U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Frederik Van Eeden - De Kleine Johannes.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=39 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1905 woorden.

Bibliografie
Eerste druk: 1887

Gelezen druk: 1994

Het boek heeft 154 bladzijden en is opgedeeld in veertien genummerde hoofdstukken. De hoofdstukken hebben geen titels.


Samenvatting
Johannes woont in een oud huis met een grote tuin. Tijdens wandelingen met zijn vader vraagt hij vaak domme vragen ('waarom is de wereld zoals zij is?'). Hij bidt vaak om een wonder, waarvan hij toch weet dat die niet zal komen.

Als Johannes met zijn hond Presto op de vijver drijft komt er een blauwe waterjuffer aan die verandert in een elf. Zijn naam is Windekind en wil de vriend van Johannes worden, op voorwaarde dat Johannes zijn naam nooit aan een mens zal noemen. Door een kus van Windekind wordt Johannes opeens kleiner en verstaat de taal der dieren en planten. Windekind laat hem de wonderen van de natuur zien. In een krekelschool leert hij dat krekels boven alle dieren staan, omdat ze kunnen vliegen, springen en kruipen. Volgens de krekels staat de mens onderaan, omdat die het niet kan. Hierna gaan ze naar een feest in een konijnehol, ten bate van de dieren die slachtoffer zijn geworden van de mens. Johannes krijgt van de elfenkoningin Oberon een gouden sleuteltje, dat op een kistje past waarin schatten zitten. Ze verlaten het feest als Johannes moet lachen om de manier waarop de dieren dansen. Ze vallen buiten in slaap.

De volgende dag gaat Presto Johannes zoeken, hij vindt hem in de duinen. Johannes denkt dat hij gedroomd heeft, maar vindt dan het sleuteltje. Thuis moet Johannes z'n vader beloven dat hij niet meer weg zal lopen, maar Johannes wil niks beloven. Na een paar dagen ontmoet hij Windekind weer en gaan samen het sleuteltje veilig opbergen, omdat anders z'n vader het sleuteltje op Johannes' wasdag zou vinden.
Na drie weken wil Johannes Windekind zien en een duif geeft hem een veertje zodat hij kan vliegen. De duiven brengen hem naar Windekind en samen gaan ze naar de mieren. De mieren bereidden zich voor op de strijd tegen de strijdmieren (zelf noemen ze zich vredesmieren), maar alle mieren zijn eigenlijk strijdmieren. In het bos ziet Johannes hoe een groep mensen de rust verstoort. Daardoor wordt Johannes bedroefd en blijft bij Windekind.

Windekind verteld Johannes over de kabouters en Johannes wil ze zien. Hij ontmoet Wistik die een kruisspin uit een boekje voorleest over kribbelgauw (Kribbelgauw is bij de andere dieren een monster, maar bij de spinnen een held). Johannes wil weten in welk boekje de waarheid staat. Wistik weet ervan, maar zoekt zijn hele leven er al naar. Windekind zegt dat het boek niet bestaat en dat hij niet naar Wistik moet luisteren. Johannes blijft steeds aan het boekje denken.

Windekind zegt dat Wistik al veel mensen naar het boekje heeft laten zoeken en hen zo ongelukkig heeft gemaakt. Johannes wil antwoorden op zijn vragen en gaat terug naar Wistik. Wistik zegt dan dat de mensen het kistje hebben en de elven het sleuteltje, de elvenvijand vindt het niet, mensenvriend slechts opent het, lentenacht is de rechte tijd en het roodborstje weet de weg. Johannes denkt dat hij de aangewezen persoon is het kistje de vinden. Johannes gaat terug naar Windekind, maar kan hem niet vinden.

Johannes dwaalt verdrietig door het bos. Hij komt aan bij een tuinman, waar hij tijdens de winter mag blijven. Daar lezen ze uit een boekje waarin over God wordt gesproken, maar dit is volgens Johannes niet het ware boekje.

In de lente ontmoet hij een blond meisje, Robinetta, met haar roodborstje. Hij brengt een leuke tijd met haar door. Wistik herinnert Johannes eraan het boekje te vinden. Robinetta zegt dat ze weet waar het is.

Robinetta's vader laat Johannes de bijbel zien, omdat hij denkt dat dit is waarna Johannes naar zoekt. Johannes zegt dat hij deze al kent en dat het het verkeerde is, omdat er anders vrede zou zijn en dat is er niet. Hij zegt dat hij geen eerbied heeft voor god. De vader wordt kwaad en stuurt Johannes weg. Johannes gaat dan op zoek naar het boekje maar vindt het niet. Hij komt Pluizer tegen. Pluizer zegt een vriend te zijn van Wistik en dat hij meer weet dan Wistik. Hij zegt ook dat Windekind nog veel dommer is dan de kabouter. Johannes zou alles gedroomd hebben, maar alleen Pluizer zou echt bestaan. Pluizer zou Johannes helpen zoeken naar het boekje.

Als Johannes wakker wordt is hij in het kamertje van Pluizer in de stad. Hij ontmoet Pluizer's vriend Hein. Daarna gaan ze naar dokter Cijfer die bezig is een konijn aan het onderzoeken. Dokter Cijfer wil Johannes ook helpen zoeken naar het boekje, maar alleen als hij sterk is en niet klein en teerhartig.

Pluizer toont Johannes de armoede en ellende van het mensen bestaan in de stad. Ze gaan naar een feest en pluizer laat de ijdelheid en verveling achter de lachende mensen zien. De rondleiding eindigt op het kerkhof. Pluizer maakt hen klein en ze gaan voorafgegaan door een worm de graven in en bekijken een graf van een vrouw die op het feest was (het is nu een halve eeuw later, voor Pluizer bestaat geen tijd). Ze bezoeken nog een aantal graven en op het laatst het graf van Johannes, waarop hij flauwvalt.

De volgende ochtend zijn ze terug bij dokter Cijfer en begint Johannes met leren. Hij doet dat maanden lang, maar hoe meer hij leert hoe duisterder het wordt. Dokter Cijfer laat niet toe dat Johannes iets bewondert, als een bloem. Hij leert hem dat het ondoelmatig is. Zijn verlangen naar Windekind en Robinetta nemen steeds meer af. Ondertussen laat pluizer hem zien hoe zinloos alles is. Johannes voelt zich hulpeloos. Pluizer zegt dat Johannes het boekje met het sleuteltje moet vergeten, hij moet net zo worden als dokter cijfer.

In de lente verlangt Johannes naar de duinen. Hij gaat er naar toe als zijn vader op sterven ligt. Nadat zijn vader gestorven is wil Pluizer hem opensnijden om te kijken wat er mis was met hem. Johannes komt op tegen Pluizer en wil voorkomen dat zijn vader wordt opengesneden. Pluizer verdwijnt dan en zal niet meer terug komen. Bij het sterfbed zit Hein en zegt dat Johannes het goed gedaan heeft. Johannes wil met Hein mee maar Hein weigert. Johannes hield van mensen hoewel hij het zelf niet wist.

Buiten ziet Johannes Windekind met het sleuteltje en rent hem achterna. Op het strand ziet Johannes Windekind en Hein in een boot zitten. Van de andere kant komt een mens aanlopen, deze stelt Johannes de vraag of hij naar het grote licht (in de boot) wil gaan of naar de mensheid (met de gestalte). Johannes kiest voor het laatste.


Tijd & Ruimte
TIJD

Het is een chronologische verteld verhaal. Soms wordt er gebruik gemaakt van flashbacks waarin Johannes terugdenkt aan zijn vader of aan Windekind.

De vertelde tijd is ongeveer 2 jaar. De verteltijd is 2 dagen.

De verteller vertelt het verhaal achteraf. Het verhaal speelt zich af in de 19e eeuw.



RUIMTE

Er zijn duidelijke tegenstellingen van ruimten: de natuur tegenover de stad.

Het huis waar Johannes woont ligt vlak bij de zee in een duin- en bosrijk gebied. Johannes voelt zich hier gelukkig. De tochten met Windekind vinden hier ook plaats. In de stad, met pluizer, is hij ongelukkig. Het stinkt er, is groot, armoedig, druk, ellendig en vol ziektes. Volgens Johannes kan hier geen enkel mens gelukkig worden.


Vertel situatie
Het gebruikte perspectief is die van de auctoriale verteller. De verteller beschrijft nauwkeurig de gevoelens van Johannes en beschrijft andere personen door de ogen van Johannes.


Personages
· Johannes (de hoofdpersoon). Johannes is een kleine jongen met veel fantasie en een grote liefde voor planten en dieren. Hij vraagt en zoekt naar de waarheid. In het verhaal groeit hij op van kind tot jong volwassenen.
· Windekind. Hij is een elf en de zoon van de zon. Hij leert Johannes alles over de natuur, leert hem de taal van de dieren en planten, maar vervreemd Johannes steeds verder van de mensenwereld. Windekind haat mensen en Johannes neemt dat langzaam maar zeker over. Hoewel Johannes een mens is laat hij hem alles zien, omdat hij zijn vriend is. Windekind stelt de fantasie van het kind en de liefde voor de natuur voor.
· Wistik. Hij is de meest wijze van de kabouters. Hij praat te veel. Wistik spoort Johannes aan om op zoek te gaan naar het boekje waar de volledige waarheid in staat. Windekind wil niet dat Johannes naar hem luistert, maar Johannes doet dit toch en Windekind verlaat hem. Wistik symboliseert de drang naar kennis (het zoeken van antwoorden).
· Robinetta. Zij is een mens en wordt een goede vriendin van Johannes. Zij doen alles samen, totdat Johannes haar vertelt dat hij opzoek is naar 'het boekje'. Robinetta is het symbool voor de jeugderotiek.
· Pluizer. Hij ontkent het bestaan van alles wat bovenmenselijk is. Hij heeft minachting voor gevoelens en vindt het leven zinloos. Pluizer leert Johannes alles van de zin van het bestaan en de dood. Pluizer en dokter Cijfer symboliseren het rationeel denken.
· Hein. Hij symboliseert de dood. Pluizer brengt Johannes met hem in contact. Eerst is hij bang voor hem, maar later wil Johannes zelfs dat hij hem meeneemt opdat hij Windekind terugvindt.


Thematiek
Thema:

Het thema is de geestelijke ontwikkeling van kind tot volwassenen. Het kind vraagt zich telkens dingen af (zin van het leven, geluk/verdriet, leven/dood). Het antwoord leidt tot de essentie van het leven en tot de dood. Uiteindelijk wil hij niet meer zoeken maar gaat een leven leiden in dienst van de mensheid (volwassene).

Motieven:

· tegenstelling tussen de stad en de natuur
· fantasie
· wetenschap


Boekbeschrijving & Titel
De titel verwijst naar de hoofdpersoon uit het boek, nl. Johannes. Ook kan de titel verwijzen naar het Johannes evangelie, omdat ze allebei op zoek zijn naar een betere wereld.


Literatuur geschiedenis
Frederik Willem van Eeden (1860 - 1932) behoorde tot de Tachtigers, onder wie hij het religieus symbolisme vertegenwoordigde. Hij was werkzaam als arts, daarna als psychiater (tot 1894). Als Cornelis Paradijs maakte hij in 1885 de dichtbundel 'Grassprietjes'. Hiermee maakte hij de Nederlandse domineespoëzie belachelijk. In dat zelfde jaar was hij een van de oprichter van 'De Nieuwe Gids'. Het eerste nummer opende met het begin van de roman 'De kleine Johannes. In 1893 leidde een polemiek met Kloos tot een breuk met 'De Nieuwe Gids'. In 1898 stichtte van Eeden in Bussum de idealistische kolonie 'Walden', die door wanbeleid in 1907 failliet ging. In 1900 kwam zijn beroemdste roman 'Van de koele meren des doods. In 1894 en 1897 verschenen de twee vervolgen op 'De kleine Johannes'. Nieuwe sociaal-idealistische plannen werden door WO I verstoord en nadien was zijn literaire rol vrijwel voorbij. In 1922 werd hij rooms-katholiek. Zijn laatste jaren werden verduistert door een geestesziekte. Andere werken van hem zijn o.a.: De broeders (1894), Het lied van schijn en wezen (2 delen; 1897 en 1910), Studies (4 reeksen; 1890-1904) en Mijn dagboek (8 delen; 1931-1934).


Eigen mening
Ik vond het een leuk verhaal, het leek erg veel op een sprookje wat de schrijver ook in de eerste zin van het boek zegt: 'Ik zal u iets van de kleine Johannes vertellen. Het heeft veel weg van een sprookje, mijn verhaal, maar het is toch alles werkelijk zo gebeurd. Zodra gij het niet meer gelooft, moet ge niet meer verder lezen, want dan schrijf ik niet voor u.'

Ik had het boek dus eigenlijk niet verder mogen lezen toen het opeens over elven en pratende konijnen ging.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen