U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Johan Daisne - De Trein Der Traagheid.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/20710/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1371 woorden.

1 A Johan Daisne

B De trein der traagheid

Manteau

Brussel\Den Haag

1950

118 pagina’s

(1950 Nederland)

C Roman



2 A Ik heb dit boek gekozen omdat ik van een vriend heb gehoord dat een leuk en een niet te

moeilijk boek was.

B Toen ik het boek begon te lezen moest ik even in het verhaal komen maar daarna was het

een leuk boek om te lezen.



3 A 1) De ik-persoon

2) 3 personen: - De ik-persoon

- De student Val

- Professor Hernhutter

3) Het verhaal speelt zich af in een trein en in een herberg van een klein dorpje. Het

speelt zich af in de jaren 50 of 60 van de 20e eeuw.

4) Het verhaal eindigt met een spoorwegramp, De ik persoon en Hernhutter overleefde

het ongeluk, Val niet.

5) De levenswil van de mensen is een probleem want deze 3 mensen gaven het niet op en

al die andere wel.



Samenvatting:



De hoofdpersoon wordt in de trein wakker en hij komt er achter dat behalve hij de hele coupé slaapt. Het licht in de trein is uit en buiten is het schemerig. Nadat hij een poosje rustig over van alles na heeft zitten denken gaat hij toch maar eens hier en daar kijken. Hij begint zich eenzaam te voelen en gaat op zoek naar een wakker persoon.

Als hij in de eerste wagen van de eersteklas wagens komt ontdekt hij iemand die niet slaapt. Deze oude heer, want dat blijkt de persoon te zijn, begrijpt ook niets van de vreemde situatie. Ook hij heeft even geslapen en merkte na het wakker worden dat de rest van de passagiers sliep. Beide komen erachter dat hun horloge op halfzeven is stil blijven staan.

Even later komt de trein stil te staan. Beiden horen niets maar even later komt er een jongeman langs rennen. Hernhutter, zo heet de oude heer, en de hoofdpersoon stappen ook uit de trein en de trein vertrekt weer. De jongeman blijkt Val te heten en is student. Met z’n drieën gaan ze op zoek naar een teken van leven. Ze gaan in de richting van wat licht. Na een tijdje lopen komen ze er achter dat ze alle drie voor het inslapen over hetzelfde soort onderwerp dachten. De professor, Hernhutter, denkt dat het best eens zou kunnen zijn dat zij op de brug tussen leven en dood lopen.

Even later komen ze bij een herberg. Er zitten heel gewone mensen in de herberg maar niemand spreekt dezelfde taal als het drietal. Het drietal blijft in de herberg eten. Val doet daarna een kaartentruc waarna ook de kelner dit doet. Uit twee pakjes kaarten haalt hij bij Hernhutter en de hoofdpersoon dezelfde kaart eruit, maar bij Val niet. Dan gaat Val dansen met de juffrouw van de bediening. De hoofdpersoon en Hernhutter merken dat ze elkaars reeds dode vrouwen in de juffrouw zien.

Even later krijgt de professor zomaar opeens een aanval. Op hetzelfde moment klinkt de vrolijke toeter van de buurttram. Val wil meteen dat ze met z’n drieën met de tram meegaan maar de professor kan niet mee dus gaat Val alleen. De hele herberg op de juffrouw en het overgebleven tweetal na is leeg.

De hoofdpersoon vraagt de juffrouw wie ze is en ze zegt dat ze een verpleegster is. Dan kijkt hij om zich heen en ziet allemaal doden. Hij en professor Hernhutter zijn de enige overlevenden van een treinongeval. Ook Val ligt bij de doden met een pakje kaarten in zijn borstzakje.





B 1) Magisch realisme

2) Het verhaal speelt zich s’avonds af in een trein en in een klein dorpje.

3) De ik-persoon

Val

Professor Hernhutter

De verpleegster

De Kelner in de herberg

De Juffrouw in de herberg

Mensen in de herberg

Mensen in de trein.

4) De beginsituatie: Het verhaal begint in een trein

Een belangrijk nieuw element in het verhaal is als ze uit de trein gaan en naar een

dorpje toe gaan.

Het eindigt in een gesloten einde met een spoorwegramp.

5) Het is geschreven als een ik-verhaal.



C 1) Het gaat voer enkele mensen die een treinramp meemaken, maar in hun geest

iets heel anders beleven. Ze komen in terecht in een niemandsland tussen leven

en dood. Sommige keren daaruit terug en sommige niet.

2) Pagina 24 t/m 114

3) De tijd verloopt trager.

Begin: ongeluk

Eind: belandt in nood ziekenhuis.

Dit gebeurt normaal in een heel korte tijd maar in het boek word het uitgerekt.



D 1) In 1950

2) Johan Daisne, pseudoniem voor Herman Thiery, werd op twee september 1912

geboren in een volksbuurt in Gent. Van vaderszijde stamde hij uit een oud adellijk

Frans geslacht. Daisne werd opgevoed volgens Tolstoiaanse principes: na zijn lager

onderwijs volgde hij technisch onderricht. Tijdens zijn studies aan de Moderne

afdeling van het Koninklijk Atheneum te Gent raakte hij overwerkt en ging hij werken

als kantoorbediende in een textielfabriek. Ondertussen had hij reeds zijn eerste werken

gepubliceerd in het schoolblad. Van 1930 tot 1935 studeerde hij economische

wetenschappen en Slavische talen te Gent. Tijdens zijn legerdienst werkte hij aan z'n

doctoraal proefschrift. Daisne werd surveillant aan het Koninklijk Atheneum te Gent.

Na enkele weken werd hij Vlaams adjunct-generaal bij de Belgische Landbouw der

Bouwbedrijven en Openbare Werken te Brussel. In 1942 schreef hij z'n romandebuut

De trap van steen en wolken. Op 18 november 1944 huwde hij met Poli van Dyck en

vestigde zich in Schaarbeek. Hij kreeg een dochtertje dat al snel overleed en een

zoontje. Z'n huwelijk liep spaak en in 1957 huwde hij met Marthe Kinaupenne, hij

vestigde zich in Berken. Johan Daisne schreef een twintigtal boeken waarvan enkele

verfilmd zijn geweest. O.a. De man die zijn haar kort liet knippen en, de trein der

traagheid. De trein der traagheid werd geschreven in 1948 en gepubliceerd in

Nieuw Vlaams Tijdschrift in oktober 1948. Het verscheen verder in Johan Daisne's

verhalenbundel Met dertien aan tafel (1950). Veel van zijn werken werden bekroond

o.a. Het zwaard van Tristan, Het kruid-aan-de-balk, Lago Maggiore, De neusvleugel

der muze, Hoe schoon was mijn school, Het geluk,...

Johan Daisne stierf op 9 augustus 1978 te Berken.

3) Het werk is in 1950 voor het eerst geschreven en behoort tot het magisch-realisme.

4) Ja, Daisne schreef meer van die boeken en het is zijn meest gelezen werk.

5) Dit boek is erg typerend voor de stroming want bij het magisch-realisme gebeurt er iets

magisch of bovennatuurlijks en dat gebeurt ook in dit boek.



4 1) Bij mij heeft spanning een zeer positieve werking want ik ga dan een boek leuk

vinden en blijf ik lezen. Daarnaast vind ik ook dat een verhaal best diepzinnig moet

zijn zodat je zoveel mogelijk over de situatie van de verhaalfiguren te weten komt.

2) Ik vind het stuk toen ze de trein uitgingen (blz. 42) het leukste omdat het toen vrij

onzeker was wat er nu ging gebeuren en toen werd het spannender.

3) Ik vind boeken waarin niet veel gebeurt en veel dingen veel hetzelfde blijven een

negatieve werking hebben want ik vind dat er een beetje spanning in moet zitten.

4) Nee het is zover ik weet nergens mee te vergelijken, ik heb nog nooit zo’n boek of film

gezien wat hierop lijkt.

5) Op een gegeven moment komen de hoofdpersonen in een niemandsland, dit zal niet

in het echt voorkomen. Hoewel een treinramp altijd mogelijk is.

6) Ik vind dat het taalgebruik niet moeilijk is. Er worden soms wel oude woorden gebrukt

die men nu niet meer in spreektaal zal gebeuren.

7) Ik vond het een goed boek, dat komt doordat het taalgebruik niet te moeilijk is, het

verhaal zelf is ook goed, het is niet realistisch maar ik vond het spannend genoeg om

me aan het lezen te houden. Ik zelf vond het eerste stuk van het boek toen ze in die

trein zaten het saaiste stuk, toen ze eenmaal de trein uitwaren werd het een leuk boek.

8) Ik zou dit boek aanraden aan anderen omdat het een boek is dat niet zo moeilijk is, het

houdt je aan het lezen omdat je gewoon wil weten wat er gebeurt als ze die trein uit

zijn. Het is een heel geschikt boek voor mensen die niet zo graag lezen.

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen