U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : F. Bordewijk - Karakter.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=11 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3177 woorden.

Samenvatting
Hoofdpersoon in dit verhaal is Jacob Willem Katadreuffe. Zijn moeder Joba werkt als dienstbode bij de deurwaarder Dreverhaven. Wanneer hij merkt dat zij door zijn toedoen zwanger is biedt hij aan haar te trouwen maar zij wijst hem meerdere malen af. Zij werkt verder als werkster en wanneer de zwangerschap zichtbaar wordt, vertelt zij de mensen dat zij door haar man verlaten is. Werk is geen probleem want ze is sterk en wordt door de één, de ander aanbevolen. Ze werkt zolang ze kan en gaat pas op het laatste moment naar de kraamzaal waar ze bevalt. Na een verlossing door middel van een keizersnede is zij zeer verzwakt. Na de geboorte ontvangt Joba diverse malen een huwelijksaanzoek en een postwissel van honderd gulden van Dreverhaven maar ze blijft pertinent weigeren.

Joba laat de jonge Katadreuffe na de lagere school zijn eigen weg gaan. Zij voedt hem hard op. Naast de harde ogen erft hij ook enkele eigenschappen van haar als: integriteit en stugheid, beide weigeren ze giften aan te nemen. De stugheid maakt een vertrouwelijke band tussen moeder en zoon vrijwel onmogelijk. Ze wonen in een armoedige buurt, zijn moeder verdient de kost met borduurwerk. De huur wordt stipt voldaan en Katadreuffe krijgt in zijn jeugd al mee dat hij giften niet behoort aan te nemen. Hij leert de verantwoordelijkheid op zich te nemen, aangezien zijn moeder dat niet voor hem doet. Voor een vervolgopleiding is geen geld en Katadreuffe haalt al zijn kennis uit enkele stukken "degelijke" literatuur. Om nog wat geld binnen te krijgen laat Joba iemand inwonen, een jongen die na een ruzie met zijn ouders om een meisje, een kamer zoekt. Deze communistische, machinebankwerker Jan Maan wordt een goede vriend van Katadreuffe.

In Den Haag koopt Katadreuffe een slecht lopend sigarenwinkeltje. Om dit te kunnen financieren leent hij bij de Maatschappij voor Volkskrediet. Het hele avontuur loopt op niets uit en mr.Schuwagt, advocaat namens deze bank vraagt zijn faillissement aan. In verband hiermee heeft Katadreuffe een gesprek met zijn curator De Gankelaar op het advocatenkantoor van Stroomkoning. Tijdens het wachten beseft hij dat hij te weinig weet en besluit in dit kantoor carrière te maken. Zijn eigendommen zijn niet waardevol genoeg om het faillissement te voldoen en Katadreuffe denkt dat hij van zijn schulden af is. Via De Gankelaar krijgt hij een baantje op het advocatenkantoor en een donker zolderkamertje bij de conciërge Graanoogst.

Op kantoor ziet hij zijn vader Dreverhaven met zijn chef Rentenstein praten. Later vertelt Rentenstein Katadreuffe over hoe Dreverhaven een varend schip aanhield om vervolgens de kapitein die crediteur bij Stroomkoning was vast te zetten. Vanaf toen was Dreverhaven de deurwaarder van het kantoor.

Dreverhaven kent zijn vak goed, hij is hard en zonder emoties. Dat komt hem handig van pas bij het ontruimen van zijn eigen huurders omdat hij daar gewoon zin in heeft. Hij zet zelfs complete gezinnen op straat. Naast zijn woekerbank en deurwaarderskantoor bezit hij ook twee lampenwinkeltjes die hij slim laat concurreren. Door hoge prijzen in het dure winkeltje lijken de relatief hoge prijzen in het andere winkeltje goedkoop.

Katadreuffe werkt zich rustig op in het advocatenkantoor en denkt dat hij van zijn eerste faillissement af is maar Dreverhaven laat via mr.Schuwagt een tweede faillissement aanvragen. Katadreuffe wordt hier zo kwaad over dat hij naar het kantoor van zijn vader gaat en hem hiermee confronteert. Zijn vader blijft rustig en beheerst de situatie. Dreverhaven vertelt zijn zoon dat hij voor hem niets meer is dan een debiteur en vraagt of hij komt betalen. Wanneer Katadreuffe kwaad wordt geeft Dreverhaven hem een dolkmes om hem te sarren en Katadreuffe vertrekt. Het tweede faillissement loopt met een sisser af, Stroomkoning verhoogt het salaris van Katadreuffe nadat bepaald is hoeveel er op het loon van Katadreuffe ingehouden zal worden. Op deze manier houdt Katadreuffe na het faillissement geld over om op een behoorlijke manier te leven. Maar Katadreuffe, oprecht als hij is, geeft dit extra loon op bij zijn nieuwe curator Wever. Nu zal zijn schuld eerder afgelost zijn. Bij een faillissement worden ook alle bezittingen verkocht dus ook zijn verzameling boeken. Zonder dat Katadreuffe het weet koopt De Gankelaar Katadreuffes boeken over zodat deze niet verloren zullen gaan. Hierdoor krijgt Katadreuffe wel onbewust een schuld bij De Gankelaar.

Echte liefdes kent Katadreuffe in zijn leven niet. Lieske, Graanoogst dienstbode, wordt verliefd op Katadreuffe net als de typiste Sibculo. Katadreuffe reageert hierop geïrriteerd, slechts Stroomkonings secretaresse Te George interesseert hem. Hij nodigt haar 's avonds na sluitingstijd uit zijn kamer te komen bezichtigen. Het gesprek loopt niet vloeiend maar ongedwongen. Dit blijft Katadreuffes enige "escapade". Lorna Te George heeft het er moeilijk mee, ze weet dat Katadreuffe carrière wil maken.

Wever ontbiedt Katadreuffe op zijn kantoor en geeft een flinke som geld van het tweede faillissement terug aan Katadreuffe. Katadreuffe begrijpt dat die som geld het salaris van de curator van het faillissement is en dat Wever hem dat cadeau wil doen. Katadreuffe wordt kwaad. Wanneer Wever dit voorval aan De Gankelaar vertelt durft deze Katadreuffe niet meer van de boeken te vertellen die hij bij het faillissement had overgenomen.

Een van de advocaten van het bevriende advocatenkantoor C., C. & C. komt naar Rotterdam. Te George die vloeiend Engels spreekt begeleid deze Engels sprekende Countryside. Katadreuffe is jaloers op de talenkennis van Te George en ziet het nut in van het spreken van meerdere talen.

Katadreuffe besluit het staatsexamen te gaan halen maar aangezien hij werkt moet hij privaatlessen nemen en leent daarvoor weer bij de Maatschappij voor Volkskrediet, nu tweeduizend gulden. Hij geeft het gelijk uit aan lessen. Hij werkt keihard en vindt ook nog tijd om met Jan naar communistische films en het strand te gaan. Katadreuffe ontmoet Te George en haar vriend op het strand. Katadreuffe wordt kwaad op zichzelf omdat hij jaloers is.

Stroomkoning roept Katadreuffe bij zich en vertelt hem dat Rentenstein geld verduisterd heeft. Rentenstein wordt ontslagen en Katadreuffe de nieuwe burochef. Vlak voordat Katadreuffe het staatsexamen behaalt komt Dreverhaven met een derde faillissement. Katadreuffe weet met zijn juridische kennis dat een faillissement onmogelijk is, hij krijgt immers een behoorlijk salaris. Maar toch raakt hij oververmoeid. Carlion, een van de juristen aan het kantoor, helpt Katadreuffe met het kort geding. Carlion legt hem uit dat hij met een schuld niets te vrezen heeft. Maar mr.Schuwagt komt aan met een tweede schuld namelijk die van Katadreuffe aan De Gankelaar; betreffende de boeken. Katadreuffe schrikt, maar eerlijk als hij is erkent hij de schuld, ook al kan dat een faillissement betekenen. Mr.Carlion lost de hele zaak op.

Wanneer Katadreuffe Dreverhaven tegenkomt in een steeg blijft Katadreuffe kalm, hij heeft eindelijk Dreverhaven overwonnen door een faillissement af te weren. Dreverhaven probeert Katadreuffe weer op de stang te jagen door hem weer een dolkmes aan te geven maar Katadreuffe gooit het in een put. Nu begint Dreverhaven zijn kalmte te verliezen en sleept Katadreuffe mee naar zijn kantoor. Daar bespreken ze hoeveel er op zijn loon ingehouden zal worden en Katadreuffe vertrekt.

Als cadeau voor het behalen van het staatsexamen krijgt hij van Stroomkoning en het personeel een nieuwe Duitse lexicon vol kennis. Na het feest neemt Te George afscheid. Kata-dreuffe beseft dat het afscheid permanent is. Stroomkoning ontvangt de volgende dag een ontslagbrief van Te George maar accepteert het ontslag niet en is vastbesloten Te George terug te halen. Mevrouw Stroomkoning ziet het verband tussen Te George en Katadreuffe maar Stroomkoning neemt het hem niet kwalijk. Katadreuffe wordt gevraagd naar een nieuwe secretaresse te zoeken.

Naast Te George verliest het kantoor ook twee advocaten, Piaat sterft en De Gankelaar vertrekt naar Indië. Katadreuffe neemt afscheid van zijn luie maar beminnelijke en briljante beschermer. Beide advocaten worden niet vervangen, in deze tijd van malaise gaat het met het advocatenkantoor ook minder. Stroomkoning houdt wel een plaats over voor Katadreuffe die inmiddels aan het kandidaatsexamen is begonnen. Dit examen haalt Katadreuffe in een jaar.

Dreverhaven doet Joba weer een aanzoek, ze weigert. Joba's gezondheid gaat snel achteruit, ze heeft een sluipende tering. Bij een bezoek van Dreverhaven aan Joba vertelt Dreverhaven dat hij Katadreuffe voor negentiende zal wurgen en dat het kleine beetje adem wat over is hem groot zal maken. Dreverhaven heeft met zijn bank en lampenwinkels ook moeilijkheden. Hij verkoopt zijn lampenwinkels en in een moment van razernij zet hij al de huurders van zijn huurkazerne op straat.

De jonge Countryside komt weer naar Rotterdam en interesseert zich voornamelijk voor Katadreuffe die al redelijk Engels spreekt. De reden van het bezoek is het jubileum van Stroomkoning waar naast het hele personeel ook zijn twee kinderen Molyneux en Ledo aanwezig zijn. Na het feest gaan ze naar Den Haag waar ze het feest voortzetten in enkele dancings. Katadreuffe voelt zich ongemakkelijk, hij kan niet dansen en danst niet maar praat met Countryside.

Wanneer hij met zijn moeder gaat wandelen komt hij Te George tegen die inmiddels getrouwd is. Katadreuffe vertelt haar dat hij nooit een ander zal trouwen. Nadat Te George vertrokken is vertelt Katadreuffe zijn moeder over haar. Zijn moeder noemt hem een ezel en Katadreuffe beseft dat hij het niet handig in de steel gestoken heeft.

Net als voor zijn staatsexamen leeft Katadreuffe weer op zijn zenuwen voor zijn doctoraal rechten wat hij ruimschoots haalt. Hij is van plan na de praktijk bij Stroomkoning in de leer te gaan bij C., C. & C. en dan het kantoor van zijn chef om te zetten tot een dispacheurs kantoor. Eerst wordt hij advocaat bij Stroomkoning op het advocatenkantoor in Rotterdam.

Opvolger van Katadreuffe als burochef wordt Rentenstein die de baan maar al te graag aanneemt. Het enige wat Katadreuffe nog in de weg staat voor het advocaatschap is een bezwaar bij de orde van advocaten dat wordt ingediend door een lid van de balie nl. mr.Schuwagt. Hij baseert zijn bezwaar op vier punten: Katadreuffe is een onecht kind, hij kan geen advocaat zijn want hij is nog procureursklerk, hij is van communistische beginselen toegedaan en hij is twee keer failliet gegaan. Dit waren de laatste troeven van zijn vader. Katadreuffe weet de aanval af te weren en wordt volwaardig advocaat.

Bij een afrekeningsbezoek weigert Katadreuffe een hand van zijn vader aan te nemen die trots op zijn zoon is. Dreverhaven beweert dat hij Katadreuffe alleen maar geholpen heeft door hem te harden maar Katadreuffe wil van niets weten.

Thuis vindt Katadreuffe het testament van zijn moeder wanneer zijn moeder even op bezoek bij de buren is. In het bankboekje dat hij erbij vindt staat een hoog bedrag, het is het totaal van het geld dat hij elke maand zijn moeder toeschoof. Katadreuffe raakt hiervan hevig ontroerd. Hij ziet in dat er vier mensen in zijn leven waren en het was allemaal droefheid. "Jan Maan, zijn vriend, de man die slechts een trouw hart had kunnen redden uit de verstikking van het kleine. Lorna Te George, de vrouw wier warmte hij had versmaad. Haar(zijn moeder), de stroeve norse vrouw die hem nooit had geholpen en die hij thans stond te verliezen." En zijn gevoelens voor zijn vader.


Tijd & Ruimte
TIJD

De tijd waarin het verhaal zich afspeelt is ongeveer aan te geven, namelijk begin 20ste eeuw. Dat is af te leiden uit de zin 'de lente van het jaar achttien'. In dat jaar zit Katadreuffe in de hoogste klas van de basisschool. Hij was vanaf 7 jaar verplicht naar school te gaan. Als hij in 1918 aan het einde van een 6-jarige opleiding was, is hij in 1912 zeven jaar oud dus in 1905 geboren. Maar hij werd rond kerstmis geboren dus dat wordt december 1904. Het verhaal loopt totdat hij afgestudeerd is en dat is op zijn 28ste, het boek eindigt in 1904 plus 28 is 1932.

In 1932 is de Wall-street crash net geweest en verkeert Nederland in grote economische problemen. Dankzij Colijn in een diepere crisis dan in de rest van Europa. De grote economische problemen zijn in het verhaal goed te merken. In de laatste paar jaren, als de Gankelaar en Piaat verdwenen zijn worden zij niet vervangen. Ook Dreverhaven heeft het moeilijk, hij moet door de crisis zijn lampenwinkels sluiten.

De continuïteit van het verhaal wordt vrijwel door de hele roman heen gehandhaafd. Wel treden er regelmatig vertragingen en versnellingen op. Het verhaal begint bij de geboorte van Katadreuffe en versnelt dan naar zijn eerste faillissement. De beginperiode op het kantoor van Stroomkoning wordt uitvoerig beschreven, zijn studie tot advocaat in Leiden die daarop volgt wordt weer versneld tot de aanvraag van Katadreuffe aan de balie der advocaten. Deze, tot de slotscene in de huurkazerne van Dreverhaven, wordt ook uitvoerig beschreven.



RUIMTE

Natuurlijk is de plaats van handeling Rotterdam met een avontuurtje in Den Haag (het faillissement van de sigarenwinkel en de dancings na het feest van Stroomkoning) en Leiden waar hij studeerde.

De haven, de trots van Rotterdam, wordt zeer positief beschreven: `De Waalhaven, de meest koninklijke, een binnenzee gelijk'. Ook de stad zelf wordt positief beschreven, Katadreuffe: `Rotterdam vind ik onze stad...... Amsterdam is onze nationale stad, Rotterdam onze internationale'. Rotterdam wordt ook gedetailleerd beschreven tot aan namen van straten toe zoals `Aan de boomjes', de straat waar het advocatenkantoor van Stroomkoning staat.


Vertel situatie
De verteller in "Karakter" is auctorieel en hij geeft zijn verhaal in de verleden tijd weer. De verteller bouwt spanning op door te werken naar een climax en dan de werkelijke toedracht van die "spannende" climax achteraf te vertellen. De autoriële verteller is een buitenstaander en alwetend. Hij is duidelijk iemand die de advocatuur van binnen uit kent en meent pas aan het slot dat zijn hoofdfiguur enig zicht in deze wereld van advocatuur krijgt.


Thematiek
Het thema is bijna gelijk aan de ondertitel; roman van zoon en vader (ondertitel) en de strijd tussen zoon en vader (thema). Zoon en vader vanwege het verhaal dat meer beschrijft hoe Katadreuffe en hoe de verteller de situaties beleven dan vanuit het oogpunt van Dreverhaven.

De strijd begint pas echt na ongeveer 60 bladzijden en loopt als een rode draad door het verhaal. Bij alle voor Katadreuffe belangrijke momenten, zoals zijn examens, probeert zijn vader hem te dwarsbomen. Dit stimuleert Katadreuffe zich te verzetten, bv. door een lening af te sluiten bij zijn vader en daarmee te laten zien dat hij niet bang is voor zijn vader. Met gevolg een strijd tussen zoon en vader oftewel een roman van zoon en vader.

Natuurlijk bevat het boek meerdere motieven maar het mooiste motief is het klassieke Oedipus-motief. Katadreuffe groeide op in een armoedige omgeving, hij ging naar de armenschool en woonde in krotten. Hij ziet zijn moeder gebukt gaan onder het harde werken en zelf staat hij er na zijn eerste faillissement ook niet gunstig voor. In het kantoor van Stroomkoning beseft hij dat hij hoger op wil, hij wil niet eindigen als zijn moeder. Ook voelt hij een verplichting zijn moeder te onderhouden. Om carrière te kunnen maken offert hij zelfs zijn vrouw van zijn dromen op; Lorna Te George. Ondertussen treitert zijn vader hem en geeft hem zelfs een mes om hem te doden maar Katadreuffe loopt weg. Hij komt erachter dat zijn moeder al het geld wat ze van hem kreeg opzij gezet heeft en ze noemt hem een ezel omdat hij Te George heeft laten lopen. Nu heeft hij zich in het zweet gewerkt om zijn moeder te kunnen helpen en wat doet ze, ze neemt het geld niet aan en noemt hem een ezel. Ook vermoordt hij zijn vader bijna. Aan het einde van de roman is Katadreuffe een `sadder' en `wiser' man, hij beseft dat alles in zijn leven droefheid was en dat hij emotioneel niets vooruit gekomen is. Net als Oedipus die zijn vader vermoordde en zijn moeder verliest, ook hij kwam aan het einde van het verhaal er achter dat zijn leven niets dan droefheid was.


Literatuur geschiedenis
Bordewijks idee was een novelle te publiceren onder de titel; "De man in den hoek". Het verhaal wat Bordewijk bedacht ging over een vermogend vader die zijn zoon laat opsporen. Zijn onechte zoon die weet wie zijn vader is deelt zijn vader mee dat hij niets met hem te maken wil hebben. Hij vergeeft zijn vader niet dat deze zijn moeder in behoeftige omstandigheden heeft laten sterven en vertrekt om zijn vader nooit meer te zien.

Dit verhaal van Bordewijk is nooit in boekvorm uitgewerkt maar de kern van het idee komt wel voor in de novelle "Dreverhaven en Katadreuffe" die in een aantal feuilletonnummers van het weekblad "De Vrijheid" verscheen. Uit een behoefte het geval verder uit te diepen, de figuur Katadreuffe meer kracht in te gieten en meer inhoud te geven en het geheel een bredere opzet te geven, met diverse bijfiguren, ontstond toen de roman "Karakter". De originele titel was "Karakters" maar Bordewijk zag toch één karakter als de belangrijkste, dat van Katadreuffe en stelde de andere daar ondergeschikt aan. Dus werd de titel "Karakter".

Het succes van "Karakter" verbaasde Bordewijk, het is zijn meest gelezen boek. Hij rekent het niet tot zijn beste boek, hij vindt het een te simpel verhaal. Als zijn beste boeken noemt hij zelf "Noorderlicht", "Blokken" en "Bloesemtak". Over zijn andere boeken is hij minder tevreden. Dit omdat boeken als "Appolyon" en "Eiken van Dodona" veel te dik zijn voor deze tijd.

Bordewijk is voor alles jurist. Zijn beroep is van grote invloed op zijn werk geweest. In zijn boek "Tijding van ver" komt ook een jurist voor. De Handelsschool Den Haag heeft waarschijnlijk model gestaan voor "Bint" en het advocaten kantoor Aan de boompjes voor "Karakter". Bordewijk houdt van een korte en zakelijke stijl.


Eigen mening
"Karakter" gaat over de strijd tussen vader en zoon. Na de strijd zegt Dreverhaven dat hij zijn zoon heeft willen helpen. Katadreuffe gelooft dit niet. Dit punt heb ik verder niet in mijn scriptie behandeld omdat ik er volledig van overtuigd ben dat Dreverhaven hem inderdaad heeft willen helpen. Stel dat Dreverhaven hem niet zou hebben willen helpen, waarom zou Dreverhaven het dan gezegd hebben terwijl hij er zelf geen voordeel bij zou hebben? Hij wil zijn zoon laten weten dat alles voor zijn eigen bestwil was.

Zelf vind ik de titel "Karakters" beter dan "Karakter". Ook Joba toont een sterk karakter. Zij heeft moeite zichzelf haar misstap (ze viel voor de charmes van Dreverhaven) te vergeven. Ze is te trots geld van hem aan te nemen ook al weet ze zich slechts met moeite in leven te houden. Dreverhaven heeft het hardste karakter, hij is gekwetst door de afwijzing van Joba omdat. Zij de enige is die niet voor hem door de knieën gaat. Hij probeert hun zoon zoveel mogelijk dwars te zitten. Toch is dit geen wraak, hij wil zijn zoon opbouwen tot iemand met een sterk karakter.

De stijl van Bordewijk ligt mij wel. Hij omschrijft een situatie duidelijk en snel. Je weet als lezer snel in wat voor positie de hoofdpersoon zich bevindt en welke sfeer er hangt.

Door de korte zinnen (pregnantie) ga je vanzelf snel lezen en bouw je een soort spanning op, een climax. En dat terwijl "Karakter" nauwelijks echte spanning kent. De vraag of Katadreuffe het advocaatschap wel zal halen wordt al beantwoord door het vermoeden van een happy-ending.

Maar al met al was het zeer zeker de moeite van het lezen waard.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen