U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Harry Mulisch - De Aanslag.
Deze versie komt van http://www.verslagen.com/index.php?page=boek_toon&boek_id=138 en is laatst upgedate op 01/01/2004.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 4783 woorden.

1) ZAKELIJKE GEGEVENS:



Titelbeschrijving:

Naam + voorletters: Mulisch, H.K.V.

Plaats van uitgave: Groningen, Grote Lijsters

Jaar van uitgave+ hoeveelste druk: 1991, 1ste druk van de Grote Lijsters(echte 1ste druk: Amsterdam 1982, De Bezige Bij.)

Aantal bladzijdes: 254 bladzijdes

(Dit boek is in 1986 verfilmd.)



Motto:

Overal was het al dag, maar hier was het nacht, neen, meer dan nacht.

C. Plinius caecilius secundus

Epistulae, VI, 16





2) KORTE INHOUD:



Proloog (blz. 7-11):

Tijdens de Tweede Wereldoorlog woonde Anton Steenwijk in Haarlem. Aan de kade lagen vier huizen: in "Welgelegen" woonden de Beumers, in "Buitenrust" Anton met zijn ouders en broer Peter, in "Nooitgedacht" meneer Korteweg en zijn dochter Karin, in "Rustenburg" het echtpaar Aarts, met wie men weinig contact had. Anton lag vaak in het jaagpad langs het kanaal.



Eerste episode, 1945 (blz. 15-73; vier hoofdstukken):

In januari 1945 zat de twaalfjarige Anton in de achterkamer met zijn ouders en zijn 17-jarige broer Peter een spelletje "Mens- erger- je- niet" te spelen. Plotseling klonken er zes schoten. De NSB'er Ploeg lag dood voor het huis van Korteweg. Anton kende Ploegs zoon, Fake, die bij hem in de klas zat. Meneer Korteweg en Karin legden Ploeg voor Antons huis neer. Peter ging naar buiten om Ploeg te verleggen, al waren Anton en zijn moeder het daar niet mee eens. Toen de Duitsers er aan kwamen, vluchtte hij met het pistool van Ploeg naar Korteweg. De Duitsers onderzochten het huis van de familie Steenwijk en staken het daarna in brand. Anton werd in Heemstede in een cel gestopt bij een gewond meisje dat hem troostte en met hem praatte over donker en licht. Na enkele uren werd Anton teruggebracht naar Haarlem, en vandaar ging hij met een konvooi naar Amsterdam. Tijdens de reis stierf een officier bij een luchtaanval. In Amsterdam kwam oom Peter Anton afhalen van het Wehrmachtsheim.



Tweede episode, 1952 (blz. 77-106; vier hoofdstukken):

Na de bevrijding bleek dat Antons ouders en Peter diezelfde avond van de aanslag doodgeschoten waren. Anton bleef graag bij zijn oom en tante wonen. Aan de aanslag dacht hij niet vaak, hij had de aanslag diep in zichzelf (hermetisch) afgesloten. Na het gymnasium ging Anton medicijnen studeren. In 1952 werd hij uitgenodigd voor een feestje in Haarlem. Er werd over Korea gepraat. Anton ging naar de kade; waar hun huis had gestaan groeide nu veel onkruid. Mevrouw Beumer zag hem en riep hem binnen. Ze vertelde dat de Kortewegs kort na de bevrijding verhuisd waren. Ze wist kennelijk niet dat Ploeg eerst voor het huis van Korteweg had gelegen. Anton had het nog nooit aan iemand verteld. Aan het eind van de kade was een monument opgericht, waarop ook de namen van Antons ouders stonden. Anton wilde nooit meer in Haarlem terugkomen. Voor het eerst voelde hij iets van angst.



Derde episode, 1956 (blz. 109-130; drie hoofdstukken):

Na zijn kandidaatsexamen ging Anton op kamers wonen. Hij specialiseerde zich in anesthesie. Hij las veel, behalve over de oorlog. Voor politiek interesseerde hij zich niet. Toen in 1956 razende meutes alles wat met communisme te maken had vernielden naar aanleiding van de Russische aanval in Hongarije, kwam Anton, voor zijn deur bekneld geraakt tussen de mensen, Fake Ploeg tegen, die een (grijze) kei in zijn hand hield. Anton nodigde Fake uit om binnen te komen. Fake verdedigde zijn vader hartstochtelijk. De dood van zijn vader en van Antons ouders was de schuld van de communisten. Anton probeerde hem ervan te overtuigen dat zijn vader fout was geweest, maar dat hij daarom toch wel van hem kon houden. Kwaad gooide Fake de kei tegen Antons spiegel. Ondertussen ontplofte de kachel ook nog. Fake rende weg, maar hij kwam terug om te zeggen dat hij nooit zou vergeten dat Anton hem op school een keer geholpen had. (Fake was toen in uniform; de onderwijzer wilde daarom geen les geven en hield iedereen buiten de klas, maar Anton glipte onder zijn arm door en brak het verzet.)



Vierde episode, 1966 (blz. 133-203; vijf hoofdstukken):

Anton deed artsexamen en kreeg een assistentschap in de anesthesie. In 1961 trouwde hij met Saskia de Graaff, die hij in Londen ontmoet had, en op wie hij meteen bij het zien van de blik in haar ogen verliefd werd. In 1962 werd hun dochtertje Sandra geboren. In 1966 was de begrafenis van een oud-verzetsstrijder, een vriend van Saskia's vader die in de oorlog een functie had gehad in een overkoepelend orgaan van verzetorganisaties. Na de begrafenis werd er door de oud-verzetsstrijders nog wat nagepraat. Opeens hoorde Anton iemand vertellen over schoten. Het was Takes, de man die Ploeg doodgeschoten had. Takes had liever gewild dat de aanslag niet gepleegd was. Niet omdat Antons ouders vermoord waren, want dat was niet te voorzien. Bovendien hadden de moffen dat gedaan, niet de verzetsstrijders. Maar Takes had de aanslag samen met zijn

vriendin gepleegd, die gewond gevangen was genomen en later in de duinen was geëxecuteerd. Anton begon te huilen. Het moest het meisje in de cel zijn geweest. Nu pas stierf zij voor hem. Onbewust had hij haar zijn hele leven gezocht. Later op de avond ontdekte hij dat Saskia beantwoordde aan het beeld dat hij zich van het meisje in de cel gevormd had. De volgende dag ging hij naar Takes toe. Hij zag de foto van het meisje, Truus Coster: ze had dezelfde blik in haar ogen als Saskia. Takes wilde weten wat Truus gezegd had in de cel, maar Anton kon het zich niet herinneren. Takes had van Truus gehouden, maar hij had twee kinderen en een vrouw, van wie hij inmiddels was gescheiden. Takes dronk veel. Hij maakte zich kwaad over de vrijlating van Willy Lages, vroeger hoofd van de SD of Gestapo in Nederland. Een vriend van Takes uit het verzet pleegde daarom zelfmoord.



Laatste episode, 1981 (blz. 207-254; vier hoofdstukken):

Anton was gescheiden van Saskia en hertrouwd met Liesbeth. Hij kocht huizen in Toscane en Gelderland. Rond zijn veertigste belandde Anton in een crisis ,hij leed immers aan migraine, die in Italië tot een uitbarsting kwam. Toen Sandra zestien jaar was, ging Anton met haar naar Haarlem en naar de plaats waar Truus geëxecuteerd was. Hij herinnerde zich opeens dat Truus gezegd had dat ze van Takes hield maar hij had Takes nooit meer gezien, alleen een keer op tv. Daarentegen zag hij steeds vaker bestelwagens met daarop "Fake Ploeg Sanitair B.V." In november 1981 kreeg Anton erge kiespijn. Hij belde de tandarts die hem alleen wilde helpen als hij mee zou lopen in de vredesdemonstratie. Tegen zijn wil deed Anton dat; zijn zoontje Peter uit zijn tweede huwelijk ging mee. De demonstratie viel mee, Anton voelde zich verbonden met de mensen. Opeens kwam hij Karin Korteweg tegen, Ze vertelde dat zij en haar vader kort na de bevrijding naar Nieuw-Zeeland geëmigreerd waren. Daar had haar vader in 1948 zelfmoord gepleegd. Hij was altijd bang geweest dat Anton wraak zou nemen. Hij had het lichaam van Ploeg verlegd om zijn hagedissen te sparen. Nadat Antons ouders doodgeschoten waren, had hij zijn hagedissen doodgetrapt. Hij had het lijk niet voor het huis van de familie Aarts gelegd, omdat zij joden verborgen hielden. Verward nam Anton afscheid van haar. "Was iedereen schuldig en onschuldig?" Maar Anton had zichzelf weer snel in de hand, het was of al die duizenden mensen hem hielpen. Met Peter aan zijn hand liep hij verder. Hij was een van de laatste die de oorlog nog meegemaakt hadden.





3) ANALYSE:



Structuur:

Het boek heeft een duidelijke structuur. Het is eerst onderverdeeld in episodes, dit is gedaan naar verschillende tijden. Daarna zijn die episodes ook weer onderverdeeld in hoofdstukjes. Hij heeft er waarschijnlijk voor gekozen om die episodes onder te verdelen in hoofdstukjes, doordat de tijdsverschillen soms toch iets te groot zijn om het gewoon een opeenvolgende tekst te laten.



Verhaalfiguren:

De hoofdpersoon van het boek is Anton Steenwijk. In het begin van het boek is hij 12 jaar, aan het einde 48 of 49 jaar. Volgens de opmerkingen van anderen verandert hij in de loop van de jaren nauwelijks. Hij was een lange, slanke man met sluik, donker haar, donkere wenkbrauwen en een gave huid in de tint van noten. Hij hield meestal zijn hoofd een beetje schuin en gooide vaak zijn haar met een korte beweging naar achteren, wat iets sympathieks had. Hij liep een beetje sloffend. Anton leek op zijn vader die griffier was bij de arrondissementsbank. Tijdens de oorlog gaf hij zijn andere zoon Peter Griekse les, in naam van de "humanitas". Tijdens de aanslag bleef hij gebogen, als een schim aan tafel zitten zonder iets te kunnen doen. In tegenstelling tot Anton en zijn vader waren moeder en broer Peter blond en hadden blauwe ogen. Er valt niet veel over hen te zeggen; evenmin over de oom en tante die Anton in huis nemen.

Anton wilde de aanslag vergeten. Al tijdens de ramp had hij af en toe het gevoel er niet echt bij te zijn. Hij was ook te jong om het allemaal te bevatten. Dat hij voor het eerst in een auto zat, leek hij op dat moment belangrijker te vinden dan dat hij zijn ouders niet meer zag. Na de bevrijding, toen het bericht kwam dat zijn ouders en broer doodgeschoten waren, wilde Anton de gebeurtenissen diep in zichzelf sluiten.

Maar ook al wil Anton de aanslag vergeten, deze gebeurtenis blijft de hele tijd in hem doorwerken. En hoe sterk, blijkt als hij beseft dat hij met Saskia is getrouwd omdat zij lijkt op de voorstelling die hij heeft gemaakt van Truus Coster.

Saskia ,zijn eerste vrouw, was stewardess en haar vader, De Graaff, was ambassadeur in Athene. In de oorlog had hij een vooraanstaande positie binnen het verzet bekleed. Hij sprak niet vaak over de oorlog.

Mevrouw de Graaff werd vergeleken met koningin Wilhelmina en met een generaal. Anton hertrouwde met Liesbeth, wiens vader in Indonesië in Japanse gevangenschap had gezeten en daar ook nooit over sprak.

Van Saskia kreeg Anton een dochter, Sandra en van Liesbeth een zoon, Peter. De meeste personen krijgen weinig diepgang in het boek. Dit is niet het geval met Cor Takes(zijn schuilnaam was Gijs), de man die samen met Truus Coster de aanslag op Ploeg had gepleegd. Takes had sombere donkerbruine ogen (waarvan het linker anders was dan het rechter). Daardoor bezat hij een doordringende blik waartegen Anton geen verweer had. Toch vond Anton Takes sympathiek, hij had zich nog nooit zo met een ander verbonden gevoeld. Voor Takes was het nog steeds oorlog, hij kon er niet los van komen. Takes sprak met Anton over de oorlog, niet om zijn daad goed te praten (hij zou nu weer een fascist kunnen doden), maar omdat hij aan niks anders meer kon denken. Hij was verliefd op Truus, al had hij een vrouw en kinderen. Hij wilde van Anton weten wat Truus in de cel gezegd had, maar die kon het zich toen niet meer herinneren. Wij als lezer weten dat Truus ook van Takes hield.

Truus Coster was een 'filosofe met een pistool'. Als het over de moraal ging, zat ze op haar praatstoel. Ze had dik, weerbarstig, roosig haar. Ze is niet ouder dan 24 jaar geworden: in april 1945 is ze in de duinen geëxecuteerd. Haar geboorte- en sterfdatum zijn precies gelijk aan die van de communistische verzetsstrijdster Hannie Schaft ('het meisje met het rode haar'). Er komen meer figuren voor in de roman die in verband kunnen worden gebracht met reële personen.

Fake Ploeg was de zoon van de NSB'er Ploeg. In 1956 blijkt hij een felle anticommunist te zijn. Hij verdedigt zijn vader hartstochtelijk.

Meneer Korteweg was zeeman geweest. Hij had veel reptielen, die voor hem heel belangrijk waren. Daarom had hij het lichaam van Ploeg verlegd. Later trapte hij ze dood, omdat door zijn toedoen Antons ouders en broer vermoord waren. Uit angst dat Anton wraak zou nemen, emigreerde hij naar Nieuw-Zeeland. Daar pleegde hij in 1948 zelfmoord. Karin was verpleegster. komt Anton tegen in een demonstratiel. Verteld de waarheid over de aanslag. Lijk mocht niet voor het huis met de ondergedoken joden liggen en werd daarom versleept naar het huis van Van Steenwijk. Zij is nooit getrouwd.



Tijd:

De periode waarin het verhaal zich afspeelt is achtereenvolgens: 1945, 1952, 1956, 1966 en 1981. De vertelde tijd is bijna 37 jaar. De verteltijd is 254 bladzijden. Het verhaal wordt chronologisch verteld, maar er zijn af en toe wel verwijzingen naar Vroegere of latere gebeurtenissen. Je kan je verplaatsen in Anton, en zo ga je het belangrijkste deel van zijn leven door. Uit de genoemde periodes worden telkens maar één of twee dagen in detail beschreven. We zien dan ook veel tijdverdichting. In elk eerste hoofdstuk van een episode wordt de tijd tussen de vorige en de nieuwe episode samengevat.



Ruimte:

De aanslag, de belangrijkste gebeurtenis uit de roman, wordt gepleegd in Haarlem. De kade in Haarlem, waaraan Anton woonde, wordt in de proloog uitvoerig beschreven. In 1952 gaat Anton voor het eerst na de aanslag terug naar Haarlem. Anton voelt overeenkomst tussen hemzelf en de stad: "Wat hij zag, was geen stad als zoveel andere op aarde: zij verschilde er van zoals hij van andere mensen" (blz. 82). Anton wil nooit meer terug naar Haarlem, niet meer herinnerd worden aan de aanslag. Later gaat hij er echter nog een keer met Sandra naar toe. Na de aanslag woonde Anton bij zijn oom en tante aan de Apollolaan in Amsterdam. Apollo is de god van het licht. Dit staat in tegenstelling tot de duistere gebeurtenis in Haarlem. Toen Anton in 1953 op kamers ging wonen, "verdween dat Haarlem van januari 1945 nog ver achter de horizon" (blz. 109). In 1969 kocht Anton een huis in Toscane, waar hij de vakanties doorbracht. Hij kwam er erg graag, wilde zich er later zelfs permanent vestigen. Hij genoot vaak van het uitzicht op het landschap dat in ieder geval ver verwijderd was van Haarlem, 1945. Toch maakt Anton juist in Toscane een crisis door. Daarna hadden het huis en het uitzicht hun volmaaktheid verloren, "zoals een mooi gezicht ontsierd wordt door een litteken"(blz. 214). De donkere cel, waar Anton praatte met het meisje, was heel belangrijk voor hem. Het symboliseert de duisternis en het isolement waarin Anton na de aanslag verkeerde. In die donkere cel was één lichtpuntje, de vingertoppen van het meisje over Antons gezicht. Naar dat licht is Anton zijn hele leven op zoek. Verder verdient het huis van Takes vermelding. Het souterrain leek op een ondergronds hoofdkwartier. Voor Takes was het nog steeds oorlog.



Perspectief:

Er is een auctoriale vertelinstantie of vertelperspectief, die het verhaal over Anton vertelt. Vooral in de proloog en op de laatste bladzijde van de roman zien we hem duidelijk aan het woord. Hij maakt algemene opmerkingen, bijvoorbeeld (op blz. 20) over de namen Anton en Adolf. Hij geeft af en toe uitleg, zoals over het liedje dat Anton zong (blz. 21). De vertelinstantie weet wat er later gebeurde(o.a. op blz. 60) als Anton van de Duitsers brood met beleg krijgt. Hij maakt af en toe opmerkingen tussen haakjes(bijvoorbeeld op blz. 71). De auctoriale vertelinstantie weet meer dan Anton (zie blz. 65). Vooral bij de eerste episode is dat belangrijk omdat de 12-jarige Anton nog te jong is om alles te begrijpen. We zien later, vooral bij de gesprekken tussen Anton en Takes, dat Anton veel uit 1945 vergeten is, voornamelijk het gesprek met het meisje in de cel. Een vertellerstruc zien we (op blz. 53) als Truus een heel verhaal tegen Anton afsteekt, waarvan hij weinig begrijpt. Maar het is de bedoeling dat de woorden wel door iemand begrepen worden, namelijk door de lezer: "Opeens begon zij te vertellen, alsof er nog een derde in de cel was tegen wie zij sprak".





3) INTERPRETATIE:



Titelverklaring:

De titel is 'de Aanslag'. Met de Aanslag wordt natuurlijk de moord op Fake Ploeg bedoeld, die van belang was voor het hele verhaal. In verband met het thema wordt het wat moeilijker, omdat er niet echt een verband bestaat. Door die aanslag kwam het toeval. Dat is het enige wat ik als verband kan bedenken.



Mottouitleg:

Het motto is verwoord in dit citaat :"Overal was het al dag, maar hier was het nacht ,neen ,meer dan nacht" (C.Plinius Caecilius Secundus , Epistulae , VI , 16) In dit motto wordt de tegenstelling duidelijk gemaakt tussen dag en nacht, en licht en duisternis. Dit speelt een belangrijke rol in de roman. Plinius had het in 79 overigens over de uitbarsting van de Vesuvius. Hij schreef dit motto in een brief aan Tacitus. In dit verband gaat het om de vergelijking tussen de bedolving van pompei en de aanslag: allebei had het rampzalige gevolgen.



Motieven:

Je kan het 'toeval' een algemeen motief noemen. Dat komt een beetje overheen met het verhaalmotief, de dobbelsteen. Als je met een dobbelsteen zes wilt gooien moet je geluk hebben.

Nog een algemeen motief vind ik de gebeurtenis in het verleden. Daarmee bedoel ik de moord op Fake Ploeg die veel veranderingen teweeg bracht. Die gebeurtenis zette eigenlijk alle handelingen in gang die in het boek werden beschreven. En een algemeen motief dat je bijna niet kan vergeten is de oorlog. Ik heb al een verhaalmotief aangegeven. Nog een tweede verhaalmotief is de schuldvraag: schuldig zijn: vader Korteweg/ hagedissen( zonder hagedissen en Joden was het lijk niet versleept.



Thema:

Een thema is het lot, als Ploeg ergens anders was neergeschoten was dit niet met Anton gebeurd maar met iemand anders. Een ander thema is vuur, want er is vuur als zijn huis in brand wordt gestoken, vuur als het Engelse vliegtuig het konvooi aanvalt, een beetje vuur als zijn kachel ontploft enz. Een ander thema is de goede en verkeerde haat, want Anton's "haat" voor de Duitsers is gegrond, maar Fake Ploeg jr.'s haat tegen de communisten is op de verkeerde feiten gebaseerd. Weer een ander motief is het opsporen van de verborgen achtergronden, want al doet Anton dit niet bewust, toch is hij onbewust op zoek naar de antwoorden, hij kan alleen heel goed zijn geduld bewaren. Nog een ander thema is het vergeten van afschuwelijke gebeurtenissen. Anton is niet voor niets een anesthesist geworden (specialist in het "vergeten"). Hij had trouwens min of meer mystieke vermoeden, dat een narcose de patient niet zo zeer gevoelloos maakte, maar dat de chemicalien uitsluitend bewerkstelligden, dat hij zijn pijn niet kon uiten, en verder, dat zij acheraf de herinnering aan de doorstane pijn wegnamen. Terwijl de patient er toch door veranderd was.





4) AUTEUR:

Achternaam: Mulisch

Voornaam: Harry

Doopnamen: Harry Kurt Victor

Geboren: 29-07-1927

Te: Haarlem

Werk:



Poëzie:

- Woorden, woorden, woorden (1973)

- De vogels: Drie balladen (1974)

- Tegenlicht (1975)

- Kind en kraai (bibliofiele uitgave) (1975)

- De wijn is drinkbaar dank zij het glas (1976)

- Wat poëzie is: een leerdicht (1978)

- De taal is een ei (1979)

- Opus Gran (met tekeningen van Jeroen Henneman) (1982)

- Egyptisch (1983)

- De gedichten 1947-1983 (1987)



Proza:

- Archibald Strohalm (1952)

- Tussen hamer en aambeeld (1952)

- Chantage op het leven (verhalen) (1953)

- De diamant. Een voorbeeldige geschiedenis (1954)

- De sprong der paarden en de zoete zee (1955)

- Het mirakel. Episodes van troost en liederlijkheid uit het leven van de heer Tienoppen (1955)

- Het zwarte licht: kleine roman (1956)

- De versierde mens (verhalen) (1957)

- Het stenen bruidsbed (1959)

- Paralipomena Orphica (verhalen) (1970)

- De verteller (1970)

- Twee vrouwen (1975)

- De grens (bibliofiele uitgave) (1976)

- Vergrote raadsels (aforismen verzameld door Gerd de Ley) (1976)

- Oude lucht (verhalen) (1977)

- Verzamelde verhalen 1947-1977 (1977)

- De verteller, tweede editie (1978)

- De verhalen 1947-1977 (1981)

- De aanslag (1982)

- De gezochte spiegel (verhalen) (1983)

- Hoogste tijd (1985)

- De pupil (1987)

- De elementen (1988)

- Het licht (1988)

- het beeld en de klok (1989)

- Voorval (1989)

- De zuilen van Hercules (1990)

- De ontdekking van de hemel (1992)

- Een sprookjesgeschiedenis (1993)

- Twee opgravingen (1994)

- De oer-aanslag (1995)

- Vijf fabels (verhalen) (1995)

- De procedure (1998)



Toneel:

- Tanchelijn, kroniek van een ketter (1960)

- Reconstructie (opera) (met L. Andriessen, H. Claus, R. de Leeuw, M. Mengelberg, P. Schat en J. van Vlijmen) (1969)

- Oidipous, Oidipous. Naar Sofokles (1972)

- Bezoekuur (1974)

- Volk en vaderliefde, een koningskomedie (1975)

- Axel (libretto) (1977)

- Theater 1960-1977 (1988)



Essays:

- Manifesten (1958)

- Voer voor psychologen (1961)

- Wenken voor de Bescherming van uw gezin en uzelf, tijdens de Jongste Dag (1961)

- De zaak 40/61. Een reportage (1962)

- Geen combinatie (1964)

- Bericht aan de rattenkoning (1966)

- Werken voor de jongste dag (1967)

- Het woord bij de daad: Getuigenissen van de revolutie op Cuba (1968)

- De voorspelling van het heden (1969)

- Over de affaire Padilla. Nawoord bij 'Het woord bij de daad' (1971)

- De toekomst van gisteren; protocol van een schrijverij (1972)

- Het seksuele bolwerk (1973)

- Mijn getijdenboek (1975)

- Het ironische van de ironie (1976)

- De verteller, tweede editie (1978)

- Paniek der onschuld (1979)

- De compositie van de wereld (1980)

- De mythische formule (samengesteld door Marita Mathijsen) (1981)

- Wij uiten wat wij voelen, niet wat past (1984)

- Huizinga-lezing 1984 (1985)

- Aan het woord (1986)

- Grondslagen van de mythologie van het schrijverschap (1987)

- Oedipus als Freud (1988)

- Op de drempel van de geschiedenis (rede) (1992)

- Bij gelegenheid (bundel teksten) (1995)



Tijdschriften:

- In 1937 stuurt hij een verhaal op naar het kinderweekblad 'Doe Mee'. Hij krijgt het met een vriendelijk briefje teruggestuurd. In 1965 wordt het alsnog gepubliceerd in 'Barbarber'.

- Harry Mulisch debuteert met het verhaal 'De Kamer' in 'Elseviers Weekblad' op 08-02-1947.

- Harry Mulisch publiceerde vlak na de oorlog enkele verhalen in 'Heemsteeds Leven'.

- Vanaf 1958 is hij redacteur van 'Podium'.

- In 1962 richt hij het tijdschrift 'Randstad' op, samen met Hugo Claus, Ivo Michiels en Simon Vinkenoog.

- Vanaf 1965 is hij redacteur van 'De Gids'.



Boeken over Harry Mulisch:

- Een interview met Harry Mulisch in: José de Ceulaer, 'Te gast bij Nederlandse auteurs' (1966)

- R.A. Cornets de Groot heeft diverse essays aan Mulisch gewijd, o.a. in zijn boeken 'De Zevensprong' (1967) en 'Contraterrein (1971).

- F.C. de Rover, 'Over De aanslag van Harry Mulisch' (1985)



Diversen:

- 'Twee vrouwen' werd in 1978 verfilmd door George Sluizer.

- 'De aanslag' werd in 1986 verfilmd door Fons Rademakers. De film won een Oscar en een Golden Globe.

- 'Hoogste tijd' werd in 1994 verfilmd door Frans Weisz.

- In de 'top-100' van boeken die scholieren in 1997 op hun lijst zetten staat 'De aanslag' op nummer 2. Op 30% van de lijsten komt het boek voor!

- 'Twee vrouwen' staat op nummer 13. Dit boek komt op 12% van de lijsten voor.

- 'De ontdekking van de hemel' staat op nummer 47 en komt op 3% van de lijsten voor.

- 'De elementen' staat op nummer 96 en komt op 2% van de lijsten voor.

- Jeroen Krabbe gaat 'De ontdekking van de hemel' verfilmen. Het wordt een internationale, engelstalige productie.

- Op het Nederlands Filmfestival 1999 wed een top-twintig van de 'Nederlandse film van de eeuw' gepresenteerd. 'De aanslag' eindigde op de zevende plaats.



Literaire prijzen:

- Reina Prinsen Geerligsprijs 1951 voor 'Archibald Strohalm'.

- Bijenkorf-literatuurprijs 1957 voor 'Het zwarte licht'.

- Anne Frank-prijs1957 voor 'De versierde mens'.

- Visser Neerlandia-prijs 1961 voor 'Tanchelijn'.

- Athos-prijs 1961 voor 'de meeste uitgeleende auteur'.

- Vijverberg-prijs 1963 voor 'De zaak 40/61'.

- Constantijn Huygens-prijs 1977 voor zijn gehele oeuvre.

- Cestoda-prijs 1977 voor de moeiteloze beoefening van de Nederlandse taal in al haar genres.

- P.C. Hooftprijs 1977 voor proza voor zijn gehele oeuvre.

- Multatuliprijs 1993

- Mekkaprijs voor literaire kritiek

- Prijs der Nederlandse Letteren 1995

- Libris Literatuur Prijs 1999 voor 'De procedure'.

- Prix Jean Monnet de Littérature Européenne 1999 voor 'De ontdekking van de hemel'.



Opmerkingen:

- Harry Mulisch wordt op 29 juli 1927 geboren in Haarlem (Westerhoutpark 16) uit niet-Nederlandse ouders. Zijn moeder (Alice Schwarz - 16-03-1908) was een 19-jarige bankiersdochter uit België (Antwerpen).

- Zijn vader (Karl Victor Kurt Mulisch - 10-07-1892), een voormalig legerofficier (in de Eerste Wereldoorlog, Russische, Italiaanse én Westelijke front), was afkomstig uit wat toen de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije heette (Nu Tsjechië). Na de eerste wereldoorlog kwam hij in Nederland werken, bij een bank, op de afdeling Duitse handelskorrespondentie.

- In het gezin wordt Duits gesproken, maar Harry krijgt een Nederlandse opvoeding.

- Na de scheiding van zijn ouders in 1937 blijft Harry bij zijn vader wonen en hij wordt opgevoed door een uit Polen afkomstige, Duitssprekende huishoudster Frieda. Zijn moeder vertrekt in 1951 naar Amerika en neemt ook de Amerikaanse nationaliteit aan.

- in 1938 verhuizen ze naar spaarnzichtlaan 23 in Heemstede.

- Harry Mulisch volgde de HBS. Mede door de oorlog, maar ook door zijn eigen houding, maakt hij de school niet af. Hij zegt hierover in 'Mijn getijdenboek' (blz. 58) 'Het enige examen dat ik in mijn leven ooit heb afgelegd, was dat van de Vereniging voor Veilig Verkeer Haarlem en Omstreken.'

- In de Tweede Wereldoorlog collaboreerde zijn vader. Hij werd mededirecteur van een bankiershuis dat opgeëist Joods kapitaal beheerde. Hierdoor kon hij zijn gezin beschermen (Harry's moeder was joods).

- In 1941 verhuizen ze naar Anna van Burenlaan 47 in Haarlem. Harry Mulisch woont hier tot 1955.

- In 1946 werd hij voor militaire dienst afgekeurd.

- In 1947 (8 februari) publiceert Mulisch zijn eerste verhaal ' De Kamer' in 'Elseviers Weekblad'.

- In 1948 had hij enkele weken een (administratieve) baan bij 'Pro Senectute'. Dit zal achteraf het enige baantje in zijn leven blijken te zijn.

- Vanaf 1949 wijdt hij zich helemaal aan het schrijven. Om in zijn levensonderhoud te voorzien verkoopt hij stukje bij beetje de inboedel van zijn huis. Zijn vader zit de eerste tijd na de oorlog in de gevangenis wegens collaboratie.

- Pas als in 1951 het manuscript van een nog niet gepubliceerde roman bekroond wordt met de Reina Prinsen Geerligsprijs, toont een uitgeverij belangstelling.

- Als prozaschrijver debuteert hij in 1952 met Archibald Strohalm.

- In 1958 gaat Harry Mulisch in Amsterdam wonen op Leidsekade 103.

- In de zestiger jaren brengt hij twee keer een bezoek aan Cuba. In het algemeen voelt hij zich verwant met groepen die uiting geven aan hun maatschappelijke onvrede.

- Harry Mulisch trouwt in 1971 en krijgt twee dochters, Anna en Frieda.

- In zijn werk gebruikt hij vaak magische en mythische elementen. Hij probeert aan te geven welke (mythische) systemen achter het handelen van de mens schuilen. Ook het raadsel van 'de tijd' is een terugkerend element, net als dood en oorlog.

- Op zijn vijftigste verjaardag werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Op zijn zeventigste verjaardag tot Commandeur in de orde van de Nederlandse Leeuw.

- De engelen in 'De ontdekking van de hemel' zijn de alter ego's van Harry Mulisch en zijn vriend 'Jan Hein Donner'.

- Harry Mulisch gaat het boekenweekgeschenk voor 2000 schrijven.

- Harry Mulisch wordt gezien als één van de belangrijkste naoorlogse auteurs.





5) EIGEN MENING:



Ik moest het boek lezen en heb het daarom gelezen, maar anders was het er ook wel van gekomen, want een aantal vrienden van mij hebben het boek ook gelezen en vonden het een goed boek. En na het gelezen te hebben ben ik het met ze eens, dat het een goed boek is. Ik vind het een van de beste boeken dat ik gelezen heb. Ik herken wel een situatie, want over de aanslag krijgt hij eerst een gedeelte te horen(wat in principe het belangrijkste is) en daarna pas de rest en dat heb ik ook vaak dat ik pas achteraf het belangrijkste te horen krijg. Ik kon mijzelf redelijk goed inleven in Anton, want ik zou denk ik wel het zelfde doen als ik in zijn schoenen zou staan. Ik vond het een zeer goed boek, omdat het heel duidelijk en heel spannend was. Maar ik vond het niet allemaal even geloofwaardig, want dat het lijk was weg gehaald, omdat Korteweg bang was van Hagedissen en ze met moeite heeft opgevoed lijkt me heel onwaarschijnlijk. Nu ik dit boek heb gelezen ben ik er wel over na gaan denken(en dat heb ik er eigenlijk nog niet eerder over gedaan), en zeker nu ik net aangereden ben, want is het lot wel echt het lot, dus dat alles al van te voren afstaat, of dat je het zelf allemaal bepaalt. Na enige tijd ben ik tot de conclusie gekomen dat ik denk dat het lot door jezelf wordt bepaald, want ik vind het een raar idee dat alles al vaststaat wat je doet. Want anders kan je (eigenlijk) niet over je eigen leven beschikken. Dan is je leven een soort poppenkast. Dat voelt zo onwaarschijnlijk, maar misschien is het toch zo al denk ik van niet.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen