U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Hugo Claus - De Zwarte Keizer.
Deze versie komt van http://www.verslagen.com/index.php?page=boek_toon&boek_id=90 en is laatst upgedate op 01/01/2004.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 489 woorden.

"De zwarte keizer" werd in 1958 geschreven door de befaamde auteur die al enkele malen genomineerd werd voor de Nobelprijs van de literatuur, Hugo Claus. Hij werd geboren op 5 april 1929 te Brugge.



Wanneer Wanamaker een weddenschap verliest, moet hij een geheim prijsgeven, zijn geheim is dat hij een neger kent. Hierna volgt een ontmoeting met de neger.



Het verhaal gaat over twee jongens die hun wereldkennis verbreden door met een vreemdeling te praten en door over hem te fantaseren. Het gaat over doodgewone kinderen die tegenover een vreemde cultuur staan.



Eén van de hoofdpersonages is Wanamaker die deels in een droomwereld leeft, een droomwereld waar hij verzint hoe zijn vreemde vriend leeft in zijn thuisland. Hij wordt nogal kwetsbaar afgeschilderd en laat gemakkelijk op zijn kop zitten.

Simon, het ander hoofdpersonage, is helemaal het tegengestelde: hij stelt zich stoer op en deinst niet terug voor een vechtpartij. Over zijn gevoelens komen we echter weinig of niets te weten. Ze vinden het allebei hel speciaal om een neger te kennen, Wanamaker is er ongelooflijk trots op en Simon was op de eerste plaats dolenthousiast. Dit enthousiasme veranderde in twijfel en ongeloof, maar op het laatste had hij veel bewondering voor deze unieke persoon.

De neger wordt nogal rijk voorgesteld, hij lijdt een schijnbaar zorgeloos leventje. Voor Wanamaker stelt hij de oudere broer of de vaderfiguur voor die hij niet heeft en zo te zien wel nodig heeft.

Wanamakers moeder is heel flets omschreven, maar toch komen we in het verhaal enkele heel belangrijke eigenschappen van haar te weten. Aan de ene kant is ze heel hard voor de jongen en schenkt ze hem weinig aandacht, maar aan de andere kant komen we te weten dat ze haar zoon zo goed mogelijk probeert te verzorgen.



Het verhaal wordt chronologisch verteld, er worden geen flashbacks of tijdsprongen gebruikt. De vertelde tijd is ongeveer een namiddag, maar de nadruk van het verhaal ligt op de ontmoeting in het park, waar de schrijver tijdsverlenging (vertraging) hanteert. In het deel op school treffen we tijdsverdichting (versnelling) aan.



De gebeurtenissen spelen zich af op een zomerdag op school, in het park en bij Wanamaker thuis. Uit de omschrijvingen kunnen we afleiden dat deze scène zich kort na de oorlog afspeelt. In de gedachten van Wanamaker ontdekken we een armoedige ondertoon, deze vinden we in de andere delen van het verhaal ook terug. Hieruit blijkt dat de ruimte begeleidend is.



We vernemen het geheel in de personale verteller (hij-verteller). De verteller weet meer dan de personages.



Hugo Claus schetst met dit verhaal een goed beeld over twee jongens die kort na de oorlog in contact komen met een nieuwe cultuur, een cultuur dat ze enkel kenden van de verhalen. Ze zijn er mee bezig en laten hun fantasie de vrije loop. Je weet bij het lezen absoluut niet welke kant de schrijver wil opgaan in dit verhaal, waar er toch aandacht is voor details. Het verhaal is kort, maar toch komt men veel te weten.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen