doen.

Verstrijen was ondertussen bij de put weggegaan omdat het wachten op Baltus hem te lang duurde. Hij ging hem halen van het toilet.

De wind sleurde Frieda naar de stoep tussen het busje en een muur in.

Ze liep in de stoomwolken van de put en dacht dat ze nog makkelijk aan de put voorbij zou kunnen lopen, maar de wind onderschepte haar weer en ze kon niets meer zien. Voordat ze het wist lag ze in een put met kokend water.

Verstrijen heeft nog geprobeerd haar er uit te vissen, maar het was al te laat. Frieda was dood en Verstrijen had ernstige brandwonden. Het verhaal gaat dan eigenlijk verder met Ben Abels, hij had na het ongeluk iemand gezien die hij kende. Het bleek Hein Kessels te zijn. Ze maakten een afspraak om met elkaar te praten in een café‚ op het Gouverneursplein.

Kessels deed zijn verhaal. Hij vertelde dat hij Jacob erg mocht, hij kende hem via z'n vader. In de oorlog zat hij in een verzetsgroepje en toen hij hoorde dat er groepen waren die mensen naar Zwitserland brachten dacht hij meteen aan Jacob Borgstein. Hij had het heel goed voorbereid, en alles uit zijn hoofd geleerd.

Op 21 april 1942 fietste hij 's nachts naar de Zuidkade om de familie Borgstein op te halen. Hij stond voor hun huis, stapte af en hoorde een auto achter zich stoppen, hij sprong weer op z'n fiets alsof hij op het verkeerde adres was, maar Jacob had de deur al open gedaan. Kessels werd zelf ook door de Duitsers meegenomen, hij heeft in drie kampen gezeten en in Oraniënburg werd hij bevrijdt. Hij wilde niet met Frieda praten, die confrontatie durfde hij niet aan, hij wilde de zaak vergeten... maar vergeten kon hij niet.



Interview met of over de auteur zelf of over het werk:



Helaas heb ik niks op de computer (LiteRom) of op internet kunnen vinden wat betreft het interview met of over Marga Minco. Ook heb ik het na gevraagd in de mediatheek, en die hadden zelfs helemaal geen interviews over literatuur.



Recensies:



De twee recensies zijn van “Het bittere kruid” en van “De glazen brug”. Ze volgen direct na deze pagina.

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen