U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Elsschot, Willem - Het Dwaallicht.
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=73 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 631 woorden.

Het is een miezerige novemberavond en de ik-figuur, Laarmans, vindt het te ver om naar zijn stamkroeg te gaan. Hij besluit om voor het eerst sinds lange tijd weer eens gewoon naar huis te gaan, waar vrouw en zes kinderen zijn ontijdige intrede zullen beschouwen als een stap op weg die tot inkeer leidt.


Bij de winkel waar hij eerst nog een krant koopt, ontmoet hij drie "zwartjes", naar later blijkt Afghanen. Zij laten hem een stukje karton zien (de bodem van een sigarettenkistje) waarop een naam en een adres staan gekrabbeld: Maria van Dam, Kloosterstraat 15. Zij willen deze Maria bezoeken en Laarmans wijst hun de weg. Een man die zich met het gesprek bemoeit wil de drie naar de goedkope meisjes van de "Jolly Joker" sturen, maar de Afghanen willen niet naar "de meisjes van lieveling en centen", maar naar hun Maria.


Als Laarmans wacht tot zijn tram vertrekt, ziet hij de drie mannen opnieuw. In gedachten loopt hij door Bombay te dwalen op zoek naar zijn Fathma en omdat hij zich goed kan voorstellen hoe moeilijk het is om iemand te vinden in een vreemde stad, besluit hij de drie persoonlijk de weg te wijzen. Bovendien is Maria voor hem de mooiste van alle meisjesnamen. Voor de zekerheid vraagt hij aan de leider van de drie Afghanen, die hij Ali Khan noemt, of Maria wel echt bestaat. Deze verzekert hem dat Maria een zeer mooie, jonge vrouw is. Zij was die ochtend aan boord van hun schip gekomen om zakken te verstellen en zij hadden haar elk een geschenk gegeven: een sjaaltje, een pot gember en zes doosjes sigaretten.


Onderweg kopen ze op aanraden van Laarmans een bosje bloemen voor Maria. Kloosterstraat 15 blijkt een winkel in vogelkooien te zijn; Maria van Dam is hier onbekend.


Laarmans wil nu het liefst naar huis gaan, maar Ali wijst hem op de inmiddels opgeklaarde hemel en zegt: "Stars, good hope." Laarmans besluit de zoektocht voort te zetten en gaat bij de politie informeren naar het adres van Maria van Dam. Een dikke politieagent helpt hem met behulp van de kiezerslijst van de wijk. Er zijn twee Maria's die in aanmerking komen: een op het Zand 15 en een op de Lange Ridderstraat 71. Ali wordt door een andere agent het politiebureau binnengebracht; hij stond door het sleutelgat te loeren. Tot verdriet van Laarmans schijnt Ali geen vertrouwen in hem te hebben. De dikke agent laat Ali weer gaan, en buiten vertelt Laarmans dat hij het adres van Maria waarschijnlijk gevonden heeft. De andere twee Afghanen, die gevlucht waren, worden weer opgetrommeld en het gezelschap gaat naar Zand 15, het Carlton Hotel. Dit is een duister kroegje, en ook hier woont Maria van Dam niet, niemand kent haar zelfs. Ze blijven hier even zitten en bestellen wat te drinken (Laarmans een borrel, de Afghanen water. Er ontstaat een gesprek over liefde, politiek (communisme) en vooral over godsdienst, waarin islam en christendom tegenover elkaar komen te staan. Laarmans heeft er moeite mee om zijn God te verdedigen. Dan stappen ze op. Ali geeft de bloemen aan een jonge vrouw die haar kind de borst geeft. Laarmans brengt de drie Afghanen naar de Werf en neemt afscheid. Hij krijgt van Ali een doos sigaretten.


Op de terugweg komt hij langs de Lange Ridderstraat. Nummer 71 is een krot en Laarmans is er zeker van dat Maria van Dam hier woont. Nog eventwijfelt hij of hij zal aankloppen om in Ali's naam Maria voor zich op te eisen, maar dan zegt hij tegen zichzelf: "Kom, oude sater, het is genoeg." En hij loopt door en gaat naar huis.


Het verhaal eindigt met de verzuchting van Laarmans om maar niet te wanhopen wat Maria en Fathma betreft, "want de wil des Heren is immers ondoorgrondelijk".
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen