U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Alberts - De Vergaderzaal.
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=44 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 631 woorden.

De hoofdpersoon, de heer Dalem, is een zakenman die bestuurslid is van een organisatie. Het bestuur van deze organisatie komt regelmatig bijeen in de 'vergaderzaal'. Zo ook op de dag waarop het verhaal begint. Van de negen bestuursleden is er een verhinderd, de heer Bartel.


Tijdens de vergadering wordt Dalem onwel: hij krijgt een vreemd gevoel in zijn hoofd en hij heeft af en toe het gevoel dat het boven erg licht is. Hij verlaat voortijdig de vergadering en krijgt van de concierge water en een aspirientje. Hij drinkt het water en vergeet het aspirientje in te nemen. Tegenover de concierge gedraagt hij zich nogal vreemd: hij prikt hem met zijn vinger in zijn rug.


Dalem verlaat het gebouw en gaat naar de tramhalte. Hij voelt zich niet erg zeker en neemt een taxi naar zijn kantoor. Hij doet vreemd tegen zijn secretaresse en bestelt twee karbonades met brood, die hij op kantoor nuttigt. Ook zijn optreden tegen zijn boekhouder en zijn procuratiehouder is abnormaal. Voor hij weggaat, tekent hij de stukken. Hij gaat naar een vergadering, die evenwel niet in zijn agenda vermeld staat. Als hij op straat komt, gooit hij zijn sigaar in de goot.


Het bestuur van de buurtvereniging is bijeen in het cafe van Spaan. De gemeente wil gebouwen afbreken. Er heerst een ontevreden stemming als Dalem binnenkomt. Hij biedt iets te drinken aan, maakt zich onmogelijk en vertrekt. Als hij uit het cafe komt, houdt hij op het fietspad een fietser tegen door zijn armen uit te spreiden. Hij gaat verder en komt in een volkstuinencomplex. Hij gaat op een bank zitten en beleeft de hele vergadering weer, maar op een zeer vreemde manier.


Het gaat flink regenen en een man schuilt onder het afdak van het tuinhuisje waar Dalem bij zit. Dalem zegt dat hij op zijn secretaris wacht. De man is op weg naar zijn zoon. Als hij weg is, begint Dalem hem na te schelden. Dan verbeeldt Dalem zich dat zijn secretaris er is, met wie hij een soort vergadering opvoert. Nadat hij de deur van een tuinhuisje een trap gegeven heeft, rent hij het bruggetje over en het pad op. Hij gaat op weg naar de stad.


Dalem gaat met twee mannen, die wat te veel hebben gedronken, een cafe binnen. Met zijn drieen gaan ze aan een tafeltje zitten. Ze drinken wat en eten karbonade. Dalem presenteert sigaren. Hij denkt dat ook zijn secretaris aanwezig is en hij spreekt hem toe. De twee andere mannen slaan er zeer grove taal uit. Dalem staat plotseling op en rekent af. Hij betaalt veel te veel. Aan de rand van de stad, vlak bij de havens, staat een noodziekenhuis, vooral bestemd voor zeevarenden. Het gebouw behoorde aan een familie die zich bezig hield met de houthandel. Beneden was het kantoor, boven woonde men. Uit deze familie stamt Dalem.


Als zijn broer na een zeereis niet meer terugkeert, wordt Dalem zijn opvolger als leider van het bedrijf. Zijn zwager heeft veel van op het bedrijf. Na de boedelscheiding blijkt, dat de zwager het huis aan een bevriende relatie in het stadsbestuur heeft toegezegd. Dan wordt het een noodziekenhuis.


De portier van dit ziekenhuis zit te vissen als Dalem op een vreemde manier aan komt lopen. Hij loodst hem het ziekenhuis binnen. Als de zusters hem naar een kamer willen brengen, rukt hij zich los en rent naar buiten. De bestuursleden uit de vergaderzaal ziet hij aan de overkant van het water staan. Hij springt in het water.


Nadat Dalem lang ziek is geweest, kondigt hij aan dat hij weer in de vergaderzaal zal verschijnen. De overige bestuursleden vinden het een griezelige boel. Hij komt met de tram. Ze zien hem op de vluchtheuvel staan. Als hij naar boven kijkt, doen ze allemaal een stap terug.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen