U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Boudewijn Büch - De Hel.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/20119/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1405 woorden.

Boudewijn Büch - De hel



Atlas, Amsterdam/Antwerpen (1993)



Titelverklaring:



Laroux Brockhaus, de broer van hoofdfiguur Winkler, beschrijft het gymnasium als 'de hel'.



De auteur:



Boudewijn Maria Ignatius Büch wordt op 14 december 1948 geboren in geboren in Den Haag en groeit met zijn ouders en vijf broers op in Wassenaar. Op elfjarige leeftijd wordt de onhandelbare Boudewijn naar een psychiatrische inrichting in Brabant gestuurd. Hij ondervindt veel problemen van het slechte huwelijk van zijn ouders. Zijn vader heeft grote trauma's overgehouden aan de oorlog. Als hij in 1960 weer thuiskomt, zijn zij gescheiden. Vader Büch pleegt na enkele mislukte pogingen uiteindelijk zelfmoord. Na een onafgeronde gymnasiumopleiding studeert Boudewijn Duitse en Nederlandse Letteren in Leiden. Hij schrijft poëzie, romans, reisverslagen en essays.



In 1976 debuteert hij met de gedichtenbundel Nogal droevige liedjes voor de kleine Gijs. Zijn prozadebuut maakt hij in 1981 met De blauwe salon. Hij krijgt landelijke bekendheid met zijn reisverslagen. Daarnaast is hij een bekend criticus, schrijft hij columns en presenteert hij zijn eigen televisieprogramma. Bekende motieven in zijn werk zijn de vroege dood van zijn zoontje, homoseksualiteit en psychiatrie. Ook is hij een grote fan van Mick Jagger. Zijn werk De kleine blonde dood (1985) wordt in 1993 succesvol verfilmd, met Antonie Kamerling in de hoofdrol.



Ander werk van Büch is onder andere Dood kind (1982), Literaire omreizen: een idioticon (1983), Weerzien, een verhaal (1984), Blauw: een reisverhaal (1987), Brieven aan Mick Jagger (1988, in 1998 uitgegeven onder de titel Voorgoed verliefd) en De hel (1994).



Literaire stroming:



Moderne Nederlandse literatuur.



Genre:



Novelle.



Samenvatting:



Winkler Brockhaus gaat, in navolging van zijn broer Laroux, het gymnasium volgen. Laroux beschrijft het gymnasium als 'de hel'. Moeder vindt dat ze het niet moeten overdrijven. In haar tijd kon ze alleen nog maar dromen van het gymnasium. Ze meent dat Winkler, na het gymnasium, wel dokter of advocaat kan worden. Op de allereerste schooldag gaat het al mis; Winkler fietst, tegen het reglement in, over het schoolplein naar de fietsenstalling. Hij moet zich daarop melden bij de conrector. Als later de conrector het reglement komt voorlezen in de kantine, wordt van iedereen een absolute stilte geëist. Winkler fluistert iets tegen zijn buurman, Alexis, en wordt door de conrector aan zijn oren getrokken. Van de rector moeten ze als strafwerk het hele geschiedenisboek overschrijven. De conrector vindt deze straf te mild en geeft ze nog 100 pagina's van het aardrijkskundeboek mee. Ook de leraren hanteren strenge regels en zijn niet kinderachtig wat strafwerk betreft. De leraar Frans laat zijn leerlingen eindeloos lang onregelmatige werkwoorden opdreunen.



Winkler besluit met school te stoppen. Hij wil fietsend naar Frankrijk en brengt zijn fiets ter reparatie naar meneer Wielenga. De reparateur vertrouwt de zaak niet en informeert Winklers moeder. Zij reageert hierop woest. Voor kinderarbeid moet hij maar naar Afrika gaan. Na deze berisping informeert moeder de rector van het gymnasium. Op school krijgt Winkler ruzie met meneer Hundertwasser, de leraar Duits. Winkler is van mening dat de Duitse naamvallen maar onzin zijn. De leraar is van mening dat de naam Brockhaus wel erg Duits klinkt en dat Winkler dus respect voor de Duitse taal behoort te hebben. Als Winkler hem uitlegt dat zijn familie afkomstig is uit Polen, reageert de leraar met de mededeling dat het dan wel een jodenfamilie betreft. Ook vindt hij dat de joden zelf de hand hebben gehad in alle oorlogsgebeurtenissen. Winkler is stomverbaasd en besluit zijn vader, die al enige jaren gescheiden is van zijn moeder, te schrijven. Als Winkler wiskundeles heeft, ziet hij zijn vader plotseling op het schoolplein lopen en krijgt hij weer moed. Hij krijgt een standje van leraar Latjes en moet zich melden bij de rector. Daar treft hij vervolgens zijn vader aan. Na een indringend gesprek met de rector worden Hundertwasser en Latjes geschorst wegens het uiten van antisemitisme. Kort daarop worden zij ontslagen.



Winkler is nu de held van de school. Na een geschiedenisfilm over de jodenvervolging wordt hij zelfs gezien als één van de overlevenden. Toch blijven er nog leraren die hun traumatische oorlogservaringen niet van zich af kunnen zetten en de leerlingen blijven treiteren. Gymnastiekleraar Staal heeft in een Jappenkamp gezeten en laat zijn leerlingen in de touwen klimmen, terwijl hij hen met een stok probeert te raken. Tekenleraar Wreedstaart heeft een onbekend trauma en gedraagt zich bijzonder vreemd. Hij laat leerlingen onbekende voorwerpen tekenen en wil dat ze een eikenblad op zijn borstkas tekenen. Hierop springt hij als een kikker het lokaal uit, om nooit meer terug te komen. De enige leraar die wel het respect van zijn leerlingen verdient, is meneer Pompeius van der Camp, Pompie genaamd. Bij wijze van grap plaatst Winkler een traangasgranaat onder zijn stoel. Pompie ziet het en schuift de granaat onder Winklers stoel. De klasgenoten, die er eerst wel de gein van in konden zien, keren zich nu tegen Winkler. Na de les maakt de rector hem goed duidelijk dat hij niet meer welkom is op de school. Hij uit zich met antisemitische uitspraken als: "Jullie ras verloochent zich nooit."



Winkler besluit te gaan werken en solliciteert bij het energiebedrijf. Hij wordt direct aangenomen als meteropnemer. Na een half jaar besluit hij in de avondopleiding zijn gymnasiumopleiding af te maken. Na de avondopleiding volgt hij de studie Nederlands en studeert hij zelfs eerder af dan zijn vroegere klasgenoten. Hij wordt een graag geziene gast op de televisie. Tijdens een schoolreünie ontmoet Winkler de invalide meneer Staal. Hij geeft toe dat hij zich indertijd misdragen heeft. Bij de slijterij ontmoet Winkler meneer Latjes, die aan de drank is geraakt. Hij en Hundertwasser hebben, als antisemieten, nooit meer een baan kunnen krijgen. Op het journaal ziet Winkler hoe zijn vroeger leraar Frans als verzetsheld onderscheiden wordt door de koningin. In een volgend journaalbericht ziet Winkler zijn oude geschiedenisleraar, die een rechts-nationalistische partij heeft opgericht, pleiten voor een buitenlandersvrij Nederland. Het trauma van tekenleraar Wreedstaart verneemt Winkler via zijn buren. Hij blijkt in de oorlog zijn hele gezin te zijn verloren. Geestelijk is hij nooit van dit trauma hersteld. Hij blijkt echter wel een succesvol makelaar te zijn. De conciërge is nu gokhalexploitant en de rector is na zijn pensioen naar Kaapstad vertrokken. De leraar Nederlands is bareigenaar in België.



Tijd en tijdvolgorde:



De hel speelt zich af in de jaren zestig. De gebeurtenissen worden chronologisch verteld, waarbij ze worden afgewisseld met flash-forwards en flash-backs. De vertelde tijd is ongeveer 25 jaar.



Plaats/ruimte:



De gebeurtenissen spelen zich af op het gymnasium. De plaats is onbekend.



Karakterbeschrijving en -ontwikkeling:



Winkler Brockhaus:



Winkler is een jongen van een jaar of dertien. Hij gaat naar het gymnasium en krijgt les van sadistische leraren met antisemitische ideeën. Zijn persoonlijkheid wordt slechts beknopt beschreven, maar we krijgen toch een duidelijk beeld van hem. Hij wordt een held als hij verantwoordelijk is voor het ontslag van de twee leraren, maar hij doet dit zelf weer teniet door het incident met de traangasgranaat. Zijn doorzettingsvermogen blijkt uit het besluit om naar Frankrijk te gaan en zijn vader in te schakelen bij een conflict op school. Ook gaat hij, na kort gewerkt te hebben als meteropnemer, weer studeren. Door deze ontwikkelingen is Winkler te beschouwen als een rond karakter.



Laroux Brockhaus:



Laroux is de broer van Winkler en heeft twee jaar eerder op hetzelfde gymnasium les gehad. Hij is een bij-figuur en daarmee een vlak karakter.



Moeder en vader Brockhaus:



Ook Winklers ouders zijn vlakke karakters.



Overige personages:



De overige personages in het verhaal, met name de leraren, zijn typen.



Onderlinge relaties:



De belangrijkste relatie is die tussen de hoofdfiguur, zijn ouders en zijn broer, Laroux. De overige verhaalfiguren, zoals de docenten en klasgenoten, hebben een onbelangrijke band met Winkler.



Geloofwaardigheid van het verhaal:



….



Thematiek:



Antisemitisme:



Het gedrag van de leraren komt voort uit hun antisemitische gevoelens ten opzichte van joden. Deze gevoelens worden regelmatig geuit tegen Winkler, die van joodse afkomst is.



Motto:



Geen.



Taalgebruik:



Büch gebruikt in De hel korte, ongecompliceerde zinnen.



Opdracht:



De hel is geschreven 'voor Lex en Peter, Lamium album, Helianthus.'



Vertelsituatie:



Er is sprake van een personale verteller, waarbij Winkler het personaal medium is.



Perspectief:



Hij-perspectief.



Verhaalopbouw:



Het verhaal is opgesplitst in drie delen van ongelijke lengte. Het derde deel is zelfs maar een halve pagina lang. In dit deel wordt verteld wat er met de overige verhaalfiguren is gebeurd. Het is dus een soort epiloog. Eigenlijk begint dat al bij hoofdstuk twee. Er zijn dertig genummerde hoofdstukken, zonder titelnaam.



Eigen mening:



….







Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen