U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Gottfried Keller - Kleider Machen Leute.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/82 en is laatst upgedate op 14/02/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1139 woorden.

1. Auteur: Gottfried Keller

Titel: Kleider machen Leute

Tijd: 1986



2. Genre: historische novelle



3. –



4. Thema/motieven:

Het thema is geluk en daarbij natuurlijk ook noodlot, want zoveel geluk moet wel een noodlot zijn. Men. Strapinski heeft het zelf ook veel over het noodlot in het boek.



5. Hoofdpersonen:



Naam: Wenzel Strapinski

Functie: kledingmaker, maar wordt voorgedaan als een graaf van Polen.

Karakter: wel goed. Hij wil wel steeds weglopen van het 'hotel', om zijn eigen leven weer te gaan leiden en zich niet meer voor te doen als een graaf, maar zijn noodlot heeft bepaald dat hij daar moet blijven, en dat hij steeds weer gevonden wordt.



Een belangrijke bijpersoon is:

Naam: Melchior Böhni

Functie: hij is boekhouder en gooit roet in het eten: hij wil namelijk met Nettchen trouwen en wil ervoor zorgen dat het huwelijk tussen Strapinski en Nettchen niet doorgaat.

Karakter: zie bij functie. Hij is dus niet echt goed bezig, denkt veel aan zichzelf.



6. Plaats van handeling is Goldach, een plaats vlakbij Seldwyla, dat een gelukzalig en zonnige plaats (oord) ergens in Zwitserland moet voorstellen.



7. Tijd van handeling is rond 1800, denk ik. De tijd van de koetsen en van de grafen.



8. Sociaal milieu: de mensen in het hotel 'Zur Waage' zijn edelen, in ieder geval mensen van hoge afkomst. Wenzel Strapinski is een arme kledingmaker, die net zijn baan heeft verloren.



9. Ik vond het werk leuk om te lezen. Van tevoren had ik een samenvatting uitgebreid bestudeerd, zodat ik wel zo'n beetje wist wat de hoofdlijn was en wat er ging gebeuren. Dat scheelde wel, ik wist wat ik las. Het was wel een komisch werk, hoe Wenzel Strapinski deed en hoe hij telkens maar probeerde om weg te vluchten, maar wat niet lukte.



10. Het werk vond ik over het algemeen makkelijk te lezen. 't Scheelde dus al dat k wist waar het over ging. Soms kwamen er wel wat lange monologen in voor, maar ik ben er maar vanuit gegaan dat die niet zo superbelangrijk zijn, en heb die monologen dus ook niet helemaal uit zitten pluizen. Door de afwisseling van dialogen en monologen was het verhaal goed te lezen.



11. De titel 'Kleider machen Leute' vind ik wel overeenkomen met het werk. 'Kleding maakt mensen' klopt hier goed. Doordat Wenzel Strapinski toevallig op die novemberdag z'n beste kleding aan had, werd hij beschouwd als een graaf. Als hij z'n normale werkkleding aan zou hebben gehad, zou hij vast niet worden gezien als de graaf van Polen. Dan zou hij ook het hele gebeuren in het hotel, en daarna niet hebben meegemaakt, maar was hij waarschijnlijk al bijna dood geweest, omdat hij zonder werk zat. Maar juist door die kleding is hij zo geworden als toen hij was op het eind van het boekje: gelukkig, werk, getrouwd en kinderen.



12. Veel gebeurtenissen zijn me wel bijgebleven, omdat ze juist wat 'spanning' opwekten, als Wenzel Strapinski weer eens werd geconfronteerd met het 'graaf-zijn'. Het leukste voorbeeld daarvan vind ik deze: onder een maaltijd vraagt de prins (of in ieder geval: de vader van Nettchen) of Wenzel een Pools liedje wil zingen. Vervolgens zingt Wenzel een Pools grappig liedje, waarvan hij de betekenis niet eens weet. Hij wist dat liedje toevallig, omdat hij een paar weken in Polen moest 'werken' (in dienst). Dat vond ik een heel grappige scène.



13. Dit is de zin die volgens mij typerend is voor het hele werk:

"Es was gewissermaßen ein historisch-ethnographischer Schneiderfestzug, welcher mit der umgekehrten und ergänzenden Inschrift abschloß: 'Kleider machen Leute!'



Voor uitleg zie punt 11.



14. Tenslotte volgt hier nog een korte samenvatting:



Op een novemberdag wandelt de kledingmaker Wenzel Strapinski op een landstraat van Seldwyla naar Goldach. Hij is net ontslagen, wegens faillissement van zijn 'werkgever'. Zijn enige bezit bestaat uit een vingerhoedje. Toch heeft hij een 'rijk' uitstralen en draagt een wijde donkergrijze jas met een zwarte fluwelen rand.

Onderweg komt hij toevallig een mooie koets tegen en omdat het hard regent, mag Wenzel van de koetsier meerijden. Hij stopt voor het hotel 'Zur Waage'. De waard en het personeel ontvangen Wenzel als een volstrekt voorname buitenlandse gast. De koetsier heeft gezegd dat het een Poolse graaf Strapinski is.

Wenzel zou het liefste er meteen weer vandoor gaan, maar de waard heeft hem al een heerlijke maaltijd aangeboden, en aangezien Wenzel wel erge honger heeft, neemt hij deel aan de maaltijd.

Er komen nog meer mensen, 'notabelen' uit de stad, die allemaal rond de tafel gaan zitten, bij Wenzel. Wanneer het onderwerp 'paarden' aan bod komt, voelt Wenzel zich weer wat plezieriger, omdat hij daar wel het een en ander vanaf weet. Hij wordt uitgenodigd om een rit te maken in een koets, naar het landgoed van de ambtenaren. Hier gaan ze wat potjes kaarten spelen. Wenzel wint hier meer dan hij in heel z'n leven heeft gewonnen. Met eerbied en vol respect kijken de andere mannen naar Wenzel op, behalve Melchior. Hij vertrouwt het allemaal niet zo.

Wenzel probeert nu als eerste keer te vluchten. Als hij een weg in wil slaan, komt hij de ambtenaar met zijn dochter Nettchen tegen. Hij is zowat op slag verliefd en het wordt wederzijds bevestigd als Nettchen op een bal hem om de hals vliegt. Kort daarna verloven ze. Nu komt Melchior die zo graag met Nettchen had willen trouwen, maar zij had hem afgewezen. Hij had al z'n twijfels over de 'echtheid' van de graaf en gaat onderzoek doen in de hele buurt. Op de verlovingsdag wordt er een soort toneelstuk opgevoerd van de mensen uit Seldwyla. Het toneelstuk geeft de echte Wenzel weer, m.b.v. kennissen. Zo wordt Wenzel op een listige manier ontmaskerd. Wenzel en Nettchen zaten onbeweeglijk stil op hun stoelen.

Wenzel gaat dan als een gek naar buiten en gaat in de sneeuw liggen, wachten tot hij doodvriest. Nettchen gaat er een poosje later achteraan en vindt de halfbevroren Wenzel in de sneeuw. Gelukkig kan hij zich nog wel bewegen en zij neemt hem mee naar een hotel, waar hij zijn echte levensverhaal vertelt aan Nettchen. Nettchen ontdekt dan het innerlijk van Wenzel, maar blijft hem wel trouw en wil alleen maar met hem gelukkig worden. Dan gaan ze weer terug naar het 'feest' en er wordt bekend dat ze zo snel mogelijk gaan trouwen, omdat niets hen meer in de weg mag komen te staan.

Strapinski wordt een hoog geëerd doekenmaker in Seldwyla. Door zijn connectie met de ambtsraad, maakt hij zulke goede speculaties, dat zijn vermogen verdubbelt en na 10 of 12 jaar gaat hij met Nettchen en al zijn kinderen naar Goldach en vestigt zich daar als boer.

"Maar in Seldwyla liet hij niet een stuiver achter, hetzij uit ondank, hetzij uit wraak."
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen