U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Franz Kafka - Der Prozess.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/72 en is laatst upgedate op 20/03/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2161 woorden.

Titel

Der Prozeß



Jaar en plaats van 1e uitgave

1925 Berlijn



Samenvatting

Op de ochtend van zijn dertigste verjaardag, wordt Jozef K. gearresteerd. K. snapt er niets van, er wordt geen reden of verklaring gegeven. Hij wordt ook niet meegenomen naar het politiebureau. Hij heeft slechts twee bewakers, die ook nergens vanaf weten. Zij weten alleen dat hij mag blijven werken, en dat hij daarna weer gewoon naar huis kan gaan. Als er drie beambten van zijn bank langs komen, om hem hiernaartoe mee te nemen, denkt hij dat het een grap van zijn collega's is. Dit is echter niet zo.

Als K. na zijn werk als procuratiehouder thuis komt, gaat hij naar zijn hospita Frau Grubach. Hij verontschuldigt zich voor het feit dat hij 's morgens gearresteerd is. Hierna gaat hij naar zijn buurvrouw, Fräulein Bürstner, waar hij zich ook verontschuldigt. Zij vertoont haar medeleven, maar dit wordt door K. verkeerd opgevat, en hij begint haar wild te kussen.

Via de telefoon krijgt K. het bevel, voor de eerste keer voor het gerecht te verschijnen om verhoord te worden. Het vindt, wekelijks, plaats in een, voor hem, onbekende wijk op zondag. Men vergeet K. te vertellen hoe laat hij moet verschijnen. K. begeeft zich naar de aangegeven buitenwijk van de stad. Hij moet lang zoeken voor hij de rechtszaal vindt. Deze bevindt zich in een soort flatgebouw. Met een lange rede probeert K., degene die het verhoor afneemt, te overtuigen dat hij onschuldig is. Hij beweert dat zijn arrestatie een groot misverstand is, en dat een proces tegen hem volstrekt zinsloos is. Hij bereikt met zijn rede niets, het zorgt alleen voor veel onrust in de zaal.

De volgende zondag begeeft K. zich weer naar de rechtszaal. Maar deze is leeg, van de vrouw die hem de vorige keer binnenliet, vertelt hem dat er die dag geen rechtszitting is. Hij raakt met haar aan de praat, en komt erachter dat zij ook berecht wordt. De zaal waar ze in staan is eigenlijk haar huiskamer, haar man is rechter en zondags verbouwt men de kamer tot rechtszaal. Plots staat in de deur een student, de vrouw gaat naar hen toe, en er ontstaat een woordenwisseling. Dan pakt de student haar op en ze verdwijnen. In de hoek van de zaal, vindt K. een trap naar boven, deze leidt naar het advocatenkantoor. Een man komt naar beneden en herkent hem als K., hij nodigt hem uit om boven een kijkje te komen nemen. Sinds het 'kus-incident' doet hij er alles aan om het weer goed te maken met Fräulein Bürstner. Zij ontloopt hem echter, en na verloop van tijd neemt zij een logee in huis: Fräulein Montag. Deze vraagt K. om een gesprek, hierin maakt ze hem duidelijk dat Fräulein Büstner niet in hem is geïnteresseerd.



Als K. 's avonds eens langer doorwerkt, hoort hij vanachter een deur lawaai. Het ziet dat zijn twee bewakers, gedwongen door een man met een zweep, dwangarbeid moeten verrichten. Dit moeten zij, omdat K. in zijn proces hun gedrag onacceptabel noemde.

Dan komt de oom van K. hem opzoeken. Deze wil hem helpen een advocaat te vinden. Hij brengt hem in contact met de advocaat Huld. Deze, door ziekte aan bed gekluisterde man, heeft veel invloed bij rechters en ambtenaren. Tijdens het gesprek tussen de oom, Huld en de voorzitter van de Kanselarij, hoort K. lawaai vanuit een andere kamer komen, hij begeeft zich naar deze kamer. Hier ontmoet hij Leni, de huishoudster. Hij geeft zich over aan de seksuele verlangens van deze vrouw. Als K. later zijn oom weer treft, is deze erg kwaad op hem, hij heeft met zijn actie veel van zijn kansen verspeeld. Zijn advocaat doet dan ook weinig voor hem.

De conditie van K. gaat achteruit, hij slaapt slecht. Van één van zijn klanten bij de bank, die op de hoogte is van zijn proces, ontvangt hij het adres van de schilder Titorelli. Deze zou hem, op een of andere manier, kunnen helpen met zijn proces. K. gaat hem gelijk bezoeken. Deze Titorelli schildert rechters en heeft goede contacten met hen. Hij vertelt K., dat er alleen in theorie echte vrijspraak mogelijk is. In de meeste gevallen is er echter sprake van een schijnbare vrijspraak, dit houdt in dat de verdachte, nadat hij is vrijgesproken, steeds weer gearresteerd wordt. Bovendien wordt door rechters en advocaten gepoogd, het proces tot in het oneindige te rekken, Huld maakt zich hier ook aan schuldig. Aan het einde van zijn bezoek, koopt K. nog een aantal schilderijen.

K. begeeft zich naar Huld. Hier wordt hij binnengelaten door Kaufmann Block. Deze man zit al vijf jaar in een rechtszaak, Huld behandelt ook zijn zaak. In het gesprek wordt de bewering van Titorelli, bevestigd. K. gaat dan bij Huld binnen. Hij deelt hem mede dat hij, niet meer wil dat hij zijn advocaat is. Dit wordt door Huld niet in dank afgenomen.

In de dom, waar K. met een Italiaanse zakenvriend heeft afgesproken, ontmoet hij een geestelijke. Deze noemt zichzelf 'gevangeniskapelaan'. Hij vertelt K. een legende over de wet. Deze legende gaat over een man, die zich er zijn hele leven van laat weerhouden een voor hem alleen toegankelijke deur binnen te gaan. Vlak voor zijn dood verneemt hij dat de deur naar de wet speciaal voor hem bedoeld was. K. begrijpt niet dat hij eigenlijk deze man is. Hij blijft de oorzaak van zijn situatie bij anderen, in plaats van bij zichzelf, zoeken.

Op de avond voor zijn eenendertigste verjaardag, wordt K. opgehaald door twee mannen. Deze voeren hem mee naar een steengroeve. K. verzet zich niet. Hij moet zijn hoofd op een steen leggen. De twee mannen waren het er nog niet over eens wie hem zou gaan doden, maar plots wordt hij, als een hond, neergestoken.



Thema

a.) De uitzichtloze strijd van K. tegen onbekende machten.

b.) -liefde

-machteloosheid

-rechtspraak

-bankwezen



Opbouw

a.) Het boek is opgebouwd uit tien hoofdstukken.

b.) In elk hoofdstuk vinden afwisselend één, twee of drie gebeurtenissen plaats.

c.) Het verhaal wordt chronologisch verteld. Er wordt niet van de verhaallijn afgeweken, door middel van flashbacks of flashforwards. Er vinden wel tijdsprongen plaats. Het verhaal speelt gedurende één jaar. Daarin vinden sprongen plaats. De grootste tijdsprong is waarschijnlijk na het bezoek aan advocaat Huld, de periode hierna wordt samengevat, dat de advocaat weinig werk voor K. verricht.



Perspectief

a.) Het verhaal wordt verteld door een buitenstaander, die het verhaal door de ogen van Jozef K. bekijkt. Men kent namelijk alleen de gedachten van K.

b.) Sie waren aber noch nicht einmal hinaufgekommen, als oben der Maler die Tür gänzlich aufriß und mit einer tiefen Verbeugung K. einlud, einzutreten. Die Mädchen dagegen wehrte er ab, er wollte keine von ihnen einlassen, sosehr sie baten und sosehr sie versuchten, wenn schon nicht mit seiner Erlaubnis, so gegen seinen Willen einzudringen. Nur der Buckligen gelang es, unter seinem ausgestreckten Arm durchzeschlüpfen, aber der Maler jagte hinter ihr her, packte sie bei den Röcken, wirbelte sie einmal um sich herum und setzte sie dann vor die Tür bei den anderen Mädchen ab, die es, während der Maler seinen Posten verlassen hatte, doch nicht gewagt hatten, die Schwelle zu überschreiten. K. wußte nicht, wie er das Ganze beurteilen sollte, es hatte nämlich den Anschein, als ob alles in freundschaftlichem Einvernehmen geschehe. Die Mädchen bei der Tür streckten, eines hinter dem anderen, die Hälse in die Höhe, riefen dem Maler verschiedene scherzhaft gemeinte Worte zu, die K. nicht verstand, und auch der Maler lachte, während die Bucklige in seiner hand fast flog. Dann schloß er die Tür, verbeugte sich nochmals vor K., reichte ihm die Hand und sagte, sich vorstellend: »Kunstmaler Titorelli.« K. zeigte auf die Tür, hinter der die Mädchen flüsterten, und sagte: »Sie scheinen im Hause sehr beliebt zu sein.« »Ach, die Fratzen!« sagte der Maler und suchte vergebens sein Nachthemd am Halse zuzuknöpfen. Er war im übrigen bloßfüßig und nur noch mit einer breiten, gelblichen Leinenhose bekleidet, die mit einem Riemen festgemacht war, dessen langes Ende frei hin und her schlug. »Diese Fratzen sind mir eine wahre Last«, fuhr er fort, während er vom Nachthemd, dessen letzter Knopf gerade abgerissen war, abließ, einen Sessel holte und K. zum Niedersetzen nötigte. (Uit: Der Prozeß, F. Kafka; blz. 105/106)



Hoofdpersoon en nevenpersonen

Hoofdpersoon

Jozef K.: hij is een procuratiehouder met een goede reputatie. Hij leidt een rustig en regelmatig leven. Hij woont op kamers bij een hospita. Hij is vrijgezel, en hij voelt zich erg aangetrokken tot vrouwen. Gedurende het verhaal gaat hij zich steeds meer bezighouden met het proces, hieronder moet zijn werk lijden. De plaatsvervangende directeur, neemt steeds meer werk over van K.. Hij wil het gerecht graag verbeteren, hij denkt ook dat hij het zonder advocaat afkan. Verder blijkt dat hij niet erg geduldig is, hij vindt dat zijn proces niet snel genoeg gaat.



Belangrijkste nevenpersoon

Titorelli: een kunstschilder, die onder andere rechters schildert. Hierdoor heeft hij inzicht in het gerechtshof gekregen. Hij is zeer geliefd bij de mensen.

b.) De beschrijving van Jozef K. blijkt uit zijn handelingen en zijn gedachten, maar ook uit datgene dat hij over zichzelf vertelt. De beschrijving van Titorelli, blijkt uit de gedachten van K., en datgene dat Titorelli aan K. vertelt over zichzelf.



Verhaallijnen

Er is sprake van meerdere verhaallijnen. Ten eerste heb je de verhaallijn, waarin K. bezig is met het proces. Deze lijn loopt het hele verhaal door.

Ten tweede heb je de lijn, waarin K. bezig is met vrouwen. De verhaallijn loopt totdat hij Leni voor het laatste ziet, als hij Huld niet meer als advocaat wil.

En ten derde heb je de verhaallijn waarin K. aan het werk is bij de bank. Deze lijn duurt bijna het hele verhaal, totdat hij in de dom de geestelijke ontmoet.



Personen

De centrale persoon is Jozef K.

-K. heeft contact met Fräulein Bürstner. Zij is zijn buurvrouw, en hij is verliefd op haar.

-K. komt in contact met Fräulein Montag. Zij is de vriendin van Bürstner, en maakt K. in een onderhoud duidelijk dat zij niks met hem te maken wil hebben.

-K. heeft contact met Frau Grubach. Zij is zijn hospita, en huurt zijn woning dus bij haar.

-K. heeft contact met de plaatsvervangende directeur. Deze woont ook in hetzelfde gebouw, en is zijn superieur bij de bank.

-K. ontmoet de man en vrouw die hun huiskamer, zondags ombouwen tot rechtzaal. In deze rechtzaal wordt K. verhoord.

-K. heeft contact met zijn oom, die door diens dochter op de hoogt is gebracht van K's situatie. Hij wil hem helpen.

-K. komt in contact met advocaat Huld, door zijn oom. Deze man moet hem helpen bij zijn proces.

-K. heeft contact met Leni. Hij ontmoet haar bij Huld, en hij begint een seksuele relatie met haar.

-Via een zakenvriend komt K. in contact met de schilder Titorelli. Deze man brengt hem op de hoogte van de gang van zaken bij het gerechtshof.

-K. ontmoet Kaufmann Block bij Huld. Deze man is ook een cliënt van hem. Zijn proces duurt ook voort, zonder dat er iets gebeurt.

-K. komt in contact met een geestelijke in de dom, die hem op de hoogte stelt van een legende, die betrekking heeft op K.



Tijd

Ik denk dat het verhaal speelt net na de Eerste Wereldoorlog. Het is moeilijk aan te geven waarom, omdat er geen duidelijke tijdsaanduiding is. Maar je kunt wel stellen dat er al een redelijk ontwikkelde rechtsspraak is. Er bestaan namelijk advocatenkantoren. Maar het is ook weer geen rechtspraak uit onze tijd, want volgens mij kun je nu niemand arresteren, zonder dat men daarvoor een reden opgeeft, en dat gebeurt hier niet. »Sie dürfen nicht weggehen, Sie sind ja verhaftet.« »Es sieht ja so aus«, sagte K. »Und warum denn?« fragte er dann. »Wir sind nicht dazu bestellt, Ihnen das zu sagen. Gehen Sie in Ihr Zimmer und warten Sie…. (Uit: id.; blz. 8)

Verder denk ik aan deze tijd, omdat het boek ook toen is geschreven.



Plaats

Het verhaal speelt zich af in het sociale milieu van de gegoede burgerij. De hoofdpersoon Jozef K. bekleedt namelijk een hoge positie in het bankwezen. Verder speelt het zich vooral af in de rechtspraak. En ook rechters en advocaten behoren tot de gegoede burgerij.



Tijdsgebondenheid

Het werk is volgens mij echt tijdsgebonden. Het zou bijvoorbeeld niet in de prehistorie of de middeleeuwen plaats kunnen hebben, want de rechtspraak toen is niet te vergelijken met die in het boek beschreven wordt. Het zou het ook niet nu plaats kunnen hebben, want tegenwoordig wordt niemand meer opgepakt zonder opgave van reden. Je komt er tenminste binnen onafzienbare tijd achter.

Verder lijkt het me onwaarschijnlijk dat er in de achttiende eeuw, Italiaanse zakenlieden naar Duitsland komen, en contacten hebben met het bankwezen daar.



Genre

Door de objectieve manier van beschrijven, die tegelijkertijd tot uitdrukking brengt wat er zich allemaal in de hoofdpersoon afspeelt, kies ik voor literair surrealisme. De schrijver schept een situatie die reëler is dan de realiteit zelf.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen