U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Arthur Van Schendel - Het Fregatschip Johanna Maria.
Deze versie komt van http://www.verslagen.com/index.php?page=boek_toon&boek_id=46 en is laatst upgedate op 01/01/2004.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2789 woorden.

Bibliografie:



Naam van de schrijver : Arthur van Schendel

Titel : Het fregatschip Johanna Maria

Uitgever : Meulenhoff

Plaats van uitgave : Amsterdam

Druk : 40e druk

Jaar van uitgave : 1979 (1930)

Genre : Roman

Aantal bladzijden : 144


Eerste reactie



Ik wilde dit boek graag lezen, omdat ik altijd wel interesse heb gehad in zeilen. Hierdoor was dit boek ook aanvankelijk mijn eerste keus boven Kaas van Willem Elsschot bij het project van de historische letterkunde. Daarom heb ik toen ik dit boek zag staan hem maar meegenomen en ben ik het gaan

lezen.



Ik vond het wel een interessant boek om te lezen, omdat het verhaal een paar heel onwaarschijnlijke wendingen maakt en ook om over de liefde van al die zeemannen over de zee en het schip te lezen is heel interessant. Ik ben an ook benieuwd hoe dat komt. Ook omdat ik zelf van zeilen hou sprak dit boek mij wel aan. Dit waren denk ik mijn eerste indrukken wel zo ongeveer.


Verdieping/Samenvatting



Dit boek gaat over Jacob Brouwer als hoofdpersoon en het schip Johanna Maria. Jacob Brouwer woonde in een kelder in Amsterdam. Dit was het enige vertrek. Zijn vader kwam vaak dronken thuis en sloeg hem dan. Vaak vluchtte hij dan naar de haven en daar besloot hij om later te gaan varen. Hij ging werken bij een zeilmakerij en al snel bleek dat hij zeer handig was in het maken en repareren van zeilen.

Toen gebeurde het dat de Johanna Maria te water werd gelaten en Jacob Brouwer werd gelijk verliefd op dit schip. Hij monsterde aan als zeilmaker. Op het schip hadden vier matrozen en één scheepsjongen aangemonsterd op de Johanna Maria, die uit dezelfde buurt kwamen als hij, namelijk Oostenburg. Het waren Dirk Janse, Jan de Ruiter, Hendrik Meeuw en Christiaan Polwijk als matrozen en Hendrik Prins als scheepsjongen. De kapitein heette Jan Wilkens en de stuurman Evers. Het hart van de kapitein lag alleen niet bij de scheepvaart, maar bij zijn vrouw en zijn zieke kinderen. Hij wilde zo hard mogelijk varen om zo snel mogelijk thuis te zijn. Het schip werd langzaam afgetakeld en Brouwer moest dat met lede ogen aangezien. Soms op nachtelijke uren ging Brouwer aan het rad staan en dan haalde het schip meestal veertien en soms wel vijftien knopen. Iets wat de stuurman hem niet na kon doen. Toen ze weer aankwamen in Amsterdam hoorde de kapitein dat hij weer een kind had verloren.

Op de volgende reis waren er twee nieuwe gezichten aan boord, namelijk Van Nes, derde stuurman en Blauw, matroos. Zijn brachten de haat mee naar binnen. Er vormden zich twee partijen. Bos, de bootsman werd ziek en Polwijk werd als bootsman aangewezen. Polwijk die zich ergerde aan Van Nes zijn onmateloze gedrag liep hem expres omver. Van Nes wreekte en liet verkeerd brassen en het zeil scheurde. Polwijk als bootsman kreeg de schuld en werd vervangen. Toen was een nieuwe haat geboren en iedereen had ruzie met elkaar. De bootsman gaat zich bedrinken, nadat steeds meer van zijn kinderen sterven en tenslotte ook zijn vrouw getraumatiseerd wordt. Steeds vaker staat Brouwer aan het rad. Als de kapitein hem een keer betrapt gooit hij hem van de trap af. Hier krijgt hij later spijt van en hij biedt zijn excuses aan. Brouwer staat steeds vaker aan het roer, soms ook op het

verzoek van Wilkens. Dan zegt Wilkens dat Brouwer beter voor het schip kan zorgen dan hij. De volgende dag is Wilkens verdwenen. De Johanna Maria komt terug met de vlag half stok.

Vanaf nu vaart het schip iedere keer onder andere gezagvoerders en als het schip dan een keer een aanvaring krijgt, wordt het verkocht. Vanaf nu vaart het onder Noorse vlag en het schip wordt omgedoopt tot Ingrid. Brouwer voelt steeds meer liefde voor het schip en weet nu dat hij eigenaar van het schip wil worden en als hij dat wil moet hij op het schip blijven varen, om het niet kwijt te raken. Hij monstert daarom aan bij de Noorse reder en komt daar in dienst als zeilmaker. De kapitein van het schip heet Nilsen. Bij hem heeft Brouwer een gouden tijd, want hij verdient veel aan de smokkelhandel.

Hij gebruikt alleen geld om in zijn eerste levensbehoeften te voorzien. Het schip krijt een nieuwe kapitein, namelijk kapitein Rasmussen. Brouwer wordt bevorderd tot bootsman en krijgt vaak de hondenwacht ('s nachts) zodat hij kan sturen. Dan krijgt het schip voor de tweede keer een aanvaring en wordt het verkocht aan een Russische firma. Het schip krijgt de naam Feodora. Brouwer wordt weer bootsman op de Johanna Maria. (Hij noemde het schip nooit anders) Zijn kapitaal blijft

gestaag groeien tot er op een gegeven moment een nieuwe kapitein komt, de ruziezoekende kapitein Braun. Brouwer komt een jonge Fin (zijn kameraad) te hulp die door kapitein Braun wordt geslagen. Brouwer slaat de kapitein en aan land gekomen krijgt hij zes maanden gevangenisstraf. Hij heeft het schip uit het oog verloren. Na vijf jaar rondgevaren te hebben op allerlei schepen om de Johanna Maria te zoeken komt hij Jan de Ruiter tegen, die vroeger als matroos zeventien jaar met hem gevaren heeft. Hij vertelt dat hij het schip verschillende keren heeft gezien in Zuid-Amerika. Het schip was in de tijd dat hij zocht verschillende keren van eigenaar gewisseld. Het is ook eigendom geweest van de Chileense regering, die het heeft gebruikt als opleidingsvaartuig. Het is toen beschoten door een Peruaanse kanonneerboot. Tenslotte is de Johanna Maria gekocht door drie avonturiers. Het schip draagt nu de naam Lilian Bird. Brouwer vertrekt naar Zuid-Amerika en ziet de Lilian Bird liggen, net op

het punt om uit te varen, maar vanwege de storm moet het schip van Brouwer en de Lilian Bird in de haven blijven. Brouwer monstert gelijk aan bij het schip. Daar ontmoet hij Hendrik Prins, een zoontje van zijn vroegere vriend en medevaarder op de Johanna Maria, Hendrik Prins. Hij is overgelukkig dat hij het schip heeft teruggevonden. Hij geeft het hele schip een beurt net zo lang tot er niks meer aan te repareren valt. Het schip maakt kleine tochtjes met weinig winst en de eigenaren van het schip drinken al hun winst op. Als ze hebben aangelegd in Honolulu ontstaat er plotseling een

vechtpartij. Hij liep op het rumoer af en voor hij begreep wat er gebeurde viel hij neer. Het schip voer zonder hem weg. Brouwer herstelt en als het schip na lange tijd weer aanlegt heeft het een andere kapitein. Als hij de boot betreed ontmoet hij Meeuw, een van zijn vroegere kameraden die nu

bootsman is op de Johanna Maria. Brouwer en Meeuw werken constant om het schip te beteren.

Als ze klaar zijn met het beteren van het schip vaart het niet uit, omdat de kapitein te weinig geld heeft voor een nieuwe lading. Brouwer leent hem geld en ze vertrekken. Als ze bij een eilandje komen krijgt Brouwer het bevel om een kist met gereedschap naar het eilandje te brengen. Toen hij op het eiland aankwam en hij achterom keek zag hij dat het schip zee koos. Op het eilandje woonden tien inboorlingen die parels visten voor de Eastern Pacific Company. Brouwer belooft de duikers in ruil voor wat Parels hun de vrijheid te schenken, want ze konden niet van het eilandje af. Dit deden zij en Brouwer vertrouwde volledig op Meeuw. Na een tijd komt de Lilian Bird terug en ondertussen heeft Brouwer genoeg geld verdiend aan de parels om het schip te kopen. Het schip heeft een nieuwe kapitein, omdat de oude kapitein hem waas gesmeerd met het geld van Brouwer. De nieuwe kapitein was Van Nes, die nu Nash heet. Brouwer koopt het schip, maar Nash zou het schip nog naar zijn volgende bestemming brengen. Daar kon Brouwer namelijk zoeken naar een nieuwe kapitein, omdat hij zelf geen kaart kon lezen.

Perrin, de tweede stuurman vroeg Nash telkens om raad, wat Brouwer hem verbood. Toch luisterde Perrin naar Nash en bracht hierdoor o.a. het roer grote schade toe. Brouwer reageert hierop door Nash overboord te gooien. Ze kunnen het roer nog net redden en halen met moeite de plaats van bestemming. Het schip krijgt een nieuwe kapitein, Evans, die op de Johanna Maria een van de kapiteins na Wilkens is geweest. Het schip vaart naar Amsterdam onder de Hollandse vlag. Het schip wordt gemeerd aan de Dijkgracht, vlak bij de plek waar het te water is gelaten. Er zijn nog drie mensen aan boord, die in het schip wonen, namelijk, Meeuw, Every, die onder Brouwer werkte en Brouwer zelf. Meeuw besluit op een gegeven moment om op land te gaan wonen. Als Brouwer een keer naar boven klimt om wat te herstellen, valt hij en hij wordt verzorgd door Every. Maar Brouwer die wil niet meer eten en werd naar een gasthuis gebracht. Daar sterft hij. Ook Every gaat van boord en het schip ligt sindsdien in het water, in regen, wind en zon.


Informatie



Schrijfstijl : Het verhaal was makkelijk te volgen, doordat alle zinnen

goed op elkaar passen en zo alles heel logisch wordt. Ook is het

woordgebruik niet moeilijk, al u wel sommige 'scheepstermen' mij wel

onbekend voorkwamen, maar die kon ik gewoon achterin opzoeken en vaak waren

ze niet echt belangrijk om het verhaal te begrijpen.



Ruimte : De ruimte waar het verhaal zich afspeelt is als belangrijkste het

fregatschip, maar ook nog enkele andere schepen en verscheidene havens,

waaronder die van Amsterdam.



Functie van de ruimte : De ruimte heeft een hele belangrijke functie in

dit verhaal, omdat Brouwer er juist naar streeft om het fregatschip, dus de belangrijkste ruimte in handen te krijgen. Als het verhaal zich ergens

anders had afgespeeld, bijvoorbeeld in een polderlandschap, dan krijg je

niet dit verhaal, maar bijvoorbeeld dat van 'De Waterman', ook een boek van Arthur van Schendel.



Tijd : Het verhaal is chronologisch verteld. Wel zitten er enkele

flashbacks en flashforwards in en wordt het verhaal af en toe versneld

verteld. Het verhaal speelt zich af van februari 1865 tot ongeveer 1905.



Tijdsbelang : De tijd is van belang in dit verhaal, omdat juist rond die

tijd veel met houten zeilschepen naar andere werelddelen werd gevaren, al u wel ook dit al ten einde begon te lopen.




Verhaalfiguren


Ik noem alleen de belangrijkste personages in dit verhaal!



  • Jacob Brouwer : Dit is de hoofdpersoon van het verhaal. Hij merkt hoe langer hij op het fregatschip vaart, hoe liever hij het in bezit wil hebben. Maar helemaal aan het eind van het verhaal vraagt hij zich af, wat hij nu eigenlijk bereikt heeft in het leven. Hij had verder geen familieleden of vrienden. Hij is eerst scheepstimmerman, maar later ook bootsman. Hij is een uitstekende stuurman.

  • Jan Wilkens : Hij is de kapitein van de Johanna Maria voor de eerste 14 jaar. Hij heeft veel problemen met zijn gezin, omdat iedere keer als hij terug komt een kind gestorven is. Als op het laatst zijn vrouw naar het gesticht wordt gebracht pleegt hij zelfmoord, door van het schip af te springen.

  • Jan de Ruiter, Dirk Janse : Twee maten van Brouwer uit Oostenburg, die ook aanmonsterden op de Johanna Maria als matroos

  • Hendrik de Meeuw : Monstert ook tegelijk met Brouwer aan als matroos en is ook afkomstig uit de Oostenburg. Later zorgt hij er nog voor dat brouwer van het eiland wordt gehaald.

  • Hendrik Prins : Monstert aan als scheepsjongen op de Johanna Maria. Is ook afkomstig uit de Oostenburg. Later ontmoet Brouwer zijn zoon nog in Zuid-Amerika.

  • Christiaan Polwijk : Monstert ook tegelijk met brouwer aan als matroos op de Johanna Maria. Is ook afkomstig uit de Oostenburg. Hij wordt later nog als bootsman aangewezen.

  • Van Nes / Nash : Heeft ook gevaren op de Johanna Maria en is een ruziezoeker. Brouwer koopt van hem het schip en hij is ook de gene die Nash overboord zet.

  • Rasmussen : Tweede kapitein van de Ingrid. Brouwer raakt bevriend met hem

    en krijgt daardoor vaak de hondenwacht.


Wat houdt Brouwer bezig : Het in handen krijgen van het voor hem altijd

zo geheten fregatschip Johanna Maria en het krijgen van het geld hiervoor.

Onderlinge relaties : De onderlinge relaties zijn allemaal goed, behalve

die Van Nes / Nash en de rest

Karakter : Ze hebben allemaal om een of andere reden een

aantrekkingskracht tot het water.

Meest sympathiek : Het meest sympathiek vind ik Hendrik de Meeuw, omdat

hij er voor zorgt dat het schip terugkomt om Brouwer van het eiland te

halen.

Minst sympathiek : Van Nes / Nash vind ik het minst sympathiek, omdat hij

alleen maar ruzie zoekt.



Vertelwijze/perspectief : Het is een auctoriaal verhaal, omdat het verhaal

geschreven is door de alwetende verteller.


Hoofdgedachte/Boodschap :


De hoofdgedachte is het proberen van Jacob Brouwer om het fregatschip in handen te krijgen. Hierdoor speelt ook zijn hele leven zich af op het schip. Het thema is er naar mijn idee goed in

verwerkt, omdat het heel duidelijk naar voren toe komt, heel de tekst door. Hierdoor is er dan ook geen specifiek tekstgedeelte. De titel heeft ook verband met het thema, omdat de titel luid: "Het fregatschip Johanna Maria,"dat is waar hij voor streeft in zijn leven.


Schrijver



Arthur François Emile van Schendel behoort ongetwijfeld tot de meest bewonderde auteurs uit de eerste helft van de 20ste eeuw. Hij wordt op 5 maart 1874 in Batavia geboren, maar de familie verhuist naar Nederland als Arthur ongeveer 5 jaar oud is. Hij sterft in Amsterdam op 11 september 1946.

Arthur van Schendel volgt enkele jaren de Toneelschool te Amsterdam, studeert MO-Engels, en geeft later enkele jaren les aan verschillende 'grammar schools' in Engeland. In 1920 verhuist hij naar Italië, maar keert jaren later weer terug. Zijn debuut Drogon (1896) wordt begroet als reactie op het naturalisme, en gezien als grondslag van de neoromantische literatuur. Hij wordt beroemd door Een zwerver verliefd in 1904, in 1907 gevolgd door Een zwerver verdwaald. Het fregatschip Johanna Maria dateert uit zijn zgn. Hollandse periode, en luidt een stijlversobering in. Het tragische lot van de romantische eenling is een thema, dat in een aantal van zijn romans een rol speelt. Daar komt bijv. in De grauwe vogels (1937) een algemeen schuldbesef bij. Hoewel de hoofdmotieven hetzelfde blijven, is De wereld een dansfeest (1938) mede door de compositie als raamvertelling een veel lichter werk. In 1974 wordt Arthur van Schendel postuum de P.C.Hoofdprijs toegekend. Behalve reeds genoemde boeken schreef van Schendel verder nog o.a.: Der liefde bloesems ('21), De waterman ('33), Een Hollands drama ('35) en Het oude huis ('46)


Plaats in de literatuurgeschiedenis



Het boek is geschreven ten tijde van het begin van de nieuwe zakelijkheid. Hij heeft dan ook een strakke en bijna objectieve manier van schrijven. Toch kwamen er ook nog andere kenmerken in voor, zoals het unhappy-end (noodlot), de lust om avontuur te beleven. Dit heeft wel iets weg van het Realisme. Hij schreef dus niet helemaal zuiver volgens de nieuwe zakelijkheid naar mijn idee. In stukken over andere boeken over hem, kom ik ook het wordt neoromantiek tegen, wat een combinatie is van realisme en naturalisme.


Beoordeling



Ik vond het verhaal vooral ontroerend, gewoon door de gebeurtenissen die zich afspelen in het verhaal, maar juist het noodlot maakte het verhaal nog veel ontroerender. Dit zelfde element kom je ook tegen in 'De Waterman,' ook van Arthur van Schendel. (Dit boek heb ik ook gelezen)



De passage die mij het meest aanspreekt is de passage vanaf dat Brouwer het schip koopt. Dus van het bijna kapot gaan van het fregat en tenslotte zijn dood. Deze passage spreekt mij het meest aan, omdat in deze passage zijn leven wordt afgesloten, zonder dat hij ooit echt wat heeft bereikt.

Zelfs van de boot heeft hij niet echt goed kunnen genieten, tenminste toen het zijn eigendom was.



Er waren geen verhaalelementen met een negatieve werking.



Ik kan dit boek vergelijken met het boek 'De Waterman,' ook van Arthur van Schendel en het boek Kaas, van Willem Elsschot. Hierbij voldoet Elsschot meer aan de kenmerken van de Nieuwe Zakelijkheid. De waterman is eigenlijk precies hetzelfde verhaal, met dezelfde plaats in de literatuurgeschiedenis, maar in een andere ruimte.



Het boek zet je aan het denken, omdat je je gaat bedenken wat voor zin het leven heeft als je er niet van geniet, maar alleen maar een moeilijk te bereiken doel nastreeft.



Ik vond het makkelijk taalgebruik op enkele scheepstermen na, maar die stonden achterin.



Mijn eindoordeel is als volgt: Het was een leuk en bijzonder boek te lezen, omdat het zich een keer niet op land afspeelde, maar ook door de bijzonderheid van de loop van het verhaal, namelijk je bouwt je leven steeds verder op, het wordt beter. Tenslotte bereik je je doel en dan gaat het slecht, tot de dood aan toe. Ook zet dit boek je aan het denken over het leven.



Ik zou een ander zeker aanraden om dit te lezen, omdat het je aan het denken zet en ook de verhaallijn heel bijzonder is.

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen