U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag :  - De Roos En Het Zwijn.
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=37 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 10013 woorden.

1. KORTE INHOUD (HENDRIK ADRIAENSEN) 1


2. VERTELSTANDPUNT (HENDRIK ADRIAENSEN) 4


VERTELLER 4


GEZICHTSHOEK 4


VERTELAFSTAND 4


CONCLUSIE 4


3. FIGUREN (PAUWEL VAN PELT) 5


ROSALENA 5


THYBEERT 6


VADER 7


ZORAN 8


TIRAS EN OTTOKAR 8


IDELIES EN RICHENEL 8


MOEDER 9


DE ENGELEN EN DE ELFEN 9


ORLINDE 9


LUCRETIA 10


MENSEN VAN ANTWERPEN 10


4. RUIMTE (KRISTOF DRUPPEL) 10


5. TIJD (BERT SLECHTEN) 11


6. MOTIEVEN / SYMBOLIEK / THEMA (BERT SLECHTEN) 12


MOTIEVEN 12


THEMA 16


7. ANNE PROVOOST: BIOGRAFIE (PAUWEL VAN PELT) 17


8. APPRECIATIE 20


HENDRIK 20


KRISTOF 21


BERT 21


PAUWEL 21


9. CREATIEVE VERWERKING (PAUWEL VAN PELT) 22


DE HERTOG EN IK 2 22


BIBLIOGRAFIE 22























1. Korte inhoud





Het verhaal speelt zich af in de vroege middeleeuwen op de linkeroever van de Schelde, met uitzicht op de omwalde stad Antwerpen met haar trotse torens en zeven poorten en met op de rivier de koggen van de Hanze. In het gezin van een reizend handelaar wordt een derde dochtertje geboren, onvolgroeid en zwak, op sterven na dood. Voor haar vader is ze het « Meisje-van-glas », omdat door haar blauwachtige doorschijnende huid haar schedel « als grijnzende grimas » te zien is. Haar schoonheid krijgt ze, als ze opgroeit, van de tegelelfen die de vloeren van het huis bevolken. Ze geven haar versterkend voedsel, ze laten van onder de plankenvloer de kruidengeuren opstijgen, ze zorgen zelfs voor een primitief preventief contact met koepokken zodat zij later niet geschonden wordt door de vreselijke ziekte. Samen met haar koesteren ze de wondermooie rozenstruik in de tuin die haar in de wijde omtrek beroemd maakt. Pas als ze vijf is, als alle directe levensgevaar geweken is - haar moeder is dan wel overleden -, krijgt ze een naam: Rosalena. Dor haar verbijsterende schoonheid is ze « geraakt » en kan ze niet terug naar haar oorspronkelijke staat: lelijk maar ongeschonden. Voor vrijwel niemand is ze nog wie ze is; ze is de vleesgeworden Schoonheid en zo wekt ze overal afgunst, onzekerheid, verwarring, verstomming en zelfs angst. Voor haar zussen is ze de grote spelbreker, want hun aanbidders verliezen alle belangstelling voor hen als ze haar zien. Voor haar vader, die rechtvaardigheid als zijn levensopgave ziet, is ze een voortdurende uitnodiging tot bevoorrechte behandeling, eerst omdat ze toch niet zal blijven leven, daarna omdat ze zo bijzonder mooi is en hem voortduren aan haar moeder doet denken. Omdat ze er nooit op gerekend had te blijven leven en omdat ze haar schoonheid slechts als een gekregen én vergankelijk goed zier, koestert ze ook geen verwachtingen Al haar affectie schenkt ze aan het wrattenzwijntje dat ze ooit van haar vader cadeau kreeg. Stilaan ontwaakt in haar het verlangen een man in haar armen te houden. Twee jonge mannen, diep getroffen door haar schoonheid, huwen de zussen om dichter bij haar te zijn. Dan krijgt ze in het host van de nacht elke dag een onbekende minnaar op bezoek, een vreemd wezen met wisselende beharing en geur. Door een list ontdekt ze dat die minnaar met kracht voor twee eigenlijk bestaat uit haar twee schoonbroers. Als er een pokkenepidemie uitbreekt, blijft zij alleen gespaard, wat de afgunst van de zussen nog vergroot, zeker omdat door de ziekte de kinderen in hun schoot sterven. Dan raakt ook Rosalena zwanger. Haar vader keert uitgeput terug van een van zijn reizen; hij heeft steeds maar gezocht naar het cadeau dat Rosalena van hem verlangde: een witte roos als geneesmiddel voor de blindheid van haar vroedvrouw. Die roos heeft hij zonder toelating geplukt in het kasteel van Thybeert. Uit wraak laat Thybeert de huizen van haar zussen platbranden. Omdat Thybeert dan nog geen voldoening gekregen heeft, gaat Rosalena in de plaats van haar zieke vader het vuile werk op het kasteel opknappen; Thybeert blijkt niet alleen wreed, maar ook diep bedroefd en lelijk. Geleidelijk groeit er vertrouwelijkheid tussen de schone Rosalena en de monsterlijke Thybeert. Hij bemint haar als haar vroegere beide minnaars tegelijk. Dan gaat ze terug naar haar vader, omdat die zonder haar niet geneest. Daar baart zij een gedrocht, een dubbelkind met twee hoofden en vier armpjes. Na korte tijd gaat ze terug naar Thybeert, haar kind achterlatend in de zorg van haar zussen. Ze weet dat haar hart voortaan altijd heen en weer zal gaan tussen haar vader en haar kind enerzijds en Thybeert anderzijds. Haar afkeer voor hem is even oneindig als haar liefde. Zij weet niet wie haar zal « doden, verlossen uit deze eeuwige beweging », wie zij zal « kussen om de dingen te keren ».





Gebaseerd op een artikel uit LEESIDEE JEUGDLITERATUUR


november 1997, Herman de Graef


2. Vertelstandpunt





VERTELLER


Ik-verteller, dit merken we doordat de meeste onderwerpen “ik” zijn:


p. 7: “Ik ben niet mooi geboren. Mijn schoonheid is gaandeweg gekomen, terwijl ik opgroeide, en ze is een verdienste van de elfen. Zij hebben me gevoed en in bescherming genomen. Omdat mijn schoonheid van hen komt, kan ik er niet aan ontsnappen.”





GEZICHTSHOEK


Vision du dedans voor de IK, want je vindt zowel beschrijvingen, interpretaties als analyses in het boek:





p. 7: “Ik heb rode lippen, een sneeuwwitte huid en handen als kostbare schelpen.”


p. 9: “Op de plaatsen waar mijn beenderen zaten, zag je een donkere schaduw.”


p. 65: “Ik geloofde niet dat hij een mens was omdat zijn beharing soms van plaats veranderd was, omdat hij telkens anders rook en omdat de kracht waarmee hij me beminde te groot was.”


p. 78: “Daarom had ik medelijden met hem.”





Vision du dehors voor de ANDEREN, want er is geen analyse:





p. 11: “Toen hij over de rand van mijn wieg keek, merkte ik meteen de bruine geboortevlek in zijn gezicht op.”


p. 9: “Toen even later mijn zusjes binnengeroepen werden en zich met kleine mondjes en grote ogen over me heen bogen, herkende ik zowel de schrille stem van Idelies als de meer zangerige, ietwat oudere stem van Richenel.”








VERTELAFSTAND


p. 7 (r.1-15) : vision avec vanwege de onvoltooid tegenwoordige tijd.


p. 7 (r.15) – p. 107 : vision par derrière, je hebt immers een duidelijke afstand tussen het verhaal en nu. Je merkt dit aan de tijdsaanduidingen:


p. 13: “Een drietal jaar na mijn geboorte (…)”


p. 18: “Korte tijd na mijn moeders overlijden (…)”


p. 23: “Diezelfde dag (…)”


p. 32: “Kort na de eerste sneeuw (…)”


p. 38: “De volgende morgen (…)”


p. 46: “Die avond (…)”


p. 107-109 : vision avec, opnieuw vanwege de onvoltooid tegenwoordige tijd





CONCLUSIE


De verteller is een IK-protagonist





3. Figuren





ROSALENA


Zij is het hoofdpersonage. Het grootste deel van het boek schat ik ze zo'n 15 jaar. Ze is enorm mooi en dat beseft ze maar al te goed. Toch ervaart ze dit als een zware last die op haar weegt.( blz7: "Ooit was ik lelijk en onvolgroeid. Maar ik was ongeschonden. Nu ben ik volmaakt maar geraakt.")


Tengevolge van deze bijzondere schoonheid voelt ze zich afgezonderd en onbereikbaar voor de andere mensen en zo gaat ze zich ook gedragen na verloop van tijd (blz44). Ze denkt dat de mensen haar alleen maar aandacht schenken omwille van haar schoonheid en niet om haar persoon. daarom voelt ze zich beledigd.(blz51: "Op mij had mijn schoonheid een omgekeerd effect. Mijn aantrekkelijkheid maakte me moedeloos en terneergeslagen omdat ik aandacht kreeg voor wat in mijn ogen tijdelijk en bijgevolg waardeloos was.")


Omdat ze weet dat ze haar leven te danken heeft aan anderen. (blz22) gedraagt ze zich nederig, liefdevol en angstloos (blz41:" Ik kende weinig vrees"). Ze gelooft wel helemaal niet in het slagen van haar eigen leven en heeft geen hoop op beter.(blz48: "Ik had nooit in het leven geloofd en kon niet begrijpen wat in haar al die verwachtingen deed ontstaan.")


Het meisje zit vol met driften, verlangens naar mannen (blz36). Haar verlangens laat ze zelfs eerst door Zoran uitvoeren.(blz31: "Zoran kende mijn nood. Hij ging over me heen staan zoals hij gedaan had toen ik vijf was, en likte de huid van mijn hals, mijn dijen met zijn ruwe, masserende tong.") Tot ze die dan uiteindelijk met Tiras en Ottokar en zelfs met Thybeert kan beleven. Ze is helemaal in de greep door haar driften.


Ze is afhankelijk van haar minnaars. Hen heeft ze nodig om zich goed te voelen. (blz109: "Wie zal ik kussen om de dingen te keren?" blz62)


Ze twijfelt aan heel veel dingen. Door de veranderingen in haar leven weet ze niet meer wat goed en wat kwaad is. Ze geraakt erdoor verwart, zo erg, dat ze soms aan de waarde van haar leven gaat twijfelen.(blz70: "De hemel heeft iets wat me bang maakt. De engelen hebben me verteld dat het een mooie plek is, de plaats waar ze me naartoe brengen als ik hun goede raad opvolg en gehoorzaam ben, een paradijs van overdaad en schone zielen. Maar schoonheid en overdaad, zijn dat geen verleidingen? Is het de bedoeling dat ik dan nog altijd deugdzaam ben, en gehoorzaam, en kuis? Bestaat daar nog zoiets als spijt en boete? Kan ik de hand aan mezelf slaan, ook al ben ik al dood?") Tenslotte vind ze dan toch ergens waarde in haar leven door de liefde en haar minnaars. Verder heeft ze heel wat vragen over haar zelfwaarde.


Ze leeft in een heel eigen wereld die ze zelf creëert in haar spiegel. Dagenlang zit ze in haar spiegel te kijken en houdt zo alles in haar wereldje in de gaten.


Aangezien ze zichzelf opsluit in haar eigen leven staat ze zeer onverschillig tegenover het leven van anderen. (blz88: "Kon ik hem vertellen dat bloemen me meer bewogen dan de ellende die ik in Antwerpen en omstreken had gezien?")


Ze houdt enorm veel van haar zussen. Ook al zijn zij jaloers op haar, ziet ze hen enorm graag. (blz54, blz22: "Ik hield van mijn twee zussen; ze waren me elk op hun specifieke manier dierbaar, Idelies omdat ze me aan het lachen maakte en Richenel omdat ze me tot nadenken stemde.")


Ook houdt ze van haar vader. Maar op een gegeven moment moet ze de keuze maken tussen Thybeert en haar vader, wat voor haar heel moeilijk is.(blz96,


blz97: "Hij zei: 'Wat doe je als ik de voordeur en het hek van het landgoed open laat staan?'


Ik zei: 'Dan loop ik weg, terug naar mijn vader.'"


blz102: "Ik miste Thybeert.")


Ze zit erg in met Thybeert ( die zonder haar heel eenzaam is: blz103) en met haar vader (idem).


Ze leidt een zeer 'gespleten' bestaan (blz107: "Mijn hart bevindt zich op twee plaatsen: hier in dit huis, in de kamer naast mij, bij mijn vader en mijn kind, en daar, over de waters en de bossen, bij de man op de vloer. Ik zie hem in de spiegel, maar de spiegel brengt hem niet hier.") Dit is ook zeer duidelijk in haar kind, dat eigelijk een Siamese tweeling is. Haar liefdesbeleving is ook gespleten(blz62: "ik miste Zoran zo dat ik diep ongelukkig ging slapen en de liefde van mijn minnaar nodig had, terwijl ik wist dat het juist die minnaar was die de terugkeer van mijn knobbelzwijn in de weg stond.") Ook haar liefde voor Thybeert is 'gespleten': (blz109: "Ik weet wat Thybeert zal vragen. Hij zal me vragen zijn vrouw te worden. Maar mijn afkeer is even oneindig als mijn liefde."). Ze zal ook nooit kunnen kiezen tussen haar vader en Thybeert, omdat ze zich niet van haar vader, maar ook niet van Thybeert kan afscheiden.


Ze heeft een kind. (zie later)


'Mijn bestaan is een oefening in het verdwijnen.' Deze zin is kenmerkend voor Rosalena, omdat zij in vele levens binnendringt, en er snel weer uitsluipt. Dit omdat ze zich steeds schuldig voelt naar de andere mensen toe. Ze ziet zichzelf als de oorzaak van alle 'onheil' om haar heen. Ze heeft zich altijd gezien als 'teveel'. Zo is ze dan ook opgevoed, en zo gedraagt ze zich dan ook. Het uit zich sterk in haar 'omgang' met haar kind. Ze baart het en geeft het dan weg aan haar zussen, omdat ze zich daar schuldig tegenover voelt.(blz101: "Je mag je kind hebben. Goed voor jou is dat, goed voor jou. Maar je moet me iets beloven. Dit moet je beloven: als het een tweeling is, geef je er eentje aan. Jij zoogt het maar het is eigenlijk van mij....Mijn antwoord kon niet anders zijn dan ja, een ja uit schuldbesef, niet omdat ik instemde. Ik leefde hun leven, kweekte op het zaad van hun mannen, en was nog altijd de enige die een gouden speld met een echte steen droeg, zij het op mijn kapje omdat mijn haar te kort was.")


Ze is een round character, omdat ze evolueert van lelijk en onvolgroeid, naar volmaakt en geraakt. In dit verhaal is wel vooral beschreven dat er een constante tweestrijd in haar woelt. Ze blijft gedurende het verhaal ook ongeveer hetzelfde denken en voelen, dus is ze in feite ook een flat character. Dit is dan ook de reden waarom het verhaal nooit eindigt.








THYBEERT


Hij is ook een minnaar van Rosalena. Omdat hij ook aandacht geeft aan het innerlijke kan hij Rosalena in wezen bereiken.


Hij is enorm lelijk. Hij heeft misvormde ledematen en een bochel.. Daarom is het ook zo moeilijk voor Rosalena om hem te beminnen. (blz109: "Maar mijn afkeer is even oneindig als mijn liefde.")


Hij is ongelukkig. Zijn familie is gestorven en hij is nog overgebleven (blz91: "'Wie oud is en verliezen lijdt, neemt dat als een deel van het leven. Wie pas begonnen is en alles voor het is opengebloeid verloren ziet gaan, verliest zijn verstand.'")


Maar hij praat nog steeds in gedachten met zijn familieleden.


Om dit te verwerken reageert hij zich af op anderen. Zijn lijfspreuk is dan ook: 'onredelijkheid is het enige wat helpt tegen verdriet.'


Hiermee rechtvaardigt hij al zijn daden die hij stelt om van zijn teleurstelling af te geraken.


Hij is dan ook sterk in zichzelf gekeerd en geeft zichzelf niet bloot. (blz103: "Hij speelde poker met Dankaert en maakte grapjes over diens rampzalige worpen. Maar ik zag dat het verdriet in zijn hart niet verminderde. Iedere dag zag ik hem dieper naar de afgrond van de wanhoop toe schuiven.")


Hij voelt zich afgestoten door de maatschappij omwille van zijn lelijkheid en zijn eenzaamheid. (blz103: "'Weet je hoeveel mismaakte kinderen er per jaar geboren worden?' vroeg hij ernstig aan de oude bediende, die zijn ogen dichthield als om te tellen en over het aantal na te denken. 'En weet je hoe klein hun overlevingskansen zijn? Ik had niet in leven mogen blijven. Maar zie, iedereen om me heen stierf, behalve ik.'")


Hij is dus enorm verbitterd.


Hij heeft veel verdriet, waarschijnlijk om zijn gemis. (blz107)


Als Rosalena aankomt, is er in het begin een enorme afschuw van Rosalena naar Thybeert toe. Later wordt dit dan een enorme vriendschap die dan doorgroeid in een liefdesrelatie. Ze vinden elkaar dus zeer goed. Dit omdat ze elkaar echt kunnen begrijpen, aangezien ze in een zelfde situatie zitten.


Ook Thybeert voelt zich schuldig. (blz96: "Maar net als ik was hij nog aan boetedoening bezig.")


Thybeert is een echte vaderfiguur voor haar, en vervangt dus later haar vader. Daarom is het voor Rosalena ook zo moeilijk om te kiezen tussen Thybeert en haar vader.


Door Rosalena kan hij zijn gevoelens beter verwerken en zijn boetedoening beter doorzetten. Ook Rosalena leert zichzelf beter kennen door hem.


Hij is een flat character. Wel gaat hij meer en meer van Rosalena houden, en leert hij zijn gevoelens beter verwerken.








VADER


Hij is een heel goed en rechtvaardig man (blz11: "Hij had er niet achter kunnen komen of het merkteken van de duivel of van God kwam, en omdat hij daarover geen uitsluitsel had, speelde hij op zekerheid en ontwikkelde hij zich tot de rechtvaardigste man die zich door onze bossen, velden en steden bewoog.") Hij heeft altijd al van Rosalena gehouden. Alleen dacht hij in het begin dat ze weldra ging sterven en daarom besteedde hij er minder aandacht aan. Maar als hij ziet dat ze blijft leven, gaat hij er ook meer van houden. Hij geeft haar enorm veel aandacht, meer dan aan haar zussen. Dit insinueert zelfs een liefdesrelatie (blz32: "Kort na de eerste sneeuw kwam mijn vader thuis met drie gouden spelden. In elke speld was een steen verwerkt, in die van Richenel een groene, in die van Idelies een okerkleurige, en in de mijne een ossenbloedrode, Bijna meteen zag ik dat de rode steen echt was en de andere twee namaak. Ik liet mijn speld op tafel liggen en zei dat ik wilde ruilen als iemand dat wilde, maar mijn vader pakte snel mijn hand vast. 'De keuze is weloverwogen,' zei hij. 'Het groen past bij de ogen van Richenel en het oker bij de haren van Idelies. Toen ik jouw speld koos, heb ik aan je lippen gedacht, Je krijgt lippen zoals die van je moeder toen ik haar leerde kennen. 'Ik sloeg mijn ogen neer in diepe schaamte voor wat ik in hem teweeggebracht had, Hij was zijn veertigste voorbij. Zijn leeftijd maakte hem mild; zijn principes bewogen zich losser in de huid dan vroeger, Maar hij had zich door de liefde laten verleiden en gedroeg zich als een verrader.") Ze houden wel echt van elkaar.


Haar vader is een handelaar.


Hij is een zeer energieke, en gestructureerde persoon (blz24: "Hij beschouwde de wereld vanuit rechtopstaande positie, hiermee duidelijk makend dat hij niet moe was en de situatie geheel onder controle had.... Hij was een man die elk ogenblik klaar was om te vertrekken. Hij schoot nergens wortel. Elke plaats die hij aandeed trapte hij weer van zich af.")


Hij is een round character in die zin dat ook hij meer en meer van Rosalena gaat houden. Maar hij blijft ongeveer hetzelfde denken en voelen, dus eigenlijk is hij een flat character.








ZORAN





Hij is het knobbelzwijn van Rosalena. Hij is lelijk en lief. Hij houdt enorm veel van de rozenstruik in de tuin van Rosalena. Hij zorgt voor Rosalena. Door hem blijft ze zelfs in leven (blz21: "Ik begon te groeien omdat ik de vruchten at die hij verzamelde. Elke dag werd mijn huid minder doorschijnend.")


Voordat Rosalena een minnaar heeft is Zoran eigenlijk de vervanger voor die minnaar. Hij likt haar en geeft haar genegenheid (blz31).


Hij sterft omstreeks de periode dat Rosalena met haar nieuwe minnaars begint te vrijen. Dit, volgens Rosalena, omdat ze niet meer trouw is aan hem. Rosalena brengt dit voorval ook in verband met haar andere minnaars (blz66: "De dood van Zoran interpreteerde ik als een nieuw voorteken. Ieder vrij moment zat ik nagelbijtend voor de spiegel in mijn moeders kamer omdat ik ervan uitging dat mijn vader iets onherroepelijks zou overkomen.")


Dit zwijntje is ook de voorafschaduwing van Thybeert. Zij vertonen dan ook enorm veel gelijkenissen.


Hij is een flat character.








TIRAS EN OTTOKAR


Tiras is een fluitsnijder en Ottokar is een rondtrekkende jongeman.


Ze begeren Rosalena zeer, maar zij is hiervoor onbereikbaar omdat haar vader eerst Idelies en Richenel getrouwd wil zien. Ze trouwen dan met de zussen, maar blijven Rosalena begeren, en gaan 's nachts bij haar op bezoek om haar te beminnen. Zij zijn de nachtelijke minnaars.


Ze maken de driften in Rosalena wakker (blz36: "Toen hij zo voor me stond, met zijn krachtige bovenlijf bijna zichtbaar onder zijn hemd en de spieren in zijn armen en polsen die bij iedere krachtsinspanning als onrustige dieren onder zijn huid bewogen, ging er een schok door me heen. In mijn binnenste stroomde er een warmte die ik nooit eerder gevoeld had, of hoogstens misschien die keer toen ik door Zoran werd omvergelopen en ik me als bij toverslag de droom van mijn zwangere moeder herinnerde.")


Ze wantrouwt hen, omdat zij op haar lichaam uit zijn en haar leefwereld niet begrijpen en niet respecteren. (blz37)


Hen gebruikt ze als lustobjecten, als ze bevredigd wil worden. Ze houdt ook niet echt van hen, het is vaak eerder een verliefdheid, en daar blijft het dan ook bij.








IDELIES EN RICHENEL


Zij zijn de twee oudere zussen van Rosalena. Zij zijn heel jaloers op Rosalena. Ze zien haar als een concurrent, die meer liefde krijgt van hun vader en andere mannen dan zij. (blz20: "Doordat alle aandacht van mijn vader naar het varken ging, groeide bij mijn zusjes de afgunst." blz45: "In mijn halfslaap voelde ik haar naar me kijken. Ik kon vermoeden dat ze mijn gezicht scherper zag naarmate de zon opkwam want ik hoorde haar sissen van nijd.") Ook wanneer Rosalena een kindje gaat baren, wat haar zussen niet kunnen, zijn zij zeer jaloers op haar. Toch houden zij van haar, zeker wanneer Rosalena voor hen begint te zorgen tijdens de pokkenplaag (blz54) en wanneer zij voor hun inkomsten zorgt met haar spiegel.


Zij zijn flat characters. Hun relatie met Rosalena verandert lichtelijk, maar ook niet veel. Ze zullen uiteindelijk altijd de jaloerse zussen blijven.








MOEDER


Zij is zeer vroeg overleden. Rosalena heeft ze nooit echt lang gekend. Toch blijft ze altijd sluimerend aanwezig in haar leven. Zij heeft ook nooit echt van Rosalena gehouden, omdat ze dacht dat zij nooit in leven zou kunnen blijven.








DE ENGELEN EN DE ELFEN


Zij zijn vaak aanwezig bij Rosalena. Zij zijn de hoeders van haar en sturen ze in een bepaalde richting. De engelen verachten de elfen en omgekeerd. Dit omdat de engelen ervoor willen zorgen dat ze op het rechte pad blijft, doch de elfen brengen haar gevoel naar boven en willen dat ze zo gelukkig wordt. De engelen spelen de rol van het geweten en het verstand, en de elfen van het gevoel. Hier komt deze zeer mooie tegenstelling, die mede verantwoordelijk is voor Rosalena's chaotische gedragingen en gedachten, heel mooi naar boven. (blz51: "De elfen wilden me gelukkig maken en de engelen wilden me op het rechte pad houden." blz74: "De elfen hadden ervoor gezorgd dat ik begerenswaardig werd.")


Wanneer de pokkenplaag optreedt, denkt Rosalena dat het de engelen en de elfen waren die dit hadden veroorzaakt om haar te kwellen (blz55: "Gaandeweg begreep ik dat ze een overwinning vierden en ik begreep dat de pokkenplaag er niet toevallig gekomen was, maar een gemene zet van de engelen was om mijn blanke huid en wellicht die van een nog paar andere bloedmooie vrouwen uit Antwerpen en omstreken te schenden."). Dit ook omdat ze 'onrein' was geweest, en niet volgens de regels van de engelen.


Zij zijn flat characters.








ORLINDE


Zij is de vrouw die in het huis langs Rosalena woont. Zij houdt ook van de vader (blz80: "Ze dacht dat hij dood was.


Ze huilde een verdriet dat hoorbaar jaren oud was.


Zijn handen zoende ze, zijn voorhoofd, zijn lippen.


Haar schokkende schouders leerden me dat we een gemeenschappelijk belang hadden: mijn vader. Ze hield van hem met een liefde die de mijne benaderde.").


Voor Rosalena is zij een concurrent. Dit uit zich ook in de manier waarop zij met elkaar omgaan. (blz28: "Ik beantwoordde haar vragen uit beleefdheid en deed moeite om niet te laten merken dat ik heel goed wist dat ze Zoran met een stok sloeg zodra hij bij haar in de buurt kwam.")


Ze is een kruidenvrouw. Ze kan zich ook veranderen in een kat (blz46)


Uiteindelijk sterft ze dan, maar aangezien ze over magische krachten beschikt, kan ze verrijzen (blz99: "De goddelijke voorzienigheid had haar weer tot leven gewekt.").


Vanaf dit ogenblik is ze helemaal veranderd, en is ze tot inkeer gekomen.


Zij is een round character. Vanaf het moment van haar verrijzenis kiest ze voor het goede (blz100).








LUCRETIA


Zij is de vroedvrouw die meegeholpen heeft om Rosalena te baren. Ze is al een iets of wat oudere vrouw, en op het eind van het verhaal is ze bijna blind. Zij staat altijd zeer neutraal tegenover de voorkomende situaties.








MENSEN VAN ANTWERPEN


De inwoners van Antwerpen staan positief of negatief tegenover de familie van Rosalena als het hen uitkomt. Tijdens de pokkenplaag wantrouwen ze hen, omdat er tenslotte toch wel iemand schuldig moet zijn. Wanneer alles er goed gaat, komen ze goed overeen, aangezien deze familie veel handelt in de stad.


Ze hebben niet veel contact met elkaar, tenzij in functie van de handel.


Ook zijn er veel mannen in de stad, die allemaal al van Rosalena hebben gehoord. Maar omwille van haar uitermate schoonheid durven ze haar niet te benaderen, tenzij dan op harde wijze (blz50, blz71).











4. Ruimte


De ruimte in de roos en het zwijn kan in 3 aparte delen verdeeld worden.


Eerst heb je haar eigen huisje, waar ze geborgenheid krijgt. Ze voelt er zich thuis.


Het woud waarin het huisje zich bevindt staat hiervoor symbool. Ze is beschermd voor de stad, namelijk Antwerpen. Dit is de 2e grote ruimte. Eerst had ze een positief beeld van Antwerpen gekregen door haar zussen, maar door o.a. de pokken verandert dit beeld snel.


Als we de stad als een personage konden beschouwen, zou het een “round caracter” zijn.


Het huis van Thybeert is de 3e grote ruimte. Eerst voelde ze zich er niet goed, maar na enige tijd wendde ze er wel aan.


Op pagina 107 staat er een duidelijk voorbeeld hiervan: “Mijn hart bevindt zich op twee plaatsen: hier, in dit huis, … ,en daar, over de waters en bossen, bij de man op de vloer.”





















































5. Tijd


Wanneer speelt het verhaal zich af? Hierover kunnen we geen exacte uitspraak doen. Wel kunnen we uit een aantal elementen afleiden dat het verhaal zich in de late Middeleeuwen afspeelt. Een licht bewijs hiervoor is het feit dat er nog geen geneesmiddel bestaat tegen pokken, of het feit dat (het Hertogdom) Brabant, waartoe Antwerpen behoorde, en (het Graafschap) Vlaanderen nog bestonden





Op het eerste zicht lijkt de tijd veel eenvoudiger uitgewerkt dan de andere aspecten van het boek. Dit is echter een foute stelling, hoewel we moeten toegeven dat de andere aspecten dieper zijn uitgewerkt heeft Anne Provoost ook hierin wat nuances gelegd. Men ziet enkele details wat betreft de tijd vaak over het hoofd aangezien de grote lijnen in de compositie zeer duidelijk getrokken zijn.


Zo kunnen we vaststellen dat onze verteller Rosalena (“de ROOS”) in het begin (pagina 7, eerste paragraaf) spreekt in “het NU”; zij beschrijft hoe zij is (vaststaande feiten). Een tegenwoordige tijd


Hierna volgt er een tijdsprong en begint zij dan als een echte voorlezer haar verhaal te vertellen. Zij verteld over het verloop van haar leven tot op het moment van vandaag (dus haar VERLEDEN). Dit ook is de situatie tijdens het verdere verloop van het boek tot aan het laatste hoofdstuk(9). Een verleden tijd


Na een tijdsprong wordt er in het negende hoofdstuk dan weer in het huidige tijd verteld. Rosalena verteld hoe zij al een tijd, en ook NU nog steeds, wordt verscheurd door een innerlijke tweestrijd (en hoe dit in de toekomst waarschijnlijk nooit zal veranderen). Een tegenwoordige tijd





Schematisch kunnen we dit als volgt voorstellen:





1ste deel: (p. 7, eerste paragraaf) NU





2de deel: (heel het midden van het boek: H1* => H8) VERLEDEN





3de deel: (Laatste hoofdstuk 9) NU





Maar er is meer. Anne provoost speelt met de tijd doorheen het boek. Zo begint elk nieuw hoofdstuk met een kleine flash-forward waarmee een korte synthese wordt gegeven van wat er zal gebeuren in dat hoofdstuk. Ook zijn er in de loop van het boek enkele “valse” flash-forwards te vinden. Bijvoorbeeld op p.12 wanneer Rosalena verteld:


De grote handen van mijn vader pakten me tussen de plukken schapenwol vandaan. Ik stelde hem voor een groot probleem. Hij kon zo aan me zien dat ik spoedig zou sterven; ik had nauwelijks bloed, … .


De verteller laat hier doorschijnen dat Rosalena spoedig zal sterven, maar dit gebeurt helemaal niet.





! Natuurlijk weet iedereen die dit leest en iets of wat gezond verstand heeft dat dit niet kan aangezien het Rosalena zelf is die het je op dat moment verteld. Maar dit soort dingen doen je wel twijfelen (Je zou kunnen gaan denken dat Rosalena uit de doden spreekt).


6. Motieven / Symboliek / Thema





MOTIEVEN


Er zijn in dit boek een aantal elementen die veelvuldig terugkomen in de loop van het verhaal. Hiervan een kleine opsomming.





 Een zeer opvallend motief is dat van Rosalena’s twee zussen, Richenel en Idelies. Door het hele verhaal komt steeds het zelfde patroon terug: Richenel de zwijgster, degene die eerst nadenkt en dan pas gevat spreekt of handelt; Idelies de flapuit, zij die veel wind maakt en niet veel bij haar woorden nadenkt!





 Het belangrijkste motief is allicht dat van de spiegels! Doorheen haar hele leven komt Rosalena veel met spiegels in contact, en deze hebben een zéér grote symbolische waarde. De spiegels geven nu eens Rosalena’s eigen toestand weer, dan weer vormen zij er een sterk contrast mee.Zij wekken soms ook spanning vb. bij Thybeert.





Wanneer zij nog maar enkele weken oud is krijgt zij van haar vader een mooie handspiegel cadeau. Deze is rijkelijk versierd met veelkleurige tekeningen en is wondermooi. Dit staat haaks tegen over wat zij erin ziet, namelijk een blauw, doorschijnend gezichtje!


p. 11-12: “In zijn streven naar eerlijkheid had hij bij zijn thuiskomst niet alleen een geschenk voor mijn moeder en mijn twee zussen bij zich, maar ook voor mij,…. Het was een kleine handspiegel. Hij had een handgreep waarin sieraden van geslepen glas gelegd waren, en op de achterzijde waren sierlijke vogels geschilderd. Hij hield me het spiegeltje voor… . …


Voor het eerst zag ik mezelf .Ik schrok zo heftig van het bijna blauwe gezichtje waar de schedel als een grijnzende grimas doorheen scheen … .”


Ergens kan men hierin natuurlijk een gelijkenis zien. Rosalena ziet een doorschijnend gezichtje als was het van glas, net zo is een spiegel ook van glas.








Wanneer Rosalena drie jaar oud is krijgt haar moeder van haar vader een grote, prachtig omkaderde spiegel cadeau. De omlijsting ervan is heel fijn uitgewerkt en dit maakt hem wondermooi. In tegenstelling tot de handspiegel van Rosalena zelf behoort deze speigel ook aan een wondermooie vrouw toe, namelijk haar moeder


p. 13: “Een drietal jaar na mijn geboorte kreeg mijn moeder een spiegel die zo groot was dat ze haar hele gezicht kon zien. Mijn moeder was een mooie vrouw. …


De maker van de spiegel had enorm veel aandacht besteed aan de lijst: ze was gesneden uit een harde houtsoort met een diepe glans en golfde zo natuurlijk dat het leek alsof niet alleen het weerspiegelde maar ook de spiegel leefde en bewoog.”


In dit geval komt de pracht van de spiegel, en dan hoofdzakelijk van de omlijsting helemaal overeen met de schoonheid van haar moeder.


Het is ook met deze spiegel dat zij haar vader, met wie zij later een heel hechte band zal krijgen, zal kunnen volgen op zijn lange reizen. Dit ontdekt ze doordat ze vaak door haar zusjes wordt gepest. Dezen dwingen haar dan in de spiegel naar haar eigen, dan nog lelijke gezicht, te kijken.


p. 13-14: “Ze grepen me vast en sleepten me tot voor de spiegel in de slaapkamer van mijn moeder zodat ik zou zien hoe ik eruitzag. …


Om me tegen hun kleine pesterijen te beschermen, leerde ik door de spiegel heen te kijken. …


Een paar luttele ogenblikken zag ik mezelf, … maar spoedig verdween het beeld. Wat ik dan zag, binnen een sierlijke lijst, was een bos vol … . Dagenlang begreep ik niet wat het beeld te betekenen had, tot ik op een avond opnieuw voor de spiegel zat en helemaal aan het einde van het pad een man op een paard zag verschijnen.” … “Vader”


Vanaf dat moment gaat zij meer dan geregeld voor deze spiegel gaan zitten om haar vader te volgen. Aangezien enkel Rosalena vader in die spiegel kan zien, begrijpen de anderen niet wat ze daar toch altijd zit te doen. Ze zoeken tevergeefs naar een reden waarom Rosalena altijd voor die spiegel zit.


p.15, Haar zussen: “Wat een ijdeltuit!”


Haar moeder: “Dat is om te zien dat ze nog bestaat.”


Zij denken natuurlijk allemaal dat Rosalena uren naar zichzelf zit te kijken, wat totaal fout is. Evenwel schrikt zij niet meer van haar eigen weerspiegeling, ze is eraan gewend door veel in de kleine handspiegel, die ze van haar vader heeft gekregen, naar zichzelf te kijken.





Deze spiegel, van haar moeder, zal voor de familie ook al het goede brengen dat hij uitstraalt. Dankzij deze spiegel en de gave van Rosalena wordt de familie zeer rijk, en kunnen zij allen een leven leiden in luxe. Rosalena’s zussen doen gouden zaken in de stad (Antwerpen). Door reeds op voorhand te verkondigen wat er binnenkort op de markt zal zijn (als hun vader thuis komt met de waar) kunnen ze de prijzen doen stijgen door de mensen in voorverkoop reeds te laten opbieden tegen elkaar.


p. 52: “Door nauw samen te werken deden we uitstekende zaken: nog voor mijn vader terug was van zijn handelsreizen gaf ik aan mijn zussen een nauwkeurige lijst van de goederen die hij gekocht had: … . …


Ze trokken de stad in en lieten op de markt weten wat er binnenkort te koop zou zijn.


Ze bedachten een systeem van voorintekening, zodat ze de prijs konden opdrijven …”


Ook gedurende het verdere verloop van haar leven thuis blijft Rosalena de spiegel van haar gestorven mama koesteren en gebruiken.








In het kasteel van Thybeert bevinden zich ook nog veel spiegels. Het enige andere aan deze spiegels van Thybeert is dat geen van hen nog heel is, ze zijn allemaal stuk voor stuk verbrijzeld en kapot geslagen.


p. 89-90: “In elke kamer bevonden zich de gewone dingen: … . Alleen met de spiegels was iets aan de hand. Ze waren in elke kamer zorgvuldig verbrijzeld, geen hoekje overgebleven dat groot genoeg was om een half gezicht te zien.”


Het is natuurlijk vanzelfsprekend dat Thybeert dit gedaan heeft op dat zijn eigen lelijke gedaante niet langer hoeft te aanschouwen. Maar hier is meer.


In dit geval vormen de spiegels van het kasteel een zeer goed symbool voor de psychologische situatie van Rosalena. Zij leeft op dat moment een gespleten bestaan, zij is bevangen door een soort schizofrenie. Net als de verbrijzelde spiegels wordt zij psychologisch verscheurd door het niet kunnen kiezen tussen twee polen,nl. haar vader en Thybeert. Met haar vader heeft zij al zeer lang een erg hechte band, maar iets in haar zegt ook dat ze bij Thybeert hoort.








 Op dit gespleten bestaan kunnen we veel dieper ingaan in een apart stuk. Het gespleten zijn van Rosalena op allerlei vlakken is eigenlijk een motief op zichzelf, het is wel nauw verweven met de spiegels (cfr. Gebroken spiegels).


Expliciet komt dit motief niet zo vaak voor, maar het is toch wel bepalend voor Rosalena’s gedrag, dat op zijn beurt het verloop van het verhaal sterk bepaalt.





Rosalena haar eerste gespleten ervaring is er één van seksuele en psychologische aard tegelijk. Rond de tijd dat Antwerpen zich herstelt van de pokkenplaag en zich wreekt op “de mensen van de overkant” ontvangt Rosalena ‘s nachts, voor het eerst seksueel genot van een voor haar nog onbekende dubbelminnaar.


p. 61: “Ik voelde een warm lichaam langs me heen onder de dekens glijden. Het was naakt en behaard, … .” …


“Het wezen had een buitengewone kracht, groter dan een sterveling, want hij slaagde erin plotseling te verdwijnen en na verloop van nog geen halve minuut met vernieuwde kracht terug te komen.”


“Ik voelde zijn vingers en dijen, zijn haar en zijn hals. Hij verdween opnieuw, en toen ik mijn uitgeputte, pijnlijke lichaam oprolde, voelde ik dat wat er gebeurd was een remedie was geweest tegen mijn angst en mijn eenzaamheid.”


Dit is een overduidelijke illustratie van het letterlijk gespleten worden in de seksuele daad, maar hier komt dan nog eens bij dat zij op het moment van de geslachtsdaad ook psychologisch gespleten wordt. Zoals we in bovenstaand citaat kunnen lezen geniet zij intens van de nachten met haar minnaar, zij heeft die nodig om haar angsten te vergeten. Maar zij weet ook dat zolang ze dit blijft doen Zoran voor haar steeds onbereikbaarder zal worden. Hetgeen haar zo’n geborgenheid schenkt, net dat maakt het voor haar onmogelijk om haar trouwe en allerliefste vriend, Zoran, terug te zien, meer nog: het zal ervoor zorgen dat zij hem nooit nog zal zien!


p. 62-63: “Ik had het gevoel dat ik me in een magische cirkel bevond die ik niet kon verlaten: ik miste Zoran zo dat ik diep ongelukkig ging slapen en de liefde van mijn minnaar nodig had, terwijl ik wist dat het juist die minnaar was die de terugkeer van mijn knobbelzwijn in de weg stond.” …


“Mijn hart scheurde middendoor toen ik het warme lichaam voor de tweede keer ontving, … .”


Uiteindelijk vormt het kind dat zij van haar minnaar ontvangt een ultiem symbool van haar “gespleten liefde” voor haar minnaar. Wanneer dit geboren wordt blijkt het soort Siamese tweeling te zijn, het is een wezentje met twee hoofdjes en vier armpjes. Dit kind leeft letterlijk “een gespleten bestaan”, het is de radicalisering van de situatie van zijn moeder, ook gespleten maar dan lichamelijk! (cfr. Creatieve verwerking: De hertog en ik)





Later komt zij dan te weten dat deze dubbelminnaar die ze een woudgeest waande eigenlijk Tiras en Ottokar zijn. In dit opzicht is het gespleten kind dat zij bij Rosalena verwekten een prachtig beeld van het feit dat zij haar beiden genot gaven.


Er is dan ook nog het psychologisch gespleten zijn door de situatie met Thybeert en haar vader. (cfr. Verbrijzelde spiegels)


Rosalena wordt voor een tweede keer voor een hartverscheurende keuze gesteld, en deze keer zal zij niet kunnen kiezen. Het is ook deze schizofrenie die, zo wordt althans gesuggereerd in het boek, geen einde zal kennen, en haar eeuwig zal blijven kwellen.


Haar liefde voor haar vader is onvoorwaardelijk, dacht ze althans, want na haar ontmoeting met Thybeert is ze ook hem beginnen respecteren en iets in haar zegt dat ze bij hem moet blijven.


Om het ons vooral niet te moeilijk te maken heeft Anne Provoost ook hier weer gezorgd voor een extra nuance. In deze periode van haar leven is zij niet alleen geestelijk gespleten in de keuze Thybeert – vader, maar ook is ze dan nog eens psychologisch gespleten in haar gevoelens t.o.v. Thybeert alleen. Wanneer zij hem voor het eerst ziet voelt zij meteen zo’n afkeer voor hem. Zij moet niets van hem hebben.


p. 90: “Zijn gezicht was verminkt. Hij had een bochel. De vingers van zijn rechterhand waren afgehouwen zodat de hand op een hoef leek. Nooit had ik een lelijker man ontmoet.”


Maar beetje bij beetje leert Rosalena Thybeert beter kennen en hem te respecteren, ja ze genoot zelfs van haar verblijf!


p. 92-93: “Maar Thybeert kon letters lezen zonder ze voor zich uit te fluisteren, hij begreep ze door er eenvoudigweg naar te kijken. Hij schreef bijna net zo snel als hij sprak. …


Ik raakte gewend aan de hand die er als een bokkepoot uitzag en aan zijn pokkedalig gezicht … . Het avondmaal met hem verdreef de verveling. …


Op een avond leerde hij me een paar letters lezen. …


De lente kwam, en toen ik vaststelde dat ik van de avonden met Thybeert genoot, (besliste ik dat mijn boetedoening intenser moest worden).”


Uiteindelijk zal dit dan uitmonden in het eigenlijke psychologisch, gespleten bestaan. Dezelfde kracht waarmee zij Thybeert verafschuwt, daarmee heeft ze hem ook lief.


p. 109: “Ik weet wat Thybeert me zal vragen. Hij zal me vragen zijn vrouw te worden. Maar mijn afkeer is even oneindig als mijn liefde.”





Achteraf gezien kunnen we zeggen dat Rosalena voorbestemd was gespleten te worden. Het feit dat zij op jonge leeftijd doorschijnend was als glas is een mooi beeld voor haar grote kwetsbaarheid. Uiteindelijk gebeurt ook hetgeen je verwacht, het heldere,zuivere glas is …gebroken








 De knobbels vormen een laatste belangrijk motief. Ze komen meermaals, al dan niet onder een andere naam en een iets andere vorm, voor en altijd betekenen ze iets positiefs voor Rosalena.





Vooreerst heeft Zoran knobbels. Hoewel hij toch maar een lelijk zwijn is houdt Rosalena zielsveel van hem. Dit komt ook deels door het feit dat zij zich meteen toen zij Zoran kreeg, sterk in hem herkende. Hij had de overzeese reis namelijk niet zo goed verteerd en moest echt vechten voor zijn leven, ook was Rosalena eerst teleurgesteld want zij verwachte een mooi dier. Net zo had Rosalena het zelf ook meegemaakt: Haar moeder vond haar maar een lelijk kindje en veel kans op overleven werd Rosalena niet gegeven.


p. 19-20: “Ik maakte het touw los en schudde er een vierpotig, nauwelijks levend dier uit dat op een varken leek, maar zwart was en een kop vol knobbels had. Ik was teleurgesteld. …”


“Dit dier was banaal. …”


Het beest was door het schokken van het paard en door de ondervoeding zo uitgeput dat het erop leek dat het de avond niet zou halen.”


Zo heeft Thybeert later ook een soort grote knobbel, nl. een bochel. Net als Zoran ziet ook hij er niet uit.


p. 90: “Zijn gezicht was verminkt. Hij had een bochel. De vingers van zijn rechterhand waren afgehouwen zodat de hand op een hoef leek. Nooit had ik een lelijker man ontmoet.”


Maar hier komt dan ook zeer duidelijk de gelijkenis tussen Thybeert en Zoran naar boven. Eigenlijk kan Zoran gezien worden als een voorafspiegeling van Thybeert. Beiden leren zij Rosalena steeds beter kennen en bij beiden was de eerste ontmoeting met Rosalena niet echt een succes!


Zij hebben allebei een positieve werking voor Rosalena. Zoran deed haar leven, verzamelde vruchten voor haar, ook Thybeert zal haar doen leven (fig.), hij zal haar nieuwe waarden leren ontdekken.





Maar dit is niet alles. De pokken, die de stad Antwerpen teisteren, passen ook in dit motief. Het is een ziekte die de mensen erg verminkt: ze krijgen er bulten van en zien blauw van de kou tengevolge van de koorts.


Ook hier is Rosalena goed weggekomen en hebben deze pokken haar geluk (bij het ongeluk) geschonken: Rosalena krijgt geen pokken.





Een symbolische nuance ontbreekt ook hier niet. De pokken worden namelijk aangekondigd door een halve sextarius bloed in de kaas van veel gezinnen(blz53). En aangezien dit ook een zeer pijnlijke aandoening is kan men dan zeggen dat dit een mooi beeld is voor de puberale fase en de eerste maandstonden!








THEMA


Het thema van het verhaal is de ontwikkeling van meisje naar vrouw, met alle bijkomende problemen. Heel typisch voor een jong meisje is dat ze heel veel van haar vader houdt. Het is dan ook zeer moeilijk voor haar om te kiezen voor een andere man, omdat ze haar vader dan gedeeltelijk moet loslaten. Dit wordt ook uitvoerig beschreven.


Het boek is gebaseerd op ‘Bella et la Bête’. Dit is geschreven in de eerste helft van de zestiende eeuw. In deze eeuw was het gebruikelijk om over de vergankelijkheid van de schoonheid te schrijven. Ook dit komt zeer uitdrukkelijk naar boven, in de figuur van Rosalena en in de rol die Thybeert (die lelijk is) speelt in het leven van Rosalena: Rosalena kan vele mannen krijgen, maar toch ‘kiest’ voor Thybeert.





Zie ook biografie























7. Anne Provoost: Biografie





Over Anne Provoost


Wat doe je als je ziek te bed ligt en je je verveelt? Deelnemen aan een literaire wedstrijd, vond Anne Provoost, toen laatstejaarstudente Germaanse filologie. Tot haar verbazing kaapte haar verhaal de eerste prijs weg. Tijdens een anderhalf jaar durend verblijf in Minneapolis (VS) begon ze aan de eerste versie van Mijn tante is een grindewal, een versie die ze jarenlang bewerkte en herwerkte, zoals ze steeds doet met haar romans. `Noem het faalangst of perfectionisme. Maar ik denk dat het vooral is omdat ik graag puzzel aan de structuur. Ik zit steeds te zoeken welke informatie ik de lezer wanneer mag prijsgeven.'


Gebaseerd op een artikel uit Het Nieuwsblad van Vrijdag 17 oktober 1997





Uit haar dagboek


Op de leeftijd 17 jaar en acht maanden


Ik heb altijd gehoopt dat ik eens iets echt onthullends zou kunnen schrijven, iets vreemds, iets wat iedere lezer van mijn dagboek de adem in de keel moet doen stokken, die de spanning naar het einde toe moet opvoeren en die iedereen bepaalde passages moet doen overlezen en nog eens en nog eens, omdat er zulke schokkende dingen in staan dat niemand de zinswendingen ongemoeid kan laten en elkeen iedere regel tussen de vuisten neemt om hem tot op de laatste druppel uit te wringen en er iedere mogelijke betekenis, bekentenis uit te laten sijpelen.


Wring maar, het resultaat is en blijft een droge vod.


Ik kan het niet.


Ik voel me impotent tegenover de rijkheid aan gevoelens, ik leef in het verlangen die rijkheid uit te zaaien op papier, maar val bewusteloos in de ervaring dat er geen woorden meer bestaan buiten diegene die ik ken. Ik voel iets en wil het neerschrijven, maar terwijl ik schrijf voel ik de gedachte slap worden als een mus die sterft tussen mijn handen.





Mei 1993, na de geboorte van haar zoontje


Antwerpen is altijd opvallend stil op een vrije dag als deze. Plots is er parkeerplaats zat voor het huis. De rust stelt me in staat om tijdens de borstvoeding, of vlak erna, door te denken over de thema's die me op dit moment bezighouden: de mythevorming rond persoonlijkheden, het ontstaan van heiligen in de middeleeuwen, de relatie tussen uiterlijke schoonheid en heiligheid, het beeld van het varken in de kunst en de religie... Ik probeer me voor te stellen wat in het hoofd van een 14de eeuwer omging toen hij besliste dat er een kathedraal gebouw moest worden, en leef me in in de motivering van een vrouw die een man bemint uit medelijden in plaats van uit passie.


Manu weet slechts vaagweg waarover mijn volgende boek gaat. We hebben de gewoonte om elkaar pas te vertellen waaraan we bezig zijn als een project zich al in een vergevorderd stadium bevindt. Maar blijkbaar voelt hij meer aan dat wat ik zeg. Terwijl hij boven de zolder klaarmaakt voor de verbouwingswerken van dit weekeinde, sorteert hij de tientallen dozen met knipsels en tijdschriften die we in onze jaren samen verzameld hebben. Nu en dan komt hij met zijn haren vol stof naar beneden en laat me artikels zien die we al lang vergeten waren, maar die zowel voor mij als voor hem een kapitaal aan gegevens bevatten, een fotoreportage bijvoorbeeld met gezichten van dode, zorgvuldig afgelegde mensen, veelal jonge mensen, een keer zelfs een kind. Ik kijk in afgrijzen naar het onbeschaamde realisme, maar ben terzelfder tijd de fotograaf eindeloos dankbaar.


Eendimensionale weergaven van de werkelijkheid inspireren me doorgaans meer dan de werkelijkheid zelf, en daarom leg ik bij elk schrijfproject naast een reeks trefwoorden ook een verzameling afbeeldingen en foto's aan.


Verschenen in De Bond, 28 mei 1993








Over De Roos en het Zwijn


In essentie is De Roos en het Zwijn een verhaal over het seksueel actief worden van een jonge vrouw. Deze navertelling van het oude Belle et la Bete is een vrij trouwe weergave van het oorspronkelijke sprookje maar voegt zaken toe en legt eigen accenten. De navertelling is o.m. een poging om de psychologie van middeleeuwer weer te geven: het katholicisme breekt door maar is nog doorspekt met heidense elementen, jonge meisjes zijn `wegwerpbaar', er rust een taboe op schoonheid in een tijdperk waarin iedereen vroeg of laat verminkingen oploopt. Vanuit dat vertrekpunt is het evident dat de herschrijving zich eerder naar een ouder dan naar een jong publiek richt. Belle et la Bete is voor mij altijd in de eerste plaats het verhaal geweest van hoe jonge vrouwen eerst afstand moeten doen van de vaderfiguur in hun leven om seksueel volwassen te kunnen worden.


Ik heb aan het oorspronkelijke verhaal onder meer engelen en elfen toegevoegd, op het eerste gezicht zijn dit sprookjesachtige elementen, al denk ik dat ze in de Middeleeuwen eerder realistisch werden ervaren; in die tijd groeiden kinderen zeer waarschijnlijk op met het vaste geloof dat ze door elfen en engelen waren omringd (te vergelijken met hoe kinderen tegenwoordig opgroeien met een bewustzijn van microben en bacteriën). Ook de `woudgeest' en de Siamese tweeling zijn toevoegingen. Het `dubbelkind' komt voor uit Rosalena's relatie met de zogenaamde woudgeest die in feite haar schoonbroers zijn. Het kind is wellicht het symbool van het feit dat ze eigenlijk het leven van haar zusters leidt (ze heeft alles wat zij niet hebben, schoonheid en vruchtbaarheid, hun mannen, de liefde van hun vader). De tweeling laat op die manier de ultieme jaloezie zien, maar ook het ultieme medelijden: ze staat haar kind af aan haar zussen. Van `het Beest' wilde ik meer maken dan een lelijke, betoverde man. De Thybeert in deze roman is de verfijnde maar moreel verwerpelijke man. Hij heeft uitstraling en aantrekking, maar is onredelijk. Hij heeft veel geleden en vindt dat hij om die reden onbarmhartig mag zijn. Hij vertegenwoordigt kennis eerder dan wijsheid. Ik denk dat het juist die tegenstelling is die hem voor Rosalena aantrekkelijk maakt. Zelf ben ik gepassioneerd door dit soort figuren: mensen die verstandig zijn en zich toch amoreel gedragen, ze winden mensen om de vinger, ze corrumperen zonder last te hebben van hun geweten. Het verhaal heeft een open einde zonder definitieve keuze tussen vader en geliefde omdat ik het realisme van de hervertelling niet wenste te doorbreken door hier het element van de betovering uit het oorspronkelijke verhaal te behouden. Ik denk dat de Thybeert van mijn versie altijd lelijk zal blijven, hij zal onder invloed van Rosalena hooguit een innerlijke verandering ondergaan. Omdat ik ervan uitga dat die innerlijke wijziging meer tijd zal kosten dan de simpele kus of de belofte van een huwelijk in het oorspronkelijke sprookje, heb ik het geduld dat Rosalena aan de dag zal moeten leggen uitgedrukt door te laten zien dat ze besluiteloos is en dat wellicht nog een tijdje zal blijven.








Van Anne Provoost verscheen bij Querido:


* De Roos en het Zwijn (jeugdroman, 1997)





Biografie Anne Provoost


(Bron: Aangenaam, Vlaamse bibliotheekcentrale v.z.w., Etienne Claeys)





Anne Provoost werd geboren te Poperinge op 26 juli 1964. Ze groeide Woesten in de Westhoek in een gezin van vier kinderen. De schrijversmicrobe had haar reeds vroeg te pakken. In de lagere school schreef ze schriftjes vol met opstellen die ze dan met potloodtekeningen illustreerde. Tijdens haar studie Germaanse Filologie te Kortrijk en te Leuven was ze van plan om niet te schrijven. Toen ze tijdens het voorlaatste jaar van haar studies ziek werd en een week met griep in bed lag, schreef ze toch een kortverhaal (over ratten die in de middeleeuwen de pest over de stad brachten), voor een verhalenwedstrijd van Germania. Ze won er de eerste prijs mee. Een jaar later won ze de tweede prijs in een verhalenwedstrijd van Knack Weekend. Hiervoor kreeg ze de volledige Winkler Prins Encyclopedie. Na haar licentiaatstudies volgde ze nog een jaar pedagogie te Leuven uit interesse en vanuit het vage voorgevoel dat ze nog zou schrijven. Daarna vertrok ze naar de U.S.A. met haar man die met een studiebeurs zijn Masters of Arts in Amerikaanse literatuur wilde behalen aan de universiteit van Minneapolis. Terwijl haar man studeerde werkte zij in een "day care", een kinderdagverblijf met kinderen tussen 4 en 7 jaar. Tijdens die periode begon ze terug intensief met schrijven. Ze schreef voor kindertijdschriften in Amerika en Vlaanderen en schreef de eerste versie van haar boek "Mijn tante is een grindewal", het eerste oorspronkelijk Nederlandstalig jeugdboek over seksuele kindermishandeling. Met dit boek waarin een jong meisje haar eigen situatie herkent in het stranden van een kudde walvissen op de kust van Cape Cod, werd Anne Provoost onmiddellijk een begrip in de Vlaamse jeugdliteratuur. Ze werd hiervoor in 1991 bekroond met de Boekenleeuw (jaarlijkse prijs die toegekend wordt door de Vereniging ter Bevordering van het Vlaams Boekwezen voor het beste jeugdboek) en de Interprovinciale Prijs voor Jeugdliteratuur. "Mijn tante is een grindewal" werd vertaald in het Engels, Duits, Zweeds, Noors en Deens. Met haar tweede roman "Vallen", die over racisme en de verleidingen van extreem rechts gaat, ontving ze in 1995 binnen tien dagen tijd, de Woutertje Pieterse Prijs voor kinder- en jeugdliteratuur, de Boekenleeuw en de eerste Gouden Uil in de categorie kinder- en jeugdliteratuur. De jongeren die het boek meelazen naast de officiële jury waren unaniem vol lof. Bij die prijzen hoorde telkens een flink geldbedrag. In 1995 won ze tevens als eerste Vlaamse auteur een Zilveren Griffel in Nederland voor "Vallen" en in 1996 de Interprovinciale Prijs voor Jeugdliteratuur. Het boek is inmiddels vertaald in het Engels, Duits, Frans, Zweeds, Deens, Noors, Spaans en Catalaans. Dit jaar volgt nog een vertaling in het Fins. Anne schreef tevens enkele boekjes met verhaaltjes voor eerste lezertjes bij Uitgeverij Zwijsen. In 1994 publiceerde ze ook het verhaal "De laatste kogel" in de bundel "Jonge sla" waarin jong Vlaams literair talent gebundeld werd. In opdracht van het Cultureel Centrum van Hasselt schreef Anne voor het jeugdtheaterproject Stukschrijven de theatertekst "Het hart van twee". Samen met jeugdauteurs Ed Franck, Bart Moeyaert en Jaak Dreesen volgde ze een jaar lang een workshop 'jeugdtheater schrijven'. Eind juni 1994 gingen de eenakters van een half uur in première te Hasselt uitgevoerd door studenten van de Maastrichtse toneelakademie. Anne Provoost werkte 8 jaar deeltijds thuis voor "Youth for Understanding", een internationale uitwisselingsorganisatie voor jongeren. Sedert 1 januari 1996 is ze fulltime schrijver en zorgt voor haar kinderen Cornelius (5 jaar) en Martha (3 jaar). In oktober 1996 publiceerde ze De Roos en het Zwijn bij uitgeverij Querido.








Geboren: 26 juli 1964


Debuut: Mijn tante is een grindewal (1990, jeugdboek)


Genre: Jeugdboek, toneel, kort verhaal


Bijzonderheid: Won met Vallen (1994) de Libris Woutertje Pieterse Prijs, de


Boekenleeuw, de Gouden Uil, de Interprovinciale Prijs voor Jeugdliteratuur


en de Zilveren Griffel


Citaat: 'Ik wil mensen leesplezier geven. Maar niet ten koste van mijn


schrijfplezier. Ik vind mijn schrijfplezier in feite belangrijker dan het


leesplezier van een ander. Ik wil wel dat die twee elkaar ontmoeten, ergens


halverwege, maar ben niet op zoek naar een kompromis. Mijn taak is boeken


schrijven.' (De Standaard, 22-09-1995)


Recent werk: De Roos en het Zwijn (1997, jeugdboek), Vallen (1994,


jeugdboek)








gebaseerd op: http://www.schrijversnet.nl/provoost.htm








Reeds geschreven door Anne Provoost:


Boeken: Mijn tante is een grindewal


Vallen


De roos en het zwijn


Toneel: Het hart van twee


Verhaal (uitgegeven in bundel: Jonge sla): De laatste kogel








8. Appreciatie





HENDRIK


Het boek las zeer vlot. Ik had niet de drang om te stoppen omdat het niet saai is en ook omdat het boek niet te veel pagina’s omvat. Het is zeker een aanrader voor niet-grage lezers, zoals ik.


Qua symbolische betekenis is het ook een boeiend boek om te lezen, elke naam in de « Roos en het zwijn » heeft een symbolische betekenis, waardoor je het boek graag gaat lezen.


Het verhaal is wel zeer voorspelbaar, maar dit komt omdat het een soort nieuwe versie is van “Belle en het beest”.


Ik heb ergens gelezen dat het boek voor ‘+14’ jarigen is, maar deze leeftijd kan volgens mij wat jonger liggen, 10 jaar bijvoorbeeld, ook zij zijn er klaar voor om dit boek te lezen.


Kortom, ik vind het een goed boek, voor jong en oud.























KRISTOF


Ik vond het een redelijk goed boek, vlot leesbaar, maar ik had het boek al eens gelezen en ik lees niet graag boeken voor een tweede of derde keer. Maar toch zijn er mij meer dingen duidelijker geworden en opnieuw opgevallen. Wat ik wel min of meer nadelig vond, was het aantal personages dat in het boek verscheen(met al die namen!). Vallen heb ik ook gelezen van Anne Provoost, en als men mij een aanrader vraagt zal ik ook die titel opsommen. Ik vind het ook tof dat we die boeken moeten lezen anders zou ik ze misschien nooit opgemerkt hebben, misschien zou ik nooit met dat genre boeken kennis gemaakt hebben.





BERT


Toen ik de eerste regels las, dacht ik meteen:” Wat een rotboek.” Ik vond de moderne manier van schrijven van Anne Provoost, vermoeiend om lezen. Maar naargelang ik verder in het boek las, kon ik me meer inleven in het verhaal en kon het me echt boeien.


Ik heb ervaren dat Anne Provoost een meester is in het schrijven: ze beheerst perfect de techniek om door haar taal meer symbolische waarde aan haar verhaal te geven. Nooit eerder las ik een boek waar de auteur zoveel symboliek in het verhaal legde. Misschien is er in dit verhaal iets te veel symboliek, maar het past wel in het kader van dit sprookje. Ik ben het boek ook meer gaan appreciëren, omdat ik er een analyse van gemaakt heb.


In tegenstelling tot wat Hendrik denkt over de leeftijd van de lezers (vanaf 10 jaar), vind ik dat de leeftijd beter nog wat hoger komt te liggen dan lager. Kinderen van 10 jaar zullen slechts met zéér veel moeite al die motieven en symboliek begrijpen.


Kortom het is een goed boek maar je moet er oud genoeg voor zijn.





PAUWEL


Ik vond het een zeer goed boek. Het bleef me boeien tot het einde. Ik hou veel van deze sprookjesachtige manier van vertellen, omdat zij een mysterieuze sfeer schept en dat voelt prettig aan. Je kan je fantasie erbij gebruiken en zo kan je ook vele dingen dubbel gaan interpreteren, wat het verhaal boeiend maakt.


Je wordt ook heel goed meegenomen in het verhaal door Rosalena, die een goed beeld van zichzelf schept. Dit is als lezer wel gemakkelijk.


Alle personages in dit boek worden ook op een zeer kleurige wijze benadert, waardoor je je er direct een beeld van vormt. Allemaal hebben ze hun eigen trekjes en hun specifieke karakter en dit wordt steevast uitgedrukt in hun uiterlijk. Je denkt dan ook steeds al de personages goed te kennen.


Haar schrijfstijl is ook geweldig. Het boek leest zeer vlot, ook dankzij het juiste vocabularium dat gebruikt wordt. Over het boek hangt een waas, de waas van het zoeken. Dit wordt zeer goed uitgedrukt door haar zinsconstructies.


Het enige minpunt vind ik het open einde. Het boek is zo plots gedaan.


Dit omdat Provoost uiting wil geven aan het feit dat 'het bestaan niets is dan een oefening in het verdwijnen en hoe sommige verhalen nooit eindigen'.


Het einde is ook bewust dubbelzinnig gemaakt (zie laatste 9 regels van het boek), om dit te accentueren.


Ze is er enerzijds goed in gelukt, maar ik vind dit einde niet aangenaam, omdat ik dit helemaal niet aanvoelt. Het boek eindigt precies midden in het verhaal.








9. Creatieve verwerking





DE HERTOG EN IK 2





Twee mannen trokken een kar door het bos,


door de modder van lichtschuwe wegen,


in dienst van een vrouw die verdeelde


en heerste. Hun lust, hun last stond zij





naakt boven hen, de zweep in de hand,


trots, door geen man ooit bezeten


dan in het offer van een gespleten


bestaan. De ene man ik, de ander gezant





van de nacht die zijn angst door mij joeg.


Wij trokken samen, de hertog leidde,


Hij kende het bos in al zijn geheimen.


De vrouw zag het onderscheid. Sloeg.





Charles Ducal








Dit gedicht hebben we gekozen omdat het ook gaat over dilemma’s en over verdeeldheid. Duidelijk is hier dat het één ook het ander vereist (“hun lust, hun last”).


Ook in ‘de roos en het zwijn’ staat Rosalena voor een dergelijke keuze. Deze keuze is wel iets anders dan hier, met een lust en een last, toch is het ook iets wat haar verdeeld. Ze moet kiezen tussen haar vader of Thybeert. En het een vraagt dat ze het ander achterlaat. Ook dit gedicht eindigt open. Zo eindigt het boek ook.


Heel mooi is hier ook: “dan in het offer van een gespleten bestaan”


Ook hier wordt de ‘geslachtsdaad’ gezien als een opoffering, een overgave, ten koste van de ongeschondenheid.


En zo voelt Rosalena zich ook: geschonden en geraakt.








Bibliografie





Geraadpleegde sites: http://www.schrijversnet.nl/provoost.htm


http://www.querido.nl/biografie/provoost.htm





Geraadpleegde werken: Leesidee jeugdliteratuur november/1997


De Standaard 30/oktober/1997


Het Nieuwsblad 20-21/December/1997


Gazet Van Antwerpen 28/oktober/1997


Het Volk 31/oktober/1997
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen