U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Jos Vandeloo - Het Gevaar.
Deze versie komt van http://www.verslagen.com/index.php?page=boek_toon&boek_id=126 en is laatst upgedate op 01/01/2004.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1516 woorden.

- Uitgever: Elsevier Manteau.

- Jaar van uitgave: 1960-1ste druk.

- Aantal pagina's: 123.

- (Eerste druk 1960, Antwerpen en Amsterdam).

- Genre: Roman.



2. Eerste reactie:

- Waarom heb ik voor dit boek gekozen? Heel simpel, ik heb een vriend die dat boek ook ooit eens heeft gelezen. Hij vond dit een mooi boek en kon mij het ook aanraden om eens te gaan lezen. Dat heb ik dus gedaan. Daar komt ook nog eens bij dat meneer Van Der Voort keer op keer heeft gezegd dat dit een mooi boek is en zeer zeker meer dan de moeite waard was om te lezen. Toen was ik overtuigd en ben ik het gaan lezen.

- Mijn verwachtingen voor dit boek waren groots. Dat komt omdat het dus door meerdere mensen als een goed boek omschreven was. Waar het verhaal over ging, wist ik niet, maar daar kwam ik al snel genoeg achter.



3. Verdieping:

- Het boek is 5 hoofdstukken verdeeld; een proloog, hoofdstuk 1 t/m 3 en de epiloog. De proloog en de epiloog kun je samen zien als een groot hoofdstuk, omdat het epiloog verder gaat waar de proloog ophoudt. In de proloog is Alfred Benting ontsnapt uit een instelling waar hij samen met 2 anderen behandeld werden, omdat ze besmet waren geraakt met radioactieve straling. Daar ontmoet hij een man met de naam Edward Lava (bij het horen van zijn naam denkt hij meteen aan een slecht iemand. Lava slaat waarschijnlijk terug op de hitte van de hel of de hete lava die uit een vulkaan komt en alles vernietigd wat hij op zijn pad tegenkomt). Benting wil niet met hem praten. Ineens haalt Lava een van zijn ogen uit zijn oogkast en legt die op tafel neer (misschien slaat dat oog terug op het boze allesziende oog). Dan zegt Lava: "We zien elkaar nog wel". Wat hij daarmee bedoeld weet Benting natuurlijk niet, maar daar zou hij vanzelf achterkomen. In het eerste hoofdstuk wordt Benting volledig schoongemaakt met allerlei chemicaliën. Dan wordt hij apart gezet samen met nog 2 anderen. Die 2 anderen zijn Martin Molenaar en Harry Dupont. Zij zijn, evenals Benting, besmet geraakt met radioactieve straling. Ze vervelen zich nogal. Benting kijkt door het raam en praat tegen de populieren. Als Dupont vraagt tegen wie hij praat zegt Benting dat hij tegen de populieren praat, omdat zij heel serieus en aandachtig naar hem luisteren (=titelverklaring). 's Avonds luisteren ze naar de treinen die voorbij komen, dat is een teken dat ze nog leven. Benting hoort niks van zijn vrouw terwijl Dupont een brief ontvangt. Dan krijgt Molenaar te horen dat hij snel zal doodgaan, omdat de hoeveelheid witte bloedlichaampjes schrikbarend is afgenomen. Ook krijgen Benting en Dupont te horen dat ze nog hooguit 8 dagen te gaan hebben. In het volgende hoofdstuk is Dupont bang. Hij stelt Benting voor om te vluchten. Benting wil eigenlijk niet, er zou dan een grote kans bestaan dat ze andere onschuldige mensen besmetten. Daar geeft Dupont weinig om. "Waarom zullen zij zich om anderen bekommeren terwijl die anderen zich ook niet om hen bekommeren?" denkt Dupont. Benting blijft hopen dat hij weer beter wordt. Daarmee kan ook de titel van dit hoofdstuk verklaard worden: met de tunnel wordt de crisis van hun toestand bedoeld en glanzen is een ander woord voor hopen. Dan ziet hij een vrouw. Het is de vrouw ben Dupont die de tuinman heeft omgekocht. Nu Dupont zijn vrouw heeft gezien, weet hij zeker dat hij wil ontsnappen. Het opgesloten gevoel en het machteloos zijn (= titelverklaring van wonen in een steen) maakt hen nog zieker denkt Dupont. 's Avonds weten ze te ontsnappen met een ziekenwagen. Dupont vraagt zijn vrouw om wat spullen voor hem en Benting te pakken uit zijn kamer en die in de lift te leggen. Hij wil haar niet zien, omdat hij bang is dat hij haar besmet. Daan gaan Benting en Dupont uit elkaar. Benting gaat naar een plek waar hij vroeger als student studeerde, bij zijn tante. Daar huurt hij een kamer en zegt dat hij dat hij in alle stilte wil studeren en dat ze hem niet moet storen. Dupont gaan naar een kroeg, bestelt daar een pilsje en laat dat op de grond vallen. Door de glasscherven bloedt hij dood. Benting neemt iedere dag wat van de medicijnen die ze meegenomen hadden toen ze uitbraken. Zijn tante begint achterdochtig te worden en daarom besluit Benting om te vertrekken. Hij gaat naar het station. Daar gaat het epiloog ook verder. De mensen staan allemaal om Benting heen, omdat hij gevallen is en niet meer opstaat. De dokter zegt dat hij dood is. Na een poos "geslapen" te hebben, wordt Benting ineens wakker in een mortuarium. Er zijn 2 lichamen die hem bespieden waarvan Benting er een onmiddellijk herkent: Lava. Nu heeft hij alle hoop verloren. Hij kan niet meer ontsnappen. Zijn noodlot is onafwendbaar.



- De schrijver heeft een fijne schrijfstijl. Er komen geen echte moeilijke woorden in voor en hij schrijft de zinnen zo dat je gemakkelijk en snel doorleest.



- Het verhaal speelt zich af in een grote (universiteits)stad, waarschijnlijk ergens in Nederland, in een speciale afdeling van een academisch ziekenhuis (= de instelling bij de samenvatting) en op het treinstation. Het verhaal is niet chronologisch verteld, tenminste in het begin. Eerste vertellen ze dat Benting ontsnapt is en daarna pas hoe het komt dat hij besmet raakte, dat hij ontsnapte en dat hij kennis maakte met de anderen.



- Er komen 2 belangrijke personages in dit verhaal voor en nog een paar andere redelijke belangrijke. De belangrijkste zijn Benting en Dupont, de minder belangrijke zijn Molenaar, de vrouw van Dupont Anne, Lava, dokter Wens en inspecteur Beck. De namen van de laatste 2 personages zijn ironisch bedoeld (Wens; iedereen die besmet is wenst weer beter te worden en daar zou dokter Wens voor moeten zorgen. Beck; hij moet ervoor zorgen dat Benting en Dupont weer terug (op z'n Engels back) in de instelling komen)



- De situaties zijn in werkelijkheid ook goed voor te stellen. Zoiets kan altijd gebeuren. Het is ook erg realistisch verteld als je het mij vraagt.



- De thema's van deze roman zijn de machteloosheid van de mens als mens zijnde, de eenzaamheid van het individu, onzekerheid en de angst die beklemmend over deze tijd hangt en de dood.



- Motieven hiervan zijn het wachten (geeft hoop), het raam in de kamer waar ze liggen (verwijst naar eenzaamheid en is voor geïsoleerde mensen het enige contact met de buitenwereld) te weinig contact met anderen hebben (praten met populieren), de trein als teken van leven, het vluchten (om contact te zoeken met anderen en in de hoop weer beter te worden en dus de dood te ontwijken) en de regen (zoiets verwijst meestal dat het verhaal slecht afloopt).



- De titel is een personificatie van de angst die toegespitst is op de gevaren van kernenergie. Na het lezen van dit boek mag dat ook wel duidelijk zijn waarom mensen die angst hebben. Waarschijnlijk is het als een soort protest bedoeld tegen de vindingrijkheid van de mens die voor deze problemen heeft gezorgd, maar ook tegen de eenzaamheid waarin een mens een ander laat verdwalen.



- Het werk is voor het eerst gepubliceerd in 1960.



- Voor meer info over de schrijver zie bijlage.



- Voor het tijdvak waarin dit boek is geschreven en de stroming weet ik helaas niet veel. Ik heb niet geen boeken uit die periode gelezen dus ik kan er niet veel nuttigs over zeggen.



- Zo'n soort verhalen met dezelfde thema's heeft de schrijver ook in een eerder boek van hem Wachten op het groene licht beschreven. Dat boek is uit 1959 afkomstig. Daarin komt de dezelfde personificatie voor als hierboven beschreven (bij het verband tussen de titel en het thema).



- Hoe typerend dit werk is voor die tijd weet ik niet. Volgens mij best wel typerend, omdat Jos Vandeloo er 2 boeken over geschreven heeft.



4. Beoordeling

- Het was een leuk boek om te lezen. Het las heel snel en gemakkelijk. Omdat de schrijver goed gebruik maakte om de spanning op te voeren, blijf je alsmaar doorlezen. Het is leuk dat het boek niet in chronologische volgorde is geschreven. Als je het proloog leest, snap je er waarschijnlijk al niks meer van en wil je meteen een ander boek lezen. Als je even doorgaat met lezen, kom je erachter hoe het in elkaar zit en kom je achter de ontdekking dat het toch wel een mooi boek is om te lezen.



- Mijn eindoordeel over dit boek is positief. Ik kan anderen dit boek ook aanraden om eens te gaan lezen. De situaties zijn goed voor te stellen en daarom kun je je dus goed in de hoofdpersonen inleven. Het verhaal was voor mij ook iets aparts, omdat ik nog nooit zulke boeken heb gelezen. Er kwam iets naar voren dat dit boek als een soort protest is geschreven en dat vond ik het mooie aan dit boek. Een mooi verhaal en tegelijk ook een achterliggende gedachte te herkennen.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen