U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : J. Bernlef - Hersenschimmen.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=6 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1552 woorden.

Bibliografie
Eerste druk: 1984
Gelezen druk: 1995


Samenvatting
Op een ochtend staat Maarten Klein voor het raam als zijn vrouw, Vera, binnenkomt met thee. Wat idioot, denkt Maarten, ik zou toch zweren dat het ochtend was. Hij stelt zichzelf gerust, het is die verdomde rotwinter zegt hij, maar het gevoel van onbehagen gaat niet meer weg. Maarten is 71 jaar oud, gepensioneerd, en geniet nu met Vera van zijn oude dag. Zij zijn Nederlanders, maar wonen sinds lange tijd in Gloucester, een klein vissersplaatsje in Noord-Amerika.

Vanaf dat eerste incident gebeuren er meer van dat soort kleine dingetjes. Als Vera hem vraagt om de oven uit te zetten wordt hij heel zenuwachtig, hij vergeet zich te scheren, etc. Hij merkt dat hij zich soms opeens 'verdwaald' voelt.

Maarten doet erg zijn best om het voor Vera verborgen te houden. Als ze hem vraagt wat er toch aan de hand is, zegt hij weer dat het door de winter komt. Er vindt een beetje een verwijdering plaatstussen Vera en Maarten. Gesprekken verlopen steeds moeizamer, Maarten voelt zich onbegrepen. Zijn gedachten zitten steeds meer in het verleden. Hij denkt constant aan zijn vader, zijn werk, de mensen van zijn werk, een jeugdvriendein, een ex-collega die zelfmoord heeft gepleegd. Het wordt steeds erger. Maarten begint het heden en het verleden door elkaar te halen. Soms denkt hij ineens dat hij gewoon in Amsterdam woont, en op een ochtend wil hij weer naar zijn werk gaan. Dan haalt Vera de dokter erbij. Vanaf dan mag Maarten niet meer alleen naar buiten en hij vindt dat hij als een kind behandeld wordt. Gelukkig kunnen Vera en hij er nu wel over praten, maar Maarten wordt steeds onbereikbaarder. Grote delen van zijn geheugen zijn weggevallen, en dan komt het schokkende moment waarop hij heel even Vera voor zijn moeder aanziet.

Vanaf dan is Maartens geest een grote wanboel. Hij beseft nu ook nauwelijks meer dat hij in de war is, zoals in het begin wel het geval was. Er komt een 'oppas' in huis, zijn geliefde Vera is een vreemde voor hem, hij wordt incontinent en 's nachts aan zijn bed vastgebonden. Een moment van grote ontluistering voor Maarten is als hij een bepaald pianostuk dat hij tientallen jaren lang uit zijn hoofd heeft gekend, vergeten is.

Hij herkent zichzelf niet meer in de spiegel. Hij leeft helemaal in zijn eigen, warrige gedachten, de buitenwereld gaat langs hem heen. Het allerlaatste wat hij nog herkent is zijn hond, Robert. Maar ook Robert wordt 'een hond' voor hem. Dan wordt hij weggevoerd, naar een tehuis. Hij herkende zichzelf al niet meer in de spiegel, en in het tehuis raakt hij nog verder van zichzelf verwijderd. In zijn gedachten heeft hij het niet meer over 'ik', maar over 'hij', en nog later over 'het'. Laatste alinea: Maarten zoekt naar een hand, hij wil een hand vasthouden. Iemand geeft hem haar hand, maar Maarten weet niet dat het die van Vera is. Vera, die hem vertelt dat het weer lente wordt.


Personages
Tijdens een van de weinige keren det Vera en Maarten een goedlopende en persoonlijke conversatie hebben waarin ze zich echt weer een beetje 'samen' voelen, zegt Maarten: "Ik was vroeger zo verlegen dat mijn vader me archeoloog noemde. Ik keek altijd naar de grond." "Toen ik je leerde kennen was daar anders weinig van te merken." "Ik heb geleerd het spel mee te spelen," zeg ik. "Maar in wezen ben ik nog altijd een verlegen mens." Maarten komt over als een intelligent, heel sympathiek mens. Als hij merkt dat hij vergeetachtig en verdwaald raakt, praat hij er niet over met zijn vrouw. Hij begrijpt niet goed wat er met hem aan de hand is, en wil er zelf uit komen. Dit heeft tot gevolg dat er een verwijdering optreedt tussen hem en Vera, iets waar hij ook erg mee zit. Hij houdt veel van zijn vrouw,en van zijn hond. De winter vindt hij vreselijk. De ontwikkeling die Maarten doormaakt is enorm en verloopt zeer snel. In acht dagen tijd wordt hij van een gewone, vriendelijke oude man tot iets wat die wij jeugdigen een vieze oude kwijlende gek noemen, waarvan wij ons afvragen waarvoor hij nog leeft. Maarten is zich in eerste instantie zeer wel bewust van de ontwikkeling die hij doormaakt, later niet meer. Hij vervreemdt van het leven, van de wereld. Aan het einde kan hij alleen nog maar registreren, niet meer denken en analyseren. Net als zijn vader vroeger.


Thematiek
Al na drie bladzijden gelezen te hebben, waarin Maarten niets anders doet dan uit het raam kijken, en een beetje rondscharrelen, kwam de vraag in mij op: waar leeft deze man voor? Ook omdat Maarten en Vera nauwelijks zinnige dingen tegen elkaar zeggen.

Blijkt dat Maarten erg nadenkt over wat het leven is. Hij is geboeit door zijn vader die door louter feiten op te schrijven en in grafieken te verwerken, probeerde een systeem in die feiten te ontdekken. Of zijn mensen te nietig, is hun leven te kort om het systeem te vinden? Ik denk dat het thema is: de vraag wat het leven is. Zoals zijn vader het systeem achter de temperatuur wilde vinden, zoekt Maarten naar een systeem achter het het leven.

Ik denk dat een motief 'spiegels' is. Ik vind dat met die motieven heel moeilijk, ik snap het eigenlijk niet goed. Maar het viel me op dat Bernlef iets bijzonders deed met spiegels. Hij liet ze vaak terugkomen in het verhaal. Een spiegel is een manier van kijken naar iets, maar is iets wel zoals je het ziet? (het leven) Ik kan het niet echt verwoorden. Een ander motief dat Bernlef gebruikt, zou dat 'bomen' kunnen zijn? Op het laatst wil Maarten graag een bepaalde boom zijn. Bomen zijn dingen die totaal geen invloed op hun leven en wat er om hen heen gebeurt hebben. Ze groeien alleen maar.


Boekbeschrijving & Titel
"In het leven terug?....maar waar is zoiets gebleven?...is er wel zoiets?....of was gewoon alles inbeelding van het hoofd?....Hersenschimmen?"

De hoofdpersoon van dit boek vraagt zich af wat het leven is. Bestaat het wel? Of zijn het allemaal verzinsels van de geest? Kan je het dan zelf maken?


Opbouw
Het verhaal wordt volstrekt chronologisch verteld. We kijken gewoon een bepaalde tijd in iemands gedachten. Omdat die gedachten zo warrig zijn, raak je soms de draad een beetje kwijt, net als Maarten zelf. Als hulpmiddeltje is steeds de eerste regel van een nieuwe dag schuin gedrukt. Gedurende het verhaal verstrijkt er ongeveer een week. We maken alles mee wat Maarten denkt, ook een aantal flash-backs. Daarin komen we dingen te weten over zijn vader, die greep op het leven probeerde te krijgen door iedere dag de temperatuur te registreren, zijn jeugd, over een meisje waar hij eens verloofd mee was, en over een vroegere collega die zelfmoord heeft gepleegd, waaraan hij zich een beetje schuldig voelt. "En niemand wist waarom, behalve ik" Deze onderwerpen komen veel terug als hij zover is dat hij heden en verleden nauwelijks meer onderscheiden kan.

Het verhaal wordt uitsluitend vanuit het perspektief van Maarten verteld. Maar het is ook niet zo dat hij het vertelt aan iemand, achteraf. Ook geen algemene stukjes tussendoor, van: "De volgende dag...." We kijken rechtstreeks in zijn hersenen. En omdat die hersenen in de war zijn, is het verhaal vooral aan het einde verward en in korte rommelige zinnen neergeschreven.


Literatuur geschiedenis
J. Bernlef is een pseudoniem voor Hendrik Jan Marsman. Hij werdt op 14 januari 1937 in Sint-Pancras (Noord-Holland) geboren. Na in Haarlem de HBS doorlopen te hebben, ging hij in dienst, en daarna verbleef hij enige tijd in Zweden.

Van 1958 tot1961 zat hij samen met G.Brands en K.Schippers, schrijvers uit dezelfde periode als hij, in de redaktie van 'Rabarber', een literair tijdschrift. Hij vertaalde ook Zweedse boeken in het Nederlands en schreef voor een aantal kranten. In 1960 is hij gedebuteerd met de gedichtenbundel 'Kokkels'. In datzelfde jaar trouwde hij met Eva Hoornik. In 1964 besloot hij van schrijven zijn beroep te maken. Bernlef schrijft bijna altijd over wat het leven inhoudt, wat werkelijkheid is. Dat mensen dat soort dingen maar slecht kunnen verklaren.

Bron: Materiaalboek, Nieuwe Nederlandse literatuur, 1984 plus wat artikelen.


Eigen mening
Ik vind hersenschimmen echt een heel mooi boek. Het grijpt allemaal heel mooi in elkaar, het begin en het einde bijv. Ik vind het best wel aangrijpend, vooral als je je in Vera verplaatst. Het meest aangrijpende moment vind ik als hij Robert niet meer herkent. Dat een misschien wel heel waardevol mens in zo'n korte tijd zo nutteloos kan worden. Ik vind de thematiek interessant, Bernlef kijkt op een aparte manier tegen het leven aan, op een manier zoals ik er nog nooit over na gedacht had. Ik vind het knap geschreven, want Benlef was toen hij dat schreef nog niet zo oud als Maarten, en bovendien is zoiets als dat proces van die dementie opschrijven nog nooit eerder gedaan. (naar ik aanneem) Ik vind het wel een beetje ongeloofwaardig dat het in Maartens geest in een week tijd zo drastisch kan veranderen. Ik zou zeggen dat zoiets heel langzaam gaat. Het allerknapst vind ik nog, hoe Bernlef op zo weinig bladzijdes zo'n enorme verandering toch zo geleidelijk en onopgemerkt kan laten gebeuren. Het valt je als lezer nauwelijks op hoe ernstig het is, maar toch zit er een levensgroot verschil tussen de Maarten van het begin en die van het einde van boek.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen