U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Jan Terlouw - Eigen Rechter.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/20970/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 6565 woorden.
















Titel ; Eigen Rechter



Auteur; Jan Terlouw



Genre ; Jeugdboek



Thema; Misdaad en verraad



Omslag; Roelof van der Schans



Uitgever; Lemniscaat b.v. Rotterdam



Uitgave; 1998



Bladzijden; 245









verslag gemaakt in januari 2002



























Inleiding:









Dit boek heb ik gekozen omdat ik het verhaaltje op de achterkant van het boek wel leuk vond. Daar staat als eerste zin: “ Wat gaat er door je heen als je hoort dat je vader wordt vrijgesproken van oplichting wegens gebrek aan bewijs, maar je er vervolgens achter komt dat hij het wel gedaan heeft?”



Door de kaft en de titel begrijp je wel meteen dat het iets met Recht te maken heeft.

Er zit geen kaartje voorin het boek. Het is een vrij nieuw boek en ik kreeg een soort kassabon toen ik het leende bij de bibliotheek. Op dit bonnetje staat de vestiging van de bibliotheek, de nummers van de streepjescode op het boek, de schrijver, de titel, mijn naam en de datum waarop het boek terug moet zijn in de bibliotheek ( 05-02-2002).





Op de kaft zie je als achtergrond een hand die iets vast heeft. En een jongen met een blinddoek en een weegschaal. Dit verwijst naar Vrouwe Justitia (heb ik gehoord).

De kaft ziet er niet echt kleurig uit en ik zou het niet gauw uit het rek pakken als ik niet op zoek was naar een boek van Jan Terlouw.







































































Mijn Persoonlijke mening:



























Ik vond het een leuk en beetje spannend boek. Het verhaal is leuk verzonnen en zou ook echt gebeurd kunnen zijn. De dingen die in het boek voorkomen zouden in deze tijd ook voor kunnen komen. Bijvoorbeeld; de zus van Justus studeert rechten in leiden en zij wil advocaat worden. En Klaas van Wakkeren is de baas van de autosloperij en die heb je nu ook en ook een illegale vluchteling.



Het verhaal is boeiend geschreven want na het eerste hoofdstuk wilde ik wel weten hoe het verder ging. Er stonden een paar moeilijke woorden in maar als je goed las wist je wel wat het ongeveer betekende. Het was goed geschreven in gewoon moderne taal en niet zo kinderachtig en er stonden geen plaatjes in. Het verhaal was afwisselend en alleen het stukje toen Justus wist wat zijn vader had gedaan en voor hij wegging vond ik een beetje saai. De rest niet.



Ik denk dat ik nu nog wel een boek van Jan Terlouw zal lezen.





















































Samenvatting van het boek; Eigen Rechter





De belangrijkste gebeurtenissen:



De vader van Justus Verdaasdonk wordt vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. Hij was beschuldigd van fraude. Van zijn vriend Stijn en de vriendin van Stijn hoort hij dat er in de Stoutendammer stond dat hij was vrijgesproken door een vormfout.



Als zijn ouders voor een paar dagen naar Terschelling zijn en Justus alleen thuis is wordt er ingebroken. Justus slaat de inbreker met een honkbalknuppel op zijn knie en belt daarna het alarmnummer. De volgende dag moet hij naar het politiebureau om een verklaring te geven. Hij heeft een afspraak met inspecteur Holtrigter, maar hij wordt verhoort door rechercheur Wachtmans. Zijn ouders komen die middag weer thuis en het blijkt dat de inbreker een kennis is van zijn vader. De vader van Justus gaat de inbreker meneer Slijkhuis bezoeken in het ziekenhuis en als hij terug komt vertelt hij niet alles aan Justus en Justus vertrouwt het niet. Justus gaat zelf op bezoek bij meneer Slijkhuis. Meneer Slijkhuis vertelt Justus dat zijn vader hem zijn Saab wilde verkopen en dat hij niet genoeg geld had maar dat hij een brief had gestuurd waarin de plannen voor de Ooster Eng stonden en dat hij de auto toen goedkoper kon kopen. De vader van Justus liet iemand anders voor zijn rekening grond kopen en later liet hij het verkopen en had er héél veel geld aan verdiend. De vader van Justus zei tegen meneer Slijkhuis dat hij de brief terug kon krijgen, maar later zei hij dat hij hem niet kon vinden en vroeg of meneer Slijkhuis nog een aardige tip voor hem had. Meneer Slijkhuis had gezien dat de vader van Justus de sleutel aan de boom hing en ging met die sleutel naar binnen om de brief te zoeken.



Toen Justus erachter was gekomen dat zijn vader wel schuldig was wilde zijn vader hem een brommer geven maar hij wilde die niet en is van huis weggegaan.









Hij had 30 gulden bij zich en nog ongeveer 120 gulden op de bank. Hij was met zijn fiets en een tent weggegaan en had op school laten weten dat hij dat jaar niet meer zou komen.



Later redde hij de auto van meneer van Wakkeren, die bijna in het water reed en toen kreeg hij een baantje bij de autosloperij van meneer van Wakkeren. Daar leerde hij Bashir kennen, dat was een Somaliër die daar werkte en hem hielp want hij had niet veel verstand van auto’s. Bashir woonde bij mevrouw de Wilde en in het huis daarnaast kwam een kamer vrij, waar Justus kon gaan wonen. Bashir vertelde dat hij illegaal was. Justus liet zijn moeder de kunstwerken van Bashir zien en zij nam ze mee naar Frank Lagerweij en nog een kunstenaar die een brief schreven dat ze vonden dat de lasconstructies een artistieke waarde hadden en dat ze wilden dat de kunstenaar een kans kreeg zich in Nederland verder te ontwikkelen. Op een dag kwam de politie bij de autosloperij en zij namen Bashir mee. De baas van de sloperij was boos en ontsloeg Justus omdat hij voor hem ook geen premies had betaald en bang was voor een boete of gevangenisstraf. Justus ging naar zijn zus en zij kende iemand die iemand kende bij de IND de dienst die over vreemdelingen gaat.

Tien dagen later kwam Bashir naar Justus en zei dat hij een verblijfsvergunning had.



Justus was hard op zoek naar werk maar kon niets vinden. Hij ging naar zijn vriend Stijn en de vriendin van Stijn wist een baantje voor Justus; bezorger bij de apotheek van meneer Zeewald. Dat was tijdelijk omdat de bezorger een ongeluk had gehad. In de apotheek werkte Annette Nachtegaal en zij gaf Justus een paar keer een pakje medicijnen mee voor een oude man die Vreugdenhill heette. Annette kreeg een ongeluk en kwam in het ziekenhuis terecht. Een verpleegster belde om te zeggen dat Annette had gevraagd of Justus langs wou komen. In het ziekenhuis gaf zij hem een pakje voor meneer Vreugdenhill en ze vroeg aan Justus of hij meneer Vreugdenhill wilde vertellen dat zij in het ziekenhuis lag.



Twee dagen later kwam de politie en ze zeiden dat meneer Vreugdenhill dood was. De politie vond het vreemd dat Justus medicijnen had gebracht omdat dat niet bekend was in de apotheek. Later ging Justus naar Annette en hoorde dat het haar oom was. Ze had hem morfine gegeven tegen pijn, omdat hij nooit meer naar een dokter of ziekenhuis wilde. Ze had het gedaan uit liefde voor haar oom en zei tegen Justus dat hij het tegen de politie mocht zeggen. Annette werd ontslagen. De jongen van de apotheek kwam ook weer terug en Justus had geen baantje meer.



Na een paar dagen had het arbeidsbureau een baantje voor hem. Administratieve werkzaamheden in de ochtenden. Die dinsdag toen hij 17 werd moest hij er langs gaan. Hij ging werken voor een man die Kozijnse heette en die een stichting had die kleren en andere nuttige dingen inzamelde voor gebieden waar een ramp gebeurd was. Justus moest de goederen die gebracht werden registreren, ordenen en verzendklaar maken. Op een dag toen meneer Kozijnse zijn auto voor de deur had laten staan zag Justus een meisje dat een kras op de auto maakte. Hij vertelde het niet en meneer Kozijnse had het niet gezien toen hij in zijn auto stapte. Een paar dagen later zag Justus het meisje in de supermarkt en vroeg of ze het met een spijker of een haarspeld had gedaan. Het meisje liep toen snel de supermarkt uit. Een tijd later zag hij haar weer in de supermarkt en ze zei dat als hij wilde weten hoe ze het gedaan had dat hij dan buiten op haar moest wachten. Ze heette Noortje en vertelde dat ze een hekel had aan meneer Kozijnse. Justus schrijft Noortje een briefje waarin hij haar vraagt langs te komen en dat deed ze. Toen vertelde Noortje dat meneer Kozijnse haar vader gemeen had behandeld. Ze vertelde dat het huis waarin Justus nu werkte eerst hun huis was geweest. Ze hadden het al meer dan honderd jaar in hun familie. Kozijnse had het op een gemene manier gekregen. Haar vader verkocht stoelen en tafels voor kantines en cafés. Kozijnse had een winkel in lederwaren daarnaast. Kozijnse wilde de winkel van de vader van Noortje overnemen. Maar hij wilde dat niet. Kozijnse hoorde op een dag dat witte kunststofstoelen en tafels niet meer door mensen gekocht werden. Kozijnse belde een fabrikant van tuinstoelen en zorgde ervoor dat hij de kunststof meubels aan de vader van Noortje verkocht voor een goede prijs.

Maar niemand kocht die natuurlijk en toen ging de vader van Noortje hun huis verkopen om de schulden te betalen en Kozijnse verkocht zijn zaak en kocht het huis onder een andere naam.



Een paar dagen later kwam Justus weer bij Annette en zij vertelden dat ze bij meneer van de Molen in de schulden stonden en dat ze dat heel erg vonden en toen bedachten ze een plan.

Ze kochten een oude viool en knapten die helemaal op. Justus bracht die viool naar zolder. Toen Kozijnse later kwam zij Justus dat hij een plank miste uit de kast en dat hij er een van zolder ging halen. Hij kwam terug met de viool en Kozijnse zij dat hij hem mocht hebben. De moeder van Justus maakte een vals eigendomsbewijs en zetter er B.C.S. van der Molen op dat was de vader van Noortje.

Later zei Justus tegen meneer Kozijnse dat het een Stradivarius was en dat een kennis hem wilde spreken. En hij vertelde dat hij Noortje tegen was gekomen en dat zij had gezegd dat ze thuis nog een eigendomsbewijs hadden.

De man van Annette kwam bij meneer Kozijnse en zei dat de viool heel veel geld waard was. De volgende dag gingen Noortje en Stijn inbreken in het huis waar Justus werkte. Meneer Kozijnse had een echte taxateur laten komen en toen had Justus een noodplan bedacht. Stijn ging naar het station om de echte taxateur te ontvangen en zei dat hij Justus was. Hij nam de man mee naar het huis van Annette en haar man en zij deden net of ze mevrouw en meneer Kozijnse waren. Ondertussen had Justus Bashir meegenomen naar meneer Kozijnse en hij deed net of hij de echte taxateur was en zei dat het een hele waardevolle viool was. Toen Bashir naar buiten ging liep het nog bijna mis omdat Yvonne langs kwam en hem riep. Toen ging Bashir haar kussen en omhelzen en fluisterde dat ze net moest doen of ze zijn vrouw was en Richardson heette.



Op een vrijdag toen Justus niet naar avondschool moest ging hij met Noortje en Stijn naar de disco. Maar hij vond het niet leuk en toen gingen ze naar de ouders van Justus. Toen ze later weer weggingen en buiten wandelden zei Noortje tegen Justus dat ze vond dat hij weer gewoon tegen zijn vader moest doen. Zij vond dat hij niet naar het ene slechte van zijn vader moest kijken maar ook naar alle goede dingen en dat hij er met zijn vader over moest praten.



Meneer Kozijnse wilde de viool natuurlijk graag kopen voor 100.000 gulden maar meneer van der Molen wilde er meer voor hebben.

Toen schreef meneer Kozijnse een brief aan meneer van der Molen en daarin schreef hij dat hij het muziekinstrument wilde kopen voor het pand aan de Karpatenstraat 23, het oude huis van meneer van der Molen en zo had hij zijn huis weer terug.



Annette kreeg een schikking voor het verstrekken van morfine aan haar oom. Zij moest één gulden boete betalen, dat was eigenlijk een symbolische straf. Dat betekende wel dat ze een strafblad had. Later hadden ze daar nog met Yvonne over gesproken en ze vonden het verstandig om die gulden te betalen al zou ze dan een strafblad hebben.



Een week later kregen meneer en mevrouw van der Molen hun eigen pand weer terug. En zo woonde Noortje weer in haar oude huis.

Ze wilde dat Justus ook kwam maar hij was onvindbaar. De mevrouw van wie hij de kamer huurde zei dat ze hem al een paar dagen niet had gezien en ook zijn ouders wisten niet waar hij was. Later kreeg ze een briefje van hem waarin stond dat hij samen met Stijn een weekend was zeilen in Friesland. Hij schreef dat hij veel aan haar zou denken en snel terug zou komen.



Justus ging weer bij zijn ouders wonen en zijn vader vertelde dat hij de brief van meneer Slijkhuis aan hem had teruggegeven.

Toen Noortje en Justus op een avond buiten liepen kwamen ze meneer Kozijnse tegen. Hij was er natuurlijk achter gekomen dat de viool helemaal niet veel geld waard was.







Hij had erover gedacht om Justus terug te pakken maar dat niet gedaan uit waardering voor zijn slimheid. Hij vroeg of Justus na zijn school bij hem wilde komen werken en dat ze het samen ver konden brengen.

‘Dat denk ik niet’, zei Justus. “Hoezo niet”.

‘We gebruiken de mazen van de wet op een verschillende manier’.

‘Daar komen we uit’, zei Kozijnse.

‘Ik denk het niet’, zei Justus. Toen zei Kozijnse; “je gaat er nog wel anders over denken als je ouder bent”.

En Justus zei toen:”Ik hoop het niet”!!!



EINDE





















De hoofdpersoon en zijn probleem;



De hoofdpersoon is Justus Verdaasdonk. Justus is 16 jaar en zit in de vijfde klas van de HAVO. Hij heeft donker bijna zwart haar en bruine ogen. Hij lijkt op iemand waar je geen ruzie mee moet maken maar hij is juist vredelievend. Justus is altijd eerlijk en vind dat je alles volgens de wet moet doen. Als hij erachter komt dat zijn vader iets gedaan heeft wat niet mag, kan hij hem niet vergeven en is hij boos en teleurgesteld in zijn vader.



Is de hoofdpersoon veranderd?

De hoofdpersoon is wel veranderd. In het begin van het verhaal vind hij nog dat alles volgens de wet moet, maar later doet hij ook dingen die eigenlijk niet mogen volgens de wet. Hij vind nog wel dat de dingen die hij deed anders waren omdat hij het voor andere mensen deed en niet om er zelf beter of rijker van te worden. Hij is aan het eind van het boek een jaar ouder en wijzer geworden.

























De belangrijkste andere personen



Jan Hendrik Verdaasdonk; de vader van Justus. Hij is een actieve man die door iedereen aardig gevonden wordt. Eigenlijk is hij de tegenstander van Justus in dit boek.



Mevrouw Verdaasdonk; de moeder van Justus. Zij kan goed tekenen en begrijpt Justus wel maar vind dat hij zijn vader te streng beoordeeld.



Yvonne Verdaasdonk; de oudere zus van Justus. Zij studeert rechten in Leiden en wil advocaat worden. Zij helpt Justus overal mee en weet op veel dingen antwoord.



Boudewijn de Geus; is de advocaat van meneer Verdaasdonk.



Stijn; de vriend van Justus. Als hobby’s heeft hij meteorologie en gedichten schrijven. Hij helpt Justus ook altijd.



Meneer Slijkhuis; hij breekt in bij het huis van Justus als zijn ouders weg zijn. Hij zocht een belangrijke brief maar Justus betrapt hem en slaat hem met een honkbalknuppel op zijn knie.



Joke; is in het begin van het verhaal de vriendin van Stijn en zij helpt Justus aan het baantje bij de apotheek. Later gaat zij met een andere jongen en is zij de ex-vriendin van Stijn.



Klaas van Wakkeren; is de eigenaar van de autosloperij waar Justus gaat werken. Justus krijgt dit baantje omdat hij de auto van meneer van Wakkeren heeft tegengehouden toen hij bijna het water in reed en meneer van Wakkeren in een woning was.



Bashir Abdullai Haile; is een illegaal uit Somalië. Hij werkt bij de autosloperij en helpt Justus daar. Justus helpt hem aan een verblijfsvergunning door zijn kunstwerken aan zijn moeder mee te geven.



Jolande; is de vriendin van Bashir. Zei is niet officieel gescheiden en kan dat ook niet omdat haar man dan haar zoontje van haar afpakt.



Annette en Frans Nachtegaal; Annette werkt bij de apotheek en geeft Justus de pakjes voor haar oom mee. Later gaat haar oom dood en word zij ontslagen in de apotheek. Zij helpt Justus samen met haar man aan een viool die zij opknappen.



Meneer Kozijnse; de man waar Justus gaat werken. Hij is een slimme en gemene zakenman. Hij gebruikt de mazen van de wet op een andere manier dan Justus; hij wil er zelf rijker van worden.



Noortje van der Molen; maakt een kras op de auto van meneer Kozijnse en wordt later de vriendin van Justus.



Mevrouw en meneer van der Molen; de ouders van Noortje. Zij zijn hun huis kwijt geraakt door een gemene streek van meneer Kozijnse. Maar krijgen het later door het slimme plan van Justus terug.



























Waar en wanneer spelen de gebeurtenissen zich af;



De gebeurtenissen spelen zich vooral in Stoutendam af in deze tijd.

Stoutendam is een plaatsje dat niet echt bestaat maar het zou gewoon een stadje in Nederland kunnen zijn.

















Leeservaringsverslag



Onderwerp;

Het onderwerp vond ik erg leuk en ook wel leerzaam. Je kon een beetje lezen hoe de wet werkt en hoe het op een rechtbank gaat. Ook hoe een advocaat dingen doet en wat een vormfout is. Een vormfout kan gewoon een typefout zijn maar dan kan een moordenaar wel vrijkomen daardoor. Eigenlijk vind ik dat niet normaal. Het onderwerp was ook leuk omdat je kon lezen dat je dingen kan doen die eigenlijk niet mogen en dat je dat ook weet maar dat de rechter je dan toch vrij moet spreken bijvoorbeeld bij gebrek aan bewijs. Ik vond het onderwerp wel goed uitgewerkt want als alles langer werd uitgelegd zou het boek saai worden. Nu werd het een beetje uitgelegd en kon je wel begrijpen hoe het recht werkt maar niet zo goed als bijvoorbeeld een rechter maar dat hoeft ook niet want je moet het met plezier lezen en niet omdat je iets moet leren.



Gebeurtenissen;

De gebeurtenissen in het boek hadden volgens mij wel een logisch verband. Ook waren er veel dingen toevallig maar dat is in het echte leven ook vaak. Er gebeurden genoeg dingen om het boek spannend te houden of eigenlijk niet echt spannend maar wel dat je nieuwsgierig werd. Dat Justus een appel ging stelen heeft eigenlijk het meeste indruk op mij gemaakt omdat hij vond dat alles volgens de wet moest. Hij durfde de appel eerst niet te stelen maar later deed hij het wel en ik vond het grappig dat hij de appel niet lekker vond. Dat was natuurlijk omdat hij hem gepikt had. Ook pikte hij zijn eigen fiets terug. En ook al was zijn fiets gestolen en stond hij bij die fietsenwinkel toch mocht dat eigenlijk niet. Maar ik vond het wel grappig dat hij het toch deed.





















Personages;

Ik vond de meeste personages wel leuk. Justus vond ik wel een held. Ik vond het moedig dat hij naar de inbreker ging met zijn honkbalknuppel en dat hij eraan dacht om hem niet op zijn hoofd te slaan vond ik wel een beetje ongeloofwaardig want volgens mij denk je daar op dat moment niet aan. Maar toch was dat slim. De vader van Justus vond ik ook wel grappig. En hij had iets gedaan dat eigenlijk niet mocht maar dat vond ik niet zo erg omdat gewone mensen daar geen last van hadden. Hij was wel rijker geworden maar hij had daarvoor geen andere mensen armer gemaakt. Dat had die meneer Kozijnse wel gedaan en daarom vond ik hem niet leuk of aardig. Het was ook wel raar dat Kozijnse later niet boos was op Justus want hij was eigenlijk best gemeen want hij had toch het huis van Noortje en haar familie gekocht terwijl hij er zelf voor gezorgd had dat ze het moesten verkopen.



Bouw;

Ik vond het verhaal soms spannend maar wel steeds boeiend. Er kwam steeds een ander probleem of gebeurtenis in voor waardoor het niet saai werd. Het was goed verzonnen hoe de dingen achter elkaar gebeurde. Bijvoorbeeld dat de fiets van Justus gepikt werd en dat hij werk kreeg waar hij Bashir leerde kennen en hoe hij in de apotheek ging werken en daar Annette leerde kennen. Al de mensen die hij leerde kennen hadden hun eigen problemen waar hij ook in betrokken raakte en daardoor gebeurde er steeds iets anders waardoor het heel boeiend bleef. Het einde was ook leuk en toch een beetje open einde want je weet nooit of Justus echt anders gaat denken als hij ouder is.



Taalgebruik;

Het boek was in duidelijke taal geschreven. Soms vond ik de uitleg van dingen een beetje kinderachtig zoals bij de euthanasie maar meestal vond ik het goed geschreven. Ik vond de taal goed passen bij de personages en er waren bijna geen tijdsprongen en dat vond ik ook wel fijn omdat je dan niet snel het verhaal kwijt raakt. Er stonden niet veel lange zinnen in maar ook geen hele korte dus eigenlijk wel precies goed. Het boek is duidelijk geschreven en makkelijk te volgen. Ik heb het best snel uitgelezen dus dan is het makkelijk te lezen want ik lees niet vaak een boek.







































Verwerkingsopdracht





















Bespreekopdracht over de onderwerpen in het boek.

Het grootste gedeelte van het verhaal gaat over Justus en zijn vader en dat hij het niet eens is met wat zijn vader gedaan heeft. In het verhaal komt ook Bashir voor dat is een illegale Somaliër die in de autosloperij werkt. Hij woont al lang in Nederland maar heeft geen verblijfsvergunning. Later krijgt hij die wel. Hij vertelt dat het in Somalië niet veilig is voor hem en dat de Nederlandse regering zegt dat het wel veilig is. Ik vind het logisch en ook wel dapper als je naar een ander land gaat als het niet veilig is in je eigen land. Ik denk daar ook wel eens aan maar gelukkig is het in Nederland wel veilig. Het lijkt me heel moeilijk om zonder familie en vrienden naar een ander land te gaan. Het is wel goed dat niet iedereen hier zomaar kan komen wonen maar soms vind ik het ook een beetje te streng. Bashir is niet naar Nederland gekomen om rijk te worden maar om veilig te zijn en ik vind dat als mensen hierheen komen als het in hun land niet veilig is dat ze dan wel een verblijfsvergunning moeten krijgen. Er kwam ook nog een stukje over euthanasie voor in het boek en dat vind ik een moeilijk onderwerp want je wilt niet dat iemand pijn lijd maar je wil dan ook niet dat die dood gaat.



Schrijfopdracht dagboek van de hoofdpersoon.

Hallo dagboek. Mijn vader heeft iets gedaan wat niet mocht en toen was ik heel boos. Ik heb nu allerlei avonturen meegemaakt en soms ook dingen gedaan die eigenlijk niet mochten. Ik heb een appel gestolen en mijn fiets teruggepakt uit een fietsenwinkel. Ook heb ik meegeholpen om een oude man morfine te geven maar dat wist ik toen nog niet. Bashir heeft een verblijfsvergunning gekregen omdat twee kunstenaars een brief hebben geschreven. Dat komt omdat mijn moeder de dingen van Bashir aan hun heeft laten zien. Dit mag wel hoor maar als ik hem niet had leren kennen had hij misschien wel terug gemoeten. Ik heb samen met Noortje en Stijn en Annette en Frans een plan bedacht en toen hebben we meneer Kozijnse in de maling genomen. Eigenlijk mocht dat ook niet maar hij was ook niet eerlijk geweest.

Ik vind het nog steeds stom van mijn vader want hij heeft het niet gedaan om andere mensen te helpen maar ik begrijp nu wel dat het moeilijk is om je altijd helemaal aan de wet te houden. En mijn vader is wel altijd goed geweest voor mijn moeder en mijn zus en mij. Ik ben toch maar weer thuis gaan wonen en misschien als ik er met mijn vader over praat kan ik het ook begrijpen.



































Onderzoeks-/zoekopdracht interview met Jan Terlouw





Biografie en interview Jan Terlouw werd als zoon van een dominee in 1931 geboren. Hij was de oudste zoon thuis en had nog twee broers en twee zussen. Hij groeide op in de Veluwse dorpen Garderen en Wezep waar zijn vader predikant was. Beide dorpen hebben later model gestaan voor zijn boeken; Garderen wordt beschreven in Bij ons in Caddum en Oorlogswinter speelt in het dorp Wezep, al noemde Terlouw het in zijn boek Hank. Jan Terlouw kreeg de liefde voor verhalen met de paplepel ingegoten; zijn vader was een man die graag vertelde. - Heeft die liefde voor verhalen u ertoe gebracht zelf verhalen te gaan schrijven? 'Het heeft er indirect denk ik wel mee te maken. Toen ik zelf vader was geworden van vier kinderen vertelde ik hun ook altijd verhalen. Ik heb ze maar één keer een boek voorgelezen, dat was Alleen op de wereld, de rest verzon ik zelf. Op een gegeven moment vonden mijn vrouw en kinderen dat ik die verhalen eens op moest schrijven - zo ben ik begonnen. Mijn vrouw las mijn verhalen, corrigeerde ze en daarna stuurde ik ze naar kinderboekenschrijver Paul Biegel om te vragen wat hij ervan vond. Volgens Paul Biegel was het moeilijk om als beginnende schrijver met verhalen door te breken en hij raadde me aan eens een boek te schrijven. Die raad heb ik aangenomen. Geïnspireerd door een reis naar Rusland die ik voor mijn werk had moeten maken, schreef ik Pjotr. Daarna zijn mijn verhalen over oom Willibrord ook gepubliceerd.' Voordat van Jan Terlouw in 1970 zijn eerste kinderboek verscheen, had hij al een hoop andere dingen gedaan. Als kind wilde hij eerst boer worden, toen piloot en daarna chirurg, maar uiteindelijk heeft zijn hartstocht voor wis- en natuurkunde gewonnen en is hij gaan studeren. Na zijn studie wis- en natuurkunde promoveerde hij op een onderwerp op het gebied van het thermonucleaire onderzoek en verrichtte hij onderzoek in Nederland, Amerika en Zweden. Toen in 1966 de politieke partij D'66 werd opgericht, was Terlouw zo enthousiast over hun ideeën dat hij vrijwel onmiddellijk lid werd van de partij. En het bleef niet bij een lidmaatschap - het was het begin van een lange carrière in de politiek. - Heeft uw politieke loopbaan ook sporen nagelaten in de boeken die u heeft geschreven? 'Ik heb in mijn verhalen altijd discussiestof willen bieden over maatschappij en milieu. De "boodschap" die ik mijn lezers mee wil geven, heeft alles te maken met mijn politieke idealen. Zo laat Stach uit Koning van Katoren bij het vervullen van zijn eerste opdracht zien dat democratie het allerbelangrijkste is in een samenleving. Als mensen ophouden met elkaar te praten, komt er nergens meer iets van terecht. In een aantal van mijn boeken laat ik zien hoe sommige mensen macht misbruiken, zoals de bestuurders in Oosterschelde windkracht 10 en de ministers in Koning van Katoren. Ik denk dat macht alleen goed kan worden uitgeoefend als zij gekozen en gecontroleerd is en als zij van tijdelijke aard is. Soms kan iemand zijn natuurlijk overwicht ook verkeerd gebruiken. Dat gebeurt bijvoorbeeld in Gevangenis met een open deur waarin de sekteleider zijn macht voor verkeerde doelen aanwendt. Mijn belangstelling tijdens mijn werk is altijd primair uitgegaan naar milieubeheer en economische zaken. Ook die fascinatie is terug te zien in mijn boeken: Oosterschelde windkracht 10 geeft een duidelijk beeld van de argumenten voor en tegen de volledige afsluiting van de Oosterschelde. Ik vind het leuk in een verhaal een traditionele visie tegenover nieuwe inzichten te plaatsen. Tijdens mijn lidmaatschap van de Tweede Kamer was ik nauw bij de besluitvorming rond de Oosterschelde-dam betrokken.' - In hoeverre is uw werk autobiografisch? 'Dat is moeilijk te zeggen. Ik zuig veel uit mijn duim, maar sommige dingen in mijn boeken zijn wel echt gebeurd, bijvoorbeeld in Oorlogswinter. Ik was acht toen de oorlog uitbrak en ik heb die vijf jaren onder de Duitse bezetter heel bewust meegemaakt. Enkele ervaringen uit die tijd heb ik verwerkt in dat boek. Mijn grootste angst toen was dat mijn ouders gegijzeld zouden worden. Mijn vader was twee keer opgepakt en beide keren hadden ze tegen hem gezegd: "Morgen schieten we je dood." Dat laat ik de vader van Michiel in mijn boek ook overkomen. Hem schieten ze ook echt dood, mijn vader gelukkig niet. Maar ik heb niet alles zelf meegemaakt. Die overval op het distributiekantoor bijvoorbeeld, daar was mijn buurjongen bij betrokken. Sommige verhalen zijn ook ontstaan vanuit een gebeurtenis die ik zelf heb meegemaakt, maar het verloop van het verhaal is voortgekomen uit mijn eigen fantasie. Zo kreeg ik het idee voor De kunstrijder toen ik een aantal jaren in Parijs woonde en me bezighield met transport. Op een gegeven moment kwam ik in aanraking met vervoer van gehandicapten. Dat zette me aan het nadenken over mensen die een bepaalde lichaamsfunctie moeten missen. Gehandicapten kunnen vaak veel meer dan mensen denken; mijn boek kun je misschien wel zien als een pleidooi voor de emancipatie van mensen met een handicap.' Veel van Terlouws boeken spelen in de wereld die wij kennen, maar hij heeft ook een aantal verhalen in een fantasieland gesitueerd. Koning van Katoren en De Kloof spelen beide in landen die de schrijver zelf bedacht heeft. De setting doet daardoor een beetje sprookjesachtig aan, maar de problemen waarmee de hoofdpersonen te maken krijgen, zijn wel uit het dagelijks leven gegrepen. De boeken van Jan Terlouw vallen regelmatig in de prijzen. Voor Koning van Katoren en Oorlogswinter ontving hij in 1972 en 1973 de Gouden Griffel en De Kunstrijder werd in 1990 onderscheiden met de Prijs van de Nederlandse Kinderjury. In 2000 werd Eigen rechter genomineerd door de Jonge Jury. Zijn boeken zijn echter niet alleen populair in Nederland. Ze zijn vertaald in het Frans, Duits, Engels, Fins, Hongaars, Italiaans, Pools, Spaans (Castiliaans, Catalaans, Baskisch en Galicisch), IJslands, Zweeds, Zuidafrikaans, Fries, Tsjechisch, Deens, Japans en zelfs in twee Keltische talen: het Iers en het Welsh. In 1973 kreeg Terlouw voor Koning van Katoren bovendien de Österreichischer Staatspreis für Kinder- und Jugendliteratur. Behalve schrijven heeft Jan Terlouw nog een groot aantal andere bezigheden. Rondom zijn huis heeft hij veel dieren verzameld, waaronder koeien, kippen en twee Haflingers (paarden) die hij cadeau kreeg toen hij afscheid nam als Commissaris van de Koningin van Gelderland. Al die beesten kosten een hoop tijd, maar dat vindt Terlouw niet erg. En als hij even wat anders wil, heeft hij altijd nog zijn Harley Davidson waarop hij vaak tochtjes maakt door de omgeving. De schrijver De schrijver van dit boek is Jan Terlouw. Hij is geboren in 1931 te Kamperveen. Zijn vader was dominee en het gezin verhuisde vaak. Hij maakte een paar oorlogsjaren mee en verschillende ervaringen zie je terug in zijn boeken. In 1948 ging Jan Terlouw wis- en natuurkunde studeren. Later deed hij een dertien jarig durend onderzoek in Nederland, de Verenigde Staten en in Zweden. Later heeft hij ook nog in de politiek gewerkt. Zijn 1e boek is ontstaan door de verhalen die hij aan zijn kinderen vertelde, op aandringen van zijn vrouw is het Oom ‘Willibrord’ tot stand. Het eerste boek dat verscheen was een ander boek namelijk ‘Pjotr’ . Dat kwam omdat de uitgever liever geen boek wou uitbrengen met losse verhalen. Later verscheen en deze boeken: Koning van Katoren , Oorlogswinter , Briefgeheim , Oosterschelde windkracht 10 , De kloof , gevangenis met open deur en De kunstrijder. Het boek Oorlogswinter is verfilmd. Geboren: 15 november 1931 Studie: Wis- en natuurkunde, gepromoveerd in kernfysica. heeft ook lange politieke carrière: was gemeenteraadslid, fractievoorzitter D'66, Lid van Tweede Kamer, Minister van Economische Zaken, Secretaris-Generaal, Commissaris der Koningin in Gelderland en sinds 1999 Senator van de Eerste Kamer. Debuut: De avonturen van oom Willibrord (1970) Genres: Jeugdboeken, verhalen Bijzonderheid: Heeft lange politieke carrière: was gemeenteraadslid, fractievoorzitter D'66, Lid van Tweede Kamer, Minister van Economische Zaken, Secretaris-Generaal, Commissaris der Koningin in Gelderland en sinds 1999 Senator van de Eerste Kamer. Citaat: 'Tegenwoordig blijft een kind heel lang kind, omdat het door de ingewikkelde samenleving tot zijn twintigste moet blijven leren. Toch tellen kinderen net zo hard mee als mensen van vijftig.' (Reformatorisch Dagblad, 20-9-1996) Recent werk: Eigen rechter (1998), Gaan waar de woorden gaan (1999, rede) Over zijn boeken In zijn boeken stelt Jan Terlouw vaak eigentijdse problemen aan de orde. Hij heeft zijn lezers echt iets te vertellen en bedenkt steeds weer een boeiende vorm om zijn verhaal in te gieten. Dat kan bijvoorbeeld een detective zijn, maar ook een meer sprookjesachtige setting. Hij vindt het heel belangrijk dat kinderen met taal bezig zijn en veel lezen. Niet voor niets is hij voorzitter van de Stichting Lezen. De hoofdpersonen in zijn boeken lopen niet weg voor hun verantwoordelijkheden en door middel van zijn verhalen wil Terlouw de lezer aansporen ook zelf verantwoordelijkheid voor zijn daden te dragen. Dat wordt bijvoorbeeld heel duidelijk in Eigen rechter. Hierin laat Jan Terlouw zien dat de wet niet altijd even helder is en dat iedereen zijn eigen rechtsgevoel moet ontwikkelen en zelf beslissingen moet nemen. 1971 Koning van Katoren, Gouden Griffel 1972, Eremedaille Padua 1973, Oostenrijkse Jeugdboekenprijs 1973 De oude koning van het land Katoren is overleden en de zeventienjarige Stach wil hem opvolgen. De ministers zijn woedend en geven Stach zeven bijna onuitvoerbare opdrachten. 1972 Oorlogswinter, Gouden Griffel 1973, Honor List Hans Christian Andersen Jury in Rio de Janeiro 1974, Vara tv-serie De vijftienjarige Michiel maakt de laatste oorlogswinter '44/'45 mee. Hij raakt betrokken bij het verzet en krijgt gevaarlijke opdrachten die hij helemaal alleen moet uitvoeren. 1973 Briefgeheim, Veronica tv-serie Eva loopt weg van huis omdat haar ouders altijd ruzie maken. In haar schuilplaats ontdekt ze dat er een plan voor een moord wordt beraamd. Samen met de buurtkinderen brengt ze het complot aan het licht. 1976 Oosterschelde windkracht 10 In 1953 wordt Zeeland door een watersnood getroffen. Herhaling van deze ramp moet tot elke prijs voorkomen worden. Twintig jaar later, als driekwart van het Deltaplan is uitgevoerd, komt de jonge milieubewuste generatie in opstand. 1977 Pjotr (In 1970 eerder verschenen bij Van Holkema en Warendorf) Rusland rond 1900. Pjotrs vader wordt naar Siberië gestuurd omdat hij een man heeft neergeslagen die zijn zoon aanviel. Pjotr reist hem achterna. Het begin van een barre voettocht dwars door Rusland. 1981 Oom Willibrord (In 1970 eerder verschenen bij Van Holkema en Warendorf) Oom Willibrord is oersterk, durft alles en zorgt altijd voor verrassingen. Hij is de fijnste oom van de hele wereld! 1983 De Kloof Al 45 jaar loopt er een kloof door het land Berg en Dal en er is nog steeds geen brug. Het volk heeft zich erbij neergelegd, maar als de zestienjarige Ginder een restant van een dagboek vindt met daarin aantekeningen over de kloof en een brug, gaat hij op onderzoek uit. 1986 Gevangenis met een open deur Oud-commisaris Keizer maakt zich al jaren zorgen over de jongeren die zich aansluiten bij de sekte 'The Living Souls'. Hij wil bewijzen dat de sekte misdadig is en hij vindt drie jongeren bereid om in de sekte te infiltreren. 1989 De Kunstrijder, Bekroond met de prijs van de Nederlandse Kinderjury 1990 Patrick zit in een rolstoel en zijn vriend Tom is doof. Op een avond zien ze in de buurt van het museum een meisje met een groot rechthoekig pak lopen dat een kelderraampje van het museum inslaat en het pak in de kelder zet… 1993 De uitdaging en andere verhalen, Met illustraties van Ashley Terlouw Een verzameling korte, uiteenlopende verhalen. Soms lichtvoetig, soms serieus en soms bizar. Kleine voorvallen kunnen grote gevolgen hebben. 1998 Eigen rechter, Genomineerd door de Jonge Jury 2000 Justus' vader wordt vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs terwijl hij het wél gedaan heeft. Dat is zó in strijd met Justus’ rechtvaardigheidsgevoel dat hij wegloopt van huis. Maar gaandeweg komt hij erachter dat de wet niet zo rechtlijnig te interpreteren is als hij denkt. Daarnaast heeft Jan Terlouw nog een aantal korte verhalen en boeken geschreven, waarvan sommige voor volwassenen, die niet door uitgeverij Lemniscaat zijn uitgegeven: 1971 Bij ons in Caddum Van Holkema en Warendorf 1974 De heks van IJsselstein De Sikkel 1978 De Derde Kamer Veen 1983 Naar zeventien zetels en terug Veen 1970 De avonturen van Oom Willibrord, jeugdroman 1970 Pjotr, jeugdroman 1971 Bij ons in Caddum, jeugdroman 1971 Koning van Katoren, jeugdroman 1972 Oorlogswinter, jeugdroman 1973 Briefgeheim, jeugdroman 1974 De heks van IJsselstein, historische verhalen voor de jeugd 1975 De nieuwe trapeze, met Paul Biegel, verhalen en gedichten 1976 Oosterschelde Windkracht 10, jeugdroman 1978 De Derde Kamer, volwassenenroman 1983 De kloof, jeugdroman 1986 Gevangenis met een open deur, jeugdroman 1989 De kunstrijder, jeugdroman 1991 Hoogspanning, jeugdroman 1993 Er was eens een paarse olifant, korte verhalen 1995 De uitdaging en andere verhalen 1998 Eigen rechter, jeugdroman 1999 Gaan waar de woorden gaan, rede 1931 Geboren op 15 november in Kamperveen (Overijssel) 1948 Begin studie wis- en natuurkunde in Utrecht 1956 Getrouwd met Alexandra van Hulst 1964 Gepromoveerd op het gebied van het thermonucleaire onderzoek 1970 Gedebuteerd als kinderboekenschrijver met Pjotr en Oom Willibrord. Gemeenteraadslid van D'66 in Utrecht 1971 Lid van de Tweede Kamer 1973 Fractievoorzitter van D'66 1981 Minister van Economische Zaken 1983 Secretaris-Generaal van de C.E.M.T., de commissie van Europese transportministers, in Parijs 1991 Benoeming tot Commissaris van de Koningin in Gelderland 1999 Senator van de Eerste Kamer De pers over Jan Terlouw 'Samenvattend: Oosterschelde windkracht 10 onderscheidt zich op enkele belangrijke punten in positieve zin van veel soortgelijke jeugdboeken die een bepaald probleem in romanvorm herbergen. Het thema is niet trukmatig of onnatuurlijk ingevoerd, maar konsekwent verweven in het verhaal dat daardoor zinnig wordt. De visie van de schrijver zweeft niet als een neerdrukkend stempel boven de pagina's. Het is vaak amusant en solide geschreven.' Barber van de Pol over Oosterschelde windkracht 10 in de Groene Amsterdammer 'Terlouw beschikt over een heldere stijl, een aangename verteltrant en een grote verbeeldingskracht. (…) Terlouw, bijna de W.F. Hermans van de jeugdliteratuur!' Hans Dorrestijn over Oosterschelde windkracht 10 in Vrij Nederland 'Terlouw formuleert snel, makkelijk en weet zijn ideeën goed leesbaar en op boeiende wijze aan zijn publiek te presenteren.' Joke Linders-Nouwens over De Kloof in het Haarlems Dagblad 'Op meesterlijke wijze geeft de schrijver, in de vorm van een spannend sprookje, een geestige persiflage op onze maatschappij.' Marijke van Raephorst over Koning van Katoren in Elseviers Literair Supplement 'Terlouw-fans hebben gouden uren voor de boeg met De kunstrijder.' Goos van Gorkum over De kunstrijder in de Gooi- & Eemlander 'En daarin ligt juist de charme van deze vaak bizarre verhalen. Terlouw vertelt over de alledaagse werkelijkheid (…) Hij toont de lezer hoe verrassend dichtbij het vreemde, het heldhaftige, het mysterieuze soms kan zijn (…) De verhalen doen meer dan eens denken aan het spitse proza van Herman Pieter de Boer. Jonge lezers kunnen zonder blozen hun vergeten jeugdliefde Terlouw opnieuw ter hand nemen.' Rita Ghesquiere over De uitdaging in de Standaard. De informatie over de schrijver heb ik van internet; www. Leerlingen.com Einde.



Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen