U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag :  - Boy.
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=12 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 6360 woorden.

Inleiding





WILLIAM STEVENS IS REPORTER VAN EEN LOKALE AMERIKAANSE KRANT, DE FLATBUSH CHRONICLE. HIJ IS NIEUWSGIERIG NAAR DE MOORD OP NORMA TODD. DE BEKENDE ACTRICE WERD DOOD, NAAKT OP HAAR BED AANGETROFFEN. DE VERMOEDELIJKE DADER IS EEN DOOFSTOMME JONGEN. DE JONGEN WERD IN EEN KAST VAN DE SLAAPKAMER VAN HET SLACHTOFFER TERUGGEVONDEN. IN ZIJN ONDERZOEK KOMT WILLIAM AMY TEGEN. HIJ WORDT SNEL OP HAAR VERLIEFD. AMY FAYE IS PIANISTE TER BEGELEIDING VAN DE FILMVOOSTELLINGEN, DIE IN HET BEGIN VAN DEZE EEUW NOG ZONDER GELUID WAREN. ZIJ HAD DE JONGEN OP HET STRAND GEVONDEN, EN HAD HEM UIT MEDELIJDEN IN HUIS GENOMEN. ZE HAD HEM BOY GENOEMD. BOY WAS ENKELE WEKEN VOOR DE MOORD WEGGEGAAN EN WAS BIJ NORMA GAAN WONEN. NAARGELANG WILLIAM MEER VORDERT IN ZIJN ONDERZOEK KOMT HIJ STEEDS DICHTER BIJ DE WAARHEID. ZIJN ONDERZOEK BRENGT HEM NAAR MONTAUK, WAAR HIJ DE EX-MINAAR VAN NORMA TEGENKOMT. DEZE VERTELT WILLIAM DAT NORMA PER ONGELUK STIERF OMDAT HAAR SJAAL IN DE SPAKEN VAN ZIJN BUGATTI WAS TERECHTGEKOMEN EN HAAR GEWURGD HAD. IN BEGIN WERD DEZE VERSIE ALS ONWAARSCHIJNLIJK GEACHT EN GEWEIGERD. WILLIAM SCHAAMT ZICH OMDAT HIJ HIEROVER AL EEN UITGEBREID ARTIKEL IN DE KRANT GESCHREVEN HAD EN VERHUIST SAMEN MET AMY NAAR MONTAUK. MAAR UITEINDELIJK WORDT ZIJN VERSIE TOCH AANGENOMEN. BOY WAS DUS ONSCHULDIG, HOEWEL HIJ ZICHZELF AL EEN TIJDJE GELEDEN HAD OPGEHANGEN.





2 Perspectief/vertelstandpunt





Verteller





Het verhaal wordt bijna uitsluitend gezien door de ogen van William Stevens. Daarom spreken we van een personaal perspectief. William is dus een personele hij-verteller. De lezer wordt ingelicht over zijn waarnemingen, gedachten en gevoelens. Het perspectief is niet objectief, maar subjectief. Dit komt omdat we de wereld zien vanuit zijn standpunt. Hier volgen enkele voorbeelden van William als personele hij-verteller :


p. 7 : “Vanachter zijn cilinderbureau keek William Stevens uit op een blinde muur van vaalrode baksteen. De witte geschilderde letters van een firmanaam waren in de loop van de eeuw afgeschilferd.”


p. 69 : “Aan het plafond van zijn atelier had McCabe een CooperHewitt-lamp hangen.”


p. 129 : “De rechtszaal was kleiner dan William verwacht had. Alhoewel het gebouw van steen was, had men de wanden van de rechtszaal naar Engels voorbeeld geheel met hout bekleed. Er viel overvloedig licht door de glazen dakkoepel de zaal in.”


p. 218 : “William klom de trap op, aarzelde even en liep toen door de open deur het huis binnen. Aan de houten wanden hingen ingekleurde gravures van zeilschepen uit de vorige eeuw.”


p. 307 : “Een dikke envelop, hij kraakte toen William hem openmaakte.”


Men wordt ingelicht over zijn waarnemingen, maar ook over zijn denken :


p. 7 : “In het redactielokaal stond nog een bureau, niet meer dan een tafel met schuiflade eigenlijk. Daar hoorde Flannery achter te zitten. Flannery was ‘chef de bureau’, zoals hij zijn functie omschreef, maar zelden op zijn post. Meestal zat hij in The Den.”


p. 306 : “Misschien waren al die gedachten van hem niets dan hoogmoed.”





Er zijn wel enkele fragmenten waar Amy personele zij-verteller is. Voorbeelden :


p. 153-159 : “Amy ging overeind zitten en klemde haar handen beschermend om haar blote schouders; de kachel was uit. Ze liet zich uit bed glijden en liep huiverend naar de klerenkast.”


p. 310-312 : “Ook Amy verbeidde met smart de komst van haar piano. Hij zou wel volledig ontstemd zijn, maar gelukkig had ze een stemhamer bij zich.”





Gezichtshoek





Omdat men een analyse van wat William of Amy waarnemen krijgt, kan men spreken van een vision du dedans.





3 Personages





Norma (‘Polly’) Todd





(2) “Het door Bernlef geschapen romanpersonage Norma Todd lijkt een collage van een aantal beroemde filmactrices uit het begintijdperk van de film, zoals Thelma Todd, Constance Talmadge en Norma Talmadge. In de onwaarschijnlijke omstandigheid waaronder Norma Todd gestorven zou zijn, valt een overeenkomst te bespeuren met de wijze waarop de legendarische danseres Isadora Duncan in 1927 om het leven is gekomen. Verrassend en vernuftig vervlecht de auteur in de roman Boy op verschillende niveaus, waaronder dat van de personages, fictie en feiten.”





Norma Todd is in het boek ‘Boy’ een 32-jarige filmactrice. Uiterlijk is ze een zeer jeugdige verschijning en heeft ze een aantal specifieke kenmerken. Ze heeft prachtige, glanzende ogen en zeer grote handen en voeten.


p. 10 : “Polly staarde hem met haar ronde, glanzende ogen aan. Hij steunde zijn ellebogen op het bureau, sloot zijn ogen en rook Flannery’s sigarenlucht. Ze was maar tweeëndertig geworden.”


p. 170 : “‘Norma kwam uit een rijk gezin, tenminste zo zag ik het toen. Haar vader was makelaar en ze woonden ergens bij Sheepshead Bay. Haar moeder was net overleden toen ze op school kwam. Dat zal ook wel de reden geweest zijn dat haar vader haar op dat internaat deed. (…) Nu ik eraan terugdenk, misschien voelde ik me tot dat meisje met haar bruine krullen aangetrokken omdat ze zo droevig keek.’”


p. 172 : “‘Als ze bij ons thuis in bad zat stak ze haar benen omhoog en riep : ’Mannenvoeten heb ik, grote mannenvoeten.’ Ze had inderdaad nogal grote handen en voeten.’”





We leren Norma enkel kennen door de ogen van anderen waardoor ze -net als Boy- steeds woordeloos zal blijven, maar toch kunnen we ons een relatief scherp beeld van haar vormen. Zo leren we haar kennen met haar dubbele persoonlijkheid. Enerzijds krijgen we het beeld van Norma als actrice. Op de scène is ze zeer levendig en kan ze niet stilzitten waardoor ze zeer geschikt is voor doldwaze comedies. Op de scène kwam Norma tot leven. Door het publiek kreeg ze het koosnaampje ‘Polly’.


p. 105 : “Polly Todd - het Vitagraph-meisje in enige doldwaze comedies.”


p. 106 : “Waarom greep dat rond een boom hollende meisje met haar rondwervelende bruine haren hem toch zo aan ? (…) Zo zag hij Polly een witte bal weggooien die met vervaarlijke snelheid rechts uit beeld vloog om zich in het volgende beeld te manifesteren als een wild briesende hengst.”


p. 107 : “(…) terwijl Polly de kinderwagen vastpakte en er opeens in dolle vaart mee vandoor ging.”


p. 177 : “Op een film was zij de onsterfelijk rondspringende tomboy die over daken liep wild aan een trapeze slingerde, met een buks een ballon uit de lucht reed.”


Anderzijds merken we dat Polly in het echte leven erg ongelukkig was, vooral sinds de dood van haar moeder. Haar vader stuurde haar toen naar een internaat en bekommerde zich niet meer om zijn dochter. Ze haatte haar vader hiervoor. Omdat enkel mannen tot haar vader konden doordringen, wilde Norma een jongen zijn (pagina 170-171). Later, toen Polly actrice werd, herleefde ze, maar de glans verdween snel weer uit haar ogen. Ze gaf zelfs de indruk ziek te zijn.


p. 111-112 : “‘Ze zag er slecht uit het laatste halfjaar. Ze had prachtige ogen maar we moesten er belladonna in druppelen om die oude glans terug te krijgen. Het bloed trok vaak plotseling uit haar gezicht weg. Dan moest ik tijdens de opnames haar wangen en voorhoofd bijwerken om haar die jeugdige uitstraling terug te geven waar ze om bekendstond. Ik had het gevoel dat ze ziek was. Ziek of ongelukkig. Enfin, ze hoeft zich nu nergens meer zorgen over te maken.’ ‘Ziek,’ vroeg William. ‘Misschien is dat een te groot woord,’ zei Fontanelli. ‘Ze was vaak erg afwezig, vergiste zich in de opdrachten die een regisseur haar gaf. Dan kon ze plotseling in woede uitbarsten en de set af lopen. Zo vrolijk en makkelijk hanteerbaar ze vroeger was, zo wispelturig en lastig werd ze later.’”


p. 176 : “Ze vond Norma veranderd. Ze leek nog rustelozer dan vroeger en de glans in haar ogen was verdwenen. Ze zag bleek en haar voorhoofd was bezaaid met rode vlekjes.”


Sommige personages geven een verklaring waarom Norma zo veranderd was.


p. 108 : “Nu William haar weer zo zag rennen en springen begreep hij waarom ze tenslotte iets anders had gewild.”


p. 127 : “‘Het enige dat ik bij geruchte gehoord heb is dat ze wel eens wat snoof.’ ‘Snoof ?’ Larry lachte en leunde achterover om de ober de ruimte te geven het bord zuurkool voor hem neer te zetten. ‘Pretpoeder, cocaïne. Dat is een soort opium.’ William had er nooit van gehoord. Daarom bleef hij een tijd stilzwijgend eten. ‘Cocaïne,’ zij hij toen. ‘Wat is dat eigenlijk ?’ ‘De witte waan,’ zei Larry. ‘Je voelt je licht, energiek, alsof je de hele wereld aankunt. Maar als je het een paar keer gebruikt raak je eraan verslaafd.’ ‘Geloof jij dat ze verslaafd was, Polly ?’ ‘Dat hoor je mij niet zeggen. Het enige wat ik weet is dat het in filmkringen niet ongebruikelijk is op feestjes en zo.’”


p. 215 : “Tot ze ontdekte dat ze macht over jongens kon uitoefenen, toen was ze helemaal omgeslagen.”





Op het einde van haar leven wilde Polly wraak nemen op haar vader en op Daniëlle (zijn jongere vriendin) door Wilder te verleiden. Dit plan zal haar door een stom ongeluk haar leven kosten.





William Stevens





William Stevens is een 18-jarige jongen die oorspronkelijk Willem Steevens heette. Zijn grootouders waren afkomstig van Holland, maar zijn later verhuisd naar Minnesota. Aan het begin van het verhaal woont William in Amerika. Zijn naam heeft zich net als hijzelf telkens aangepast aan zijn verblijfplaats.





Eén van zijn belangrijkste karaktereigenschappen is dat hij zeer rationeel is. Hij wil alles weten en kunnen begrijpen. 'Nut en aard van de gebeurtenis' zijn dan ook zijn stokpaardjes.


p. 121 : “‘Jij bent een man van woorden,’ had McCabe gezegd, op een toon alsof hij daarom niet kon begrijpen hoe Boy de wereld zag.”


p. 85 : “Zoals het referendum het stokpaardje van Flannery Duval was, zo waren nut en aard van een gebeurtenis dat voor William. Het nut van gebeurtenissen was dat ze de tijd zichtbaar maakten.”


p. 202 : “Hij was verslaggever, geen dichter. Niks dromen of herinneringen, feiten had hij nodig, een leeg huis waarin zich iets verborgen hield.”


p.110 : “Ik moest stevige gedachten zien te krijgen, dacht hij, gedachten die zich als ankers aan de werkelijkheid hechten.”





William is verslaggever bij de Flatbush Chronicle wat hem de typische eigenschappen nieuwsgierigheid en nauwkeurigheid oplevert.


p. 23 : “Het maakt nieuwsgierig naar de aard van die omstandigheden.”


p. 46 : “Maar waarom zou Lagrange dat toestaan ? Alleen omdat hij nieuwsgierig was ?”


p. 165 : “Hij was nieuwsgierig naar wat zij hem te vertellen had, nieuwsgierig en ook een beetje bang.”


p. 56 : “Zijn speurtocht mocht dan nog wel geen bericht voor de Flatbush Chronicle hebben opgeleverd, toch voelde hij de noodzaak zijn bevindingen nauwkeurig op schrift te stellen. »


p. 125 : “Hij wilde een zo nauwkeurig mogelijk verslag van de rechtszitting maken en proberen Flannery ervan te overtuigen dat al dat kruimelnieuws nu plaats moest maken voor het Grote Verhaal.”


Oorspronkelijk bestond zijn taak er enkel in schijnberichten te verslagen, pas later zal hij binnenstappen in de werkelijke wereld van de feiten. Doordat William zich zeer goed kan uitdrukken met woorden onderscheidt hij zich van andere personages.


(1) “(…) springt de antithese tussen het taalloze van de jongen (Boy) en de man met de macht van het woord (William) in het oog.”





Alhoewel William erg rationeel is, is hij ook zeer emotioneel. Hij is gefascineerd door het nieuwe medium ‘film’ en is dan ook sterk aangegrepen door de moord op filmactrice Norma ‘Polly’ Todd. Hij werd moedeloos door haar dood, ze was immers een jongensdroom voor hem geweest. William is dan ook vastbesloten de moordenaar te leren kennen en wil weten wat er in hem omging toen hij zijn handen om haar nek sloot en duwde.


p. 12 : “Polly was dood. Hij moest een paar keer slikken en klemde het handvat van zijn versleten leren tas nog steviger vast.”


p. 106 : “Waarom greep dat rond een boom hollende meisje met haar rondwervelende bruine haren hem toch zo aan ?”


p. 175 : “‘Waarom heb jij die foto van Norma,’ vroeg ze. ‘Zij was een jongensdroom,’ zei hij, ‘meer niet.’”





Oorspronkelijk denkt William dat Boy ‘Polly’ vermoord heeft, hij probeert dan ook door anderen die hem ‘kenden’ in zijn huid te kruipen. Dit is een zeer moeizaam proces omdat Boy in beelden denkt (pagina 119) en niet in woorden waardoor er een kloof ontstaat.


Toch ontdekt William hierdoor dat Boy ‘Polly’ niet vermoord heeft en gaat hij op zoek naar de ware dader. Op dit ogenblik laat hij het kruimelnieuws achter zich en opent hij zijn geest voor het grote verhaal.


p. 108 : “‘Heus,’ zei William. ‘Ik ben het met Art eens. De jongen kan het niet gedaan hebben. Maar dat is het hem juist. Ik wil materiaal verzamelen om zijn onschuld te bewijzen.’”


p. 153 : “Boy mocht het niet gedaan hebben.”


p. 163 : “Jarenlang had hij met zijn rug naar verhalen toe gestaan, nu zat hij middenin een verhaal waar zelfs Larry Poons jaloers op was. Hij kon niet ontkennen dat die positie hem opwond, al had hij geen idee hoe hij zich door het struikgewas van al die onbetekenende feiten een weg moest banen naar de hoofdstroom van het verhaal : het onontkoombare bewijs van Boys onschuld.”


p. 237 : “Hij had het stuk van drie vellen met grote blokletters ondertekend. Niet met ‘van een onzer verslaggevers’, maar met zijn eigen naam, William Stevens. De tijd waarin hij vanuit de anonimiteit schijngebeurtenissen optekende was definitief voorbij.”


Toch verloopt zijn overstap naar het ‘grote verhaal’ niet zonder moeilijkheden. Eerst durft hij niet meer doorzetten omdat hij zich te lang met kruimelnieuws heeft beziggehouden.


p. 37 : “Als hij Larry Poons was zou hij nu doorvragen. Maar hij had zich al te lang met onbenullig nieuws en schijngebeurtenissen beziggehouden. Nu het er werkelijk op aankwam durfde hij niet door te zetten.”


Later, als William de ware dader heeft gevonden, stoot hij op ongeloof omdat zijn verhaal niet realistisch is.


p. 251 : “‘William, William, wat is de eerste wet in de verslaggeverij. Hoe vaak heb ik je dat niet gezegd : controleer je informatie voor je iets publiceert.’”


p. 298 : “‘Ik vermoed dat je nog in Montauk zit te kniezen over de mislukte afloop van je verhaal. Die sjaal heeft je de das omgedaan, William, daar heb ik heel wat ingezonden brieven op gekregen. Je kunt ook te ver gaan. Vanaf dat moment geloofde eigenlijk niemand meer aan je verhaal. Het was allemaal te onlogisch.’”


Maar ondanks alles is William op dat ogenblik nog steeds vastberaden gerechtigheid te verkrijgen.


p. 260 : “Morgen zou hij Wilder opnieuw aan de tand voelen. Deze keer zou de makelaar hem niet ontglippen.”


Als hij echter vermoed dat Wilder vertrokken is, wil hij opgeven.


p. 267 : “William zweeg. ‘Ik geef het op,’ zei hij.”


Uiteindelijk zal de waarheid de leugen overwinnen en krijgt William zijn persoonlijke overwinning die hem helpt de dood van Norma Todd te verwerken.


p. 309 : “Hij voelde zich opgelucht en las wat Flannery verder te melden had.”





Tijdens zijn zoektocht naar gerechtigheid ontmoet William Amy en hoewel hij eerst niet weet hoe zich te gedragen, wordt hij verliefd op Amy.


p. 165 : “Hij was nieuwsgierig naar wat zij hem te vertellen had, nieuwsgierig en ook een beetje bang. Hij was niet vaak alleen met vrouwen. Hij durfde ze nooit lang achtereen aan te kijken. Zijn onrustig wijkende ogen zorgden ervoor dat hij nogal eens van zijn apropos afraakte als hij met vrouwen sprak. Dan kreeg hij een kleur en excuseerde zich dat hij ‘zomaar even in gedachten’ was geweest.”


Ook Amy helpt William de dood van Norma te verwerken, want door de liefde van Amy zal zijn jongensdroom langzaam vervagen...


p. 193 : “Vergeefse moeite. Die melancholieke gedachtengang deed hem glimlachen, want in zijn hart was nu geen plaats meer voor de dood.”





Josef Brechstein





Brechstein is de drukker van de Flatbush Chronicle. Hij is bezeten door het wereldraadsel en denkt dus dat de wereld gaat vergaan. Als anderen hem niet geloven reageert hij venijnig. Hij is een echte doemdenker.


p. 105 : “William had de kopij en de advertenties naar Brechstein gebracht, die zat te lezen in een boek van Nostradamus. Daar stond volgens hem de ondergang van de wereld in beschreven. ‘Wanneer gaat dat gebeuren,’ had William gevraagd. ‘Eerder dan jullie denken,’ had Brechstein venijnig gemompeld.”


p. 143 : “Brechstein schudde zijn hoofd over over zoveel vulgariteit. ‘Schreven jullie maar eens iets over het wereldraadsel,’ mompelde hij. ‘Dat komt later,’ zei Flannery, ‘eerst gaan we hier groot nieuws van maken.’”





Larry Poons





Larry Poons heeft een groot vierkantig hoofd, een kuiltje in zijn kin en heeft geen snor. Hij straalt een aangeboren autoriteit uit, stevent steeds recht op zijn doel af, is onverschrokken en enorm zelfzeker. Hij stelt zijn vragen steeds op gebiedende wijs waardoor hij respect afdwingt.


p. 124 : “Larry trad op met een aangeboren autoriteit. De portier kroop tenminste meteen in zijn glazen schulp. Larry had een groot, bijna vierkant hoofd. Hij droeg, in tegenstelling tot de meeste mannen, geen snor en in zijn glimmende kin zat een kuiltje, dat er in tegenlicht als een meskerf uitzag. Met zijn duimen in zijn broekzakken had Larry naar hem staan luisteren.”


p. 126-127 : “Larry kwam met zijn leren motorjas opengeknoopt het restaurant binnen en stevende meteen op hem af. De ober bezweek haast onder de hem toevertrouwde leren last. Larry bestelde Duits bier. Toen hij de stenen beker voor zich had staan keek hij eerst eens uitgebreid om zich heen. Met zijn blauwe ogen nam hij alles schaamteloos in zich op. Pas toen hij alle aanwezigen had bekeken richtte hij zijn blik op William.”


p. 125 : “Larry was onverschrokken, stapte overal op af en leek bij iedereen binnen te kunnen komen.”


p. 123 : “Larry Poons had de gewoonte zijn vragen in de gebiedende wijs te stellen.”





Op deze manier onderscheidt hij zich van William die eerder op de achtergrond blijft. William kijkt naar hem op. Larry heeft William geholpen bij het vinden van zijn werk bij de Flatbush


Chronicle en is sindsdien als een leraar voor hem.


p. 124 : “Larry beschouwde William zelfs nu nog als zijn leerling. Zo nu en dan belde hij op, niet alleen met tips, maar ook met commentaar op de krant.”





Hij werkt ook als verslaggever, maar voor de Brooklyn Eagle, een grotere krant. Hiervoor schrijft hij stukken over de misdaad, want dat is zijn specialiteit en hij leeft hierdoor in de wereld van de feiten. Larry wist ook dat zijn stukken belang hadden.


p. 125 : “Misdaad was zijn specialiteit en Larry was zich bewust van het belang van zijn stukken : de mensen kochten de Brooklyn Eagle vooral om zijn misdaadverhalen en rechtbankverslagen.”


p. 122 : “Uit die vluchtige wereld die steeds weer in het niets oploste was hij de heldere wereld van de feiten binnengestapt, de wereld van Larry Poons met zijn leren jas en zijn snelle Vincentmotor.”





Larry is woedend als hij merkt dat William meer weet dan hij en hij is dan ook zeer jaloers.


p. 163 : “‘Larry Poons, hij is woedend.’ (…) Jarenlang had hij met zijn rug naar verhalen toe gestaan, nu zat hij middenin een verhaal waar zelfs Larry Poons jaloers op was.”


Toch heeft Larry een blanke pit onder zijn ruwe bolster. Hij kan op onverwachte momenten zeer sentimenteel zijn.


p. 125 : “Larry roemde de rust die uit de Flatbush Chronicle sprak. Hij was in New York geboren en kon soms heel sentimenteel over het platteland spreken.”





Henry Weaver





Kenmerkend voor Henry is dat ook een van zijn zintuigen niet meer goed functioneert. Hij is bijna blind, maar hierdoor zijn zijn gehoor en zijn geheugen zeer scherp.


p. 220 : “‘Ik zie alles wazig,’ zei de man. ‘Mijn werk doe ik grotendeels op de tast.’”


p. 258-259 : “‘Zo zou je niet zeggen dat hij praktisch blind is,’ zei William. ‘Hij ziet met zijn gehoor.’”


p. 261 : “‘Hoor je dat konijn piepen,’ vroeg hij. (…) ‘Nee,’ zei ze, ‘ik hoor niets.’ ‘Dat komt omdat je ogen te goed zijn,’ zei hij. ‘Ik zie alleen maar vlekken en omtrekken, maar mijn oren vullen de rest in.’”


p. 262 : “‘Ik hoor rechts iets lopen. Een hond of een kat.’”


p. 310 : “‘Je onthoudt alles omdat je zo weinig kunt zien,’ zei Amy. ‘Wat niet in mijn ogen zit, zit in mijn hoofd,’ zei hij.”





Toch heeft hij in deze omstandigheden nog een hotel.





Weaver is een zeer emotioneel man.


p. 264 : “Henry schraapte zijn keel. Hij was aangedaan. ‘Wat prachtig,’ zei hij. ‘Er is niets mooiers op de wereld dan kinderstemmen.’”


p. 281 : “Henry herhaalde hoe hij kinderstemmen het mooiste vond wat er bestond, dat hij zich daar al op verheugde. Er drupten zowaar tranen onder de dikke geslepen brillenglazen vandaan. Hij pakte Williams hand.”


Hij is eenzaam en verlegen.


p. 225 : “Weaver zuchtte. ‘U zou wel eens mijn laatste gast van het jaar kunnen zijn.’”


p. 257 : “Weaver glimlachte schuw. Amy sprak hem toe alsof ze hem al jaren kende. Hij legde zijn viool op het dichtstbijzijnde tafeltje en ging voor de open deur zitten.”


Henry houdt van muziek -hij speelt viool- en is dan ook zeer blij als de muzikale Amy bij hem komt wonen.





Net als velen van zijn tijd loopt Henry niet erg hoog op met de vooruitgang.


p. 220 : “‘Hij heeft een dure auto, een Delage cabriolet.’ ‘Wat is dat,’ vroeg Weaver. ’Het klinkt Frans.’ ‘Een open auto. Of liever, een auto met een opvouwbaar dak.’ ‘Wat ze allemaal niet verzinnen,’ zei de hoteleigenaar.”





Bijpersonages





- Fontanelli is de grimeur waar William als hulpje bij heeft gewerkt. Later werkt Fontanelli voor Vitagraph.





- Meneer Mogash was een brievenschrijver. Na zijn dood nam William zijn baan over.





- Monica Sheen speelde de rol van het blinde zusje van Polly in de film ‘Blinde rozen’.





- Edward Lasky (slager), Egbert Cuikshank (kruidenier), Moshe Lachmon (kleermaker), mevrouw Spence (garen- en bandverkoopster) en Ray Paterson (hoeden- en pettenverkoper) zijn de winkeliers en de kleine handelaren in Flatbush.





- Tonio Doro is de uitbater van een restaurant. Hij is één van de eersten die het aandurft een auto te kopen.





- Alex Schwartz is directeur van Vitagraph.





- Daniëlle Wilder is de dochter van Bruce Wilder en de stiefmoeder van Norma.





- De familie Galczynski woont onder William.





- Dokter Healy is de onderzoekende dokter van Boy na de moord en hij is de enige getuige op Boys proces.





- Harry Robbins is regisseur bij Vitagraph.





- Arthur Cobb was een belangrijk man in Flatbush omdat hij het nieuwe medium ‘film’ binnenbracht. Hij was verliefd op Amy.





- Wilfred Dubois werkte in het theater van Cobb.





- Tippy -ook wel ‘het stekelvarken’ genoemd wegens zijn kapsel- verkoopt snoepgoed op straat.





- Raymond Russel is de rechter die Boys proces voorleidt.





- Frank Eldridge was Boys verdediger, zijn advocaat.





- Ricky Ford, Pedro Martinez en Guy Dubbonet zijn de stamgasten van The Den. Zij geven hun mening over de Flatbush Chronicle.





- Wendy Smith was Norma haar dienstbode.





- Dorothy woont in Montauk. Ze zal later bevriend worden met Amy.





- Frolick is de directeur van de psychiatrische instelling op Blackwell’s Island.





- Lieberman heeft een wagenverhuurbedrijf in King’s Head.





4 Tijd





Dit verhaal is in de onvoltooid verleden tijd geschreven.


p. 89 : “Art veegde het zweet van zijn voorhoofd.”





Het verhaal speelt zich af op het einde van de negentiende eeuw en/of in het begin van de twintigste eeuw (rond de eeuwwisseling).


p. 27 : “Volgens de leden van dit geheime genootschap zou de wereld in 1927 vergaan.”


p. 28 : “‘Norma Todd werd op 20 maart 1874 op Beverly Road, Flatbush, geboren als dochter van Charles Todd.’”


p. 68 : “‘De eerste keer dat ik met het hoogspoor ging was in Chicago, tijdens de wereldtentoonstelling in 1893,’ zei John.”


p. 276 : “Wilder kwam terug met een fles. (…) ‘Een Chateau Ducal 1887.’”


De ‘moderne tijd’ komt dikwijls ter sprake. De meningen hierover verschillen nogal : Tonio Doro wil bijvoorbeeld met z’n tijd meegaan en is een voorstander van de modernisering, terwijl anderen zich eerder conservatief opstellen. Bij deze ‘moderne tijd’ horen in het dorpje Flatbush electriciteit, sneller vervoer, nieuwe mode (het gaan van de petten en het komen van de hoeden) en nieuwe apparatuur.


p. 18 : “‘Je moet tegenwoordig wel adverteren, wil je met je tijd meegaan.’”


p. 30 : “‘Ik krijg volgende week een motorfiets,’ zei de jongen met zijn merkwaardig hoge stem. ‘De moderne tijd,’ zei William.”


p. 47 : “In Airegin hadden de boeren indertijd zelfs geprobeerd de eerste stoomtrein tegen te houden. Maar er viel aan de moderne tijd niets tegen te houden. Overal draaiden vliegwielen, flikkerden electrische lampen aan en uit. Flannery kon er eindeloos over uitweiden. Voor we het wisten zouden machines al het werk hebben overgenomen en zou er een gouden toekomst aanbreken waarin de mensen alle zouden hebben om per referendum te regeren. Maar voorlopig produceerden de machines vooral veel rook en roet en de mensen die ’s middags uit de fabrieken terugkeerden maakten niet de indruk daar echt gelukkig te zijn.”


p. 56 : “‘Tonio gaat met zijn tijd mee,’ zei William.”


p. 60 : “‘Voor snelle service en een modern menu.’”


p. 72 : “De ene na de andere arbeider en boer kwam zijn pet bij Ray verruilen voor een hoed. Het hoorde bij de moderne tijd, bij vage maar opwindende gedachten over vooruitgang.”


p. 130 : “Maar het zou niet lang meer duren of hij zou ook op een schrijfmachine werken. De moderne tijd viel niet tegen te houden.”


p. 264 : “‘Hoever is het nog naar de vuurtoren ?’ vroeg Amy. (…) ‘Sinds twee jaar is hij electrisch.’ (…) ‘Nu gaat alles automatisch. De moderne tijd.’”


Erg belangrijk in deze periode is de opkomst en de evolutie van de film. In het begin zijn de mensen nog verwonderd over heel eenvoudige, korte filmpjes, maar stilaan worden ze veeleisender en willen ze muziek bij de voorstelling en langere verhalen.


p. 15 : “De opnamen voor de veertig (!) minuten durende film Blinde rozen zijn net begonnen.”


p. 42 : “‘Ik kan die twintig minuten wel voor je draaien.’”


p. 61 : “‘‘Alles geïmproviseerd.’ (…) ‘Korte filmpjes waren het, meestal niet langer dan vijf minuten.’ (…) ‘Je nam gewoon een scène uit het dagelijks leven en daar bracht je een licht accent in aan.’’”


p. 80 : “De films werden steeds langer, de verhalen steeds ingewikkelder. (…) De tijd dat vrouwen hun kinderen meenamen of tijdens de voorstelling aardappels zaten te schillen, leek met die lange films voorbij. Ze hadden nu al hun aandacht nodig om de verrichtingen op het witte doek te volgen.”


p. 80 : “Met de comedies ging het niet zo goed meer. Op aandrang van Amy draaide hij nog wel eens een korte film van het Vitagraph-meisje, Polly Todd. (…) Je kon zulk soort films alleen nog als voorprogramma draaien. De mensen kwamen duidelijk voor de hoofdfilm.”


p. 83 : “Er waren nu al films die bijna vijftig minuten duurden, zodat ze vijf keer van spoel moesten wisselen.”


p. 158 : “Alhoewel er, sinds de lengte van de films tot soms ruim een uur was gegroeid, vaste aanvangstijden waren die op een bord voor de ingang vermeld stonden, hielden de buurtbewoners vast aan hun oude gewoonte de bioscoop binnen te wandelen wanneer zij daar zin in hadden en net zolang te blijven zitten tot ze de hele film hadden gezien.”


p. 271 : “‘Het is hier nog net als bij het begin van de film. Toen trokken de mensen hun zondagse goed aan als ze gingen kijken.’”





Dit verhaal wordt chronologisch verteld. Het begint en eindigt in de herfst. Vermoedelijk ligt er tussen het begin en het einde van het verhaal een periode van één jaar.


p. 31 : “Het was al herfst, maar door de zon vergat je dat wel eens.”


p. 52 : “Hij slofte tussen de herfstbladeren dichterbij.”


p. 123 : “De toppen van de elzen beneden op straat zwiepten heen en weer in de wind. Wolken trokken laag en snel voorbij, maar door de harde wind regende het niet. Gisternacht was hij wel drie keer wakker geworden door de storm. Hij herinnerde zich de herfst in Airegin.”


p. 263 : “‘Dit zijn de laatste mooie dagen van het jaar.’”


p. 303 : “Over een paar dagen was het december, ‘die duistere kuil in het jaar’, zoals Henry Weaver het uitdrukte.”


p. 312 : “De piano zou op 12 december in Montauk arriveren.”


De moord op Polly Todd en het verdwijnen van Boy zijn eigenlijk de enige gegevens waarvan we het exacte tijdstip kennen.


p. 131 : “Toen de politie op 4 oktober omstreeks half zeven ’s morgens het pand Willow Place 11 betrad, trof zij daar het slachtoffer ontzield en in ontklede staat op bed aan. (…) Sectie had uitgewezen dat het slachtoffer omstreeks half twee ’s nachts door verwurging om het leven was gebracht.”


p. 142 : “‘Wij roepen daarom iedereen die nadere informatie over Boy heeft of weet waar hij tussen 24 september -de dag dat hij niet meer in de Mélodrome kwam opdagen- en de avond van de vierde oktober verbleef contact op te nemen met de redactie van deze krant.’”


In de rest van het verhaal komen eerder vage tijdsaanduidingen voor, zoals de seizoenen die beschreven worden, of onvolledige tijdsaanduidingen (men weet bijvoorbeeld wel het uur van de handeling, maar niet de maand waarin de handeling plaatsgreep). Deze tijdsaanduidingen geven niet veel informatie en zijn bijgevolg niet zo belangrijk voor het verhaal.


Hoewel het verhaal chronologisch verloopt, komen er toch heel wat (lange) flash-backs in voor (ze zijn doorgaans te herkennen aan de voltooid verleden tijd).


p. 72-83 : “Arthur Cobb was in korte tijd een belangrijk man in Flatbush geworden. (…) Het kostte Art natuurlijk geld, maar toch was hij op McCabes voorstel ingegaan.”


p. 97-104 : “Amy Faye had Boy drie jaar geleden op een zondag op het strand, niet ver van het Brighton Beach Hotel, aangetroffen. (…) En daarna was ook Boy verdwenen. Niet uit zichzelf opgestapt, zoals zij tegen Art had gezegd, maar meegenomen door iemand die haar ooit even lief was geweest als John.”





Tenslotte is het opvallend hoe vaak de auteur (toevallig ?) naar het verleden verwijst met de woorden ‘drie jaar geleden’.


p. 69 : “‘Die foto heb ik drie jaar geleden gemaakt.’”


p. 97 : “Amy Faye had Boy drie jaar geleden op een zondag op het strand, niet ver van het Brighton Beach Hotel, aangetroffen.”


p. 225 : “Drie jaar geleden kon hij de lichtbundel van de vuurtoren ’s nachts nog in zijn volle lengte zien, zei Weaver.”


p. 241 : “‘Het is drie jaar geleden dat ik voor het laatst in de stad was,’ zei ze.”


p. 278 : “‘Tot drie jaar geleden, toen verloor ik in één klap mijn vrouw en mijn dochter.’”





7 Werkelijkheid





Het verhaal speelt zich af in de beginjaren 1900 in het arbeidersmilieu. We krijgen een heel duidelijk beeld van die periode en van de mensen die toen leefden. De bewoners van de dorpen Flatbush, Monktauk,... zijn immers vooral immigranten die daar slechts een korte periode verblijven. Men gaat immers waar werk is. We kunnen ook de andere bewoners van deze dorpen eerder eenvoudige mensen noemen. Ze zijn arm, ze lopen niet hoog op met de vernieuwing en zijn eerder conservatief. Het contrast met de stad is enorm.


p. 59 : “‘Een uitvinding van de duivel is het. Een bedreiging van de rust, een gevaar voor de kinderen, paarden slaan ervan op hol. Speelgoed voor de rijken.’”


p. 55-56 : “Auto’s waren volgens hem levensgevaarlijk. Niet alleen voor de passagiers, maar ook voor de paarden. (…) Hij schreef zijn stuk uit naam van ‘talloze huisvrouwen’ die door het ‘toenemende aantal automobielen’ hun op het bleekveld of aan de lijn drogend wasgoed steeds opnieuw bevuild zagen door het opkolkende stof van de voortrazende stalen monsters.”


p. 95-96 : “‘We gaan weg,’ zei hij. ‘Waar werk is trekken we heen. Is het werk voorbij dan trekken we verder. Zo is het leven.’ (…) Veel mensen hadden maar weinig woorden tot hun beschikking. Je moet de verhalen uit ze trekken. Ze schaamden zich voor hun armoede. Terwijl de rijken hun landhuizen aan de kust bouwden waar hun families voor eeuwig bleven wonen, trokken de arme mensen van stad tot stad, van dorp naar dorp, op zoek naar werk of onvermoede rijkdom. De huizen van de armen waren doorgangshuizen. In de kamers zwierf alles door elkaar.”


p. 202 : “Brooklyn Heights. Hier woonden doktoren, advocaten en cargadoors, die de drukte van New York ontvlucht waren om in een lommerrijke omgeving van hun succes te genieten en hun geld te tellen, omringd door dienstbodes en butlers, in stofvrije kamers vol brandende kandelabers en muisstille kinderen.”


p. 270 : “‘Het is een dorpse bedoening hier hoor,’ zei Wilder. ‘De meeste vissers hebben nog nooit film gezien. Film is de kunst van de duivel, zegt dominee Whitbread.’”





De moord op Norma (‘Polly’) Todd is niet alleen zeer reëel, maar ook zeer actueel. Vooral dan de manier waarop het onderzoek rond haar dood is verlopen. Lagrange heeft een verdachte en is onmiddellijk overtuigd van zijn schuld. Hierin verwoordt Bernlef heel duidelijk een aanklacht. We mogen niet steeds de makkelijkste weg kiezen, en we moeten meer de weg van de gerechtigheid volgen, want mensen zonder verweer zijn de makkelijkste slachtoffers.





8 Rollenpatroon





In dit boek is er geen duidelijk man-vrouwpatroon. Het enige dat hierop wijst, is dat Flannery steeds op café zit in The Den, terwijl zijn vrouw thuis blijft. Maar het is niet zo dat de vrouwen altijd thuis blijven. Dit gebeurde in het begin van deze eeuw vooral in rijke kringen. Voorbeeld : Amy werkt als pianiste.


p. 7 : “Meestal zat hij in The Den.”


Verder is er geen sprake meer van een typisch rollenpatroon.





9 Einde





Dit verhaal heeft een happy-end. Boy is weliswaar op een tragische manier gestorven, maar toch is er op het einde een ontspannen, blije sfeer. De piano is na lang wachten eindelijk gearriveerd in de nieuwe woonst van Amy en William, en heel het dorp viert er feest en danst terwijl Amy piano speelt en terwijl buiten de eerste sneeuw valt. Je krijgt het gevoel dat, ondanks hun tegenslagen (ze hebben allebei hun werk verloren), alles toch nog op zijn pootjes terechtkomt voor de hoofdrolspelers.


p. 316 : “William keek naar de dansers. Ze gingen op in de dans, hadden hun alledaagsheid afgeworpen en straalden alsof de muziek hen verlichtte.”


p. 316 : “Toen kwamen de kinderen de dansvloer op gehold. ‘Het sneeuwt. Het sneeuwt.’”


Helemaal op het einde voelt William het kind bewegen in de buik van Amy. Het einde van het verhaal is dus tegelijkertijd het begin van een nieuw leven. Dit roept ook weer vreugde op.


p. 317 : “Amy wenkte William. ‘Voel,’ zei ze. Ze pakte zijn hand en legde hem op haar buik. En nu voelde hij het. Onder zijn hand bewoog iets. Hij wilde iets zeggen. Glimlachend legde ze een vinger op zijn lippen.”





Amy en William beginnen aan een nieuwe periode in hun leven, ze zijn verhuisd, gaan trouwen en verwachten een kind. Toch hebben we hier niet te maken met een open einde. Het doel van het verhaal is immers bereikt : het oplossen van de moord op Polly Todd. Je hebt na het lezen van het boek echt het gevoel dat het verhaal af is.





Het einde was nogal voorspelbaar in die zin, dat er geen belangrijke gebeurtenissen meer opduiken naar het einde toe.





10 Taalgebruik





Het taalgebruik in ‘Boy’ is tamelijk eenvoudig en goed te begrijpen. Dit zorgt ervoor dat het boek vlot leesbaar is.





Soms gebruikt de auteur neologismen, zelf samengestelde woorden. Dikwijls heeft dit een grappig effect.


p. 72 : “hoofddekselrevolutie”


p. 72 : “vollemaansgezicht”


Ook op andere plaatsen kom je humor tegen.


p. 145 : “‘Nee,’ zei Pedro Martinez, die zulk ravenzwart haar had dat de rest hem ervan verdacht de grijze plekken met schoenpoets bij te werken.”


p. 249 : “En steeds weer stopte de trein. ‘Er zal toch niets zijn,’ vroeg een dikke vrouw met een rieten mand op haar schoot. William en Amy zaten tegenover elkaar voor het raam. ‘Misschien is de Brooklyn Bridge ingestort,’ zei William. De vrouw klemde de rieten mand geschrokken vast. Amy lachte. ‘Let u maar niet op hem,’ zei ze. Ze boog zich voorover en tikte William op zijn voorhoofd. De dikke vrouw keek peinzend naar Amy’s zwarte kleren. ‘We komen net van een begrafenis,’ zei Amy. ‘En daarom gaan we trouwen,’ zei William. De dikke vrouw keek de andere kant op.”


p. 316 : “De twee verhuizers hadden een fles whisky gevonden en leken al niet meer in staat om een salontafeltje op te tillen.”





De auteur gebruikt vergelijkingen.


p. 122 : “Sinds William op het spoor van een echt verhaal zat, zag hij zijn vroegere schijnberichten voor wat ze waren: voorafschaduwingen van gebeurtenissen die nooit werkelijkheid waren geworden, als de pikdonkere wolken van een onweer dat niet doorzet.”





Het woord ‘schijnbericht(en)’ komt erg vaak voor in het boek.





Gedicht





We voegen dit gedicht bij onze bespreking, omdat het eigenlijk een synthese is van ons werk. Net zoals in 'Boy' zal Bernlef met dit gedicht de spanning tussen spreken en zwijgen voorop stellen, wat vaak zal leiden tot de spanning tussen identiteit en anonimiteit. In de roman 'Boy' zal deze problematiek zich uiten in de zelfmoord van de doofstomme Boy, in het gedicht, met de zelfmoord van de oude man. (bron : (3))











Oude man








de naam is het lichaam


de warmte van taal


(een dood kind als tafel)


wie niet praat niet


bestaat eigenlijk hoe


heet hij ook weer


de oude man in de


hoek van de hut zijn


gezichtje van matglas


een kind is doorzichtig


een dode een spiegel (of tafel)





maar hij...


iedereen weet het


straks hangt hij zich op


als iedereen op jacht is


niemand bekijkt hem


tussen de nappen en de


flakkerende vetlamp


valt hij bijna


of nauwelijks


niet op


(uit : J. Bernlef, Grensgeval, 1972)
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen