U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : W.f. Hermans - Au Pair.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/20106/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1588 woorden.

W.F. Hermans - Au pair



De Bezige Bij (Kapitaal), Amsterdam (1989)



Geschreven tussen 27 augustus '83 en 29 januari '89 in Parijs.



Titelverklaring:



De titel Au pair duidt op het feit, dat de hoofdpersoon als au pair gaat werken in Parijs.



De auteur:



W.F. Hermans wordt op 1 september 1921 in Amsterdam geboren te Utrecht. Hij studeert fysische geografie aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam en wordt in 1958 aangesteld als lector aan de Rijksuniversiteit van Groningen. In 1973 neemt hij ontslag en vestigt zich als fulltime schrijver in Parijs. De laatste jaren van zijn leven woont hij in Brussel en sterft op 27 april 1995.



Hij debuteert met poëzie. Daarna volgen recensies, essays en verhalen. In 1947 verschijnt zijn romandebuut Conserve. Op zijn naam staat een zeer omvangrijk oeuvre in alle mogelijke genres. Sommige van zijn boeken zijn verfilmd en een aantal is vertaald in bijv. het Zweeds, Engels en Duits. Het grondthema in Hermans' werk is zijn wereld- en literatuurbeschouwing, volgens welke de werkelijkheid een chaos is. Binnen deze chaos probeert de mens tevergeefs waarheid, identiteit, orde en zin te ontdekken. Vanwege de kritische manier waarop hij aan deze ideeën vorm geeft, groeit hij uit tot een controversiële figuur. Er wordt hem wegens anti-katholieke passages in de roman Ik heb altijd gelijk (1951) een proces aangedaan - dat hij overigens gewonnen heeft. Hermans' perfectionisme met betrekking tot zijn werk leidt ertoe, dat er bij herdrukken vaak belangrijke correcties worden aangebracht.



Onder het pseudoniem Age Bijkaart publiceert hij vanaf '74 opstellen in Het Parool, later gebundeld in Boze brieven van Bijkaart (1977). In 1977 aanvaardt hij de Grote Prijs der Nederlandse Letteren, nadat hij eerder andere literaire prijzen, o.a. P.C. Hooftprijs, geweigerd heeft. Hermans' werk wordt onder meer beïnvloed door Multatuli, Kafka, Bordewijk en L. Wittgenstein, van wie hij ook werken vertaalt. In 1993 schrijft hij het Boekenweekgeschenk In de mist van het schimmenrijk



Een korte selectie uit zijn oeuvre:



Poëzie: Kussen door een rag van woorden (debuut), Overgebleven gedichten (1968);



Romans: De tranen der Acacia's (1949), Nooit meer slapen (1966), Ruisend gruis (1995, postuum verschenen);



Novellen, verhalen: Het behouden huis (1952), De laatste roker (1991).



Ook schreef hij studies en essays, dramatische werken en wetenschappelijk werk.



Literaire stroming:



Moderne Nederlandse literatuur.



Genre:



Psychologische roman.



Samenvatting:



Paulina, afkomstig uit Vlissingen, wil in Parijs kunstgeschiedenis en Frans gaan studeren. Ze krijgt van haar vader een klein maandgeld en gaat als au pair werken om haar financiën aan te vullen. Nadat ze twee en een halve dag bij het welgestelde, maar bizarre echtpaar Pauchard en hun 13-jarige zoon Hughes is geweest, vertrekt ze vanwege de slechte behandeling. Van de vrouw achter de balie van het au pair-bureau krijgt ze het adres van de steenrijke gepensioneerde generaal De Lune. In het flatgebouw, waar de familie De Lune woont, krijgt ze een prachtige eigen kamer met badkamer, en ze wordt overladen met cadeaus. Ze voelt zich hierbij ietwat ongemakkelijk omdat haar taak niet duidelijk is. Het is niet toevallig dat ze juist hier terechtgekomen is. De dame van het bureau blijkt namelijk familie van de generaal te zijn. Zij had opdracht een meisje te zoeken die interesse voor kunst heeft. De generaal blijkt een bewonderaar van de uit Vlissingen afkomstige tekenaar Guys, en vertelt haar veel over hem.



In de loop van het verhaal maakt Paulina kennis met de overige familieleden van de generaal: zijn vrouw Germaine, zijn zoon Armand, diens vrouw Jacqueline en hun zoon Edouard, en Michel, de tweede zoon van de generaal. Uiteindelijk is het Edouard die als eerste het onderwerp aanroert, waarom zij, zoals later blijkt, Paulina 'in dienst' hebben genomen. Van generaal De Lune hoort ze dan de details van het verhaal: hij heeft tijdens de oorlog een koffer met geld en waardepapieren van een joodse buurman in bewaring gekregen, die met zijn vrouw naar Spanje wilde vluchten. De koffer is nooit opgehaald, de man en zijn vrouw zijn dood en de enige erfgenaam is een oud-SS'er. Als hij dit vertelt, krijgt de generaal een aanval en Paulina ziet hem daarna niet weer.



Bij een volgend gesprek met Eduoard over dit onderwerp, hoort Paulina van het plan het geld aan een joodse organisatie voor kinderbescherming in Israël te schenken. Hiervoor moet de koffer eerst naar Zwitserland worden gebracht, en daarna naar Israël worden doorgesluisd. Paulina biedt spontaan aan de koffer over de grens te willen brengen, maar heeft op hetzelfde moment het idee in een val getrapt te zijn. Alles wordt met behulp van een notaris voorbereid, maar op het laatste moment wordt het reisdoel Basel in Luxemburg gewijzigd. Paulina levert de koffer af bij de bank, maar hoort later van Michel, dat het geld toch aan de voormalige SS-er (een halfbroer van de vrouw) is gegeven omdat die een testament van de erflater bezat. Het andere verhaal zou alleen verzonnen zijn om de generaal te ontzien. Deze sterft enkele dagen later zonder de waarheid te kennen.



Paulina verlaat, na enkele incidenten met zowel Michel als Edouard, de flat van de familie, zoekt eigen woonruimte en wijdt zich verder aan haar studie.



Tijd en tijdvolgorde:



Het is een chronologisch verhaal, dat de tijd beschrijft van ca. half september tot voor Kerstmis. De vertelde tijd is dus ongeveer drie maanden.



Plaats/ruimte:



Het geheel speelt zich hoofdzakelijk in Parijs af, met uitzondering van de missie naar Luxemburg en enkele dagen in Londen.



Karakterbeschrijving en -ontwikkeling:



Paulina:



Paulina is een meisje van 19 jaar, met een lengte van 1 meter 92, waarmee ze soms moeite heeft. Verder heeft ze lang blond haar, blauwe ogen en een 'Diana'-figuur, dat menige man hartkloppingen bezorgt, hoewel ze daar zelf haar twijfels over heeft. Ze is bovendien niet gelukkig met haar afstaande oren en speelt zelfs even met de gedachte deze operatief te laten veranderen. Paulina is een rond karakter, van wie de ontwikkeling in de loop van het verhaal gevolgd kan worden. Ze heeft een vriendelijke natuur, is studieus en bezit een goede gespreksvaardigheid, zelfs in het Frans. Ze is wat naïef in het beoordelen van mensen en situaties, wat haar menige teleurstelling oplevert. Maar ze zet zich toch goed over deze teleurstellingen heen en wordt, ook wat betreft haar uiterlijk, steeds zelfverzekerder. Hoewel ze anderzijds ook - terecht - achterdochtig is, richt ze deze achterdocht vaak op de verkeerde personen of situaties. Of ze luistert niet naar wat haar intuïtie haar, soms in een droom, ingeeft.



De anderen zijn bij-figuren, meest vlakke karakters en soms types:



De familie Pauchard laat een karikatuur zien van een welgesteld, decadent Parijs gezin.



Armand en Michel worden als mislukte kunstenaars belachelijk gemaakt.



De generaal en zijn vrouw, Emile en Germaine de Lune, maken de statige indruk van gefortuneerde Fransen uit de hogere kringen.



Edouard is de enige, die wat meer gestalte krijgt: hij vormt een tegenstelling met de rest, omdat hij zichzelf niet voor de gek houdt en er voor uitkomt, dat alleen geld hem interesseert. Maar hij is even doortrapt als de rest en is nog grof op de koop toe. Hij heeft blijkbaar niet voor niets een roofvogelkop.



Madame Le Dantec wordt als zeer toegewijd beschreven. Het huispersoneel wordt verder alleen maar genoemd.



Onderlinge relaties:



Emile en Germaine de Lune zijn de generaal, bij wie Pauline in dienst genomen wordt, en zijn vrouw.



Armand is de oudste zoon van de generaal en Jacqueline is zijn vrouw. Edouard is hun zoon.



Michel is de tweede zoon van de generaal en zijn vrouw. Hij is een musicus.



Madame Le Dantec is de huishoudster van de generaal en zijn vrouw.



Geloofwaardigheid van het verhaal:



....



Thematiek:



Het is het verhaal van een 19-jarige Nederlandse au pair over haar belevenissen in Parijs. In het verhaal komen twee thema's naar voren:



De onkenbaarheid van de werkelijkheid:



Paulina probeert de mensen en situaties juist te beoordelen, maar slaagt hier niet in en komt bedrogen uit.



De wetmatigheid van de ontwikkeling van een roman.



Hermans treedt in Au pair tweemaal zelf op. De eerste keer in het Parc du Luxembourg als de keurige, ietwat mysterieuze oude heer, die haar aankondigt ervoor te zorgen, dat het haar vanaf nu - ze is net weggelopen van het echtpaar Pauchard - beter zal vergaan in Parijs, m.a.w. dat hij de oorspronkelijke opzet van de roman zal wijzigen. Dit gebeurt uiteindelijk niet, hoewel het aanvankelijk materieel wel beter met haar gaat. Ze wordt echter misbruikt voor de bewuste missie, haar liefde voor Edouard blijft onbeantwoord, en tenslotte zit ze alleen in een piepklein, veel te duur kamertje en leest uit verveling voor de zoveelste maal Madame Bovary. De schrijver is er dus niet in geslaagd de wetmatigheid van de roman te doorbreken. Paulina zet zich echter bewust met autosuggestie over haar teleurstellingen heen en zal er zodoende ongetwijfeld nog eens in slagen haar ideaal (directrice van een museum te zijn) te bereiken.



Motto:



Geen.



Taalgebruik:



Over het algemeen helder. Sommige zinnen daarentegen zijn wat ingewikkeld van constructie, en tamelijk lang. Verder bevat de roman lange dialogen, die de voortgang van handeling soms wat vertragen.



Opdracht:



Geen.



Vertelsituatie:



In Au pair is sprake van een auctoriale vertelinstantie, een verborgen verteller vertelt.



Perspectief:



Hij-perspectief. De verborgen verteller legt het perspectief bij de hoofdpersoon Paulina. Het is meestal haar visie, die de lezer voorgeschoteld krijgt. Een enkele keer echter geeft de verteller commentaar op een gebeurtenis of gedachte van Paulina. Bijvoorbeeld als Paulina in de wachtkamer van de notaris denkt, dat de ontmoeting aldaar met Madame Pauchard geen toeval kan zijn (pag. 278).



Verhaalopbouw:



Het boek bestaat uit 96 genummerde hoofdstukken zonder titel.



Eigen mening:



....





Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen