U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Siegfried Lenz - Das Feuerschiff.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/87 en is laatst upgedate op 23/02/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2510 woorden.

Het verhaal

Het verhaal “Das Feuerschiff” is geschreven door de auteur Siegfried Lenz. Het verhaal staat in de verhalenbundel; Siegfried Lenz: das Feuerschiff Erzählungen, Deutscher Taschenbuch Verlag, München, Januari 1966, 188 blz. (eerste druk 1960).

Het verhaal “Das Feuerschiff” is een psychologisch misdaadverhaal over een kapitein en de bemanning van een vuurschip, en drie misdadigers, die aan boord komen nadat ze zijn gered uit hun boot, die kapot was. Ze bevelen de kapitein om hen naar de kust te brengen.

De hoofdpersonen

Freytag, kapitein van het vuurschip

Doktor Caspary, een intelligente misdadiger

De overige personen

Fred, de zoon van Freytag

Rethorn, de stuurman van het schip

Philippi, de marconist

Soltow, de machinist

Trittel, de kok

Gombert en Zumpe, zeelui

Eugen en Edgar Kuhl, bewapende misdadigers

Natzmer en Lubisch, zeelui

Kaxi, een Griek



Sinds negen jaar, sinds de oorlog ligt het schip in de Oostzee. Vroeger om mijnen op te ruimen, en nu om schepen te waarschuwen voor zandbanken.

Het is de laatste wacht van het schip, deze zal eindigen voor de winterstormen.

Fretzaag heeft zijn zoon aan boord gehaald om met hem de laatste wacht te houden. Aan boord zijn ook nog Ombert met zijn kraai Edith von Lamboe,

Philippi, en Zumpe, wiens boot getorpedeerd werd en negentig uur in een reddingsboot heeft gezeten. Hij werd als dood verklaard.

Fred ontdekt een motorboot in de verte, die rond dobbert met mensen erop.

Zumpe en Gombert halen de boot, en Fred ziet dat de boot groter is dan hun boot. Ondertussen zijn Rethorn, Soltow en Trittel op het dek gekomen. De bemanning telt drie man. Als eerste van hen komt dokter Caspary aan boord, en daarna de gebroeders Kuhl; Eugen, een reus van een man met een hazenlip, en Eddie, een langharige jonge man, aanboord. Freytag en de drie gaan naar de eetzaal om wat cognac te drinken behalve Eddie, want hij drinkt niet.

Freytag zegt dat ze om een boot hebben gevraagd zodat de drie naar het vastenland kunnen gaan, maar dat wil dokter Caspary niet. Hij zegt dat ze daar niet geïnteresseerd zijn, en vraagt of ze zijn boot kunnen repareren want het waterkoelingsysteem is defect. De dokter wil niet langer aan boord blijven, en

wil naar Faaborg. Als Soltow en Zumpe de boot proberen te repareren vinden ze wapens aan boord. Tevens komen ze er achter dat as van de boot kapot is en niet te repareren valt



Na het eten praten Freytag en Caspary over het vuurschip, dat het vast ligt maar, de andere schepen de weg laat zien tussen de zandbanken en de mijnenvelden door en over de foto’s aan de wand van Freytag’s voorouders. Zumpe heeft een pistol en dat merkt Eddie. Dokter Caspery wil met de sloep naar Faaborg gaan.

Ze komen er achter dat de boot motorschade heeft en dat hij niet te water kan. Caspary beschuldigt Freitag en de bemanning ervan de sloep onklaar te hebben gemaakt. Hij zegt dat er nog maar één oplossing is, en dat is om met het vuurschip zelf te gaan. De dokter beveelt Freytag om met het vuurschip naar de kust te gaan, maar dit weigert Freytag. Caspary meent te zegen dat zijn eigen gerepareerd wordt, anders neemt hij het schip in. In de tussentijd verblijven de drie in de eetzaal. Op de radio wordt vermeld dat de twee broers gevaarlijk zijn en een postbode hebben neergeschoten. Er komt een discussie tussen Rethorn en Freytag. Rethorn zegt dat ze de drie moeten gevangen nemen, maar Freytag zegt, dat dat niet gaat zolang ze nog bewapend zijn. Later moet Soltow moet de boot gaan repareren.



Toen Freytag 's avonds naar buiten was, zag hij hoe Philippi, Rethorn en Soltow bewapent met een slagwapen naar de etenszaal slopen om de drie af te maken, maar Freytag hield hen tegen. De dag brak weer aan. Op een gegeven moment wilde Fretzaag het logboek gaan bijwerken, maar dit mocht niet van Kasuaris, want dat zou betekenen dat deze hele gebeurtenis er ook in zal komen. Freytag en Caspary praten over het vuurschip Freytag vertelt aan Caspary dat als het vuurschip van positie zal veranderen, dat de andere boten in gevaar zullen komen. Tijdens het gesprek wordt Freytag afgeleid door iets dat in het water drijft. Caspary zegt dat dat brieven zijn, die Eugen overboord heeft gegooid.

Het zijn de brieven van de postbode. Freytag merkt op dat als de stroming en wind niet zullen draaien zal morgen de kust onder liggen met briefen. Als ze aan land de brieven zullen vinden, dan zullen ze geheid vermoeden dat de brieven van de dode postbode waren en een zoek actie starten. De kraai van Gombert loopt los over de grond. Hij is gekortwiekt. Eugen probeert de vogel te pakken, maar wordt in zijn hand gepikt door haar. Hierop volgend pakt Eugen de kraai en gooit hem over boord. De kraai spartelt nog wat in het water, waarna Eugen haar doodschiet. Gombert wil Eugen aanvallen, maar Freytag verbiedt hem dat.

Freytag verbiedt Philippi om de gebeurtenis aan de directie te melden.



Freytag gaat in de kaartenkamer zitten, en denk terug aan een stad in Griekenland. Fred komt binnen en zegt tegen hem dat hij laf is. Net als toen hij een bemanningslid achterliet aan land, en niet terug ging om hem te halen omdat hij bang was. Freytag vraagt van wie hij dat heeft. Van Natzmer’s zoon, van Elke Lubisch en grotendeels van Lubisch zelf. Freytag zegt dat het anders is gegaan, en dat Fred het verkeerd gehoord heeft. Fred wist namelijk niet dat Kaxi de Griek aan boord was. Hij was de sterkste man aan boord en ging door tot het eind. Ze hadden twaalfduizend ton graan aan boord, die afgeleverd moest worden bij een eiland. Ze moesten wachten tot de prijs van het graan verder steeg. Op een dag kwam Maxi naar Vrijdag toe, en vroeg aan hem of hij naar de haven wilde gaan en dit te besluiten met een gevecht. Hij werd gek van de gedachte dat zijn volk zonder eten zit. En Libisch heeft Fret wijsgemaakt dat Fretzaag dit voorstel heeft voorgelegd bij de bemanning, en dat het voorstel ging door, want er is niets eenzamer dan rond te varen en te wachten op een nieuwe order. Er werden matten op het dek gelegd, en Natzmer werd als scheidsrechter gekozen. S’avonds, toen het koeler werd, kwam de bemanning om tegen de Grieken te strijden. De bemanning won alles. Toen moest Freytag tegen Kaxi vechten. Hij had hem in een eenvoudige Nelson, maar hier kwam hij uit. Daarna had hij hem in een beenklem. Kaxi lag half op Freytag. Kaxi probeerde Freytag dood te drukken. Op dat moment sloeg Natzmer Kaxi met een stuk hout hem in zijn nek.

De volgende ochtend toen de kust in zicht kwam, sprong de Griek over boord.

Vierentwintig uur later kregen we de order om het graan uit te laden. Ze werden ontvangen door de burger met stenen en planken met spijkers er door, maar er waren bewakers gestuurd door de commandant om het graan te bewaken. Kaxi was voordat zij aankwamen de stad in gegaan, en ze wisten alles, zoals dat ze met het graan gewacht hebben. Het liefste wilde de mensen het graan in de zee gooien, maar de bewakers eigenlijk ook. Toen ze klaar waren, gingen Natzmer, Lubert en Freytag waren naar het bureau van de commandant, omdat ze niet terug konden zonder aangevallen te worden. Vroeg de volgende ochtend gingen ze van boord,

Maar werden onderschept door bewapend mannen. Ze moesten in een vrachtenwagen gaan zitten. Ze werden weg gebracht, en toen ze uit moesten stappen stond Maxi voor hun met een stuk hout en gaf Nazomer een klap terug.

Op Maxi teken bonden ze Nazomer vast en lagen hem op een rots in de zon.

Ze hurkten neer in een half rondje en zaten daar maar voor twee dagen, en als de twee bewogen, dan pakten ze hun ouderwetse revolvers.

Niemand at of dronk wat. In de tweede nacht moesten Lubisch en Freytag, zonder Natzmer in de vrachtwagen stappen. Ze werden naar de klippen gebracht, Kaxi was hier niet meer bij. Ze werden va de klippen in het water gegooid. Ze zwommen zo ver van land af zodat ze hen niet meer konden horen.

Lubisch zei toen dat ze terug moesten gaan om Natzmer te halen, maar ik wist dat de mannen nog steeds daar op de klippen zouden staan. Toen Freytag merkte dat Lubisch niet meer achter hem zwom, schoten hoorde en daarna zijn schreeuw hoorde keerde hij om, om Lubisch te halen. Ze zwommen drie uur lang. Toen ze aan boord kwamen was Lubisch bewusteloos. De bemanning wilde ook proberen om Natzmer te redden. Hoewel ze een nieuwe order voor Rotterdam hadden gekregen. Sommigen aan boord dachten zelfs dat het bureau van de commandant naar Natzmer aan het zoeken was, dezelfde mensen die hen op hadden gewacht met planken en stenen. Ze hadden geen wapen, dus we konden niks tegen de Grieken beginnen, zei Freytag.



Freytag zegt; ,, Ik wil dat het schip zijn laatste wacht beëindigt, en dat iedereen aan boord is als we weggaan. Op dek merkt Freytag dat de boot van de misdadigers is verdwenen, Het touw is doorgesneden. Freytag vermoedt dat Rethorn het gedaan heeft. Wanneer hij aan Caspary vertelt dat de boot weg is interesseert dit de dokter niet echt. Caspary wil met het vuurschip gaan varen, maar Freytag zegt dat de boot zijn positie niet verandert.



Gombert, Eugen wacht op, en wil hem met een grote ijzeren pen neerslaan, maar hij komt niet op dagen. Caspary wordt door Gombert neergeslagen. Ze nemen hem gevangen, en binden hem vast op een stoel in de kaartenkamer. Eugen en Edgar gaan Caspary redden. Bij deze actie word Zumpe neergeschoten door Edgar, toen hij Eugen wilde neerslaan. Nadat Caspary is bevrijd, gaat Freytag naar de kaartenkamer en schrijft alle gebeurtenissen van de laatste tijd op in het logboek. Opeens hoort hij iets en gaat kijken. Het is Caspary. Als het het logboek ziet kijkt hij erin, en schuurt vervolgens de net geschreven bladzijden

eruit. Er komt een verzorgingboot met twee mannen erop aan, die vervolgens aan boord komen. Ze drinken wat congac en Freytag biedt hen zoveel mogelijk aan, om hen niet op de rest van de boot te laten komen. Ze hadden een kersentaart meegenomen voor de laatste wacht. Eén van de twee ziet een lege huls op de grond liggen, maar Freytag zegt dat deze van zijn zoon is, die ook aan boord is.



De storm wordt steeds erger. De twee mannen gaan dronken van boord. Als de boot is afgevaren vertelt Caspary over zijn leven. Caspary vertelt dat een broer had maar deze is overleden. Hij heeft het advocatenbureau over genomen van hem. Later verklaarde hij zichzelf dood. Hij zegt ook dat hij de boot heeft los gesneden, omdat hij er zeker van wilde zijn om niet na een kilometer stil te komen staan, want een goede maschinist kan daar wel voor zorgen. Als Freytag Eddie tegenkomt vraagt hij waar zijn broer is, hij weet het niet. Eugen en de kok drinken samen koffie. Later gaat Eugen eerst naar het toilet en dan naar zijn kamer. Freytag gaat naar de kamer van Fred, die op bed ligt. Zodra Fred Freytag ziet springt hij uit bed en gaat naar buiten. Freytag vraagt zich af waarom hij nog iemand zou moeten opzoeken, want iedereen is toch tegen hem. Trittel komt naar Freytag en vertelt, dat nadat Eugen naar zijn kamer ging, hem gevolgd te hebben en hem neergestoken heeft en daarna overboord heeft gegooit.



De volgende ochtend ontdekt Gombert dat er mijn richting hen drijft. Freytag haalt caspary en vraagt hem om hulp. Freytag zegt dat ze de mijn moeten afschieten. Eddie wordt gehaald om de mijn af te schieten. Het eerste schot is vijftig a honderd meter voor de mijn. Het tweede schot is op de mijn, maar ontploft niet. Gombert zegt dat je op de hoornen moet schieten. De derde keer schiet hij de mijn raak. Eddie staat verstelt van de ontploffing. Trittel heeft koffie gemaakt. Caspary komt bij Freytag aan tafel zittten. Ze praten weer wat over caspary z’n leven. Caspary zegt dat hij investeerd in onzinkbare redingsboten. Hun boot was een prototype. Plotseling wordt opgeroepen door

Philippi om naar de communicatie kamer te komen. Hier vertelt Gombert hem ,dat de direktie aan land door heeft wat hier aan boord gaande is. Frreytag vraagt van wie ze het hebben gombert dat hij alles heeft vertelt. De directie wil een boot sturen.



Fffreytag schrijft de bladzijdes over in het logboek, die Caspary eruit heeft gescheurd en zet het dan achter slot en grendel. Freytag merkt dat niemand oop zijn post is,iedereen staat aan de reling bij Caspary en Eddie. Hij bevelt Gombert om op te uitkijk te gaan staan, maar hij gaat niet. Hij roept boos dat iedereen naar zijn post moet gaan, maar niemand reageert. De Bemanning wil het anker inhalen, en Caspary en Eddie op land afzetten. Freytag is hier nog steeds zwaar tegen. Freytag gaat demonstratief voor de schakel staan waar het anker mee omhoog moet gehaald worden. Eddie beveelt hem hiervandaan te stappen, en uiteindelijk doet hij dit maar.rethorn probeert het maar het lukt niet. Hij beveelt andere het te doen, maar niemnd doet het. Eddie schiet Freytag neer, waarop Fred, Eddie in zijn rug steek met de ijzeren pen. De rest van de bemanning pakt dokter Caspary. Soltow ziet een boot eraan komen. Ze willen Freytag hiermee naar land brengen.

Fred?,, vraagt Freytag:,, Varen we al?

,,Nee, vader” zegt de jongen.

,,Alles in orde?”

,,Alles” zegt de jongen.



Plaat en tijd

De plaats waar het verhaal zich afspeelt is voor de kust van de Duitse Oostzee, in het jaar 1954.

Thema

Het verschil tussen laf zijn en verantwoordelijke beslissingen nemen (tegenover andere)



Het tekstgedeelte waar het thema deels op rust is de gebeurtenis in Griekenland, en keuze dat op Natzmer niet te gaan halen onder andere.

De titel zegt niets van het verhaal, behalve dat het op een vuurschip afspeelt.

Auteur

Siegfried Lenz is geboren op 17 mei, 1926 in Lyck. In 1951 verschijnt zijn eerste roman Es waren Habichte in der Luft.

Andere verhalen van hem zijn o.a. Deutschstunde, Brot und Spiele, Jäger des Spotts en nog andere korte verhalen en toneelstukken.

Eigen mening

Ik vond het een wel aardig verhaal, maar wel erg langdradig. Dat de bemanning Freytag hun rug toekeerde was aan de ene kant begrijpenlijk, omdat ze vonden dat hij niets deed. Maar aan de andere kant zeer nep, want het is uiteindelijk toch nog hun Kapitein. Je ziet toch dat ze aan het einde weer voor de Kapitein z’n kant kiezen. Het onderdeel dat Fred eerst boos op zijn vader is, en aan het einde niet meer was leuk.Het verhaal was best wel realistisch en de opbuw was gewoon zoals een verhaal hoort te zijn. Het is een goed thema, want dit speelt een grote rol in het leven.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen