U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Emile Ajar - La Vie Devant Soi.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/660 en is laatst upgedate op 20/03/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3052 woorden.

Titel

La vie devant soi



Jaar van uitgave

1975



Samenvatting

Madame Rosa (85 jaar) is een joodse vrouw uit Polen, die kinderen verzorgt van prostituees. Eén van de kinderen is Mohammed, een Arabische jongen. (Verder zijn er nog Moïse, joods, en Banania, een neger.) Hij woont sinds z'n derde bij madame Rosa, als hij zes is komt hij erachter dat zij geld ontvangt om hem te verzorgen. Hij is hier kapot van, hij denkt dat niemand van hem houdt. Aan meneer Hamil, zijn 'leraar', vraagt hij of je kunt leven zonder liefde, volgens Hamil wel. Momo wil graag z'n moeder bij zich, dus praat hij zich buikpijn aan en hij poept het hele huis onder. Dit doet madame Rosa terugdenken aan Auschwitz. Later gaat hij stelen om gestraft te worden, maar ook hier krijgt hij niet het gewenste resultaat.



Momo is het lievelingetje van madame Rosa. Zij is ernstig ziek, haar haren vallen onder andere uit. Momo is het oudste kind, en moet dus een voorbeeld voor de anderen zijn en hij moet haar helpen. Momo wil een hond, wat zij niet goed vindt. Ze zegt er echter verder niks van als hij met een (gestolen) hond thuis komt.



Momo verkoopt de hond voor 500 FF aan een rijke vrouw. Het geld gooit hij in het riool. Het ging hem er alleen om dat de hond goed terecht zou komen. Madame Rosa vindt dit niet normaal en neemt hem mee naar haar dokter Katz. Deze zegt haar dat er met Momo niets aan de hand is, en hij schrijft madame Rosa op haar beurt kalmeringspillen voor.



Madame Rosa heeft allerlei valse documenten om zich voor gevaren vanuit allerlei hoeken te beschermen. Momo wil weten wie zijn ouders zijn en hoe oud hij nu precies is. Madame Rosa wil het hem niet vertellen ze vindt het namelijk te schokkend.



Meneer N'Da Amédée is een pooier. Hij is analfabeet en daarom schrijft madame Rosa brieven voor hem naar zijn ouders in Afrika. Meneer N'Da nodigt Momo uit om op de verjaardag van zijn zoontje langs te komen, maar Momo wil niet. Onder haar bed heeft madame Rosa een schilderij van Hitler, dit is haar houvast in haar verwarde hoofd.



Madame Rosa vertelt Momo vaak over de oorlog. Soms gaat ze midden in de nacht weg naar een kamer. Als Momo belooft niets door te vertellen zal ze het hem laten zien. Als madame Rosa bang is gaat ze naar haar 'trou juif' (=joden hol).



De politie komt madame Rosa vragen stellen over het opvoeden van de kinderen, de valse documenten helpen haar. Momo heeft 'een blauwe angst' om ooit zonder madame Rosa te moeten leven.



Momo heeft één vriend: Arthur. Dit is een paraplu, waar hij een hoofd op heeft zitten, dit is volgens meneer N'Da tegen hun geloof. Op straat verdient hij geld met Arthur. Verder slaapt hij ermee als met een knuffel. Als hij door de rosse buurt loopt wordt hij door hoeren aangesproken. Ze vinden hem zielig en geven hem 100 FF.



Het gaat slecht met madame Rosa. Ze heeft suikerziekte en hiervoor moet ze spuiten. Door een verkeerde ampul spuit ze een flinke dosis heroïne.



Momo gaat naar het circus. Hij vindt het erg mooi. Hij steelt snoep waarna hij dit weer weggooit. Hij ontmoet een blonde vrouw, die hem probeert te versieren. Ze nemen afscheid.



Momo achtervolgt de blonde vrouw. Hij denkt eraan dat hij madame Rosa niet alleen mag laten, want Moïse vond een tehuis en Banania was in bespreking.



Momo ziet een film.



Momo ontmoet Nadine in de bioscoop. Ze heeft nogal bewondering voor Arthur. Hij gaat met haar in de projectie ruimte zitten, zij werkt hier. Ze nodigt hem uit om wat met haar te gaan drinken. Nadine geeft haar adres aan Momo, zodat hij haar en haar vriend kan bezoeken. Haar vriend werkt namelijk met kinderen. Momo vertrekt en rent naar huis. Onderweg krijgt hij wroeging, omdat hij plezier heeft gehad zonder madame Rosa.



De gezondheid van madame Rosa is verslechterd. Dokter Katz zegt tegen Momo dat ze geen kanker heeft, maar wel zo goed als elke andere ziekte, verder is ze aan het dementeren. Hij vindt dat ze naar het ziekenhuis moet. Als Momo aan madame Rosa vertelt dat ze geen kanker heeft, wat ze wel dacht, is ze zeer gelukkig. Ze vieren een feestje en drinken champagne, aangeboden door meneer N'Da. Momo heeft het dementeren voor madame Rosa verzwegen.



Momo praat met meneer Hamil over trouwen en hij probeert zelf een gedicht zoals Victor Hugo te schrijven. Meneer Hamil heeft het vaak over Victor Hugo.



Nu men op de hoogte is van het dementeren van madame Rosa, komt men vaker op bezoek. Mevrouw Lola, een travestiet, is er nu vaak te vinden en helpt hier en daar. Een fransman Charmette, komt ook langs net als de gebroeders Zaoum. Die haar helpen als ze moet lopen in haar kamer.



Men helpt allemaal, zelfs Moïse is teruggekomen.



Madame Rosa wordt wakker en wil weten wat dokter Katz precies allemaal heeft gezegd. Momo houdt de boot nog wat af, als het om het ziekenhuis gaat.



Meneer Waloumba, een neger uit Kameroen, komt met een stel dansers naar madame Rosa om de kwade geesten te verdrijven. Momo en Moïse dansen ook mee. Als ze weer alleen zijn moeten Momo en Moïse beide beloven dat ze ervoor zorgen dat zij niet naar het ziekenhuis hoeft.



Een oudere zieke man klopt aan bij madame Rosa, Momo doet open. De man stelt zich voor als Yoûssef Kadir. Hij is op zoek naar zijn zoon Mohammed die hij elf jaar geleden hier had achtergelaten. Hij was rijk geworden van het tippelwerk van (vooral) zijn vrouw, Aïcha. Hij vermoorde haar uit jaloezie. Hiervoor zat hij elf jaar in en psychiatrische instelling. Hij blijft volhouden dat hij niet verantwoordelijk was voor de dood en dat hij een 'goede bekende van de politie en géén slechte' is. Madame Rosa is ontwijkend als het gaat om zijn kind. Hij had namelijk sinds tijden al niet meer betaald. Uiteindelijk zegt ze dat Moïse zijn kind is, hierop wordt Yoûssef gek. Moïse is namelijk joods, terwijl zijn kind islamitisch was toen hij hem afleverde. Volgens madame Rosa is er sprake van een persoonsverwisseling. Moïse is eigenlijk Mohammed, terwijl de echte Moïse als Mohammed in een islamitisch gezin leeft. Hierop krijgt Yoûssef een hartaanval en hij sterft. Momo roept de gebroeders Zaoum om het lichaam voor de deur van meneer Charmette te leggen. Een fransman heeft hier namelijk minder problemen van dan een buitenlander. Momo heeft natuurlijk door dat dit zijn vader was, en hij weet nu ook dat hij geen tien jaar oud is, maar veertien.



Madame Rosa praat met Momo over zijn situatie en ze zegt dat Yoûssef niet zeker zijn vader was. Aïcha had namelijk twintig klanten op een dag als prostituee. Het gaat steeds slechter met madame Rosa. Dokter Katz, op de rug van een broer Zaoum gebracht, komt langs om te zeggen dat ze naar het ziekenhuis moet. Als iedereen weg is blijft Momo aan het bed van madame Rosa zitten.



Mevrouw Lola en meneer Waloumba (met dansers) komen langs om madame Rosa te helpen. Ze hebben medelijden met haar. Momo die verdrietig is gaat de straat op en gaat naar de bioscoop. Hier ontmoet hij Nadine. Zij neemt hem me naar haar huis, waar hij haar vriend Ramon ontmoet. Hij vertelt hun over madame Rosa, over de gebeurtenissen rond zijn moeder en Yoûssef en over andere types in de flat. Als Momo gevraagd wordt of hij Arabisch is gaat hij er vandoor.



Als Momo terugkomt ziet hij een ambulance staan, maar deze is niet voor madame Rosa, het is voor meneer Bouaffa, deze is gestorven. Als Momo bij madame Rosa komt, zit ze onder de poep en plas, ze is bang dat de ambulance voor haar is. Momo zegt haar dat hij haar zal beschermen. Mevrouw Lola en de gebroeders Zaoum komen langs om madame Rosa en haar bed te verschonen.



Meneer Charmette stuurt een grafkrans, omdat hij dacht dat madame Rosa was overleden. Dokter Katz komt langs en wil haar in het ziekenhuis hebben. Momo weigert dit en wil euthanasie, maar dit kan volgens dokter Katz niet, omdat het in strijd is met de wet. Momo laat in het gesprek voor het eerst merken dat hij ook echt vier jaar ouder is. Dokter Katz staat toe dat madame Rosa thuis blijft, als ze maar loopt in de kamer, zodat ze niet aan bed gekluisterd blijft.



Meneer Waloumba komt langs om met madame Rosa wat te wandelen. Daarna wil ze van Momo weten wat dokter Katz heeft gezegd. Momo vertelt haar dat hij haar in het ziekenhuis als plantje in leven willen houden.



Dokter Katz komt langs en wil een ambulance bellen. Momo krijgt plotseling echter een idee. Hij vertelt dokter Katz dat er die dag rijke familie uit Israël komt, die madame Rosa mee terug nemen. Momo gaat ook mee om haar te verzorgen. Nu kan ze rustig sterven. De geëmotioneerde Katz vindt dit heel mooi en vertrekt. Madame Rosa, die alles gehoord heeft, is blij dat ze naar Israël gaan (althans dat denkt ze), en ze is ook zeer gelukkig dat Momo haar zo goed helpt.



De huurbaas komt geld halen. In het café van meneer Driss, belt Momo hem op en vertelt hem dat hij het geld krijgt van de rijke familie van madame Rosa.



's Nachts vertelt Momo aan madame Rosa dat ze gaan vertrekken naar Israël. Ze gaan naar de kelder, naar haar 'trou juif'. De mensen die ze onderweg tegenkomen vertellen ze dat ze naar Israël gaan. In de 'trou juif' gaat ze in een fauteuil zitten, ze sluit de ogen en mompelt een paar keer Blumentag. Ze is gestorven.



Na de dood van madame Rosa blijft Momo aan haar zijde, zelfs als ze begint te ontbinden. Hij maakt haar op en parfumeert haar. Hij wil haar blijven zien omdat hij van haar houdt. Hij zegt tegen iedereen dat madame Rosa naar Israël is vertrokken en dat hij haar achterna zal reizen.



Citaten

Le docteur Katz s'est assis à côté de moi sur l'escalier et il m'a mis une main sur l'épaule. Il ressemblait à Monsieur Hamil par la barbe.

« Il ne faut pas pleurer, mon petit, c'est naturel que les vieux meurent. Tu as toute la vie devant toi. » 

Il cherchait à me faire peur, ce salaud-là, ou quoi? J'ai toujours remarqué que les vieux disent «tu es jeune, tu as toute la vie devantt toi», avec un bon sourire, comme si cela leur faisait plaisir.

Je me suis levé. Bon je savais que j'ai toute ma vie devant moi mais je n'allais pas me rendre malade pour ça.

(Uit: la vie devant soi; Emile Ajar. Blz. 85)



Dit fragment slaat terug op de titel. Temidden van de ouderen: madame Rosa, meneer Hamil en dokter Katz is Momo de enige die nog kans heeft om te leven. Maar de aanwezigheid van de ouderen werkt eerder negatief, omdat de levensomstandigheden van hen verslechteren. Men zou zich ook af kunnen vragen of Momo nog op zijn toekomst zit te wachten. Hij heeft in zijn prille leven al tamelijk wat meegemaakt. En zijn toekomst ziet er niet bepaald rooskleurig uit.



J'ai pensé à Madame Rosa, j'ai hésité un peu et puis j'ai demandé:

"Monsieur Hamil, est-ce qu'on peut vivre sans amour?"

Il n'a pas répondu. Il but un peu de thé de menthe qui est bon pour la santé. Monsieur Hamil portait toujours une jellaba grise, depuis quelque temps, pour ne pas être surpris en veston s'il était appelé. Il m'a regardé et a observé le silence. Il devait penser que j'étais encore interdit aux mineurs et qu'il y avait des choses que je ne devais pas savoir. En ce moment je devais avoir sept ans ou peut-être huit, je ne peux pas vous dire juste parce que je n'ai pas été daté, comme vous allez voir quand on se connaîtra mieux, si vous trouvez que ça vaut la peine.

"Monsieur Hamil, pourquoi ne me répondez-vous pas?"

"Tu es bien jeune et quand on est très jeune, il y a des choses qu'il vaut mieux ne pas savoir."

"Monsieur Hamil, est-ce qu'on peut vivre sans amour?"

"Oui," dit-il, et il baissa la tête comme s'il avait honte je me suis mis à pleurer.

(Uit: id. Blz. 8)



In dit fragment zit de hamvraag van het verhaal: kan men leven zonder liefde? Het hele verhaal is Momo op zoek naar het antwoord. In dit fragment zegt meneer Hamil dat het mogelijk is. Maar de laatste drie woorden van het verhaal laten zien wat Momo gevonden heeft: il faut aimer. Men heeft de liefde dus nodig.



Merde, j'ai pensé, mais j'ai rien dit devant le docteur. J'ai hésité un moment et puis j'ai demandé:

"Dites, est-ce que vous ne pourriez pas l'avorter, docteur, entre Juifs?"

Il parut sincèrement étonné.

"Comment, l'avorter? Qu'est-ce que tu racontes?"

"Ben, oui, quoi, l'avorter, pour l'empêcher de souffrir."

Là, le docteur Katz s'est tellement ému qu'il a dû s'assesoir. Il s'est pris la tête à deux mains et il a soupiré plusieurs fois de suite, en levant les yeux au ciel, comme c'est l'habitude.

"Non, mon petit Momo, on ne peut pas faire ça. L'euthanasie est sévèrement interdite par la loi. Nous sommes dans un pays civilisé, ici. Tu ne sais pas de quoi tu parles."

"Si je sais. Je suis algérien, je sais de quoi je parle. Ils ont là-bas le droit sacré des peuples à disposer d'eux-mêmes." Le docteur Katz m'a regardé comme si je lui avais fait peur. Il se taisait, la gueule ouverte. Des fois j'en ai marre, tellement les gens ne veulent pas comprendre.

(Uit: id. Blz. 151)



Dat Momo ouder overkomt dan veertien jaar, blijkt wel uit dit fragment. Hij gaat met dokter Katz in discussie over euthanasie. Dit is toch geen onderwerp waar een kind van veertien over praat. Door de ervaringen van Momo met de onderkant van de samenleving (hij woont immers tussen de pooiers, prostituees en armoedzaaiers) is hij geestelijk al meer ontwikkelt dan leeftijdsgenoten. Maar Momo heeft ook zijn momenten, dat hij gewoon een kindje is. Kijk maar naar zijn vriend Arthur de paraplu, dit is zijn knuffel, waarbij zijn fantasie op hol slaat.



Monsieur Zaoum l'aîné l'attendait poliment à la porte pour le descendre. Monsieur Waloumba et ses tribuns ont couché Madame Rosa sur son lit bien propre et ils sont partis aussi. Moi, j'étais là avec mon parapluie Arthur et mon pardessus et je regardais Madame Rosa couchée sur le dos comme une grosse tortue qui était pas faite pour ça.

"Momo…"

J'ai même pas levé la tête.

"Oui, Madame Rosa."

"J'ai tout entendu."

"Je sais, j'ai bien vu quand vous avez regardé."

"Alors, je vais partir en Israël?"

Je disais rien. Je baissais la tête pour ne pas la voir car chaque fois qu'on se regardait on se faisait mal. "Tu as bien fait, mon petit Momo. Tu vas m'aider."

"Bien sûr que je vais vous aider, Madame Rosa, mais encore pas tout de suite."

J'ai même chialé un peu.

(Uit: id. Blz. 164)



In het begin van het verhaal werd Momo verzorgd door madame Rosa. Zij voedde hem op. Maar gedurende het verhaal verandert dit perspectief. Hoe meer madame Rosa dementeert, hoe meer Momo haar moet verzorgen. De termen verzorger en verzorgde worden omgedraaid. In dit fragment komt het letterlijk naar voren dat Momo madame Rosa aan het helpen is. Maar Momo is niet de enige die haar helpt. Ook andere personages uit het verhaal helpen madame Rosa, want zij heeft namelijk in het verleden hen geholpen. Bijvoorbeeld mevrouw Lola, vroeger gaf madame Rosa valse getuigenissen om mevrouw Lola te helpen. Nu helpt mevrouw Lola bij het verzorgen van madame Rosa.



Il se tourna vers moi et me regarda avec une peur bleue, à cause des émotions que ça allait lui causer.

"C'est lui?"

Mais Madame Rosa avait toute sa tête et même davantage. Elle s'est ventilé, en regardant Monsieur Yoûssef Kadir comme si elle savourait d'avance.

Elle s'est ventilée encore en silence et puis elle s'est tournée vers Moïse.

"Moïse, dis bonjour à ton papa."

"B'jour, p'pa," dit Moïse, car il savait bien qu'il n'était pas arabe et n'avait rien à se reprocher.

Monsieur Yoûssef Kadir devint encore plus pâle que possible.

"Pardon? Qu'est-ce que j'ai entendu? Vous avez dit Moïse?"

"Oui, j'ai dit Moïse, et alors?"

Le mec se leva. Il se leva comme sous l'effet de quelque chose de très fort.

(Uit: id. Blz. 125)



Uit dit fragment zou je kunnen opmaken dat er sprake van liefde is tussen Momo en madame Rosa. Terwijl iedereen allang weet dat Momo de zoon is van Yoûssef, beschermt madame Rosa hem door te zeggen dat Moïse de zoon is. Het is echter moeilijk om de liefde tussen hen aan te geven met een citaat. Ze zeggen het nergens letterlijk, het blijkt uit hun handelingen.



Mening

Ik vond dit boek best moeilijk om dit boek te lezen. Ik vond sommige stukken niet echt makkelijk om te lezen. Bijvoorbeeld stukken uit het middenstuk vond ik lastig, dit had misschien met mijn concentratie te maken. Maar ik denk dat ik toch ontzettend mijn best heb gedaan om het boek goed te begrijpen.

Het einde van het boek is redelijk voorspelbaar. Je zag het op het moment van Momo's idee al aankomen dat madame Rosa zou sterven in de 'trou juif'. De gebeurtenissen zijn over het algemeen niet al te moeilijk om te snappen. Het was mij bijvoorbeeld al lang duidelijk dat Yoûssef de vader was van Momo.

Omdat ik het verhaal soms redelijk voorspelbaar vond, miste ik toch wel wat spanning. Maar dat was te verwachten want de gebeurtenissen zijn op zich niet echt belangrijk. De bedoeling van het verhaal is belangrijker. Zoals bijvoorbeeld de hamvraag of het opgroeien van Momo.

Ik voelde mezelf niet echt aangetrokken tot de situatie, omdat ik simpelweg zo'n situatie niet ken. Ik woon niet in een achterbuurt, en ik word niet verzorgd door een ex-prostituee van vijfentachtig jaar. Al lijkt me zo'n leven in de achterbuurten best avontuurlijk, je ontmoet mensen, die best interessant zijn. De mensen die er wonen hebben dingen meegemaakt in hun leven, die mij redelijk spannend lijken. Althans dat denk ik.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen