U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Victor Hugo - Les Miserables.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/707 en is laatst upgedate op 03/08/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3408 woorden.

Titel

Les Misérables



Auteur

Victor Hugo



Het boek Les Misérables van Victor Hugo is in het jaar 1862 voor het eerst uitgegeven. Het boek wat ik heb gebruikt is in 1968 uitgegeven door ‘Librairie Marcel Didier, Paris.’ Dit boek bevat de oorspronkelijke druk van 1862.



Victor Marie Hugo

Victor Hugo is op 26 februari 1802 geboren in Besançon. Zijn vader was generaal van Napoleon en zat in Spanje. Zijn moeder kwam uit Vendee (Italië) waar hij zijn jeugd doorbrengt. In 1822 trouwde hij met Adele Foucher. Hij ging veel om met jonge schilders van de romantische school, waar hij al snel de leider van werd. Hij heeft veel toneelstukken, gedichten en romans geschreven. In 1831 kwam zijn bekende boek ‘Notre-Dame-de-Paris uit.Voor die tijd was zijn toneelstuk Hernani uitgekomen. Als hij zestig is komt het boek Les Misérables uit. Victor was een humanist hij schreef zijn boeken niet alleen om een mooi verhaal te vertellen, maar ook om de mensen de ogen te openen voor de ellendigen die op de aarde rond lopen. Dit komt duidelijk tot uitdrukking in Les Misérables.

In zijn voorwoord schrijft hij: ‘.... Tant qu’il y aura sur la terre ignorance et misere, des livres de la nature de celui-ci pourront ne pas etre inutiles.’ Zijn ideaal was een wereld waarin voor iedereen een waardig bestaan is weggelegd of zoals hij zelf zei: société sans loi, humanité sans frontières, religion sans livres. Victor Hugo geloofde in God. Hij beleefde zijn geloof op zijn eigen manier. Hij was optimistisch wat de natuur betreft en geloofde in de vooruitgang. Hij geloofde ook in de onsterfelijkheid van de ziel en dat de doden en de levenden geheime contacten hadden. In al zijn werk komen dan ook christelijke ideeën naar voren. God en Christus worden vaak genoemd, ook worden er teksten uit de bijbel geciteerd. Victor heeft het niet zo op de geestelijkheid, daar hij van mening is dat die veel ellende heeft veroorzaakt. In de Journal d’un Jeune Revolutionnaire uit 1830 schrijft hij: ‘Mon ancienne convicton royaliste-catholique de 1820 s’est écroulée pièce à pièce depuis dix ans, devant l’âge et l’expérience.’

Ook op politiek gebied streed Hugo voor vrijheid en gelijkheid. De revolutionaire ideeën ‘Liberte, Fraternite en Egalite’ zijn dan ook duidelijk terug te vinden in zijn werk. Zijn sociaalvoelendheid en verbondenheid met het gewone Franse volk komt niet alleen in bijna al zijn werken tot uitdrukking. Als hij op 83 jarige leeftijd sterft (22 mei 1885) laat hij vijftigduizend frank na aan de armen. Zijn begrafenis was een nationale gebeurtenis, hij werd gegraven in het Pantheon. Hij werd hier overeenkomstig zijn wens naar toe gebracht in een eenvoudige lijkwagen.



Tijd en plaats

Het verhaal speelt zich af in de eerste helft van de 19e eeuw, onder de regering van de burgerkoning Louis-Philippe. Naast dat rechtvaardigheid, veroordeling van moord en sociale onrechtvaardigheid als duidelijke thema’s door deze sociale roman lopen komen ook de begrippen ‘revolutie’ en ‘Napoleon’ als groot man steeds terug. Het boek getuigt van de strijd van Hugo voor de vooruitgang, het geeft een beeld van de ontwikkeling van de ideeën in Frankrijk in de 19e eeuw en de gevolgen van revolutie. In Les Misérables is te zien dat Hugo een voorliefde had voor het historische genre. Hij ‘onderbreekt’ het verhaal herhaaldelijk om een stukje geschiedenis te vertellen over de politieke situatie in een bepaald jaar. Ideeën van die tijd worden ook weerspiegeld door de personages uit het boek, zoals Marius die als belangrijk lid van de ’vrienden van het ABC’ strijd voor de vrijheid en vooruitgang en daardoor behoort tot de opstandige republikeinen en zijn grootvader Gillenormand die juist over ‘dat tuig’ spreekt. Vooral het vierde deel L’idylle rue Plumet et L’épopée rue Saint-Denis’ heeft een sterk politiek tintje. Het beschrijft de jaren na de junirevolutie van 1830.



Samenvatting

Het boek bestaat uit vijf delen. Fantine, Cosette, Marius, L’idylle rue Plumet et L’épopée rue Saint-Denis en Jean Valjean.



Het eerste deel, Fantine, introduceert de hoofdpersoon van het verhaal, Jean ValJean. Na negentien jaar gevangenschap is Jean Valjean vrij. Maar door zijn verleden en zijn ‘gele paspoort’ wil niemand iets met hem te maken hebben. Als hij vraagt om onderdak wordt hij overal de deur gewezen. Door een vrouw die medelijden met hem heeft omdat hij in de buitenlucht moet slapen, wordt hij naar myriel, de bisschop van Digne gestuurd. Deze wordt zo’n beetje als heilige beschouwt door al het liefdadigheids werk dat hij verricht. Monseigneur Bienvenu, zoals de bisschop ook wel wordt genoemd geeft hem voedsel en onderdak, ook al is hij op de hoogte van het verleden van Jean. ‘s Nachts wordt hij echter wakker en hij kan de gedachte aan het zilverwerk van de bisschop niet weerstaan. Hij sluipt de kamer van Myriel in. Hij blijft een tijdje staan kijken naar de slapende man. Het contrast tussen de twee personen (en tussen goed en kwaad) wordt afgebeeld doordat de bisschop in het licht van de maan ligt en Jean in de schaduw staat. Als de bisschop bemerkt dat het tafelzilver is gestolen is hij niet kwaad. Hij voorkomt zelfs dat Jean weer in de gevangenis terecht komt door hem tegenover de politie te verdedigen. De met stomheid geslagen Jean krijgt ook de twee zilveren kandelaars mee van de bisschop, met de boodschap dat hij nu niet meer tot het kwade behoort. Jean steelt in zijn persoonlijke crisis een munt van een kleine jongen, maar daarna komt hij al snel tot inkeer, hij begint een nieuw leven.



Het verhaal gaat verder met de geschiedenis van Fantine, een jonge, ongehuwde moeder. Er wordt verteld hoe zij uiteindelijk haar dochter, Cosette., achter laat bij het echtpaar Thenardier, daar zij niet meer instaat is om zichzelf en haar kind te onderhouden. Fantine zelf keert terug naar haar geboorteplaats Montreuil-sur-Mer om werk te vinden, zodat zij financieel rond kan komen, zij moet namelijk ook maandelijks een bedrag sturen aan haar kind. Hier komt Jean Valjean weer op het toneel, alleen nu onder de schuilnaam Madeleine. De man is erg veranderd en heeft als succesvol fabrikant veel goeds voor de mensen gedaan. Hij is erg vrijgevig aan de armen. De mensen waarderen hem erg, mede doordat hij erg bescheiden is. Uiteindelijk wordt hij, onder heel wat protest, tot burgemeester benoemd. Fantine krijgt een baan in de fabriek van Madeleine. Het lijkt allemaal goed te gaan totdat men er achter komt dat Fantine een onwettig kind heeft en ze buiten weten van Madeleine om wordt ontslagen. Fantine komt al snel in de problemen, doordat het echtpaar Thenardier haar bedriegt en Cosette als melkkoe en slaafje gebruikt. Fantine moet steeds meer geld sturen terwijl ze dat niet heeft. Fantine doet er alles aan om geld te verdienen, maar zij belandt uiteindelijk in de goot.



Het is Meneer Madeleine die haar uiteindelijk uit de gevangenis en uit goot helpt. Hij geeft haar onderdak en haar baan terug. Fantine is echter erg ziek en mist haar dochter heel erg. Ze doen verscheidene pogingen om Cosette terug te krijgen, maar haar pleegouders werken niet mee, ze verdienen veel te veel geld aan Cosette. Ondertussen heeft Madeleine zichzelf aan gegeven ( na veel overwegingen of hij het wel of niet zou doen) bij de rechtbank, omdat anders een ander, die voor Jean Valjean werd gezien zou worden veroordeeld. Net als Madeleine op ziekenbezoek is bij Fantine wordt hij ingerekend door agent Javert. Javert had toch al een vermoeden gehad over wie Madeleine werkelijk was. De klap is zo groot voor Fantine dat ze overlijdt. Madeleine is woedend en maakt javert uit voor moordenaar. JeanValjean ontsnapt.







Het tweede deel, Cosette, begint met een lang verslag van de slag bij Waterloo. Jean Valjean die ondertussen weer opgepakt is door de politie en ook al snel weer ontsnapt, gaat op zoek naar Cosette, dat had hij voordat Fantine stierf aan haar beloofd. Hij komt daar aan met Kerst, en vindt haar midden in het bos: schaars gekleed, op blote voeten en zeulend met een emmer water. Cosette wordt als een soort Assepoester behandeld. Jean weet in de eerste instantie niet dat hij met Cosette te meken heeft, maar hij helpt het arme kind. In de herberg van de familie Thenardier aangekomen ziet hij hoe slecht de zaken er voor staan. De familie, die niet weet waarvoor hij komt, heeft al snel door dat hij geld heeft, en buit hem flink uit. Jean treed op als beschermer van Cosette die niet eens mag spelen. Jean Valjean neemt, tot grote woede van Thenardier, Cosette mee.



Cosette gaat voortaan als dochter van Jean door het leven. Al snel worden ze weer door de politie achtervolgt. Ze komen terecht in het klooster ‘Le Petit Picpus.’Hier komt Jean een oude bekende tegen die hem aan een baantje in het klooster helpt, zo is hij voorlopig veilig.Jean krijgt weer een andere naam, Ultime Fauchelevent, hij doet alsof hij de broer is van de reeds aanwezige tuinman. Cosette groeit op in het klooster.







Het derde deel heet Marius. In dit deel komen nieuwe personages naar voren. Als eerste de straatjongen Gavroche. In werkelijkheid was hij geen wees, maar zijn ouders keken niet naar hem om.( Hij blijkt later de zoon te zijn vanThenardier) Hij leefde op straat en daar voelde hij zich ook het beste. Daarnaast wordt de rijke burger Gillenormand beschreven. Hij is een apart figuur, het lijkt alsof bij hem de tijd heeft stil gestaan, alsof hij nog in de vorige eeuw leeft. Ook qua denken is hij behoorlijk conservatief voor zijn tijd. Hij zorgt voor zijn kleinzoon Marius. Marius ziet zijn vader, generaal Pontmercy, nooit, zijn opa heeft hem afgeschildert als een schurk omdat hij in het leger zit. Later komt Marius de waarheid te weten omtrent zijn vader, die ondertussen gestorven is. Hij krijgt veel waardering voor zijn vader en tegelijkertijd wordt hij ook een 'aanhanger’ van Napoleon. Zijn verzorger wordt woedend als hij dit bemerkt en zet hem de deur uit. Marius gaat op zichzelf. Hij wordt verliefd op Cosette die hij ziet als zij met haar vader uit wandelen gaat. Hij heeft Jean gedoopt als Leblanc. Hij blijkt de buurman van de inmiddels failiet gegane familie Thenardier te zijn. Door een gat in de muur komt hij er achter wat een schurken het zijn. Hij krijgt lucht van het plan van Thenardier om Leblanc te chanteren en waarschuwt de politie. Zo komt Jean Valjean op ongelukkige wijze weer met politieagent Javert in kontakt. ( De wereld is erg klein in dit verhaal). Jean weet weer te ontsnappen door het raam. Daar Marius het idee heeft dat Thenardier zijn vader ooit gered heeft, wil hij hem toch niet helemaal veroordelen.







Het vierde deel gaat over een barricadengevecht van de opstandige republikeinen. Jean Valjean is met Cosette alweer vertrokken naar een ander huis. Dit tot grote wanhoop van Marius die zijn geliefde niet meer thuis treft. Hij had graag met haar willen trouwen , maar had hiervoor geen toestemming gekregen. Hij schrijft Cosette een brief en besluit dat hij wil sterven. Tegelijkertijd is Jean er achter gekomen dat Cosette en Marius gek zijn op elkaar. Hij is erg jaloers. Uiteindelijk vechten Marius, Jean Valjean en Gavroche samen op de barricaden.Javert is gevangen in de barricaden, Jean krijgt de opdracht om hem buiten de barricaden te fusileren. Dit zou een goede gelegenheid zijn om zich te wreken, tenslotte heeft hij bijna al zijn ellende aan hem te weiten. Maar Jean laat hem gaan. Gavroche komt om het leven doordat hij zich buiten de barricaden waagt om patronen te verzamelen. Marius draagt het lijk van hem weg. Ook Marius zelf raakt zwaar gewond. Hij wordt met veel pijn en moeite gered door Jean, door het riool heen.







Het laatste gedeelte van het boek is genoemd naar de hoofdpersoon zelf, Jean Valjean. Marius is zwaar gewond naar zijn schoonvader gebracht. Die ziet dat Marius echt heel veel van Cosette houd en als hij ziet dat Marius daarnaast ook nog van hem houd krijgt hij toch toestemming om te trouwen. Jean die zich ondertussen vrijwillig heeft overgegeven aan Javert is stom verbaasd als die hem op zijn beurt laat gaan. Later blijkt dat Javert zelfmoord heeft gepleegd. Bij de bruiloft van Marius en Cosette wordt Jean een kamer in het huis waar zij zullen gaan wonen aangeboden. Jean is hier niet echt blij mee, hij voelt zich een beetje een derde wiel aan de wagen. Hij vertelt Marius uiteindelijk zijn levensverhaal. Marius komt zo dus te weten dat hij helemaal niet de vader van Cosette is. Jean gaat weg. Hij komt zijn dochter geregeld opzoeken, maar dit wordt een aflopende zaak. Marius heeft niet zoveel vertrouwen in Jean nu hij van zijn verleden af weet. Daarbij denkt hij dat het geldbedrag dat Cosette van haar vader heeft gekregen ook geen eerlijk geld is. Jean vereenzaamt erg nu hij Cosettte niet meer ziet en hij wordt snel oud.



Op een dag komt Thenardier Marius opzoeken. Zijn bedoeling is om Jean zwart te maken en geld te verdienen, maar de zaken pakken

anders uit. Marius komt nu juist de echte waarheid omtrent zijn schoonvader te weten, namelijk dat die degene was geweest die zijn leven had gered (Dit had Jean hem nooit verteld). Het dringt tot hem door wat voor een fantastische man het eigenlijk was. Spoedig gaat hij met Cosette naar hem toe. Jean was net stervende van ellende. Hij is ziels gelukkig als hij zijn ‘dochter’ weer terug ziet. Alle puzzelstukjes vallen in elkaar. Cosette wil dat haar vader weer met hun mee naar huis gaat, maar Jeans leven zit erop. Als hem gevraagd wordt of hij een pastoor wil zegt hij terwijl hij naar boven kijkt dat hij er al een heeft, waarschijnlijk doelde hij op de reeds overleden Myriel. In de laatste ogenblikken van zijn leven geeft hij de twee zilveren kandelaars aan Cosette. Hij sterft in de armen van Cosette en Marius. Overeenkomstig zijn wens wordt hij begraven, op een rustige plaats onder een ruwe steen zonder naam.



Personages

De hoofdpersoon is Jean Valjean. Jean kwam oorspronkelijk uit eenn arm plattelandsgezin. Al op jonge leeftijd was hij wees geworden. Zijn ouderer zuster, een weduwe met zeven kinderenhad hem opgevoed. Hij onderhield ze. Hij werkte hard als houthakkker, maar verdiende niet genoeg. Uiteindelijk komt hij voor het stelen van ee brood in de gevangenisterecht, waar hij uiteindelijk negentien jaar zit. Tijdens die periode had hij veel nagedacht en hij had zijn vertrouwen in demens verloren. Hij vond zijn straf onterecht en veroordeelde de gemeenschap. Op vrije voeten en aangekomen bij Muriel wordt hij geconfronteerd met ‘het goede.’ Bij het zien van de vredelievendheid en gulheid van de bisschop, die’zijn ziel opkoopt zodat hij niet langer het kwade maar het goede toebehoort, ziet hij dat de m,ens ook goed kan zijn. Jean verbeterd zijn leven. Hij wordt een zelfoppoveringsgezinde, zachtaaardige man. Door het hele verhaal heen zit Jean nog geregeld met zichzelf in de knoop. Hij moet geregeld kiezen voor zijn eigen belang of voor dat van zijn medemens. Uiteindelijk kiest hij toch voor de ander., hij ontwikkeld zich tot een uiterst sociaal- voelend mens. Hij bekommerd zich om de armen en behoeftigen. Ookal is hij als meneer Madeleine rijk, hij blijft tot aan zijn dood altijd benadrukken dat hij arm is. Hij vestigt de aandag liever niet op zichzelf. Hij houd zielsveel van Cosette waar hij als een vader voor heeft gezorgd. Ook zijn geloof in God is sterk, hij hooopt dat hij God heeft kunnen behagen, al gaat hij er meestal vanuit dat hij een slecht mens is. Aan het begin van het verhaal verkeert Jean voortdurend in ‘duisternis’. De tegenstelling tussen licht en donker komt het mooist naar voren als Jean aan het bed van de bisschop staat. De bisschop wordt als een soort heilige door licht omringd, Jean echter staat in de duisternis. Aan hett eind van zijn leven, sterft hij met de twee brandende kandelaars onder zijn gezicht. Hij sterft in het licht met zijn ogen opgeslagen naar de hemel. Hij is gelukkig.

Bisschop Myriel speelt ook een belangrijke rol, hij zet Jean aan het denken met zijn liefdadigheidswerk. Myriel is een goed mens die eeen groot geloof heeft in God. Al het aardse behoort niet de mens, maar God toe, hij doet ermee wat hij wil. Vandaar dat hij het niet erg vindt als hij bemerkt dat het tafelzilver is gestolen. In het boek wordt hij afgeschildert als een heilige.

Fantine is de moeder van Cosette. Fantine is een mooi meisje met haar lange blonde haren, blauwe ogen en gave tanden. Daarnaast kan ze erg terughoudend en bescheiden zijn. Haar vrolijkheid kon zo omslaan in pure ernst. Zij wordt preuts genoemd. Zij oprecht van Tholomyes, haar eerste grote liefde, hij ziet het echter anders en verlaat haar. Zij blijkt een kind van hem te hebben, Cosette. Zij wordt al snel een ellendige door alles wat zij meemaakt, en door de manier waarop zij behandeld wordt. Door Jean wordt zij uiteindelijk ‘gered’. Hij bewonderd haar omwat ze heeft meegemaakt en ontvermd zich om haar. Als zij uiteindelijk sterft, maakt hij zijn belofde aan haar waar en zorgt voor Cosette.

Cosette heeft een zeer ongelukkige jeugd, doordat zij wordt misbruikt door het echtpaar Thenardier.Zij wordt ‘de leeuwerik die nooit zingt’ genoemd. De leeuwerik is een kleine vogel die veel voorkomt in Frankrijk. Hij bouwt zijn nest integenstelling tot andere vogels op de grond zo is hij slecht beschermt tegn gevaar.Doordat Cosette ook nog niet ‘zingt’ wordt haar ellendige situarie extra benadrukt. Als zij wordt gered door Jean krijgt zij een veel beter en onbezorgder leventje. Zij raakt al snel gewend aan het feit dat haar ‘vader’ soms heel raar kon doen. Zij groeit heel beschermd op in het klooster. Uit het klootser gekomen leert zij langzamerhand de echte wereld kennnen. Zij wordt verliefd op Marius en trouwt uiteindelijk met hem. Haar liefde voor Jean raakt ze nooit kwijt.

Marius, er wordt wel gezegt dat de jongen een afbeelding is van Hugo op twintig jarige leeftijd; onervaren en vol met nieuwe plannen. Hij wisselt ook van politieke mening. Eerst, door zijn grootvader beinvloedt is hij tegen de revolutioneren, later vecht hij mee op de barricaden. Ook Marius komt er achter dat de geschreven wet vaak onrechtvaardig is, hij leert een dwangarbeider kennen die een eerlijk man is.

Verdere belangrijke personages zijn: Javert, de politieagent die hoe dan ook voor de wet staat. Slechte mensen veranderen niet zomaar is zijn mening; Thenardier, een oneerlijk en zelfzuchtig man; Cavroche, die symbool staat voor de straatjongen, hard maar toch met een hart van goud.



Opvallende personage

Ik vind het moment waarop Jean Valjean door de politie wordt afgeleverd bij meneer Myriel een heel opvallend stuk. Je verwacht totaal niet dat die zo zou reageren. Doordat hij zo barmhartig reageert redt hij Jean, in twee opzichten. In de eerste plaats direkt uit de handen van de politie en in de tweede plaats zijn leven doordat dit voorval Jean op andere gedachten zet. Voor het verhaal is dit ook een heel belangrijk punt. Myriel laat zien dat men wel rechtvaardig moet zijn, maar ook barmhartig, kijken naar de situatie van een mens. Myriel geeft Jean nog een kans, hij gaat er niet zondermeer van uit dat hij slecht is. Hij probeert om de mens werkelijk te helpen een beter mens te worden. Hij laat zien dat straf, en kwade woorden niet altijd de gunstigste uitwerking hebben, maar dat liefde en zachtaardigheid soms meer bereiken.



Mening

Ik vond Les Misérables een mooi boek om te lezen, al boeide de stukken met geschiedenis mij niet altijd evenveel. Het boek heeft een grote humanistische waarde, het geeft de mensen een boodschap mee die ieder op zijn iegen manier eruit kan halen. Ik denk ook dat het boek een goed beeld schept van het denkbeeld in de 19e eeuw. De boodschap, het verhaal op zich is echter tijdloos ook nu nog kunnen mensen worden gegerepen door het verhaal. Het boek werd al snel na publicatie erg populair, dit laat zien dat de mensen innerlijk toch streven en verlangen naar rechtvaardigheid en een betere wereld voor iedereen. Het boek is ook op een prettige leesbare manier geschreven, alleen die onderbrekingen zijn wel eens vervelend. Je zit heel snel midden in het boek



Les Misérables werd al snel na publicatie enorm populair. Het werd snel verspreid in verschillende talen. HEt boek kreeg positieve, maar ook negatieve kritiek. Men vond het een aanklacht op de maatschappij.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen