U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Maarten 't Hart - De Steile Helling.
Deze versie komt van http://www.verslagen.com/index.php?page=boek_toon&boek_id=116 en is laatst upgedate op 01/01/2004.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1441 woorden.

Bladzijden 223



1 Inhoud en opbouw



Typering

Genre Roman

Soort Psychologisch historisch



Tijd



Speeltijd De jaren 50 en 60

Volgorde Geheel chronologisch

Verhaaltijd Ongeveer 5 jaar

Tijdsverloop Onderbroken tussen elk hoofdstuk

Tempowisselingen ----

Ruimte Een dorpje aan een rivier in het Zuid-Westen van Nederland.



Hoofdpersonen



. Maarten In het tweede deel is hij een klein jongetje van ongeveer 10 jaar. In het laatste deel is hij een volwassen man (de schrijver).



. Clazien (Ien) In het tweede deel is ze een meisje van



Onderwater ongeveer 12 jaar. In het derde deel is ze veel ouder; 25 ongeveer.



Vertelwijze



Perspectief Personaal. In het eerste, tweede en laatste deel bij Maarten. In het derde deel bij Clazien.



Tekst Het eerste en laatse deel uitsluitend beschrijvingen van de omgeving. Het tweede en derde deel belevenissen, gesprekken, beschrijvingen en gedachten van de hoofdpersonen.



Structuur



Hoofdstukken 4 hoofdstukken met titel, waarvan het tweede weer is onderverdeeld in andere kleine hoofdstukjes met een titel. Het derde hoofdstuk is ook onderverdeeld in kleine hoofdstukjes, maar met een cijfer.



Opening Duidelijk inleidend met de topografische proloog.



Einde Duidelijk afsluitend met de topografische epiloog.



Titelverklaring



. Letterlijk De steile helling is de hoge zeedijk (de Wip), die het dorp in een buitendijks gedeelte (onder aan de dijk): het arme gedeelte, en een binnendijks gedeelte (boven aan de dijk): het rijkere gedeelte opsplitst.



. Figuurlijk . De steile helling is de moeilijke en eigenlijk onmogelijke weg die gevolgd moet worden wanneer je wilt horen bij het andere gedeelte van het dorp dan waar je geboren was.



. De steile helling van de tijd die zo vreselijk snel gaat en waar je eigenlijk niks tegen kunt doen.



2 Samenvatting



Maarten woont in een Nederlands dorp aan de rand van een Nederlandse rivier. Hij woont in het lage, arme deel van het dorp, het gebied dat vroeg of laat gesanneerd zou worden. De mensen die in het dorp wonen hebben alle straten bijnamen gegeven.



Maarten vertelt over alle dingen die hij zo in z'n dagelijkse leven heeft meegemaakt. Op een keer is het heel hoog water en moet Maartens vader de dijk ophogen. Natuurlijk vindt Maarten het razend interessant om te kijken hoe dit gaat. Het water komt toch nog in een aantal huizen te staan. Onder andere in het huis vvan een broeder van de kerk. Hierbij komt het water precies tot de tweede boekenplank, waarop hij al zijn mooie dure bijbels had gezet. Deze kan hij daarna dus allemaal weggooien. En hij gaat twijfelen aan het bestaan van God, want deze zou toch niet zomaar zijn eigen boeken onder water laten komen te staan.



Maartens vader is grafmaker. En op een dag komt hij erachter dat de graven die hij dicht heeft gegooid daarna steeds weer door iemand worden opengemaakt. Vader gaat dan 's nachts op wacht staan en ontdekt dat de begraver het graf elke keer weer openmaakt. Hij trekt de doden hun kleren uit en neemt die mee. Bij hem thuis worden in een kast, netjes op een rijtje en met de naam van degene die ze gedragen heeft, alle kleren teruggevonden. Hierna wordt deze man gelijk ontslagen.



In het dorp wonen ook twee broers, van wie de ene erg ziek is. De andere gaat iedere dag de straat op en vraagt ierdereen die hij ziet om toch even bij zijn broer op bezoek te gaan. Maarten vindt dit zo eng dat hij de straat van deze broers zoveel mogelijk uit de weggaat. Toch is hij wel een paar keer bij de zieke broer op bezoek geweest, maar was steeds blij als hij daar weer vandaan was.



Ook vind Maarten het heel interessant om te gaan kijken wanneer er ergens in het dorp brand is. De leukste keer was in de winter, toen het wel erg moeilijk was de brand te blussen. Het vroor toen namelijk zo hard dat al het water wat ze gebruikten gelijk bevroor als het uit de brandslang kwam. Vaak werd er gedacht dat de branden die er waren expres aangestoken waren door de brandweermannen, zodat ze wat te doen hadden. Of dat mensen hun eigen huis in de brand staken omdat hun woning onbewoonbaar verklaard was. Dan konden ze na de brand weer gratis een heel mooi nieuw huis opbouwen.



Ook Clazien was in die tijd een jong meisje dat in het dorp woonde. Ze woonde ook in het arme gedeelte. Ieder avond zie je haar op straat, spelend met haar tol.Ze was erg slim en had erg veel plezier in huiswerk maken, leren en Franse boeken lezen. Ze mocht naar de ULO, maar daar stortte ze op een gegeven moment helemaal in. Dit kwam doordat ze thuis nooit rustig haar huiswerk kon maken, want het huis waar ze woonde was veel te klein.



Ze moest toen van haar ouders in de supermarkt achter de kassa gaan werken. Hier ontmoette ze Piet, een keurige en rustige jongen, die ook in de arme buurt woonde. Al snel kreeg ze verkering met hem. Piet leerde voor zijn middenstandsdiploma. En omdat ook hij thuis niet kon leren ging hij oppassen bij de rijkere mensen, waar hij dan onderwijl rustig kon leren. In het vervolg ging Clazien met hem mee en leerde hier haar Frans en tegelijkertijd haalde ze ook nog haar middestandsdiploma.



Ze trouwde met Piet en samen begonnen ze een kruidenierswinkeltje. Op een keer gaat ze naar Vlaardingen naar de chynocoloog, omdat ze maar steeds geen kinderen kregen. Clazien ziet dan allerlei rijke vrouwen en wil net zo worden als zij. Ze verzint allerlei smoesjes en gaat steed vaker naar Vlaardingen. Ze koopt er de modieuste kleren die ze vinden kan en voortaan doet ze die onderweg naar de stad in de wc-ruimte van de trein al aan. Tijdens haar wandelingen in Vlaardingen kan ze zo vergeten dat ze van de arme buurt is.



's Avonds kijkt Clazien altijd uit het raam van de kamer. Ze kijkt dan in een keuken van een huis dat in het rijke gedeelte van de stad staat. Daar ziet ze iedere avond een jonge man zijn eten klaarmaken. In stilte wordt Clazien verliefd op die man en als ze hem op een avond naar buiten ziet gaan voor een wandeling gaat ze hem achterna. Ze raken met elkaar aan de praat en na een aantal maanden is het zover dat Clazien van Piet wil scheiden, maar deze wil dat niet. Toch verlaat ze hem en gaat bij Jan, in het rijke gedeelte van de stad, wonen.



De mensen van het arme gedeelte spreken hier schande over, de dominees proberen haar om te praten, maar dat helpt allemaal niets. Dan raakt Clazien bevriend met de vrouw van de nieuwe dominee, Maud. Samen gaan ze weer naar Vlaardingen en Clazien vertelt daar aan Maud dat ze eigelijk uit de arme buurt komt. Maud blijkt dit niet erg te vinden, maar Clazien merkt wel hoe groot de verschillen tussen hun beiden, tussen de arme en de rijke buurt zijn.



Clazien en Jan krijgen een zoon en samen met Maud heeft Clazien plannen om een kledingszaak te beginnen. Maud neemt Clazien mee naar Parijs om daar de nieuwste mode te bekijken. Hier ziet Clazien mensen langs de straat bedelen die het nog veel en veel slechter als haar getroffen hebben. Ook blijkt dat Maud het niet altijd makkelijk heeft gehad. Zij wil Clazien overhalen om als prostitue in de stad te gaan staan. Als Clazien dit weigert doet Maud het alleen. Naderhand vertelt ze dat haar vader haar een keer mee naar Parijs heeft genomen en dat ze hem op een avond betrapt heeft toen hij daar met een prostitue meeging. Om hem te kunnen vergeven vond ze dat ze zelf eerst ook zoiets moest doen.



Als ze weer terug uit Parijs zijn komt Maud een keer bij Clazien op bezoek en leert dan Jan kennen. Na die avond keert zowel Jan als Maud zich van Clazien af. Ze begrijpt hier niets van, totdat ze van Mauds man hoort dat Jan en Maud samen al maanden stiekem tennissen en dansen. Iets dat natuurlijk alleen maar voor de rijkere is weggelegd en daar kan Clazien toch nooit echt bijhoren. Ze gaat naar Piet om haar oude tol terug te vragen. Als deze haar roodgelakte nagels ziet wil hij eindelijk van haar scheiden. Clazien vertrekt en zet buiten haar tol op.



Mening over het boek



De topografische proloog wel erg lang, maar net als de rest van het boek toch wel leuk om te lezen. Het derde deel was het leukst, omdat daar het meeste in gebeurde.



4 Bijzonderheden



Het jongetje Maarten dat in het eerst deel de hoofdpersoon is, is zelf de schrijver van het boek. Hij heeft in het dorp gewoond waarover hij hier schrijft. Hij heeft dit verhaal geschreven, om het verleden dat zo snel vervaagt wat te vertragen. Om wat langer op de steile helling van de tijd staande te blijven.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen