U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Adriaan Van Dis - Indische Duinen.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=30 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 4889 woorden.

Bibliografie
Indeling:

Proloog blz. 5-15
Hoofdstuk 1: Dood aan de familie
blz. 17-65
Hoofdstuk 2: Akte van ontkenning
blz. 67-112
Hoofdstuk 3: Verduisterd oog
blz. 113-138
Hoofdstuk 4: In het gelid
blz. 139-211
Hoofdstuk 5: Driftzand
blz. 213-272
Hoofdstuk 6: Op herhaling
blz. 273-304
Epiloog blz. 307-314

Het boek bestaat uit een proloog, 6 hoofdstukken en een epiloog. Proloog en epiloog staan los van het verhaal, beiden worden verteld vanuit het standpunt van de moeder die naar Nederland reist, terwijl de 6 hoofdstukken bekeken worden door de ogen van de ik-persoon. Binnen de hoofdstukken verspringt Van Dis ook dikwijls van heden naar verleden en omgekeerd.


Samenvatting
"Indische Duinen" is het verhaal van een gezin dat terugkeert uit het oude Indië, waar ze in een Japans kamp hebben vastgezeten. In Nederland vestigen ze zich in een koloniehuis in de duinen. Een zoon wordt geboren, maar hij is een buitenstaander, jaloers op zijn zussen en opgevoed in een sfeer van verzwegen leed. Zijn vader wil hem voorbereiden op de volgende oorlog. Als hij elf jaar is, sterft zijn vader, 46 jaar later zijn halfzus, Ada. Haar dood en begrafenis doen herinneringen herleven en geven het sein tot het ontrafelen van de geheimen en de leugens van de familie. Door te graven in zijn eigen herinneringen en dat van anderen komt hij heel wat te weten en de haat, die hij voordien steeds voor zijn vader gevoeld had, kan nu langzaam plaats maken voor begrip.


Tijd & Ruimte
TIJD

Kalendertijd
De kalendertijd bedraagt ongeveer vier maanden. Deze periode loopt vanaf de dood van Ada, waardoor hij zijn zoektocht naar zijn vader, zijn verleden en zichzelf begint, tot de dood van Jana.
De hele voorgeschiedenis wordt aan de hand van flash-backs verteld. De proloog is ook een flash back en maakt dus geen deel uit van de kalendertijd.

Vertelde tijd
De vertelde tijd bedraagt ongeveer 46 jaar. Zie p.17: "Zesenveertig jaar later stond ik aan het sterfbed van mijn halfzuster". (antwoord op vraag 26)

Retrospectieve elementen
Dikwijls komen er gewoon verwijzingen naar het verleden voor, zonder dat het om een flash-back gaat.
Bv: p.75: "Weet je nog toen de Molukkers de trein kaapten?"

Prospectieve elementen
Elementen die naar de toekomst verwijzen komen niet zoveel voor. Een voorbeeld vind je op p.58, waar de verteller in zijn toespraak op Ada's begrafenis verhult dat Jana binnenkort ook zal sterven.



HISTORISCHE SITUERING

De Nederlanders in Nederlands-Indië
De Portugezen waren de eerste Europeanen die zich definitief in Indonesië vestigden. Ze onderworpen de Molukken in 1522. Ze importeerden de op Indonesië veel voorkomende en in Europa fel gegeerde specerijen.

In de 16de eeuw ontstond er een machtsstrijd tussen de Portugezen, de Fransen en de Engelsen om de specerijenhandel. Maar het waren uiteindelijk de Hollanders die de handel overnamen. Ze stichtten er de VOC (Vereenigde Oostindische Compagnie) in 1602 ter coördinatie van de handelsactiviteiten op de Indonesische Archipel. Ze kregen het alleenrecht om met de Molukken handel te drijven. Het hoofddoel van het toenmalige kolonialisme was zoveel mogelijk gewin uit de gebieden te halen en hiervoor werden vaak wreedheden begaan.

Door een slecht beleid, corruptie en bedrog ging het met de VOC in de loop van de 18de eeuw bergafwaarts. In de oorlog tegen Engeland in 1782 verloor ze de meeste schepen en ondanks een grote territoriale macht ging de VOC failliet in 1799. De VOC werd ontbonden en de rechten kwamen toe aan de Nederlandse staat. Door snelle en krachtige hervormingen werden er maatregelen genomen die de koloniale handel ten goede kwamen.

In de periode van de Napoleontische oorlogen (1811-1816) nam Engeland het bestuur op Java over. Maar na een korte periode werd het terug aan Nederland overgedragen. Het herstel van de oude macht was echter niet gemakkelijk. Nederland zag zich genoodzaakt radicale politieke en vooral economische hervormingen door te voeren.

Felle kritiek op het beleid leidde tot een geleidelijke afschaffing van de gedwongen culturen om in 1915 te eindigen met de afschaffing van de koffiecultuur. Het ervoor in de plaats gekomen plantagestelsel werd door de regering toevertrouwd aan de Europese particulieren in de als onbebouwd beschouwde gebieden, terwijl de traditioneel door de dorpen in eigendom bezeten gronden aan de inheemse bevolking werden overgelaten. Van toen af trok de Nederlandse beweging zich terug uit de handel en hield zich enkel nog bezig met het bestuur.

Begin van de jaren '40 werd de Nederlandse heerschappij bedreigd door het nationalistische onafhankelijkheidsstreven van de vroegere intellectuelen en door de sociale nood van de boeren, toen in '42 de Japanse inval kwam.

Door anti-Nederlandse maatregelen van de Japanners (gevangenneming en afschaffing van het Nederlands als officiële taal) werden de nationalistische gevoelens nog versterkt. Maar Japan misbruikte Indonesië ook als kolonie. De Indonesiërs werden gedwongen om rijst te leveren en ze dienden als arbeidskrachten om de Japanse oorlog te steunen. In 1944 beloofde de Japanse bezetter Indonesië onafhankelijkheid. Toen Japan in '45 capituleerde riep Soekarno de onafhankelijke republiek Indonesië uit. Pas op 27 december 1949 werd Indonesië definitief onafhankelijk.

De Japanse interneringskampen in Indonesië
Tijdens de Japanse bezetting van Indonesië werden zeer veel Nederlanders opgesloten in kampen. De kampen waren een ware hel die bij de meeste gevangen een diepe stempel hebben nagelaten.

De Japanners wilden belangrijke grondstof- en afzetgebieden verwerven en wilden in een goed boekje staan met de autochtone bevolking.

Er werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen die Indonesiërs , die als rasverwante van de Japanners werden beschouwd, en de Nederlanders en de geallieerden, de vijanden. Al gauw waren de kampen overbevolkt en in 1942 werden de Indonesiërs vrijgelaten mits ze konden bewijzen dat ze van Indonesische herkomst waren. Ze moesten een eed van trouw zweren aan het Japanse leger, zich laten registreren en een enorm bedrag betalen aan rechten. Ruim veertigduizend Nederlandse mannen bleven in de kampen achter. Later hadden dezen geen rechten meer, noch enig bezit of vermogen.

De Japanners hadden het leven in de kampen streng gereglementeerd. Er was weinig verschil tussen de militaire kampen en die voor de gewone burgers. Iedereen moest op dezelfde wijze worden behandeld. Mannen en vrouwen werden gescheiden. Werken was de voornaamste bezigheid in de kampen en kwam volgens de Japanners zowel het lichaam als de geest ten goede. De kampen waren heel sober, versieringen waren verboden. De gevangenen moesten ook heel sober leven. Zo werden er geen kleren voorzien. Er waren haast geen gelegenheden voor geestelijke activiteiten zoals lezen of schrijven. Er was nauwelijks contact met de buitenwereld. Het principe van de Jappenkampen was het langzaam uithongeren van de gevangenen.

In het begin was alles zwak georganiseerd. De Japanners hadden het aantal Europeanen in Indonesië onderschat zodat de kampen eerder iets weg hadden van een getto. De wijken werden later langzaam omgevormd tot kampen, eerst door prikkeldraad, later door een poort met een wacht.


Vertel situatie
Het verhaal is personeel en wordt verteld door een belevend ik- personage. In de proloog en de epiloog is dat personage de moeder terwijl dat in de hoofdstukken een zekere "ik" is die niet met naam genoemd wordt, maar waarvan men kan vermoeden dat het de schrijver zelf is, aangezien het boek voor het grootste deel autobiografisch is.

Het verhaal bevat heel wat innerlijke monologen (iedere keer als hij aan zijn vader denkt) en ook enkele voorbeelden van erlebte rede (de zinnen tussen haakjes).


Personages
Ik-figuur
De ik-figuur is de onwettige zoon van Lea, een Waldense boerendochter en Justin Van Bennekom, een KNIL-soldaat. Hij heeft drie bruine halfzussen. Tijdens zijn kinderjaren werd hij door zijn vader dikwijls geslagen. Hij werd door hem gedwongen om te presteren, hij moest een 'echte vent' worden. Omdat hij niet in staat was dit waar te maken begon hij zich zelf te haten. Toen zijn vader stierf toen hij nog maar twaalf jaar was, heeft hij die haat gericht tegen zijn vader. Door de dood van zijn halfzus Ada komen de herinneringen aan zijn vader terug boven. Het boek ontwikkelt zich tot een speurtocht naar het verleden en een herontdekken van zijn vader met zijn slechte maar ook zijn goede kanten. Tegelijk maakt hij ook een speurtocht naar zichzelf mee. Op het einde van het boek houdt hij van zin vader, zij het met nog enigszins gemengde gevoelens.

Moeder
De moeder heeft in een Jappenkamp gezeten, ze heeft twee mannen verloren en in het boek ziet ze twee van haar dochters sterven. Ondanks of juist misschien door dit alles doet ze alles om haar familie te beschermen. Ze is de verzoener, de trooster en de overlever. Ze offert alles op voor het welzijn van haar gezin, zelfs als dat betekent dat ze tegen haar kinderen moet liegen en hun van alles achterhouden. Zij is de ruggegraat van het gezin, dat zonder haar al lang uiteen zou zijn gevallen. Maar ze vlucht in het esoterische om de harde werkelijkheid te vergeten. Ze toont zich sterk maar eigenlijk heeft ze een strooien hart.

Vader
De vader is een KNIL-er die in Indonesië gevochten heeft en in een Jappenkamp gevangen heeft gezeten.. De oorlog heeft niet alleen lichamelijke maar ook geestelijke letsels achter. Zijn agressiviteit, zijn telmanie, zijn ongelooflijke discipline en zijn zwakke gezondheid vinden allemaal hun oorsprong in zijn oorlogs- en kampverleden. Hij wil van zijn zoon een echte vent maken om hem te harden voor de oorlog. Zijn Indische rijsttafels komen regelmatig terug in het boek.

Ada
Ada is de dochter van Letje en van Justin Van Capellen, de overste van Just II, en de oudste halfzus van de ik-figuur. Ze is getrouwd met Maarten en heeft één zoon: Aram. Ze was de koelste en intelligentste van de drie, maar ze groeide uit tot een naar verlossing zoekende asceet. Het boek begint wanneer zij op sterven ligt. Haar dood is dan eigenlijk de aanleiding van de zoektocht naar het verleden van de ik-figuur. Bij haar vond hij geen steun omdat ze, zoals de anderen weigerde te praten over het verleden.

Jana
Jana is de tweede halfzus van de ik-figuur. Ze emigreerde naar Canada met haar man Errold, die niet erg geliefd was bij de vader. Ze wilde weg uit Nederland want ze had heimwee naar Indonesië, Canada was het enige land dat haar wou opnemen. De onderliggende reden voor haar vertrek was wellicht dat ze -een beetje teveel- het lievelingetje van Just II was. Ze heeft twee ('Chinese') kinderen en er komt ook nog een kleinkind bij. Ze weigert eveneens over het verleden te praten.

Saskia
Saskia is de jongste van de drie zussen. Ze is getrouwd maar het is geen gelukkig huwelijk. Ze wou schilderen maar moest van Just II in de verpleging gaan. Ze verleent Ada de laatste zorgen voor haar dood. Ze heeft moeite met haar kampverleden en kan het niet blijven opkroppen. Op aanraden van de zelfhulpgroep waar ze bij is lucht ze dan ook haar hart bij de ik-figuur. In het begin reageert hij vrij stroef en afstandelijk, maar geleidelijk wordt de relatie hartelijker. Saskia is de enige van de zussen waarmee de ik-figuur goed overweg kan. Ze is zijn "enige en liefste zuster". Net als de moeder gelooft ze sterk in astrologie en ze staat in contact met een overleden astronaute.

Maarten
Maarten is de man van Ada en de vader van Aram. Hij is ernstig ziek en na de dood van Ada verergert het nog want hij heeft veel moeite om haar dood te aanvaarden. Hij kan niet meer zelfstandig leven en is geheel afhankelijk van Aram.

Aram
Aram is de tienerzoon van Ada. Hij is een opstandige puber die sinds Ada's ziekte en vooral na haar dood zijn eigen weg opgaat. Hij draait keiharde heavy-metal en gaat gekleed in de bijpassende outfit. Zijn eens zo geliefde hoorn laat hij aan de kant liggen. Hij kan goed overweg met de verteller, ze gaan zelfs samen naar een rockconcert. Maar hij zou zijn vader nooit in de steek laten, hij zou er zelfs enkele jaren willen voor bissen.

Edmee
Ze is de tante van de ik-figuur. Ze neemt met hem contact op om over zijn vader, haar 'darling brother' te praten. Ze is een eenzaam mens en ze probeert haar verdriet en ontgoochelingen te vergeten door de drank. Via haar komt de ik-figuur meer te weten over zijn vaders echte verleden.


Thematiek
De belangrijkste thema's van dit boek zijn de relatie vader- zoon en het individu dat zich tussen de verschillende culturen probeert te handhaven. Het boek is een problematische liefdesverklaring aan de overleden vader. De vader van de ik- persoon wou zijn zoon opvoeden als een 'echte vent', hij wou een soldaat van hem maken. Hierdoor heeft hij een zeer harde en moeilijke jeugd gehad. Heel vaak werd hij met een stok of liniaal geslagen. De verteller is zijn vader verloren op 11- jarige leeftijd en nog steeds begreep hij hem niet. Hij gaat dus proberen zijn vader te begrijpen. Daarvoor gaat hij op zoek bij zijn familie. Door dit zoeken beseft hij dat hij op zijn vader lijkt. Het is ook dit zoeken die zijn houding tegenover zijn vader doet veranderen (zie vraag 19).

Naast deze hoofdthema's zijn er ook nog verschillende neventhema's:

De dood
Het is door de dood van Ada, zijn halfzus,dat hij beseft dat hij rouwt om de dood van zijn vader en daarom begint hij aan een heuse speurtocht.

Trauma's
De vader evenals de halfzussen van de verteller zijn getraumatiseerd door de oorlog. de vader vertelt er steeds over en gedraagt zich als een officier tegenover zijn zoon Ook de halfzussen lijden er nog steeds onder, vooral Saskia die bij Centrum '45, een centrum voor mensen die last hebben met de herinneringen aan de oorlog, aanloopt.

Eenzaamheid
De ik- persoon begrijpt niets van zijn familie en van hun verleden. Hij heeft het gevoel dat hij niet bij de familie hoort. Dit geeft hem een gevoel van eenzaamheid.

Racisme en discriminatie:
Wanneer Jana en Els Groeneweg naar school gingen in Nederland , werden ze vaak door de leraren uitgescholden. Ze waren immers volwassener en zelfstandiger dan de anderen door hun oorlogservaringen. Ze hadden meer meegemaakt en dus een andere kijk op het leven. De andere konden dit blijkbaar niet verdragen.

Geweld
De ik- persoon werd door zijn vader opgevoed met geweld. Hij werd geslagen en vernederd (mentaal geweld) vb. Wanneer op een dag leerlingen van een weeshuis voorbij kwamen , werd hij door zijn vader gekleineerd en geslagen. De ik- persoon heeft deze manier van handelen overgenomen vb. Hij sloeg zijn hond wanneer deze niet wou eten ook al had de dierenarts gezegd dat hij hem met liefde moest behandelen.

Liegen
Van Dis beschrijft zijn verhaal als volgt: " Het is het meest gelogen boek dat het dichtst bij de waarheid ligt." Zijn gevoelens zijn immers echt maar de plaats waar het verhaal zich afspeelt en de personages zijn fictief. De oorlogsverhalen die de vader van de ik- persoon vertelde, waren overspoeld met leugens en overdrijvingen. De ik- persoon gaat doorheen dit boek proberen achter de waarheid te komen.

Haat en zelfhaat
Hij heeft zijn vader steeds gehaat maar dor de gesprekken beseft hij dat hij op zijn vader lijkt en dat hij dus ook zichzelf haat. Deze zelfhaat voelt hij ook omdat hij vindt dat hij niet kan beantwoorden aan de vent die zijn vader van hem wilde maken. De haat die hij eerst voor zijn vader voelde werd uiteindelijk respect. In het begin van het verhaal heeft de ik- persoon ook negatieve gevoelens tegenover zijn familie. Hij zegt immers: "Familie, ze maken je kapot. In de loop van het verhaal krijgt hij greep op zijn familie en veranderen zijn gevoelens dus ook.


Boekbeschrijving & Titel
"Indische Duinen" bestaat uit twee delen: "Indische" en "duinen". De combinatie van deze woorden lijkt misschien een beetje raar, maar na het lezen van het boek is de titel vrij eenvoudig te verklaren.

Het eerste woord slaat terug op de jaren toen de familie in Indonesië woonde, het ik-personage was toen nog niet geboren en is jaloers op de bruine huid van zijn zussen.

Het tweede woord verwijst naar hun terugkeer naar Nederland. Het eerste wat ze zien als ze in Nederland aankomen zijn de duinen, de meisjes zijn er weg van en ze besluiten dan ook aan de kust te blijven wonen.

Hoewel ze al 46 jaar in Nederland wonen (het grootste deel van hun leven dus), kunnen ze Indonesië niet vergeten. Hun gewoonten en gebruiken zijn dan ook nog steeds Indisch, zo eten ze bijvoorbeeld nog dikwijls rijst.

Een andere verklaring voor de titel is het feit dat de ik-persoon in Indonesië verwekt is, maar in Nederland geboren is en nog steeds in de duinen woont. Hoewel hij nog nooit in Indonesië geweest is, kent hij toch vele gebruiken.


Opbouw
Het boek bestaat uit een proloog, een epiloog en zes hoofdstukken. Elk hoofdstuk bespreekt ongeveer een personage, zo gaat het eerste hoofdstuk vooral over Ada, het tweede over Saskia, het derde over Jana, ... . Maar ieder hoofdstuk geeft de lezer ook steeds een beetje meer informatie over de relatie tussen de verschillende personages, vooral de relatie vader-zoon komt veel aan bod.

Binnen de hoofdstukken verspringt de verteller dikwijls van het nu-verhaal naar feiten uit het verleden of trekt hij zich terug in zijn herinneringen en gedachten. Dit wordt steeds aangeduid door een witregel, zodat het verhaal niet al te ingewikkeld wordt voor de lezer.

De overgangen van heden naar verleden zijn vrij logisch: er gebeurt iets, dat doet de ik-persoon aan iets anders denken en dus verteld hij ons dat ook, wanneer je opnieuw op een witregel stuit, betekent dat dat er terug een sprong naar het heden wordt gemaakt.

Voorbeelden van zo'n sprongen kan je vinden op p.18-19:"Aram herinnerde me te veel aan de dagen van mijn vaders dood, en aan mijn groei van jongen tot man. ... Ik was elf jaar toen ik mijn vader verloor, ik heb hem niet zien doodgaan, ... ...Mijn zaad rook naar knoflook. ... Arams tranen vielen op mijn hand." p.81-83: Saskia praat over haar problemen met het ik-personage, ze besluiten samen een wandeling te maken ."Lagen Saskias problemen niet veeleer aan de oppervlakte? Haar mislukte artistieke carrière, haar slechte huwelijk? ...Allemaal de schuld van de oorlog. ... De wind trok de zeerook aan flarden en we zagen ons oude huis al van ver tussen het grijs opdoemen, een breed rood dak tegen de duinenrij."

Overzicht
Het boek bestaat uit een proloog, 6 hoofdstukken en een epiloog.
Proloog en epiloog staan los van het verhaal, beiden worden verteld vanuit het standpunt van de moeder die naar Nederland reist, terwijl de 6 hoofdstukken bekeken worden door de ogen van de ik-persoon.
Binnen de hoofdstukken verspringt Van Dis ook dikwijls van heden naar verleden en omgekeerd.

Hoofdstuk 1:Dood aan de familie
Zesenveertig jaar na hun terugkeer uit Indonesië sterft Ada aan kanker, de familie komt samen, maar iedereen is een beetje vervreemd van elkaar en heeft het moeilijk om zijn gevoelens te uiten. Dit kwetst de ik-persoon.
Het overlijden van zijn halfzus en de reactie van haar zoon, Aram, doen hem terugdenken aan de dagen van zijn vaders dood (pg.18)

Hoofdstuk 2: Akte van ontkenning
Het tweede hoofdstuk vangt aan na de crematie in het huis van Ada en Maarten en vormt zo een overgang met hoofdstuk 1.
Akte van ontkenning slaat op het feit dat de moeder niet wil geloven dat Ada aan kanker gestorven is, ze gelooft eerder dat het komt door de slaappillen die ze had ingenomen (pg.69).
In dit hoofdstuk begint de ik-persoon aan zijn zoektocht naar zijn vader. Tijdens een wandeling heeft hij een gesprek met Saskia, die hem ook een brief geeft van zijn tante Edmee. Beetje bij beetje komt hij meer te weten over zijn familie langs vaders kant. Hij wordt daarbij ook nog geholpen door een brief van zijn moeder, waarin staat dat het mogelijk is dat hij nog halfbroers of -zussen heeft uit het eerste huwelijk van zijn vader met Sophia Munting.
Deze brief brengt hem in hoofdstuk drie bij Els Groeneweg, jeugdvriendin van Ada.

Hoofdstuk 3: Verduisterd oog
Jana vluchtte weg van het verleden, weg van haar familie die in Nederland verblijft en emigreerde naar Canada.
Verduisterd oog of mata gelap is een blinde woede waarbij het je zwart voor de ogen wordt (pg.118). De vader had af en toe van die woede-aanvallen o.a. wanneer Jana wou vertrekken. Het ik-personage heeft deze woede-aanvallen van zijn vader geërfd zoals blijkt uit de manier waarop hij zijn hond behandeld;

Hoofdstuk 4: In het gelid
Zoals de ondertitel laat vermoeden gaat dit hoofdstuk grotendeels over het oorlogsverleden van de vader, met o.a. de Beschrijving van de torpedering van de Junyo Maru. Via kampgenoten probeert de ik-figuur achter het verleden van zijn vader te komen, als dat hem niet echt veel verder brengt besluit hij zijn vaders halfzuster Edmee op te zoeken. Ook dat valt tegen, want hun gesprek levert alleen enkele verhalen op die hij zich nog herinnerde van zijn vader. Die verhalen geven wel een weergave van het karakter van zijn vader, van zijn alledaagse leven en van zijn gewoontes.

Hoofdstuk 5: Driftzand
Hierin wordt vooral de nadruk gelegd op de jeugdjaren van de ik-persoon. Hij doorloopt de seizoenen van zijn jeugd: in het najaar komen de reddingsvrijwilligers, in het voorjaar kwam het leven terug en de zomer betekende dat de wezen kwamen.
Driftzand kan de betekenis krijgen van het verder ontrafelen van de geheimen. De ik-persoon weet nu veel meer dan in het begin van het boek.

Hoofdstuk 6: Op herhaling
Jana heeft net als Ada kanker en de familie reist naar Canada om afscheid van haar te nemen. Men gaat de dood van Ada in zekere zin herbeleven, vandaar de titel van dit hoofdstuk "Op herhaling"
Deze titel kan ook verwijzen naar het feit dat een wandeling aan het strand de ik-persoon doet terugdenken aan strandwandelingen met zijn vader.

Epiloog
De epiloog is opnieuw verteld vanuit het standpunt van de moeder die voor de tweede keer Nederland nadert, maar deze keer vanuit Canada na de begrafenis van Jana. Moeder Letje kijkt terug op haar leven; de epiloog is eerder berustend.


Interpretatie
Veel voorkomende cummulatiemotieven zijn:
de zee, de duinen, sterven, liegen, de Jappenkampen, tellen, het vluchten van de moeder in de sterren, Indisch eten, een hond, kanker, het getal 9, de stok, het liniaal, Maleise woorden,...


Stijl
Van Dis' taal, woordenschat en zinsbouw variëren naargelang de situatie en naargelang de personages die hij het woord geeft. Dit is heel opvallend bij tante Edmee, deze spreekt in een mengeling van Nederlands en Engels, geleerd van haar Britse ex-man. Zie p.178: "Mijn vader was haar darling broer: I miss Justin desperately"

De taal van de begrafenisondernemer, meneer Korst is ook heel typisch: deftig en stijf en doorspekt met holle frasen. Zie p.25: "Tweeënveertig jaar in het vak, mevrouw, en nog weet je niet wat verdriet is. Ik kan ook uw verdriet niet wegnemen, ik kan alleen uw zorgen wat verlichten"
Wanneer over Indonesië verteld wordt, gebruikt Van Dis altijd veel Maleise woorden. Dit schept een exotische sfeer, maar vaak vraagt het heel veel inspanning om alles te begrijpen. Zie bijvoorbeeld p.85: "We kweekten onze eigen oebies en speelden achter een muur van atap" (antwoord op vraag 39)

Het verhaal bevat verschillende toonaarden: van ontroerend over sarcastisch naar ironisch.

Sarcasme
p.32: "Ja, eigenzinnig..., verwend koloniaal kreng dat hij was"

Ironie
De begrafenisondernemer trekt alles wat in het ironische, hij spreekt over mensen en dingen met bepaalde woorden en beelden die op het moment heel tegengesteld zijn aan de gebeurtenissen.
P.28:"ik heb laatst mijn eigen schoonmoeder begraven, koud kunstje zou je zo zeggen na al die jaren"
P.33: "warme mensen die Indonesiërs"
Zijn woorden en handelingen dragen bij tot het burleske en groteske van het verhaal.
P. 27: discussie over een taalfout

Ontroering
Ontroerende passages vind je op p. 270-272: hier vindt een gesprek plaats tussen de moeder en de verteller; op p. 196: hier krijgt de verteller een aantal kinderfoto's van zijn vader te zien; p. 289: hier probeert de verteller Saskia te troosten; p. 110: "soms hield ik echt van mijn moeder". Vele stukken tekst uit hoofdstuk 3 en 4, waar de verteller herinneringen bovenhaald aan zijn vader, zijn ontroerend bijv. p. 143: "Zacht was mijn vader in zee, waar water ons omringde kon hij mij niet slaan".

Het groteske
Een ander voorbeeld van het groteske is het meningsverschil van de verteller, de moeder en Saskia, die eindigt met een grof antwoord van de verteller: "Kanker! Het was kankerrr!" (p. 69).
Een schokkende en zeer sarcastische passage is de beschrijving van een geboorte op p. 110-112.
Eigenlijk is het ganse boek een voortdurend balanceren op de grens van haat en liefde (vader / ik-figuur), van medelijden en afkeer (familie / ik-figuur), van empathie en onverschilligheid (Saskia / ik-figuur), van eerbied en brutale afstandname (moeder / ik-figuur).
Een verdere toelichting hiervan vind je bij de relatie van de ik-figuur met de leden van zijn familie (vraag 24-25).


Recensies
VERGELIJKING MET NATHAN SID

Het debuut van Adriaan Van Dis was "Nathan Sid", het verhaal van een jongetje dat in Indië verwekt maar in Nederland geboren is. Hij heeft drie donkere halfzusjes die hem steeds plagen en een tirannieke vader. Nathan droomt van heldenrollen maar wel in de veilige luwte van moeders rokken of vaders rug.

Evenals "Nathan Sid" is de ik-persoon van "Indische Duinen" verwekt in Indië, geboren in Nederland, ingeschreven bij de burgerlijke stand onder naam van zijn moeder en omringt door drie halfzussen. Het boek speelt zich dus af in een vrijwel identiek gezinsdecor als "Nathan Sid".

Net als Nathan Sid heeft de ik-figuur moeite om met het tirannieke optreden van zijn overleden vader in het reine te komen. Maar waar de jonge Nathan nog een tamelijk lijdzaam type is, rebelleert zijn oudere ik in "Indische Duinen".

In "Nathan Sid" beschreef Van Dis met de verbaasde blik van een klein jongetje diens jeugd in een uit Indië gerepatrieerd gezin dat in een voormalig koloniehuis in de Noordhollandse duinen was gevestigd. Indië was overal: in de bolle koekepannen, in de Balinese vrouwenbustes van hardhout, de kris op de schoorsteenmantel en de geur van de rijsttafel die zijn vader kookte. In de Indische tantes die met hun rinkelende armbanden, rollende r-en, frambozengeur en lippenstift een paar keer per jaar het huis vulden.

In "Indische duinen" keert het familiedecor uit "Nathan Sid" terug: de tirannieke vader, een KNIL-militair die zijn zoon opvoedt met de liniaal binnen handbereik, de zweverige, spiritistische moeder, de drie donkere halfzussen en het bleke ziekelijke zoontje. De vader sterft in beide gevallen op vroege leeftijd, ten gevolge van een slecht hart. Het hoofdpersonage houdt slechte herinneringen over aan het tirannieke, geweldige optreden van zijn vader. Door alles opnieuw te beleven in gedachten groeien Nathan Sid en de ik-figuur tegen het einde van het verhaal naar een aanvaarden van hun gelijkenissen met de vader en een in het reine komen met de vaderfiguur. Eigenlijk wou deze zijn zoon enkel beschermen en harden voor de volgende oorlog.

"Nathan Sid" en "Indische Duinen" vertonen ook enkele verschillen. "Nathan Sid" verhoudt zich tot "Indische Duinen" als een boos sprookje tot de harde realiteit. De strengheid van Pa Sid werd door het kinderlijke gezichtspunt wat minder erg, gerelativeerd en ironisch. In "Indische Duinen" is dat ironische verdwenen en zien we alleen de bizarre en verkrampte tucht die hij op zijn zoon uitoefent.

Ook de toon is fundamenteel anders. De verwondering van de jonge Nathan heeft plaats gemaakt voor woede en bittere spot, de elegante en lichtvoetige stijl voor veel kalere, registrerende zinnen. Het wat afstandelijke kinderperspectief is vervangen door het gezichtspunt van een betrokken ik, dat verstrikt is geraakt in de wirwar van de geschiedenis. Het zintuiglijke, poëtische verhaal van een jeugd heeft plaats gemaakt voor een pijnlijke zoektocht, een graven in het verleden.


Overige
GENRES

Het is niet zo eenvoudig om op dit boek zomaar één genre te plakken, "Indische Duinen" is een mengeling van verschillende genres.

Autobiografie
Het boek bevat heel veel autobiografische elementen, zoals bijvoorbeeld de gezinssituatie, de relatie tussen het ik-personage en de vader, de die op jonge leeftijd sterft, het gevoel van er niet bij te horen, ...
Adriaan Van Dis wil echter niet dat het boek als een autobiografisch boek wordt gelezen, maar wel als een roman over een familie die na de oorlog terugkeert naar Nederland, na enkele jaren in Indonesië te hebben verbleven.

Historisch
In het boek komen zeker enkele historische feiten voor zoals de torpedering van de Junyo Maru, de terugkeer van Indischgasten naar Nederland, de KNIL (Koninklijk Nederlands-Indisch Leger) en de Japanse interneringskampen.

Zedenbeschrijving
We komen het één en ander te weten over de gebruiken en de zeden in Indonesië en Nederland, maar ook, Canada wordt even aangeraakt.
Van Dis vertelt ons iets meer over bijvoorbeeld de eetgewoonten en maatschappelijke gedragingen.

Zoektocht
Dit kan op twee manieren geïnterpreteerd worden. De ik-persoon is op zoek naar de tweeling Roeliana en Roediono en hun moeder Sophia Munting. In dat geval is zoektocht letterlijk geïnterpreteerd en komen we min of meer op het gebied van een detectiveroman.
Maar je kan zoektocht ook figuurlijk interpreteren: het ik-personage is op zoek naar zijn vader en evolueert tijdens zijn zoektocht, qua gevoelens, van haat naar genegenheid. Dan bevinden we ons op het gebied van een psychologische roman.



VERGELIJKING MET HET KLASSIEK DRAMA

Men kan de opbouw van dit verhaal vergelijken met dat van het klassieke drama. Beide lopen heel parallel.

Proloog
De aankomst in Nederland (p.5-15)

Expositio:
H1. Dood aan de familie (p.17-65)

Motorisch moment
De ik-figuur ontvangt een brief van zijn tante Edmee, waarmee de zoektocht naar zijn vader op gang komt; 2de bedrijf = H2. Akte van ontkenning (p.67-112)

Crisis - climax
De haat voor zijn vader is zo groot dat het zo niet meer verder kan; H3. Verduisterd oog (p.113-138). De climax van het verhaal is heel moeilijk te situeren, een mogelijke climax valt op p. 142: "Ik verlangde zelfs naar straf. Ik begreep mijn woede niet."

Peripetie
Hoofdstuk4. In het gelid (p.139-211); hier gaat de ik-figuur uit eten met zijn overleden vader om hun ruzie min of meer bij te leggen (= catharcis). De agnitio valt waarschijnlijk op p. 160: "Ik ben op zoek gegaan naar je verleden, pap, veel is anders dan ik dacht".

Neergang, afwikkeling
Hoofdstuk 5. Driftzand (p.213-272)
Hoofdstuk 6, Op herhaling (p.273-304), vormt een afronding van het verhaal net zoals hoofdstuk 1 het verhaal inleidt.

Epiloog
De moeder keert terug naar Nederland nadat ze haar dochter Jana heeft begraven.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen