U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Hugo Claus - De Geruchten.
Deze versie komt van http://www.verslagen.com/index.php?page=boek_toon&boek_id=39 en is laatst upgedate op 01/01/2004.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1903 woorden.

Hugo Claus (Brugge, 1929) is op zijn minst gezegd polyvalent, want hij is een romanschrijver, dichter, toneelacteur en schilder (lid van de Cobra-beweging 1948-1951). Hij is één van de weinige Vlamingen wiens naam en faam op literair gebied geen grenzen kent. Hij werd tevens verschillende malen genomineerd voor de Nobelprijs. Met zijn in 1983 verschenen “Het Verdriet van België” werd hij zowaar beschouwd als de ambassadeur van de Nederlandse taal, en dat is hij nog steeds een beetje. Dit boek werd trouwens volgens een Knack-enquête hét Neder-landstalige boek van de twintigste eeuw. Verschillende van zijn boeken werden verfilmd. Zijn debuutroman “De Metsiers” was van bij het begin af aan een succes en is zelfs een klassieker geworden. Zijn vorig boek “Belladonna” flopte en daarom nam de literaire duizendpoot met zijn voorlopig laatste werk een met brio geslaagde revanche. Het werk heet “De Geruchten” en verscheen in 1996.

“De Geruchten” is een thriller van formaat waarin Claus op een sublieme en subtiele manier de maatschappij hekelt. Omwille van de Dutroux-affaire was het boek brandend actueel, niettegenstaande het vóór al die commotie verscheen. Veel van de door de schrijver - dikwijls tussen de regels - aangeklaagde wantoestanden, waar men tientallen jaren geen aandacht aan schonk of wilde/durfde aan schenken waren ineens moord en brand. Misschien is mede daardoor de roman een groot succes geworden.

Het verhaal situeert zich medio de jaren zestig. In het, volgens de wegenatlas fictieve West-Vlaamse dorpje Alegem komt René Catrijsse, deserteur in een koloniaal leger terug thuis. Zijn komst brengt een aantal mysterieuze gebeurtenissen met zich mee. Aanvankelijk blijven de mensen rustig, maar naar verloop van tijd breekt een stroom van geruchten los. Naar het schijnt heeft René een vreemde, kwaadaardige ziekte uit tropisch Afrika meegebracht, maar dit is lang niet het enige gerucht. De overgrote meerderheid van de hypocriete bevolking gelooft de geruchten, of wil tenminste niets liever dan dat de geruchten waar zijn. Iedereen vindt zo ongeveer zijn eigen fabel uit. De familie Catrijsse wordt door de genadeloze dorpsbevolking niet gespaard, maar toch is het onder de valse bevolking dat er enkele geheimzinnige doden vallen, waarvan het aantal te groot is om toeval te zijn. Steeds opnieuw wordt René als zondebok gekozen. Maar René, die één groot mysterie lijkt, trekt het hem niet echt aan. Eigenlijk hoeft dat ook niet, want hij is niet rechtstreeks in fout.

De bevolking wordt heel stereotiep, maar daarom niet minder realistisch voorgesteld: de wijze meester Arsène, de bemiddelende pastoor, de sluwe en nieuwsgierige postbode, de veldwachter, enkele roddel-tantes, de bezorgde moeder Alma, de norse vader, de domme broer van René met zijn wulps lief en ga zo maar verder. Hetzelfde kan gezegd worden van de ruimte.

Claus hanteert een speciale stijl, die hij wel nog eens gebruikte. Hij bekijkt het verhaal niet door de bril van één ik- of hij-persoon, maar hij beleeft het via verschillende personen. Dit was een fantastisch idee, want zo kan je niet alleen de verschillende karakters zien, maar ook zien dat iedereen zijn eigen mening heeft betreffende de verschillende incidenten. En in plaats van het woordje mening zou je beter leugen invullen. Ik moet eerlijkheidshalve wel toegeven dat deze techniek wel eens voor verwarring kan zorgen, zeker bij een verhaal als “De Geruchten”. Dit is nu eenmaal eigen aan Claus. Geen enkele van zijn boeken kan je zomaar uitlezen zonder dat je eens wat dieper moet nadenken. Dat is misschien één van de redenen waarom Claus net ietsje meer is dan een andere auteur. Dat hij er iets bovenuitsteekt merk je ook aan zijn zinsbouw en woordkeus. Hij vindt steeds van die tekenende woorden waarvan je denkt, ha, waar haalt hij het toch.

Ik heb het boek graag gelezen, helaas was het soms net ietsje te onduidelijk en verwarrend, toch zeker voor mij als recreatief lezer. Het boek is nu nog een goede herinnering, maar die herinnering zal vervagen tot in de vergetelheid. Kortom: een Claus is en blijft een Claus; de vonk is er, maar hij wil niet overspringen op mij.





De Standaard 17 oktober 1996

Zwijgen als de pest

De nieuwe Claus is de ouwe Claus

HUGO CLAUS

De geruchten

Amsterdam: De Bezige Bij

224 blz.

SOCIOLOOG Luc Huyse schreef enkele weken geleden al in een commentaar op de zaak Dutroux-Nihoul dat de heftige reacties van het publiek getuigen van een enorm geloof in ,,de maakbare maatschappij'', in de idee dat een harmonieuze samenleving mogelijk is.

Het is een interessante gedachte. De sluipende vreemdheid die de realiteit altijd aankleeft, wensen mensen te slechten en daarbij speelt het kanaliseren van het kwaad blijkbaar een cruciale rol. Een paar gezichten worden dan het uithangbord van het afzichtelijke. Kijk maar, de maatschappij is maakbaar, want wij kunnen schuldigen aanwijzen voor de gruwelijke dingen die, slechts voorlopig, aan onze controle ontsnappen. De wereld hoeft geen ,,onmaakbare'' rest te hebben die ons uiteindelijk door de vingers glipt.

De geruchten is de nieuwe roman van Hugo Claus en volgens zijn uitgever is die brandend actueel. Zo'n omschrijving is een makkelijke manier om de aandacht te trekken, maar ze verengt de roman misschien te snel tot god weet welke onmiddellijke relevantie. De geruchten is geen roman over kinderporno of over de gebrekkige legitimering van de almacht van Cassatie.

Deze roman actueel noemen, doet helemaal geen recht aan de kracht waarmee Claus binnen een vrij gewoon verhaal een archetypische menselijke problematiek oproept: een eeuwige problematiek van zondebokken en hun verdrijving uit de maatschappij, van het knechten van de realiteit en van de door beuzelpraatjes aan de toog toegedekte rest die steeds aan die maakbaarheid vasthangt.

Vanuit dat Huysiaanse perspectief schaar ik mij dus wel achter de term ,,actueel'' - ,,actueel'' in de slechts schijnbaar daaraan tegengestelde betekenis dus van ,,tijdloos''. Die betekenis doet trouwens meer recht aan de kwaliteiten van De geruchten, een roman waarmee Hugo Claus, schrijver in het voorgeborchte van de Nobelse onsterfelijkheid, zijn status als grootkanselier der Vlaamse letteren meer dan waarmaakt.

DE stroom van geruchten heeft René Clarijsse als middelpunt, en de vreemde ziekte die hij als deserteur-huurling van het Afrikaanse binnenland lijkt te hebben meegebracht. In een tijd dat Spaak minister van Buitenlandse Zaken is en het cement van de gemeentelijke bouwwerken al door de schoonbroer van de burgemeester wordt geleverd, keert René naar het West-Vlaamse Alegem terug.

Zijn ratelende moeder en piekerende vader tasten Renés stilzwijgen af, proberen het uit te kleden in de hoop op de waarheid over zijn Afrikaanse avonturen te botsen.

Wanneer René in zijn stilte volhardt, gaan de geruchten woekeren en wordt de waarheid vervangen door een koor van over elkaar heen buitelende oordelen en gissingen. Zoals eerwaarde heer pastoor Lamantijn (een lamantijn is een soort zeekoe) zeer correct stelt: ,,Alles hangt aan alles vast, alleen weten wij niet goed hoe.'' Het motto van De geruchten zegt met een citaat van John Donne iets meer over dat hoe: ,,Tis all in pieces, all coherence gone; All just supply and all relation.''

Hugo Claus toont zich in deze roman een meesterknecht van het gerucht, van het suggestieve schimmenspel.

In de manier waarop hij de psychologie van zijn personages tekent bijvoorbeeld. Claus' personages verwerven hun psychologie niet door rechtstreekse, statische beschrijvingen van een alwetende verteller. De personages suggereren hun inhoud zelf door de manier waarop ze in het verhaal handelen. Maar het blijft op die manier bij suggesties, bij waarschijnlijkheden.

Zo wordt elk karakter op zijn beurt zelf een gerucht. De personages blijven hun vreemdheid behouden.

Eén van de sterke elementen van Claus' nieuwe roman, is dan ook de manier waarop hij zijn personages via hun gedrag geloofwaardig maakt, maar nooit fixeert.

HET gerucht in deze roman verwijst echter ook naar de beklemmende ontastbaarheid van de thematiek, die weliswaar vaag zichtbaar is in de stroom van gebeurtenissen, maar zich nooit in het volle daglicht openbaart.

Ook de roman is niet uit waarheid, maar uit oordelen opgetrokken. Hij gaat over het gerucht van de pest, en de pest die zich als een gerucht verspreidt. Hij gaat ook over het onverwerkte verleden, over het bezweren van demonen die uit de ondergestopte grote oorlog nog jaren na datum naar boven komen, als de onvermijdelijke stank van een rottend lijk.

Maar De geruchten is vooral een roman over de twijfel, en over hoe die twijfel, om met de woorden van de Alegemse meester Arsène te spreken, aantoont hoe weinig realiteit wij aankunnen.

Het zwijgen wordt de ultieme modus vivendi: ,,Hebben wij geen oorlogen doorgesparteld, hebben wij geen onnatuurlijke rampen ondergaan? Wel, zijn wij er niet zonder al te veel blaren op ons gat door geraakt omdat wij ons koest gehouden hebben en goed opgelet hebben vanwaar de wind waaide.''

De Griekse mythologie maakte de werkelijkheid via oerverhalen inzichtelijker; de roman De geruchten is daarentegen een anti-mythe, een travestie van de traditionele doorgrondelijkheid.

De titel is immers ook een knipoog naar de intertekstuele echo's die in de roman weerklinken - dit is weer een roman waar de Claus-exegeten hun klauwen in kunnen zetten. De naam van Renés moeder, Alma (de al-ma, de oermoeder), verwijst bijvoorbeeld naar de voedende moeder, de alma mater, die meermaals in Claus' werk opduikt.

Voor de fans stippen we terloops nog aan dat ook andere, oude vertrouwde Claus-thema's in deze roman weer van de partij zijn, zoals: de met de oermoeder verbonden vegetatie-mythen, de oedipale thematiek, het thema van de hellevaart, het contrast en de wisselwerking tussen het apollinische en het dionysische.

CLAUS is evenwel sluw genoeg en zijn schrijverschap veelzijdig genoeg om met zijn teksten niet één enkel soort lezer te willen behagen. De geruchten is ook, én vooral, een vlot lezend verhaal dat door een permanente dreiging naar een ontknoping wordt gedreven. Een verhaal dat een veelvoud aan gevoelsregisters bespeelt en stilistisch respect afdwingt.

De roman herinnert thematisch aan vele andere romans van Claus, maar dat levert veeleer gewone herkenningspunten en niet zozeer storende déjà vu's op.

Door de organische manier van vertellen, het voortdurend wisselende perspectief en door de samenstelling van het gezin Clarijsse (vader, moeder, twee kinderen, van wie één zwak begaafd) herinnert Claus' jongste het meest van al aan De metsiers, zijn prozadebuut uit 1950. Al is De geruchten niet zo strikt rond wisselende ik-vertellers opgebouwd en verbindt Claus de verschillende personages ingenieus met elkaar door een overkoepelend wij-gezichtspunt.

De metsiers is ondertussen een klassieke roman geworden. Of De geruchten die status ook ten deel valt, zal de geschiedenis uitmaken, maar de troeven liggen alleszins op tafel.

JEROEN OVERSTIJNS





Vergelijking van de twee recensies:



Ik ben het praktisch met alle punten eens die in de recensie van de Standaard komen. Alleen wordt er toch een serieus stuk dieper ingegaan op het boek. Er worden termen gehanteerd die je niet altijd begrijpt als je niet ten volle thuis hoort in het literaire wereldje, zeker als je een puber bent zoals ik die nog dagelijks werkt om zijn woordenschat rijker te maken. De recensie verscheen in de Standaard, dus dit wil zeggen dat het voor de hogere intellectuele klassen van Vlaanderen bestemd is, maar daar zou een doorsnee EW-student toch moeten bijhoren (mits nodige oefening). Ik kon in mijn eigen recensie misschien iets meer uitweiden over het feit dat het boek heel actueel was in die tijd. Het is wel Claus zijn bedoeling geweest om onder andere de hypocrisie aan de kaak te stellen, maar hij wist niets af van de nakende Dutroux-affaire, dus broodnodig was deze ontleding van de maatschappelijke miistoestanden nu ook weer niet.

Ik vind de Standaard-recensie een geslaagde recensie. Dit kan en mag ook niet anders want de Standaard is niet voor niets de “standaard”. En dat geldt ook op gebied van de literatuur. Het zijn stuk voor stuk de beste journalisten en recensenten die er hun ding doen.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen