U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Ellen Tijsinger. - Dat Had Je Gedroomd..
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/20952/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2306 woorden.

Inhoud





Wat er staat Pagina



1 Voorkant. 1

2 Inhoud. 2

3 Vragen. 3

4 Vervolg van de vragen en hoofdstuk 1, 2 en 3. 4

5 Hoofdstuk 4, 5 en 6. 5

6 Hoofdstuk 7, 8, 9 en 10. 6

7 Hoofdstuk 11, 12, 13 en 14. 7

8 Hoofdstuk 15, 16, 17 en 18. 8

9 Vervolgt hoofdstuk 18 9



















































Pagina 2

Vragen



1a De titel van het boek is Dat had je gedroomd.

b De schrijfster is Ellen Tijsinger.

c 2 anderen boeken van Ellen Tijsinger zijn Word toch wakker, Nikolay.

d De nationaliteit van de schrijfster is Nederlands.

Iets over de schrijfster



Ellen Tijsinger is op 7 september 1947 geboren. Ze

is getrouwd en heeft 2 kinderen. Op school vond ze

niks leuk en ging dan verhaaltjes en gedichten in haar

rekenschrift schrijven. Ze heeft een aantal jaren op

een school gewerkt. Later gaf ze les in kinderpsychologie, kinderliteratuur en spelleiding. Voor Benny Vreden

schreef ze liedjes en andere teksten voor grammofoon -

platen. Aan het begin schreef ze kleuterboeken en

daarna voor ouderen.



2 De samenvatting van de hoofdstukken begint op pagina 4



3 De verklaring van de titel is de ouders van Job hadden ”gedroomd” dat

Job naar school zou gaan.



4a De hoofdpersonen zijn Job en Myrthe.

b Hoeft niet

c Ze hebben met elkaar omdat ze veel met elkaar om gaan.



5a Het verhaal speelt zich af in een dorp aan het bos.

b De omgeving word uitvoerig beschreven.



6 Het verhaal speel zich af in deze tijd.



7 Dit boek is een hij -verhaal.



8a Dit boek is in hoofdstukken verdeeld.

b In dit boek staan geen illustraties.



9 Dit boek is een avonturen verhaal.



10 De taal in het boek is gewoon.





pagina 3

11 De omslag past bij het verhaal.

De omslag is mooi, nodigt uit om te lezen.



12a Ik vind dit boek een goed boek.

b Ik geef dit boek een 8.



Hoofdstuk 1



Job was niet goed op school. Zijn vader werkte in een ziekenhuis. Job wilde graag houthakker of boswachter worden. Hij was niet van plan om naar de brugklas te gaan. Zijn vader en moeder probeerde hem op andere gedachten te brengen. Job kreeg zijn boeken waarvan hij alleen in het biologie boek keek. Hij ruilde met zijn zusje van plaats aan tafel zodat hij niet naar de boeken keek. Job had besloten om een hut in het bos te bouwen en daarin gaan wonen als hij naar school moest. Want hij had geen zin om naar school te gaan.



Hoofdstuk 2



Het viel niet mee om een geschikte plaats in het bos te vinden. Maar na een poos zoeken vond hij een goede plaats. Bij een ven onder een oude Wilg met takken tot aan de grond. Thuis hielp hij zijn moeder en zocht dan ook spullen die hij in zijn hut kon gebruiken. Op een avond toen het regende dacht Job aan zijn hut of die wel waterdicht zou zijn. Zijn vader en moeder waren druk aan het praten. Na een poosje ging zijn vader weg. Het duurde niet lang toen zijn vader thuis kwam met 2 baby’s uit het ziekenhuis. De moeder kan niet voor ze zorgen. De volgende ochtend werden ze vroeg gewekt door de 2 baby’s. Na het eten moest Job afwassen en daarna moest hij een kinderwagen halen. Het leek of alle gordijntjes bewogen dacht Job.



Hoofdstuk 3



Door de komst van de 2 baby’s werden ze vroeg gewekt. De hele dag door was het dan druk. En als er wat gedaan moest worden ging Job zijn broertje en zusje snel weg. Job was al een poos niet in zijn hut geweest. Die middag ging hij naar zijn hut toe. Hoe dichter hij bij zijn hut kwam werd zijn gevoel van vrijheid groter. Van thuis had hij kampeerspullen mee genomen en pakjes koek. In zijn hut vond hij een vreemde knoop die niet van hem was dus was er iemand in zijn hut geweest. Job had geen zin om langer te blijven en ging meteen naar huis. Thuis ging hij zijn duiven voeren hij zou ze missen als hij in zijn hut zou zitten dacht hij.





pagina 4

Hoofdstuk 4



Toen Job de kamer binnen kwam zat daar een meisje die blind was en ze heette Myrthe. Ze logeerde bij haar oma omdat ze ging verhuizen. Ze vroeg af Job duiven had. Job vertelde hoe de tuin eruit zag. Toen ze bij het duivenhok waren zag hij dat er een dode duif lag. Hij gaf de duif aan Myrthe om te voelen hoe een duif eruit zag. Daarna begroef hij de duif. Toen ze binnen waren mocht Myrthe een van de baby’s vast houden. ‘S avonds gingen Paul en Sterre broertje en zusje van Job blinde mannetje spellen en daardoor stootte ze een vaas om. De moeder van Job zei dat Myrthe zoiets nooit zou doen.



Hoofdstuk 5



Sinds de komst van Myrthe was hij niet meer in zijn hut geweest. Als Myrthe kwam raapten ze snel het speelgoed op zodat ze niet kon struikelen. Ze vroeg hoe Job zijn kamer eruit zag. Job vertelde hoe alles eruit zag. Hij vertelde het ook over de knoop die hij in zijn hut had gevonden. Daarna vertelde hij waarvoor de hut was. Hij vroeg of ze mee ging naar zijn hut? Ze spraken af om de volgende dag te gaan. De volgende dag gingen ze naar de hut waar Myrthe een peuk vond. Ze vroeg aan Job of hij rookte maar dat was niet zo. Hij miste ook een reep chocola. Thuis keek hij of daar soms de reep lag maar dat was niet zo.



Hoofdstuk 6



Job wilde dezelfde avond terug gaan maar er brak hevige onweer los. De volgende dag regende het ook. Misschien sliep er wel een onbekende in zijn hut. ’S Middags brak de zon door. Met Myrthe ging Job naar het plein waar een vriend van hem vroeg of hij verliefd was en daarna of hij kwam voetballen. Na anderhalf uur was hij Myrthe vergeten. Ze gingen naar het huis van de oma van Myrthe. Daar liet ze haar verzameling van wekkers en speeldoosjes zien. Ze zetten ook alle wekkers en speeldoosjes op dezelfde tijd zodat ze allemaal te gelijk af gingen. Daarna maakte Job limonade klaar en leerde haar verschillende kleuren.

















pagina 5

Hoofdstuk 7



’S avonds ging Job naar het bos met een boze brief voor de gene die in zijn hut kwam. Hij sloop naar een bosje vlak bij zijn hut Er was een man in het vennetje

zich aan het wassen. De man kwam uit het water Job begon meteen te rennen richting huis. Het begon te regenen en ook viel hij nog een keer midden in de blubber. Thuis ging hij zich wassen. Na een tijdje kwam Paul naar hem toe en vertelde dat er een marsman in de tuin liep. Job kwam kijken en zag dat het de man uit het bos was. Hij was aardbeien aan het plukken in de tuin.



Hoofdstuk 8



De volgende dag toen ze in de apotheek zaten te wachten kreeg Myrthe geld van een man die naast hun zat. Daarna gingen ze uit de muur eten. Toen ze weg wilde lopen kregen ze van de eigenaar nog een ijsje. ’S middags gingen ze naar het bos. Vlak bij zijn hut verstopte ze zich. Om te zien wie de man was. Myrthe kwam dichter naar Job toe en slaakte een gil omdat ze tegen een spinrag aan kwam met haar gezicht. Ze vroeg aan Job wat er in haar gezicht was gekomen. Plotseling gaf een man achter hun antwoord.



Hoofdstuk 9



Verschrikt draaiden ze zich om. De man die antwoord had gegeven was de marsman. Job wilde weg maar Myrthe luisterde naar de man. Van de man kregen ze te drinken en daarna vertelde hij over het bos. De man vroeg of de hut van Job was. Ook vertelde de man hoe hij hier terecht was gekomen. Toen ze weg gingen vroeg Job aan de man of nog wat nodig had hij vroeg om een pak koffie. Snel gingen ze toen naar huis.



Hoofdstuk 10



Job en Paul waren druk met het verzorgen van de duiven.’S middags kwam de vader van Job uit het ziekenhuis. Achter zijn vader liep een meisje die de moeder van de twee baby’s is. Het meisje bleef logeren. Ze mocht van Job in zijn kamer slapen. Daarna ging hij met Myrthe naar het bos. Hij vroeg aan haar of ze een ringetje wilde hebben omdat ze er nog geen 1 had. Myrthe vroeg aan Job hoe de man die in zijn hut zat er uit zag. Job beschreef hem. Daarna liepen ze rechtstreeks naar de hut.









pagina 6

Hoofdstuk 11



De man begroeten hen vriendelijk. Hij was met steentjes aan het spelen. Myrthe kreeg een steentje en Job ook. De steen van Job bleef glinsteren als je plannen goed zijn. En als je plannen niet goed zijn word de steen dof. Toen ze thuis kwamen hielp Myrthe met het geven van de fles. Paul het broertje van Job vroeg of hij blij was dat hij straks weer naar school ging. Job zei dat het altijd

wel grote vakantie mocht zijn. Paul vond het juist fijn om straks weer naar school te gaan.



Hoofdstuk 12



Job bladerde in Myrthe haar herinneringenalbum. Ze had er dingen in geplakt die haar aan feestjes, verjaardagen en schoolreisjes deden denken. Myrthe zei tegen Job dat ze hem braille had moeten leren. Als Job in zijn hut ging wonen kon Myrthe hem geen brieven sturen en dat zou ze jammer vinden. ’S middags gingen ze een ringetje kopen. Job merkte dat Myrthe er blij mee was. ’S avonds na het eten hielp job met afwassen .toen hij naar bed wilde gaan zag hij de man uit het bos. Zachtjes ging hij naar beneden en pakte melk en brood en gaf het aan de man. Daarna ging Job weer naar bed.



Hoofdstuk 13



De volgende dag gingen ze naar de stad om schoolspullen te kopen. Myrthe en haar oma waren ook mee. Myrthe gaf Job een hand zodat ze haar niet kwijt zouden raken. Voor hij het wist droeg hij een tas vol schoolspullen. Daarna gingen ze naar een restaurant. Job was blij toen ze de stad achter zich lieten. ’S avonds kwam Job zijn vader thuis met een tandem die hij van een collega had gekregen. Toen Job naar bed ging pakte hij de steen maar die was niet meer mooi.



Hoofdstuk 14



Die nacht sliep Job slecht. De volgende ochtend werd hij vroeg wakker. Hij kleedde zich aan en ging naar buiten. Toen hij buiten was kwam zijn vader eraan. Hij was anders dan normaal. Job vroeg wat er gebeurd was. Zijn vader vertelde dat er een dood kindje was geboren. Voor zijn vader maakte hij wat eten klaar. Met Myrthe ging hij naar de man in het bos. Job liet de steen aan de man zien. Toen ze weg gingen zei Job dat hij nog wel een tijdje in zijn hut mocht blijven.





pagina 7

Hoofdstuk 15



Job bladerde wat in zijn nieuwe schoolboeken. Hij pakte de steen en gooide hem door het open raam naar buiten. Daarna ging hij naar Myrthe toe. Ze vertelde dat ze nog nooit zo een fijne vakantie had gehad. Job vroeg of ze zin had om te gaan fietsen. Myrthe wilde wel naar de school van Job. Bij school stopte een busje met muziek instrumenten. Het was de muziekleraar van de school. Job hielp met uitladen en Myrthe speelde wat op een piano. Daarna gingen ze naar huis. ’S Avonds vertelde hij aan zijn moeder wat Myrthe had verteld.



Hoofdstuk 16



Job was nog steeds van plan om niet naar school te gaan. Die dag werd er een Eind Grote Vakantie Feest gehouden. Zijn moeder bakte oliebollen. En er waren allemaal vriendjes van Paul. Ze gingen een ruimte station maken. Job pakte zijn trompet en een paar oliebollen en ging daarmee ging hij het bos in. Hij ging naar zijn hut. De man was nog niet weg. Job gaf hem een paar oliebollen. Toen vertelde de man verhalen aan Job over het bos. Daarna ging hij weer naar huis. Hij hielp Paul en zijn vriendjes met het bouwen van de raket.



Hoofdstuk 17



Job mocht het startsein geven. Normaal deed hij dat met zijn trompet maar gebruikte nu maar zijn mondharmonica. Ze speelde spelletjes stapte in de zelf gemaakte raket. Toen Job de verhalen over school hoorden stond zijn besluit vast. Stilletjes sloop hij naar de zolder en pakte de grootste koffer en deed hem vol met kleding. Ook schreef hij een briefje om zijn moeder gerust te stellen. Paul en Sterre gingen nog even het bos in. Even later kwamen ze terug en vertelde dat er een zieke man in het bos lag. Ze wisten niet waar het was. Job leidde hen naar de hut. Als Job zijn trompet niet had gebracht had hij de man dood in zijn hut gevonden.



Hoofdstuk 18



De man werd die avond nog naar het ziekenhuis gebracht en geopereerd. Hij had darmontsteking. Job en Myrthe gingen de volgende dag naar het ziekenhuis. Toen ze thuis kwamen had de moeder van Job de koffer gevonden. Hij vertelde het hele verhaal aan zijn vader en moeder. Van hun mocht hij in de hut slapen.







pagina 8

Myrthe mocht ook mee. Ze kregen drinken, broodjes en snoep mee. Job had geknoeid met Cola daardoor zaten ze onder de rode bosmieren. Ze kleden zich uit en gingen wat zwemmen in het vennetje. Ruim een week later kreeg Job een brief van Myrthe. Daarna schreef hij ook een brief aan Myrthe terug. Hij vertelde dat het op school ook goed ging en dat hij in het schoolorkest zat.











































































Pagina 9

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen