U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Simone De Beauvoir - Une Mort Tres Douce / Een Zachte Dood.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/671 en is laatst upgedate op 20/03/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2534 woorden.

Titel

Une mort très douce



Jaar van uitgave

1964



Fabel

Op 24 oktober 1963 krijgt Simone de Beauvoir een telefoontje op haar hotelkamer in Rome. Bost, een vriend, belt haar vanuit Parijs. (Bost woont in hetzelfde gebouw als haar moeder). Hij vertelt haar dat haar moeder, Françoise (77 jaar), een ongeluk heeft gehad. Simone denkt dat ze is aangereden, want haar moeder is zwaar reumatisch. Ze is echter in de badkamer gevallen. Ze heeft haar dijbeen gebroken. Men heeft haar deur moeten forceren om binnen te komen. Ze werd overgebracht naar het ziekenhuis Boucicaut, ze wilde niet naar kliniek C. (waarvan Bost vindt dat er betere doktoren rondlopen), omdat dat te duur was, volgens haar. Een vrouw, Olga, die bij haar op de etage woont, brengt haar kleren.

De doktoren denken dat de oorzaak van de val een hartaanval was. Simone keert terug naar Parijs. Ze vond al enige tijd dat haar moeder er slechter uitzag dan voorheen. Bij het eerste bezoek, verwijt Françoise Simone dat ze al twee maanden niks meer van zich had laten horen. Aanvankelijk zou ze geopereerd worden, maar dit is volgens de doktoren niet nodig, de breuk zal zich vanzelf helen.

Ook haar zus Poupette is gebeld. Onlangs had zij (samen met haar man Lionel) haar moeder meegenomen naar de Elzas. Hier voelde haar moeder zich al niet lekker: ze had buikpijn en ze at niet. Lionel verspelde dat ze de winter niet zou halen. Hun moeder belt veel en ze leest wat. Haar bewegingen worden bemoeilijkt doordat ze haar armen nauwelijks kan gebruiken (de rechter omdat ze vroeger van de fiets was gevallen en de linker omdat ze nu was gevallen). Als ze haar linkerarm wat beter kan gebruiken, lijkt ze wat op te knappen. Simone moet terugdenken aan de dood van haar vader. Deze was zeer zwaarmoedig en zijn dood zorgde ervoor dat haar moeder wat meer buiten de deur kwam.

Doordat Françoise nog steeds niet eet en buikpijn houdt, maakt men röntgenfoto's. Deze laten zien dat ze in haar darmen een kwaadaardig kankergezwel heeft zitten. Dit schokt haar dochters. De vraag is nu of ze haar moeten laten opereren en of ze het haar moeten vertellen. 's Nachts moet hun moeder veel overgeven en de doktoren vragen zich af of ze de volgende dag zal halen. Poupette en Simone besluiten na overleg met Simone's vriend Sartre om haar te laten opereren. Aan familie, vrienden en hun moeder zelf vertellen ze dat ze wordt geopereerd aan buikvliesontsteking.

De operatie heeft voor Françoise geen complicaties meegebracht. Simone gaat naar Sartre om haar hart uit te storten en om het meegemaakte te verwerken.



Françoise heeft niet echt een gelukkige jeugd gehad. Haar ouders waren vrij streng. Daarom vluchtte ze al vroeg in een huwelijk. Ze behoorde tot de bourgeoisie. Dit huwelijk bleek ook niet alles te zijn. Het begon al bij de huwelijksreis. Ze hield van reizen, maar haar man niet zo. Hij was duidelijk de baas over haar. Nadat hun vermogen afnam ging het nog slechter. Haar man ging aan de drank en hij beledigde haar vaak in bijzijn van vrienden. Tegenover de buitenwereld gaf ze nooit toe dat het huwelijk knap waardeloos was. Haar dochters werden het belangrijkste voor haar.



Simone ervaart de sfeer in het ziekenhuis nu als een dodenstrijd. Haar moeder lijkt opgewekt. Ze vindt het bijzonder raar dat ze voor een dijbeenbreuk naar het ziekenhuis moet, en dat ze vervolgens aan haar buikvlies wordt geopereerd. Deze opgewektheid is echter schijn, ze is zeer zwak. Simone en Poupette vragen zich nu af of verlengen van haar leven of euthanasie het beste is. Ze waken beide aan het bed van hun moeder. Dit vindt zij heel raar, omdat ze denkt niet ernstig ziek te zijn. Poupette zegt dat ze dit niet erg vindt, omdat ze eraan gewend is, doordat Lionel ook wel eens in het ziekenhuis heeft gelegen. Vroeger vond Simone het gênant om haar moeder naakt te zien, nu niet meer, omdat ze haar niet meer echt als moeder beschouwt, maar als een ziek lichaam. Simone vertrekt met Sartre naar Praag.



Nadat Simone in Praag na een telefoongesprek eerst krijgt te horen dat het heel goed gaat met haar moeder. Ontvangt ze twee dagen later een telegram van Poupette: het gaat slechter met hun moeder en ze vraag of Simone thuis wil komen. Sartre denkt dat het beter is om nog twee, drie dagen te wachten, maar ze gaat toch terug. Terug in de kamer van haar moeder, vertelt die dat ze dacht dat ze in een kist lag die gedragen werd door verplegers. Een priester bezoekt Françoise, maar ze is hier niet echt van onder de indruk. Simone wil ook eens blijven slapen in het ziekenhuis in plaats van Poupette, deze ziet er namelijk vermoeid uit. Ze wil dit in eerste instantie niet, omdat hun moeder dan argwaan kan krijgen, later zal ze toegeven. Hun moeder slaapt erg veel. De gezondheid van Françoise gaat hard achteruit. Ze klaagt dat alles pijn doet. Men geeft haar steeds meer morfine spuiten. Simone en Poupette vinden het verschrikkelijk om hun moeder zo te zien lijden, en ze willen haar legen eigenlijk niet meer verlengen. Als Simone in de ziekenhuisrestauratie zit, terwijl Poupette bij hun moeder is, krijgt hun moeder weer ongelofelijke pijn, ze begint te ijlen en ze krijgt morfine spuiten. Françoise gaat weer rustig liggen en doet haar ogen dicht, ze is gestorven. De zuster deelt Simone en Poupette mede dat hun moeder niet heeft geleden, ze is een zachte dood gestorven.



Simone denkt terug aan haar moeder en haar opvattingen over de dood en het geloof. Françoise was altijd bang geweest voor kanker, maar in het ziekenhuis had ze er geen moment bij stilgestaan. Hiervoor zorgde de positieve zorg van haar vriendinnen. Ze geloofde noch in God noch in de duivel, ze geloofde alleen in leven na de dood.



Simone denkt dat haar moeder nog zou leven als ze het gezwel eerder hadden gezien. Misschien hadden ze haar leven nog kunnen rekken als ze haar nog een keer hadden geopereerd. Maar ze vindt ook dat haar moeder bevoorrecht is dat ze een zachte dood is gestorven.



Simone en Poupette gaan naar het ziekenhuis om hun moeders spullen op te halen. Samen regelen ze de begrafenis. Simone vindt het erg dat ze er niet bij was toen haar moeder stierf, ze vindt dat ze haar vader beter had begeleid bij diens sterven. Poupette blijft bij Simone slapen. Ze nemen een kalmerend middel om te kunnen slapen. Op de ochtend van de begrafenis doen ze dit weer. In de auto naar de begraafplaats toe komen ze erachter dat ze de bloemen hebben vergeten. Maar dit is niet erg, want ze weten dat hun moeder dit toch niet had gewild. Het is druk bij de begrafenis.



Als Simone papieren opruimt van haar moeder, haalt ze jeugdherinneringen op. Ze vindt het steeds erger dat haar moeder dood is; ze hield meer van haar dan dat ze dacht. Ze wordt boos op zichzelf, omdat ze zich liet meeslepen door hetgeen er in haar omgeving werd gezegd: Françoise had de leeftijd om te sterven. Ze berust met moeite in de dood.



Citaten

La standardiste a insisté pendant une demi-heure avant que je ne me réveille. Pendant ce temps Poupette était revenu près de maman, déjà absente; le cœur battait, elle respirait, assise, les yeux vitreux, sans rien voir. Et ç'a été fini: «Les docteurs disaient qu'elle s'éteindrait comme une bougie: ce n'est pas ça, pas ça du tout, a dit ma sœur en sanglotant – Mais, madame, a répondu la garde, je vous assure que ç'a été une mort très douce.»

(Uit: une mort très douce, S. de Beauvoir; blz. 74)



In dit fragment sterft Françoise. In de laatste regel zit de titel verborgen: une mort très douce. D.w.z. een zachte dood, dit verzacht het leed van Simone en Poupette. Ze vonden het namelijk verschrikkelijk om hun moeder zo te moeten zien lijden.



On avait transporté maman dans la salle d'opération d'où le docteur N. était sorti au bout d'un moment: deux litres de pus dans le ventre, le péritoine éclaté, une énorme tumeur, un cancer de la pire espèce. Le chirurgien était en train d'enlever tout ce qui pouvait s'ôter. Pendant que nous attendions, ma cousine Jeanne est entrée avec sa fille Chantal; elle arrivait de Limoges et croyait trouver maman tranquillement alitée: Chantal apportait un livre de mots croisés. Nous nous sommes demandé ce que nous dirions à maman, à son réveil. C'était simple: la radio avait montré qu'elle avait une péritonite et on avait aussitôt décidé de l'opérer.

(Uit: id.; blz. 26)



Dit citaat laat zien dat Simone en Poupette besloten hebben dat ze hun moeder vertellen dat ze een buikvliesontsteking had in plaats van een flinke tumor. Zo willen zij hun moeder behoeden voor extra leed, dat deze ziekte met zich mee brengt. Ook al had hun moeder hen vertelt, dat ze niet bang is te sterven en niet nutteloos in leven gehouden wil worden, dan nog willen ze haar niet opgeven. Ze heeft een grote schare dierbare mensen om zich heen.



Le soir, je l'imaginais morte, et j'avais le cœur chaviré. «Ça va plutôt mieux localement», m'a dit Poupette le matin, et j'en ai été accablée. Maman se portait si bien qu'elle a lu quelques pages de Simenon. La nuit elle a beaucoup souffert: «J'ai mal partout !» On l'a piquée à la morphine. Quand elle a ouvert les yeux dans la journée, son regard était vitreux et j'ai pensé : «Cette fois, c'est la fin.» Elle s'est rendormie. J'ai démandé à N.: «C'est la fin ? – Oh ! non, m'a-t-il dit d'un ton mi-compatissant, mi-triomphant, on l'a trop bien remontée !» Alors, c'était la douleur qui allait l'emporter ? Achevez-moi. Donnez-moi mon revolver. Ayez pitié de moi. Elle disait: «J'ai mal partout.» Elle remuait avec anxiété ses doigts enflés. Elle perdait confiance : «Ces docteurs, ils commencent à m'agacer. Ils me disent toujours que je vais mieux. Et moi je me sens plus mal.»

(Uit : id. ; blz. 62/63)



Naarmate Françoise langer in het ziekenhuis ligt, gaat haar gezondheid steeds verder achteruit. Ze heeft overal pijn, en de morfine spuiten volgen elkaar steeds vaker op. De vraag dringt zich aan Simone en Poupette op, of ze er nog wel goed aan doen om hun moeder op deze manier verder te laten leven. Ze vinden het mensonwaardig. De doktoren daarentegen, hebben gezegd dat hun moeder niet nodeloos zal lijden, maar die belofte kunnen ze niet waarmaken. Simone de Beauvoir vraagt zich in deze roman af in hoeverre men zich met andermans leven mag bemoeien, en beslissingen voor hem/haar mag maken. Ze beklaagt zich ook tegenover doktoren, die iemand koste wat het kost in leven willen houden, ook al gaat iemand kapot aan de pijn.



Mais non. On ne meurt pas d'être né, ni d'avoir vécu, ni de vieillesse. On meurt de quelque chose. Savoir ma mère vouée par son âge à une fin prochaine n'a pas atténué l'horrible surprise: elle avait un sarcome. Un cancer, une embolie, une congestion pulmonaire: c'est aussi brutal et imprévu que l'arrêt d'un moteur en plein ciel. Ma mère encourgeait à l'optimisme lorsque, percluse, moribonde, elle affirmait le prix infini de chaque instant; mais aussi son vain acharnement déchirait le rideau rassurant de la banalité quotidienne. Il n'y a pas de mort naturelle: rien de ce qui arrive à l'homme n'est jamais naturel puisque sa présence met le monde en question. Tous les hommes sont mortels; mais pour chaque homme sa mort est un accident et, même s'il la connaît et y consent, une violence indue.

(Uit: id.; blz. 88)



Dit citaat is het einde van het boek. Hierin geeft de hoofdpersoon en dus de schrijfster Simone de Beauvoir aan dat ze moeite heeft met de dood. Dood is een belangrijk thema uit het werk van S. de Beauvoir. Volgens haar 'is de dood geen vijand die men kan bestrijden'. Ze heeft al veel dierbare mensen verloren, ze is vertrouwd geraakt met de dood.



L'après-midi, maman avait les yeux ouverts; elle parlait de manière à peine distincte, mais lucidement. «Alors! Lui dis-je. Tu te casses la jambe, et on t'opère de l'appendicite!» Elle a levé un doigt et chuchoté avec une certaine fierté: «Pas appendicite. Pé-ri-to-ni-te.» Elle a ajouté: «Quelle chance…ètre là. – Tu es content que je sois là? – Non. Moi.» Une péritonite: et sa présence dans cette clinique l'avait sauvée! La trahison commençait. «Heureuse de ne plus avoir cette sonde. Si heureuse!» Vidée des ordures qui la vielle gonflaient son ventre, elle ne souffrait plus. Et avec ses deux filles à son chevet, elle se croyait en sécurité. Quand les docteurs N. et P. sont entrés, elle leur a dit d'une voix satisfaire: «Je ne suis pas abandonnée», avant de refermer les yeux.

(Uit: id.; blz. 39)



Dit fragment komt op mij heel vrolijk over. Het lijkt mij alsof Françoise het grappig vindt, dat ze geopereerd is aan haar buikvlies, terwijl ze met een gebroken dijbeen binnenkomt. Aan het einde zegt ze ook nog dat ze niet verlaten is, volgens mij zegt ze dit op een vrolijke manier. Dit stukje vind ik een van de leukste uit het boek. Door de aanwezigheid van de dood en de aftakeling van Françoise is het verhaal heel depressief. Dan vind ik het toch leuk dat er zo'n vrolijk stukje in staat.



Mening

Het viel me niet mee om dit boek te lezen. Het eerste hoofdstuk snapte ik vrij goed, maar ik vond het vrij moeilijk om het aftakelingsproces van Françoise te volgen. Naar mijn mening kon ik wel de grote lijn volgen van dit proces, maar de details waren toch een heel andere zaak. Daarbij komt nog verder dat er weinig dialogen waren, dit maakt een verhaal voor mij moeilijker om te begrijpen.

Over het algemeen vond ik het niet een echt leuk boek, dit komt door de nadrukkelijke aanwezigheid van de dood. Dit maakt mij toch niet echt vrolijk. Door de belangrijkheid van de dood, was het verhaal, naar mijn mening, erg beschrijvend. Dit vind ik niet erg leuk om te lezen, ik heb liever dat er veel verschillende dingen gebeuren. Dan begrijp ik het verhaal, denk ik, ook beter. Ik vond het moeilijk om mij met kanker te identificeren. Ik heb namelijk kanker nog nooit van erg dichtbij meegemaakt. Je hoort wel van anderen, hoe erg het is om met deze ziekte in aanraking te komen. Dit maakte het voor mij weer moeilijker om me in het verhaal in te leven.

Wat voor mij wel heel bekend is, is de vraag of men het leven van een ziek iemand moet verlengen of niet. In mijn naaste omgeving is het namelijk de vraag of men het leven van een dement iemand, moet verlengen als deze persoon ziek zou worden. Ik moet zeggen dat ik mij nu wel afvraag of er zoiets bestaat als een zachte dood. Ik denk het wel als iemand zonder kwalen, in zijn slaap 'aan ouderdom' overlijdt. Maar anders denk ik dat de dood altijd pijn doet. Dit is ook zo in het geval van Françoise, aan haar 'zachte' dood, gaat een groot lijden aan vooraf.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen