U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Rene Appel - Geweten.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/820 en is laatst upgedate op 13/04/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1486 woorden.

Primaire Gegevens

Auteur: René Appel

Titel: Geweten

Verschenen in: 1996

Aantal blz.: 302

Leestijd: 100 uur

Uitgelezen op: januari 2000



Verwachting vooraf

‘Misdaad’. Zullen wel een paar doden vallen. Ik kende de schrijver niet, dus het was moeilijk om een idee te krijgen van het boek. De titel zei me ook niets. Na het lezen van de achterkant begreep ik dat het gaat over een groepje jongeren vlak na de Tweede Wereldoorlog.



Verantwoording van de keuze

Het boek staat bijna boven aan de lijst die we hebben gekregen. Dit is geen toeval omdat ik de bibliotheek binnen ben gestapt en direct naar de ‘A’ ben gelopen omdat mij geen van de boeken bekend voorkwamen. De eerste twee waren uitgeleend en deze niet. Ik heb dus niet geïnformeerd bij ouders, leeftijdgenoten of familie.



Reactie acteraf

Niet echt wat ik ervan had verwacht. Zeg maar behoorlijk saai, maar dat vind ik nogal snel van een boek. Boven de lijst die we voor Nederlands hadden gehad, waar dit boek vanaf komt, stond ‘misdaad’. Daarbij denk ik dus aan dingen die gebeuren zoals bij Baantjer of Rex. Ik vind twee niet eens bloederige doden in een boek van een dikke driehonderd bladzijdes (goed voor zo’n 100 uur) dus erg weinig. Bij Baantjer bijvoorbeeld krijg je tenminste minstens 1 dooie met veel bloed op de grond. Aangezien Baantjer 1 uur duurt is dat in 100 uur 100 dooien. In ‘Geweten’ krijg je voor 100 uur twee dooien. Met een simpele berekening is dit boek dus 50 keer saaier dan een aflevering van Baantjer.

Ik weet dat een boek lezen maar weinig te maken heeft met tv kijken, maar toch drukt het volgens mij goed uit wat ik van het boek vond.



Korte samenvatting

Peter, lid van een vriendenclubje, gaat na vijftig jaar uitzoeken wat er precies gebeurde toen Sytze en Trudy, ook lid van hetzelfde clubje om het leven kwamen. Hij had zelf destijds al een oogje op Ineke, maar er kwam nooit iets van. Alles ging verkeerd met ze. Ze zaten in het examenjaar van de HBS en besloten om collectief expres het examen te verknallen, als een soort protest tegen zo ongeveer alles: school, ouders, de wederopbouw van de samenleving na de Tweede Wereldoorlog. Maar daar werd alles niet beter van. Uiteindelijk besloten ze met z’n allen om maar zelfmoord te plegen. Trudy moest eerst, daarna één voor één de anderen. Maar toen ze het schot van haar hoorden durfden ze niet meer verder te gaan. De politie ging uit van moord, maar heeft de zogenaamde dader natuurlijk nooit kunnen vinden. Daarna liep alles alleen maar slechter, nu één van hen dood was.

Een paar dagen later werd het lijk van Sytze onder een vuurtoren gevonden. Volgens de politie dit keer wel zelfmoord, maar daar twijfelt Peter nu, na vijftig jaar, nog steeds aan. Hij gaat op bezoek bij zijn oude vrienden om het raadsel te verhelderen. Als bij Ineke komt kost hem dat zelfs Astrid, de vrouw waar hij meer dan veertig jaar mee is getrouwd. Uiteindelijk komt hij erachter dat Sytze niet zelf is gesprongen, maar dat hij geduwd werd door Ineke.





Verdieping

Opdracht 9:

Dit verhaal zou niet in een andere tijd kunnen spelen, omdat de Tweede Wereldoorlog van groot belang is. Vooral omdat de zogenaamde ‘wederopbouw van de samenleving’ hen niet beviel zijn de hoofdrolspelers in het boek volledig van het pad geraakt, waar het boek juist compleet om draait, dus van het hele verhaal zou niets meer te volgen zijn. Bovendien wordt er regelmatig gebruik gemaakt van dingen die er 150 jaar geleden nog niet waren en over 150 jaar niet meer worden gebruikt zoals de telefoon, de trein en de auto.



Opdracht 10:

Als het verhaal zich zou afspelen op het platteland in plaats van in de stad zou dat niet heel veel uitmaken. Zou het verhaal in een ander land spelen, dan wordt dat anders. Als het verhaal zich op een plaats af zou spelen waar tijdens de Tweede Wereldoorlog niet werd gevochten, zou het verhaal heel anders worden omdat, net als bij de vorige opdracht over de tijd, de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog juist erg belangrijk zijn voor het verhaal. De hoofdrolspelers worden helemaal gek door het optimisme van hun omgeving over de wederopbouw van de samenleving, waardoor ze zo erg ontsporen dat ze zelfmoord als enige uitweg zien.

Opdracht 11:

Bladzijde 50, 51. Vanuit De derde persoon verbouwd naar de ik-persoon (vanuit Sytze)

Henk, Ineke, Trudy en Peter lagen op de buitendijk. Peter had zijn bloes aan omdat hij aan het verbranden was. Althans, dat was wat hij de anderen had gezegd. Ik maakte van mijn handdoek een rokje en trok mijn zwembroek aan, die veel te klein was. Ik zag er belachelijk uit, maar niemand leek het op te merken.

“Wie gaat er mee?”

Ze waren alle vier net in het water geweest en er werd niet gereageerd.

Ik probeerde de dag van me af spoelen: het scheuren, het plakken, het praten met mevrouw Ten Thije, het beeld van de ontblote boezem die nu weer dreigde op te komen. Ik bleef net zo lang onder water tot hij het benauwd kreeg en alleen maar aan één ding kon denken: lucht naar binnen krijgen.

We lagen zwijgend op onze handdoeken. Af en toe kriebelde er een grasspriet of liep er een insect over onze huid. Ik probeerde maar niet te denken aan wat mijn vader straks zou zeggen of wat mijn straf zou zijn. Ik keek opzij naar Ineke. Het leek of ze sliep. Gelukkig blijven we bij elkaar, we waren alle zes overgegaan naar het examenjaar. Van Vliet had nog een toespraakje gehouden over de taken die ons volgend jaar wachtten. Verantwoordelijkheidsgevoel... karakter... enthousiasme... vlijt... ijver... daar ging het allemaal om volgens Van Vliet, een taak voor de toekomst, bouwen aan een nieuw Nederland, daar was hij ook weer mee aan komen zetten. Van dat eeuwige gezwijmel over een nieuw Nederland hadden ze meer genoeg. Wat was het heerlijk om je nu verschrikkelijk lui te voelen, nergens verantwoordelijkheid voor te nemen, behalve voor je eigen plezier.

Zo’n vijftig meter verderop trokken een paar jongens een tegenspartelend meisje in het water. Zo kinderachtig zouden wij nooit zijn. Ineke en Trudy waren gelijken, maar ook weer anders. Ik voelde soms de niet onaangename spanning die dat opleverde. Ik keek naar het tevreden gezicht van Trudy. Zou ze Johan missen? Zou ze nu van hem dromen of aan hem denken? Het leek of ze sliep. Haar borst ademde regelmatig in en uit. Het leek onmogelijk dat ze ooit zo’n boezem zou krijgen al mevrouw Ten Thije. Ineke trouwens ook niet.

“Zullen we gaan zwemmen?” vroeg Henk.

We gingen alle vijf in het water.

“Je verbrandt helemaal niet,” zei ik tegen Peter. “Er is helemaal niks te zien.”

“Omdat ik m’n bloes aanhoud.”

“Je bent veel te bang.”



Opdracht 20:



Voorkant Achterkant



Opdracht 21:

Bladzijde 97.

Grotere spanning:

Via een donker pad dat achter een rij huizen liep, kwamen ze aan de achterkant van het huis van Van Baar. Ze groepten samen voor de achterdeur, die zo te zien direct toegang gaf tot de keuken. Johan probeerde enkele sleutels. Af en toe kon je hem tussen zijn tanden door onderdrukt horen vloeken.

“Laten we gaan,” fluisterde Peter in Inekes oor. “Het lukt toch niet.” Hij deed het bijna in zijn broek.

“Sssst!” Ineke deed of ze niet echt bang was.

Het was beangstigend stil. Uit een boom achter het huis vloog een vogel op. Er klonk ineens kattengejank uit een belendende tuin. Peter vroeg zich af of Van Baar een huisdier zou hebben, zo’n grote rothond bijvoorbeeld om inbrekers te verjagen. Stel je voor dat hij zijn tanden in je been zet. Nee, dat zal wel niet, dan zou die nu al lang de hele buurt bij elkaar hebben geblaft.

“Ja,” zei Johan en hij hield de deur uitnodigend open.

Zonder spanning:

Via een pad dat achter een rij huizen liep, kwamen ze aan de achterkant van het huis van Van Baar. Johan was er als eerst. Hij probeerde enkele sleutels. Af en toe kon je hem tussen zijn tanden door horen vloeken.

“Laten we gaan,” zei Peter tegen Ineke. Hij was weer het bangst van het stel. “Het lukt toch niet.”

“Sssst!” Ineke was ook niet echt bang.

Uit een boom achter het huis vloog een vogel op. Er klonk kattengejank uit een belendende tuin. Peter vroeg zich af of Van Baar een huisdier zou hebben. Trudy en Henk stonden ondertussen een sjekkie te draaien.

“Ja,” zei Johan en hij hield de deur uitnodigend open.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen