U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Marion Bloem - Geen Gewoon Indisch Meisje.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/20102/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 4622 woorden.

A. De schrijfster en haar werk.



Auteur : Marion Bloem

Titel : "Geen gewoon Indisch meisje"

Eerste jaar van uitgave: 1983

Uitgever : Maarten Muntinga

Druk : tiende

Jaar van uitgave : 1989



Marion Bloem werd op 24 augustus 1952 in Arnhem geboren. In 1959 is zij, samen met haar oudere zus en haar Indische ouders, vanuit Indië naar Nederland gekomen. Dit was omdat haar vader voor de Nederlan-ders had gevochten in de oorlog, en bang was voor wraak. Na drie jaar van pension naar pension verhuisd te zijn, vestigde de familie zich in Soesterberg. Hier kreeg zij er nog twee broer-tjes bij. Na hier de Katholieke lagere school bezocht te hebben, ging ze naar een gymnasium voor meisjes dat ze later inruilde voor een gemengde HBS. In 1971 ging zij psychologie studeren en trouwde in datzelfde jaar met Ivan Wolffers. Hun zoon Kaja is twee jaar later geboren. In 1976 studeerde ze af als klinisch psychologe.



Bloems eerste publicatie was het korte verhaal "Zwijgen als het graf" in de bundel "De vrouw en haar huis". Ze was toen vijftien jaar. Tijdens haar studie schreef ze leesboekjes voor jonge kinderen: de serie "Spotjes". Haar eerste jeugdboek verscheen in 1978: "Waar schuil je als het regent". Vanaf dat jaar ging zij ook films maken waarvan ze in samenwerking met haar man de scripts schreef. In 1991 ontving zij de Jenny Smelik prijs voor haar boek Matabia.



In 1983 verscheen haar debutroman: "Geen gewoon Indisch meisje". In dit boek staan de landen Indonesië en nNederland centraal. De hoofdpersoon die oorspronkelijk uit Indonesië komt en toch in Nederland geboren is, krijgt van haar ouders toch die Indische cultuur mee. Ze weet eigenlijk niet waar ze thuishoort. Bloem heeft één persoon in twee karakters opgesplitst. Zon en Sonja. Zij zijn elkaars tegenpolen. Zon vertegenwoordigt eigenlijk Indonesië; gedichten, veel gevoel en sensualiteit. Terwijl Sonja Nederland vertegenwoordigt; ambitie, verstand en zelfs (denk ik) cynisme. Zon is eigenlijk bijna hetzelfde meisje als de hoofdpersoon uit het boek "Mooie meisjesmond": Milly. Alleen is in dit geval Milly de enige hoofdpersonage. In "Mooie meisjesmond" speelt naast de ontdekking van jongens ook voedsel een rol. Er worden veel metafo-ren gebruikt als etenswaren. En tijdens de seksavonturen van Milly bedenkt ze telkens zoete en zoute gerechten. Tussen "Geen gewoon Indisch meisje" en "Mooie meisjesmond" is één grote overeenkomst: De meisjes in het verhaal groeiden duidelijk allebei tussen dezelfde muren op, in dezelfde tuin. In Bloems boeken duiken ook telkens dezelfde namen weer op. De naam Boy komen we ook weer tegen in het boek "De honden van Slipi". Ook in dit boek speelt Indonesië een belangrijke rol. Als Maja (de hoofdpersoon) voor het eerst in Indonesië komt denkt ze: "Wat is er in godsnaam zo leuk aan Indonesië?". Ze voelt helemaal geen verbondenheid. Om Indone-

sië toch weer een plekje in haar hart te kunnen geven moet ze eerst Indonesië ontdekken en er mensen leren kennen waar ze in het begin wat bevangen tegenover staat. Al deze boeken hebben natuur-lijk iets van Marion Bloem zelf in zich. Ze is zelf ook een Indisch meisje en laat ze veel van haar eigen verwarringen van vroeger terugkomen in haar boeken.



B. Analyse van de Inhoud en de structuur



1. Een korte inhoudsweergave

De hoofdpersoon in het verhaal is een jonge vrouw met schizofre-nie. Zij is opgesplitst in twee personen: Zon en Sonja. Ze is een kind van Indisch-Nederlandse ouders die in de jaren vijftig emigreerden. Al vroeg wordt zij geconfronteerd met haar anders zijn. Op school en op straat leert ze Nederland kennen. Thuis door verhalen, dansen en gerechten het afwezige moederland Indonesië. Tussen die twee culturen zoekt ze naar eigen identi-teit. Maar als het hoofdpersonage later het zogenaamde land van herkomst bezoekt, de eerste keer met haar toenmalige vriend Eddie en de tweede keer met haar moeder, net nadat haar vader is overleden, beseft ze dat er niet zoiets als een Indische cultuur bestaat, evenmin als dat er zoiets als "haar" cultuur zou bestaan. Haar cultuur ligt noch hier in Nederland op straat, noch in de tropen, maar is beperkt tot de vier muren (en de tuin) waar zij opgroeide. Ze komt hier achter als ze voor de tweede terugkomt uit Indonesië en blijkt dat Eddie haar heeft bedrogen. Ze "kiest" voor Nederland en Zon, die Indone-sië ver-tegen-woordigt door haar karakter, pleegt (fi-guur-lijk) zelf-moord. Sonja blijft achter en leeft haar leven verder als Sonja, zonder Zon.

Waar het hoofdpersonage ook altijd problemen mee heeft zijn de jongens. Zon valt op Indische jongens terwijl het meestal zo is dat Indische jongens op Nederlandse meisjes vallen en Indische meisjes op Nederlandse jongens.

Sonja, die Neder-land ver-tegenwoor-digt door haar karakter en gewoonten, valt juist wel op Nederlandse jongens.



2. Het vertelperspectief

Het verhaal wordt verteld door de ik-figuur. In dit geval zit het wat anders in elkaar dan normaal gesproken. De ik-figuur van het verhaal is opgesplitst in twee meisjes, Zon en Sonja, die elkaars tegenpolen zijn. Maar vanuit hun ogen beleef je het verhaal. Het verhaal is in de derde persoon geschreven. De ene keer is Zon aan het woord en de andere keer Sonja. Maar het komt ook voor dat er vanuit het hij/zij perspectief wordt geschreven.



3. De tijd en de ruimte

Het verhaal speelt zich op twee verschillende plaatsen af, op vier verschillende tijdstippen. Er worden ook grote tijdsprongen gemaakt. Er is een periode in het leven van Zon en Sonja in Nederland als ze nog kinderen zijn. Dan is er nog een periode die na de lagere school komt en na de middelbare school als Sonja ge-trouwd is en Zon samenwoont met Eddie. Daarnaast is er nog een periode dat Eddie en Zon samen in Indonesië zijn. En als Zon nog een keer alleen met haar moeder naar Indonesië teruggaat als haar vader overleden is. De gebeurtenissen worden in een niet chronolo-gische volgorde beschreven.



4. De personages en hun relaties

Zon en Sonja zijn in dit verhaal zusjes, maar ze zijn elkaars tegen-po-len. Sonja vertegenwoordigt Nederland. Dit komt vooral omdat zij alles met haar verstand doet. Toen ze jong was heeft ze zelfs woor-denboeken uit haar hoofd geleerd. Zij staat ook voor ambitie en zelfs een een beetje voor cynisme. Zon, aan de andere kant, vertegenwoordigt Indonesië. Met haar gedichten en haar sensuali-teit. Zij is veel meer gericht op het gevoel dan op het verstand. Zij leeft in een soort droomwereld. Sonja is veel rationalisti-scher.



De vader van Zon en Sonja wil zijn eigen cultuur graag behouden. Hij rookt wel eens wierook in zijn kamer en houdt meer van dat soort rituelen in ere (tot ergering van de moeder van de ik-figuur). Hij heeft een goede band met zijn dochter(s) en zij houd(-en) ook veel van hem.



Met hun moeder hebben Zon en Sonja niet zo'n goede band. In het boek wordt meerdere keren herhaald dat Zon haar moeder haat. De moeder kan niet zo goed aarden in Nederland maar blijkt toch een vernedserlandste Indo. De vader blijft echter terugverlangen naar zijn vaderland.



De vrienden van de "ik": Sonja en Zon zijn ook belangrijk: De Nederlandse Eddie en de Indische Boy. Boy lijkt ook weer een aantal afsplitsingen te zijn die één figuur omvatten.



5. Thema('s) (en motieven)

Ik denk dat het belangrijkste thema in dit boek de keuze die gemaakt moet worden tussen het Indisch of het Nederlands zijn is. De hoofdpersoon in dit boek twijfelt eraan waar ze nu echt thuishoort. Is dat in Indonesië of in Nederland. Bij welke per-soonlijkheid wil je horen, en welke persoonlijkheid ben je.



Er zijn een aantal motieven te ontdekken in het boek. Het tussen twee landen instaan. Dus niet kunnen kiezen bij welk land je wilt horen. Racisme, als meisje met een andere huidskleur en andere gewoonten wordt Zon als vreemd gezien. Er niet bij horen is daar weer een evolg van maar tevens ook weer een motief. Familiebanden is er ook één. De familie in Indonesië is erg belangrijk als ze in Indonesië zijn. Ook in Nederland zelf spelen ze een belangrijke rol. Het belangrijkiste motief is volgens mij de gespleten per-sonnlijkheid van de hoofdpersoon. Omdat daar het hele boek om draait: Om het feit dat zij met zichzelf in de knoop zit.



6. Uitleg titel

De titel heeft alles te maken met de hoofdpersoon van het verhaal. Zij heeft een gespleten persoonlijkheid en is daarom alles behalve normaal. De hoofdpersoon in het verhaal wordt ook steeds gecon--fronteerd met haar anders zijn.

Het motto van het boek is de strofe die zij voorin haar boek gebruikt. Deze regels gaan over schizofrenie. Dit slaat dus weer terug op de hoofdpersoon van het verhaal, het Indische meisje. Zij lijdt aan schizofrenie en is daarom "geen gewoon (Indisch) meis-je".



Stijlkenmerken

Bloems' stijl is aanvankelijk dagboekachtig. Dat is niet alleen het geval in "Geen gewoon Indisch meisje", maar ook bijvoorbeeld in het boek "Rio". Korte, onvolledige zinnen wekten een indruk van snelheid en gedrevenheid. Daarnaast gebruikt Bloem ook veel witregels. Zo kun je zien dat haar gedachtengang snel versprin-gt. De cursief gedrukte zinnen leggen veel nadruk op bepaalde op-merkingen zodat het lijkt alsof het om hartekreten gaat of zoiets dergelijks.

Bloem gebruikt weinig metaforen, waardoor je je bij alles wat ze schrijft. een goede voorstelling kunt maken.

Ook zijn gebeurtenissen vaak allegorisch, zodat achter haar verhaal meestal een diepere beteke-nis zit.



Vanwege haar Indische achtergrond is Bloem wat beter in staat er in haar verhalen wat Indische woorden doorheen te gooien. Zij doseert het Indische taaltje met gevoel voor maat. Het bepaalt wel voor een deel de sfeer van het boek, maar is absoluut niet irri-tant. Dit komt omdat je niet persé hoeft te weten wat het woord betekent om het verhaal te kunnen volgen. Als dit wel het geval is (hoewel dit maar zelden voorkomt), kun je het makkelijk even opzoeken en kun je daarna weer vrolijk verder lezen.



C. De plaats in de literatuurgeschiedenis en de kritiek



1. Marion Bloem is met haar boek "Geen gewoon Indisch meisje" een trendsetter geweest. Met dit boek gaf zij een nieuwe impuls aan de Indisch-Nederlandse literatuur. Zij liet de problematiek zien van kinderen met uit Indonesië gevluchte ouders. Deze thema-tiek werd al snel overgenomen door andere schrijvers van deze "tweede generatie". Voorbeelden zijn: Jill Stolk, Adriaan van Dis, Ernst Jansz en Frans Lopulalan. De generatie van Marion Bloem is welliswaar in Nederland geboren en opgevoed, maar het familiele-ven is nog sterk gericht op Indië. Hun probleem is niet dat ze hun oude land moeten achterlaten, maar dat ze zich in hun nieuwe "moderne" land moeten zien te redden. Oudere schrijvers uit de Indisch-Nederlandse traditie, zoals Tjalie Robinson en E. du Perron, worstelen ook met deze problematiek.



Marion Bloems grootste voorbeeld is Multatuli. Zo is de vorm van "Vaders van betekenis", gebaseerd op Multatulis "Max Havelaar". Ook in "Geen gewoon Indisch meisje" verwijst ze terug naar hem (pagina 198).



Bloem zegt meer verwantschap te voelen met schrijvers die in hun werk nadrukkelijk zoeken naar evenwicht tussen vorm en inhoud. Dit is een kwaliteit die zij zeer bewondert in het werk van bijvoor-beeld Milan Kundera, GyÖrgy Konrad, Paul Auster, Max Frisch en de Amerikaans-Chinese schrijfster Maxine Hong Kingston. Echte ver-wantschap is er met het werk van Leon de Winter. De thematiek van de twee generaties joden, die wel familie verloren hebben in de tweede wereldoorlog, maar deze oorlog zelf niet hebben meegmaakt,

vertoont raakvlakken met de tweede-generatiethematiek van Marion

Bloem. Daarnaast is er in beider werk het schrijven zelf een belangrijk thema. Zij dragen ook beiden het principe dat vorm en inhoud op elkaar afgestemd moeten zijn, hoog in het vaandel.



2. De kritiek

Ik heb drie recensies opgezocht over het boek "Geen gewoon Indisch meisje". Wat me opvalt is dat er elke keer gewezen wordt op de verschillen en overeenkomsten tussen Indo's en Nederlanders. Dit is natuurlijk niet verbazingwekkend, aangezien het boek hier eigenlijk over gaat. Maar grote delen van de recensies gaan niet over de verschillen in het boek, maar over de samenleving van nu. Hoe er nu mee om wordt gegaan. Maar aan de andere kant is dit ook wel logisch omdat er toch een soort inleiding gegeven moet worden op het onderwerp.



Een voorbeeld van een recensie met zo'n inleiding is de "Provi-nciale Zeeuwse Courant". De schrijver van dit stuk zegt eerst over welk boek het gaat, en legt vervolgens een probleem uit het boek uit, door het feitelijk weer te geven: De positie van de Indische Nederlander. De schrijver heeft het daarna over het boek en de schrijfster. Citaat: "Zij moge een "Indische schrijfser" zijn, veel belangrij-ker nog is dat ze een rasschrijfster blijkt te zijn, iemand die zich met haar boek "Geen gewoon Indisch meisje" op slag plaatst bij de meest interessante Nederlandstalige schrijvers van dit moment." Deze lovende kritiek is niet de enige in deze recensie. Citaten over het boek als: "..., want het is een litera-ire gebeur-tenis, zowel qua inhoud als qua vorm." en "Marion Bloem heeft op boeiende manier geëxperimen-teerd met de mogelijkheden die de moderne roman biedt." mogen niet vergeten worden. De schrijver van deze recensie is ook erg te spreken over de beschrijvingen van het Indische bestaan. "Zij is niet preuts, maar nimmer vulgair." is wat de schrijver heeft te zeggen over het aan de orde stellen van het probleem sexualiteit. "Een onderwerp dat, voor zover ik weet, nog zelden behandeld is."Met "Een verbluffend debuut van een schrijfster waar ik de hoogste verwachtingen van durf te koester-en." sluit hij zijn betoog af. Wat hij schrijft is één en al lof.



Dat kan niet gezegd worden van de recensie van "Vrij Nederland". Voor zover je dat tenminste een recensie kunt noemen. In dit stuk worden louter verschillen en overeenkomsten genoemd die te maken hebben met Indonesië en Nederland, maar die geen betrekking hebben op het boek. Het boek heeft natuurlijk een heleboel met Indonesië en Nederland te maken, maar dit stuk verwijst bijna, of zelfs helemaal niet, naar het boek. Ook de mening van de schrijver van dit stuk is me niet duidelijk geworden. Of hij heeft zijn mening niet opgeschreven, of hij heeft haar zo goed verstopt dat hij, althans voor mij, onvindbaar is.

Dit is duidelijk niet het geval in de recensie van Jaap Goedege-buure in de "Haagse Post". De titel van dit stuk: "De nauwe kloof tussen wal en schip" laat zien dat hij het boek goed heeft gelezen. Niet alleen is het een citaat uit het boek, het geeft meteen weer wat Bloem probeert duidelijk te maken met haar boek. Goedege-buure begint net als de "Provinciale Zeeuwse Courant" met een inleidend stukje over de positie van de Indische Nederlander. Vervolgens heet hij het een hele tijd over de inhoud van het boek om vervolgens zijn eigen mening aan het geheel toe te voegen. Deze is zowel positief als negatief. Ik zal dit met behulp van enkele citaten laten zien. Om te beginnen zal ik een paar negatieve aanhalen: Over de zelfmoord van Zon: "In zijn nadrukkelijke symboliek vind ik dit slot wat te zwaar aangezet." Over verdere overaccentuering: "De strijd van twee zielen in één lichaam, die zeer zinvol is geconcretiseerd in de figuren van Sonja en Zon, spiegelt zich in de twee langste stukken van de roma, gewijd aan de verhouding waarin de hoofdpersoon tot haar vader en moeder staat. ... Mij riekt het net iets te veel naar het schema." en wat ook niet vergeten mag worden is "Ook werd ik gestoord door de vele cursiveringen...". Goedegebuure vond dat de schrijfster op die manier dwingt op te letten op wat zij belangrijk vindt. Maar zoals gezegd, hij heeft haar goede kanten ook niet aan zich laten ontglippen. Een paar voorbeelden hiervan zijn: ""Geen gewoon Indisch meisje" is immers een debuut dat zich in gunstige zin onderscheidt van de gemiddelde Nederlandse roman."Ook het citaat "...maar ze zijn hier weinig conventioneel behandeld, en bovendien met grote gedrevenheid een onmiskenbaar stilistisch vermogen verwoord." laat een zeer positief geluid over het boek horen. Wat ook zeer lovend genoemd mag worden is: "...,dan is de manier waarop Marion Bloem verschillende bewustzijnslagen over elkaar heen laat schuiven zonder meer knap te noemen." Als leuke afslui-ting heeft Goedegebuure Zon (uit het boek) tegenover Marion Bloem gezet. Als Bloem, anders dan Zon, het contact met eventuele lezers aandurft, dan is er alle reden om haar met dit debuut veel geluk te wensen.



Dit zijn dus drie redelijk verschillende recensies. In de eerste recensie werd Bloem de hemel ingeprezen. In de tweede werden zij en haar boek eigenlijk nauwelijks besproken. En in de laatste recensie, worden er zowel positieve als negatieve dingen over haar boek gezegd. Maar al met al wordt het een zeer geslaagd boek gevonden.



D. De waardering

Toen ik pas in het boek begonnen was dacht ik dat ik het verhaal nooit zou gaan begrijpen. Ik heb zelfs nog overwogen om op te houden met het lezen ervan. Maar aangezien me wel vaker een boek in het begin niet leuk lijkt, leek het me toch verstandig om nog even door te lezen. Ik ben erg blij dat ik dat gedaan heb, want het is echt een heel mooi boek gebleken.Ik vind het thema van het boek erg interessant. Zelf sta ik er erg ver vanaf, en dat maakt me nieuwsgierig. Doordat het probleem van de Indische identiteit op deze manier is beschreven, kijk je er toch heel anders tegen aan. Voordat ik het boek had gelezen had ik echt nog nooit over dit onderwerp nagedacht. Ik had er helemaal niet aan gedacht dat het zulke dillemma's met zich mee kon bren-gen. Nu is dit natuur-lijk wel een extreem geval, maar je wordt toch geconfro-nteerd met de belevingswereld van mensen die niet vol-Nederlands zijn en zich daardoor ook anders voelen dan "gewo-ne" Neder-landers. Het thema is diep-gaand behandeld en dat vind ik heel goed van de schrijfster. Over dit onderwerp wordt toch al niet zo veel geschr-even, en zo kunnen mensen ook eens lezen hoe het voelt om anders te zijn. Dit heeft de schrijfster heel mooi omschreven.



De verhaallijn, die steeds van de ene naar de andere tijd en

plaats springt, vond ik in het begin, bot gezegd, irritant. Dat komt waarschi-jnlijk omdat ik in het begin nog niet veel van het verhaal snapte. Toen ik het allemaal wat beter begon te begrijpen vond ik deze stijl ook heel leuk. Zo bleef het verhaal leven en werd het niet saai. De gebeurtenissen volgen elkaar niet logisch op en dat was in het begin even flink nadenken. Maar als je eenmaal in het verhaal zit, spring je makkelijk over van het ene stuk tijd naar het andere. Ik denk dat dit de reden is dat veel jongens niet eens aan het boek beginnen. Ik heb namelijk eens ergens gelezen dat de meeste mannen niet goed snel van het ene onderwerp naar het andere kunnen overspringen. Dat komt doordat ze nog over het eerste aan het nadenken zijn. Bij zo'n boek zouden deze mannen dus echt gek worden.



Veel gebeurtenissen in het boek zijn dramatisch of zwaarwichtig. Maar ze blijven wel geloofwaardig. Ze worden zo beschreven dat ik de situatie voor me zag. Ik vind het heel boeiend want van iedere gebeurtenis die Zon of Sonja meemaakt, weet de schrijfster een hele belevenis te maken. Zelfs naar de w.c. gaan, geeft al een boei-ende scène. De afloop van het verhaal is wèl bevredigend omdat de hoofdpersoon uiteindelijk een keuze heeft gemaakt. De hoofdper-soon leeft als Sonja verder en vermoordt Zon (figuurlijk). Ik had zelf liever gehad dat de hoofdpersoon als Zon verder zou leven. Dat komt omdat haar karakter me meer aanspeekt. Ik vind haar leven-digheid, haar droomwereld en haar nadruk op het gevoel erg leuk. Sonja vind ik een beetje koel overkomen. Ze is erg rationeel en ikzelf ben, net als Zon, wat meer op het gevoel gericht. Dat trekt mij ook meer aan in een persoon. Maar ik was al heel blij dat ze uiteindelijk toch de knoop door heeft gehakt om als één persoon door te leven. Ik was de hele tijd benieuwd wat ze zou gaan doen. Als Zon of als Sonja verder leven. Ik kon het boek dus haast niet weg leggen en dat heeft het toch een paar keer laat gemaakt 's avonds.



Eigenlijk zit er vanaf het begin af aan meteen vaart in het boek. Dat komt denk ik door de vele korte scènes en de verschil-lende verhaallijnen. Maar ook de vele sprongen in de tijd hebben invloed op de vaart in het boek. Ik vond dat alleen in het begin even lastig, maar je went er snel aan. Wat ik wel erg lastig vond waren de stukjes tussendoor. Een droom hier, een fantasietje daar. Ik kon ze eigenlijk niet echt plaatsen. Ze hielpen me wel bij het begrijpen van de gedachtengang van een persoon, met hun wensen en verlangens.



De personages in het boek zijn erg sprekend. Ze worden uit-gebreid beschreven op een manier dat je je voor kunt stellen hoe ze eruit zien en hoe ze zich gedragen. Dat vind ik altijd fijn in een boek, want dan kun je je veel beter een beeld vormen van de situatie. Zon is voor mij het meest herkenbare personage uit het boek. Ik vind dat ik een beetje op haar lijk omdat ik net als zij gevoel heb voor het oude. Ik luister ook altijd graag naar ver-halen over vroeger. Ook speelde ik vroeger altijd met jongens, en verkoos mijn racebaan boven de poppen (die ik niet had). Verder is Zon een echte dromerd, en dat ben ik ook wel een beetje. Dat zijn natuurlijk wel algemene kenmerken, maar met haar kan ik me in ieder geval beter identificeren dan met bijvoorbeeld Sonja. De problemen die de hoofdpersoon van het boek heeft hebben me toch wel aan het denken gezet. De schrijfster heeft op zo'n levensechte wijze weten te verwoorden wat de hoofdpersoon denkt en voelt, dat je haast wel mee moet gaan leven met deze persoon. Ik leefde vooral mee met Zon toen zij erachter kwam dat er helemaal niet zoiets is als haar cultuur. Zij pleegt nadat ze daarachter is gekomen (figuurlijke) zelfmoord. Ik zou nooit zelfmoord plegen, maar in het boek vind ik het erg mooi uitkomen: Een symbolische zelfmoord door Zon met als gevolg dat Sonja alleen verder kan leven. Het boek is absoluut niet voorspelbaar. Ik had bijvoorbeeld nooit gedacht dat het met een zelfmoord zou eindigen. Ik had meer iets verwacht als dat Zon iets met Geronimo zou krijgen, en dat zij Sonja weg zou kunnen stoppen, om zo zonder haar door te leven. Ik dacht dat omdat je van Zon het meest te weten komt. Maar het kan natuurlijk ook juist daarom andersom zijn.



Het taalgebruik is heel erg duidelijk. Ze cursiveert vaak woorden of zinnetjes waardoor belangrijke dingen in het verhaal benadrukt worden. Sommige mensen vinden dat niet fijn, maar ik vind het wel prettig, omdat je zo een beetje de hoofdlijnen en belang-rijke personen uit het verhaal kunt halen. De Indische woorden die zo nu en dan in de tekst voorkomen, vind ik niet storend maar juist leuk. Als zij er niet waren geweest was het verhaal lang niet zo sprekend geweest. Nu kun je je tenminste goed inbeelden dat het om een echt Indisch-Nederlands gezin gaat. De beeldspraak en symbolische verwijzingen in het boek hebben geen problemen opgeleverd. Zij komen niet echt veel voor in het boek en als dat toch het geval is, zijn ze gemakkelijk te begrijpen.



Het grote verschil met andere boeken die ik heb gelezen, is dat het thema me nog vreemd was. Meestal weet ik al wel wat van bepaalde onderwerpen of thema's af voordat ik begin met lezen, maar dat was nu helemaal niet het geval. "Pastorale '43" bijvoor-beeld, bevatte voor mij eigenlijk geen nieuwe thema's, ik heb al een heleboel geleerd over het verzet in W.O.II. bij geschiedenis. Bij het boek "Heden ik" wist ik al het één en ander over deze ziekte. "De moeder van David S." heeft als één van de hoofdthema's drugs en hoe mensen (ouders van kinderen die gebruiken) daarmee omgaan. Met zulke informatie word je tegenwoordig doodgegooid. Het boek "Geen gewoon Indisch meisje" bracht een voor mij nieuw thema aan het licht. Wat ik in dit boek ook erg goed vind, is dat de personen zo uitgebreid omschreven worden. Dat miste ik heel erg bepaalde andere boeken. In "Zwemmen met droog haar" wordt dat wel beschreven, maar op een manier die voor mij niet echt duidelijk overkomt. Ik vind het allemaal een beetje vaag in dat boek. Zo'n opbouw van het verhaal als in "Geen gewoon Indisch meisje", heb ik nog nooit meegemaakt. Dat snelle verspringen van de ene periode in tijd naar de andere, en al die "losse" stukjes die in het boek voorkomen. Ik vind "De moeder van David S." dan bijvoorbeeld ook veel rustiger lezen dan "Geen gewoon Indisch meisje". Niet dat ik moeite heb met deze manier van schrijven, want het is voor de afwisseling ook wel eens leuk om eens op die manier te lezen. Het dwingt de lezer om zijn of haar aandacht bij het boek te houden, en dat vind ik ook wel weer goed. In "de kleine blonde dood" en "Het dolhuis" is er ook zo'n soort opbouw. In deze boeken is het alleen niet zo rommelig omdat het maar om twee tijden gaat en dat is niet zo moeilijk uit elkaar te houden. Dit boek heeft erg veel indruk op mij gemaakt. Dat wil zeggen, de gebeurtenissen in het boek. Dat was bij "Zwemmen met droog haar" helemaal niet het geval. Dat is eerder saai dan indrukwekkend. Toch vond ik "Geen gewoon Indisch meisje" niet echt spannend. Het was natuurlijk wel spannend waarvoor de hoofdpersoon op het laatst zou kiezen, maar er wordt niet echt spanning opgebouwd. Dat is wel het geval bij "De Cliënt" en "Men in black", twee boeken die je weliswaar niet als echte literatuur kunt beschouwen, maar die door de opbouw van spanning en de humor, het lezen dubbel en dik waard zijn. Toch zijn er ook overeenkomsten tussen de verschillende boeken. De dag-boekvorm vind je bijvoorbeeld in verschillende boeken terug: "Zwemmen met droog haar", "Heden ik", "De kleine blonde dood", en zo kan ik er nog wel een paar noemen. Verschil is echter, dat in "Geen gewoon Indisch meisje", er meerdere ik-figuren aan het woord komen. Als ik dit boek vergelijk met sommige boeken van Renate Dorrestein, zie ik ook tussen deze boeken weer overeenkomsten: De vrouw staat centraal, de hoofdpersoon of personen zijn vrouwen, ze zijn in dagboekvorm geschreven, De vrouw uit het verhaal voelt zich anders, ze kijken allemaal terug naar het ver-leden en ze zijn allemaal door een vrouw geschreven. Toch zijn het compleet ver-schillende boeken. Maar dat is nou net het leuke eraan.



Maar ook als Bloems eigen werken met elkaar vergelijkt,zie je duidelijke overeenkomsten. "Rio", "Vaders van betekenis", "De honden van Slipi", "Batavia" en "Het land van mijn ouders" hebben vrijwel allemaal hetzelfde thema of een overeenkomstig thema. In "Rio" is het tegenovergestelde van "Geen gewoon Indisch meisje" aan de gang. De Indische hoofdpersoon, Gelgel, heeft zich zozeer aangepast aan de Nederlandse leefregels, dat zij de passie om werkelijk te leven is kwijtgeraakt. Na veel omzwervingen en o.a. een reis naar Brazillië lukt het haar wel, in tegenstelling tot Zon en Sonja, om de dualiteit op te heffen. In de andere romans spelen de tweede, en zelfs de derde generatie Indische Neder-landers, een grote rol.



Ik vond het erg leuk om het boek te lezen en ik heb er toch wel wat van op gestoken. Ik denk dat als je regelmatig zo'n soort boek leest, je kijk op de wereld wat breder wordt, en je je niet meer beperkt tot je huiskamer, je school en de weg die er naar toe leidt.



Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen