U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Hermann Hesse - Peter Camenzind.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/62 en is laatst upgedate op 20/03/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3103 woorden.

Titel

Peter Camenzind



Jaar van 1e uitgave

1904



Samenvatting

Peter Camenzind woont in het dorp Nimikon, in Zwitserland. In het dorp wonen bijna alleen maar Camenzinds, men is, op een of andere manier, familie van elkaar. Peters'oom Konrad zorgt voor afwisseling in het rustige leventje in het dorp. Eerst bouwt hij een zeilboot, later een bakoven. Hij ontvangt hierover plezierige en spottende opmerkingen.

Peter is een grote liefhebber van de natuur. Het dorp staat hier dan ook middenin, er zijn veel bergen en meertjes in de omgeving. Hij is veel en graag in de natuur, dit zorgt ervoor dat Peter geen vrienden heeft, ondanks dat hij graag vrienden wil. Op zijn tiende beklimt hij zijn eerste berg.

De ouders van Peter hebben weinig tijd om zich met hem bezig te houden. Peter is een redelijk sterke jongen, maar hij heeft er een hekel aan om te moeten werken. Een pater wil Peter gaan onderwijzen. Aan het studieren beleeft hij veel plezier. Peter begint voor de eerste keer over de liefde te vertellen, hij is verliefd geworden op een zeventienjarig meisje. Hij wil hier later op terug komen.

Hij gaat zich in de literatuur verdiepen, en begint zelf gedichten te schrijven. Als hij later andere werken leest, meent hij dat zijn werk geen kunst is en verbrandt hij alles.

Peter begint weer over zijn liefde voor het zeventienjarige meisje te vertellen. Deze Rösi Girtanner, is een dochter van een advocaat. Hij blijkt een stille aanbidder te zijn. Als hij een berg beklimt, doet hij dit voor haar, als hij studeert doet hij dit voor haar, enzovoorts. Slechts één keer trekt hij de stoute schoenen aan, en legt hij alpenrozen op de trap in haar huis. Hij wordt echter niet omgemerkt en er wordt ook niet op gereageerd, waarop Peter haar uit zijn hoofd zet.

Voordat hij gaat studeren, is Peter eerst nog thuis. Zijn moeder is namelijk ernstig ziek. Om in de badkamer te komen, moet hij door de kamer van zijn ouders. Als hij 's nachts water wil gaan drinken, ziet hij dat zijn moeder het niet veel langer zal maken, hij gaat aan haar bed zitten en houdt haar hand vast, hij maakt zijn vader niet wakker. En pas als zij twee uur later sterft, wordt zijn vader wakker, en verwijt hij Peter dat hij hem niet heeft wakker gemaakt.

Na dit sterfgeval besluit Peter te gaan studeren en te gaan schrijven. Zijn vader vindt dat hij het geld voor zijn studie zelf moet verdienen.

Op een avond gaat hij met zijn vader mee naar het stamcafé van de mensen uit het dorp. Hier drinkt hij iets te veel wijn, en sindsdien is hij verslaafd aan wijn.

Peter studeert en schrijft in Zürich op een zolderkamertje. Onder hem woont een jongen, Richard, die hij vaak piano hoort spelen, hij raakt bevriend met hem. Via Richard komt Peter in contact met veel andere mensen. Peter leest veel en hij besluit geschiedenis te gaan studeren.

Richard brengt Peter in contact met de Italiaanse schilderes Erminia Aglietti. Zij wil Peter erg graag tekenen. Hij gaat vaak bij haar om bezoek, ze praten dan Italiaans, en zij tekent hem dan.

Een krant is bereid om Peters' geschreven teksten te plaatsen. Zo verwerft hij enige bekendheid, en in eetcafés betaalt hij met geschreven teksten in plaats van met geld.

Peter wordt verliefd op Erminia. Hij wil haar dit vertellen als ze samen in een bootje op een meer varen. Maar zij vertelt over een andere man, van wie ze houdt. Peter roeit meteen terug en neemt snel afscheid.

Hij kan zijn liefde voor Erminia niet vergeten, en Peter wordt een drinker. Door wijn voelt hij zich gelukkiger. Peter wordt medewerker van een grote krant en hij schrijft ook voor tijdschriften. Hij en Richard besluiten op reis te gaan naar Italië, hier bezoeken zij Milaan, Genua en Florence. Hier nemen ze afscheid en maakt Peter een voettocht. Twee weken na hun afscheid, verneemt Peter dat Richard is verdronken in bad.

Nadat Peter redacteur van een Duitse krant is geworden, wordt hij correspondent in Parijs. Hier denkt hij echter terug aan de dood van zijn moeder, waarna hij naar Basel vertrekt. Zijn spullen stuurt hij vooruit, en zelf gaat hij te voet. Hij overnacht dan bij vreemden. In Basel wil hij meer contacten met mensen gaan leggen, hij bezoek daarom regelmatig een professor. Hij gaat deel uit maken van een groep geheelonthouders. Hij gaat echter nadenken over de zin van het leven, en hierdoor gaat hij weer drinken.

In een café ontmoet hij Elisabeth, een aantrekkelijk meisje, waarmee hij veel praat over Nimikon en zijn reizen. Door deze gesprekken wordt zijn interesse in de natuur weer opgewekt.

Peter denkt dat hij meer tussen de mensen komt te staan als hij trouwt. Zijn keus valt op Elisabeth, op wie hij nu verliefd is. Zij is echter kort geleden verloofd. Na deze nieuwe tegenslag reist hij terug naar Nimikon om zijn vader te bezoeken. Hij gaat weer over het leven nadenken. Maar Peter houdt het thuis niet lang uit en hij reist weer naar Italië. Hij reist naar Assisi, omdat hij de heilige Franz van Assisi boeiend vindt. In Assisi vindt hij onderdak bij Annunziata Nardini. Met haar en een groep kinderen voert hij gesprekken. Hij voelt zich er erg thuis, en met moeite geeft hij zich over aan de verlangens om Elisabeth weer te zien, waarna hij afreist naar Basel. Peter verdient goed aan het schrijven. Hij heeft echter de wens om een gedicht over de verhouding tussen mens en natuur te schrijven. Hiervoor moet hij de mens gaan bestuderen, maar dit loopt op niets uit.

Als Peter een boekenkast laat bouwen, komt hij in contact met een meubelmaker, zijn vrouw en hun kinderen. Hij gaat vaak met hen wandelen, hij verneemt dat één van de kinderen, Agnes, spoedig zal overlijden. Deze gebeurtenis brengt ze dichter bij elkaar. Peter gaat een voettocht maken, hij stuurt de kinderen ansichtkaarten van de plaatsen waar hij is geweest. Na Frankfurt reist hij nog een paar dagen en dan wil hij Erminia gaan bezoeken. Zij is ondertussen getrouwd. Als hij voor haar deur staat, denkt hij terug aan zijn jeugdliefde en wil hij de herinnering niet verpesten, zodat hij weer omdraait.

Terug in Basel krijgt hij een uitnodiging voor het huwelijk van Annunziata. Bij de meubelmaker is een logé, het is een kreupele broer van de vrouw, Boppi. De familie is niet echt blij met de aanwezigheid van Boppi, zijn onderhoud kost tijd en geld. Als Peter met de familie er op uit trekt, en ze Boppi alleen thuis laten, krijgt hij medelijden met hem. Hij gaat terug naar het huis, waar hij later zijn excuses aanbiedt en vraagt of Boppi zijn vriend wil worden.

Peter bewondert Boppi, omdat deze zo 'goed' omgaat met zijn ziekte. Ze gaan samen erg vaak naar de dierentuin. Ze voeren hier lange gesprekken, en ze voeren de dieren suikerklontjes, zodat ertussen hen een soort band ontstaat. Peter vertelt Boppi over Elisabeth, en hij wil haar nu graag zien. Waarna Peter haar belt, en Boppi en zij elkaar ontmoeten. De twee dierbaarste mensen voor Peter zijn nu bij elkaar. De relatie tussen Peter en de meubelmaker verslechtert, omdat deze zich ergert aan de relatie tussen Peter en Boppi. Hierdoor besluit hij om samen met Boppi een woning te gaan huren.

De gezondheid van Boppi, gaat achteruit. Hij wilde dit eerst verbergen, maar uiteindelijk kwam Peter hier toch achter. En hij haalt er een dokter bij. Het blijkt dat Boppi jicht en een hartafwijking heeft. Hij wordt in het ziekenhuis opgenomen. Peter verblijft bijna voortdurend bij Boppi aan bed. En na enkele maanden, sterft Boppi, onder de ogen van Peter.

Vanuit Nimikon ontvangt hij een brief dat de gezondheid van zijn vader verslechterd is. Hij gaat terug, en hij gaat hem verplegen. Hij gaat werken in het dorp en als hij hoort dat het stamcafé dicht moet door verlies, koopt hij het op. Hij ontdekt dat zijn plaats in Nimikon ligt. Hier voelt hij zich het beste.



Thema

a.) Het volwassen worden van een kind en het zoeken naar een plaats in de samenleving.

b.) -liefde: Peter Camenzind wordt regelmatig verliefd.

-dood: veel mensen in de omgeving van Peter sterven (zijn moeder, Richard, Boppi, Agnes).

-journalistiek: Peter schrijft voor kranten en tijdschriften.

-natuur: Peter is een grote liefhebber van de natuur, en hij reist hier vaak te voet doorheen.

-vriendschap: Peter legt moeilijk contacten, maar hij is wel op zoek naar vriendschap.

-reizen: Peter reist veel, veel in Zwitserland, Italië, Frankrijk en Duitsland.

-wijn: nadat Peter een keer flink wijn heeft gedronken is hij hier aan verslaafd.



Opbouw

a.) Het boek bestaat uit 8 hoofdstukken.

b.) Naar mijn mening had Hesse de hoofdstukverdeling ook weg kunnen laten. Er worden namelijk achterelkaar gebeurtenissen verteld en ongeveer na 20 pagina's, begint een nieuw hoofdstuk bij een nieuw gebeurtenis. Terwijl binnen de hoofdstukken ook nog verschillende gebeurtenissen plaats vinden.

c.) Het verhaal is een grote flashback, Peter vertelt namelijk hoe zijn jeugd verliep. De gebeurtenissen volgen elkaar chronologisch op. En er zijn tijdsprongen, maar dit kan ook niet anders, want je kunt niet de jeugd van iemand minuut voor minuut beschrijven. Peter vertelt bijvoorbeeld, dat hij, toen hij tien was, zijn eerste bergtop beklom, terwijl verder geen gebeurtenis bij deze leeftijd wordt beschreven. Er wordt een tijdsprong gemaakt.



Perspectief

a.) Peter Camenzind vertelt het verhaal, hij beschrijft zijn jeugd en je merkt zijn gevoelens. Het is dus een ik verteller, want Peter wordt nooit met 'hij' beschreven, voor hem staat uitsluitend 'ik'. Hesse heeft deze vertelsituatie gekozen, omdat hij wil weergeven hoe een opgroeiende jongen denkt en zijn eigen jeugd ervaart.

b.) Auch mit Wandern, Rudern und Bergsteigen war es diesmal nicht viel, denn ich mußte in Haus und Feld mitarbeiten, und an den freien halben Tagen hatte ich zu nichts Lust, nicht einmal zum Lesen. Es empörte und ermüdete mich zu sehen, wie das gemeine tägliche Leben breitmäulig sein Recht forderte und alles fraß, was ich von Überfluß und Übermut mitgebracht hatte. Übrigens war mein Vater, als er die Geldfrage einmal vom Herzen hatte, nach seiner Art zwar rauh und kurz, aber nicht unfreundlich gegen mich, doch hatte ich keine Freude daran. Auch daß meine Schulbildung und meine Bücher ihm einen stillen, halbverächtlichen Respekt einflößten , störte mich und tat mir leid. Und dann dachte ich auch oft an Rösi und hatte wieder das böse, rechthaberische Gefühl meines bauerhaften Unvermögens, je in der »Welt« einen sicheren und beweglichen Mann abzugeben. Ich besann mich sogar tagelang, ob es nicht besser sei, dazubleiben und mein Latein und meine Hoffnungen im zähen, trüben Zwang des armseligen heimischen Lebens zu vergessen. Gequält und verdrossen ging ich umher und fand auch am Bett der kraken Mutter nich Trost noch Ruhe. Das Bild jener Traumlaube mit der Homerbüste erschien höhnisch wieder, und ich zerstörte es und goß allen Grimm und alle Feindseligkeit meines zerplagten Wesens darüber. Die Wochen wurden unausstehlich lang, als sollte ich an diese hoffnungslose Zeit des Ärgers und Zwiespalts meine ganze Jugend verlieren. (Uit: Peter Camenzind, H. Hesse; blz. 35)



Personen

Hoofdpersoon

Peter Camenzind: hij is een intelligente jongen, hij leert bijvoorbeeld Latijn (wat duidt op Gymnasium). Hij is wat mensenschuw, want hij legt moeilijk contacten, hij heeft ook geen vrienden. Peter is erg onder de indruk van de natuur, het dorp waar hij woont ligt hier dan ook middenin. Hij onderneemt veel trektochten door de natuur. Uiteindelijk maakt hij ook reizen naar het buitenland. In de liefde is Peter niet echt gelukkig, men merkt hem niet op, of men is al verloofd. Vooral hierdoor kijkt hij negatief tegen het leven aan, wat er voor zorgt dat hij een drinker wordt. In zijn jeugd is hij al nauw betrokken bij enkele sterfgevallen van dierbare mensen. Dit alles maakt hem ook niet echt vrolijk.

Na al zijn reizen komt hij er uiteindelijk achter dat zijn plaats gewoon in zijn geboortedorp ligt.



Belangrijke nevenpersonen

Peters' ouders: deze mensen hebben niet veel tijd voor hun zoon. En Peters' moeder sterft al vroeg. De vader zit vaak in de kroeg. Konrad: de oom van Peter, hij zorgt in Nimikon, dat er wat leven in de brouwerij komt. Hij heeft allerlei bouwprojecten die met plezier en spot begroet worden.

Rösi Girtanner: de dochter van een advocaat, op wie Peter verliefd wordt.

Richard: Peter ontmoet hem in Zürich, waar hij in dezelfde flat woont als hij. Richard speelt piano. Hij is de tegenpool van Peter, hij legt namelijk makkelijk contacten en is ook bij iedereen geliefd.

Erminia Aglietti: zij is een schilderes. Richard brengt Peter met haar in contact. Zij wil Peter graag schilderen. Ze is verliefd op een getrouwde man. Hier zal ze later mee trouwen.

Elisabeth: zij werkt in een café in Basel. Ze is erg aantrekkelijk en later blijkt dat ze verloofd is.

Annunziata Nardini: een stevige weduwe, die open staat voor iedereen. Ze is heel hartelijk. Ze zal later hertrouwen.

Meubelmaker en zijn familie: de familie lijdt onder het verlies van één van de kinderen Agnes. Ze zorgen niet goed voor Boppi, omdat ze hem lastig vinden.

Boppi: dit is de zwager van de meubelmaker. Hij is een kreupele jongen die, door de meubelmakersfamilie aan zijn lot wordt overgelaten. Hij lijdt aan een hartkwaal en jicht, waaraan hij uiteindelijk zal sterven.



b.) De beschrijving van Peter blijkt uit de handelingen en de gedachten van hem, maar vooral uit datgene dat hij over zichzelf vertelt. De andere beschrijvingen, zijn gebaseerd op datgene dat Peter erover vertelt.



Verhaallijn

Het verhaal heeft maar één verhaallijn, namelijk die van het opgroeien van Peter. Daar draait het verhaal om.



Relaties

Peter en ouders: zij hebben weinig tijd voor Peter. Nadat de vader en Peter op een avond flink gaan drinken, raakt hij verslaafd aan de wijn. Later als de vader ziek is, verpleegt Peter hem.

Peter en Rösi: Peter is verliefd op haar, maar zij zal hem niet opmerken.

Peter en Richard: dit wordt de vriend van Peter. Richard wil hem opvrolijken, en samen gaan ze naar Italië.

Peter en Erminia: zij wordt aan hem voorgesteld door Richard. Ze wil Peter graag tekenen. Hij wordt verliefd op haar, maar hij krijgt de kans niet om het te vertellen, omdat zij over haar liefde vertelt. Het vertrekt en zal haar niet meer terug zien, omdat hij de herinnering aan haar niet wil verpesten.

Peter en Elisabeth: hij ontmoet haar in het café waar ze bediende is. Ze hebben gesprekken over Nimikon en over reizen. Hij wordt verliefd op haar en wil met haar trouwen, maar als hij haar ten huwelijk wil vragen hoort hij dat ze al verloofd is. Hij zal van haar blijven houden, en zal haar na zijn vertrek nog terugzien. Zij is één van de meest dierbare personen van hem.

Peter en Annunziata: hij vindt onderdak bij haar in Assisi. Ze voeren lange gesprekken en kunnen het goed met elkaar vinden. Peter en meubelmakersfamilie: Peter ontmoet hen nadat de man een boekenkast kwam maken. Hij gaat vaak met hen wandelen en vertelt hun dan verhalen. Hij maakt het sterven van Agnes van dichtbij mee, wat de band verstevigt. Als hij later weer gaat reizen, stuurt hij hun ansichtkaarten. Door de aanwezigheid van Boppi verslechtert de relatie.

Peter en Boppi: hij ziet hem bij de meubelmakersfamilie. Hij schaamt zich omdat hij samen met de familie links laten liggen. Hij verontschuldigt zich hiervoor en wil vrienden worden. Een vriendschap ontstaat. Ze gaan vaak naar de dierentuin waar ze gesprekken voeren. Nadat de familie vijandiger wordt, gaan ze samen in een huurwoning wonen. Nadat Boppi ziek blijkt te zijn, maakt Peter zijn lijdensweg helemaal mee in het ziekenhuis. Boppi was ook één van de meest dierbare personen.



Tijd

Ik denk dat het verhaal rond 1900 speelt. Het is moeilijk aan te geven waarom. Ik denk dit omdat hij veel te voet aflegt, er wordt geen vervoersmiddel gebruikt. Er zijn echter wel ansichtkaarten, dus de Middeleeuwen zijn uitgesloten. Kranten zijn er al, maar computers worden niet genoemd. Er sterven een aantal mensen aan ziektes, waaraan men niet geholpen kan worden, dus de gezondheidszorg was nog niet ontwikkeld.

Het is dan ook moeilijk om een goed citaat te vinden dat een tijd aangeeft.

Ik denk ook dat het rond 1900 speelt omdat, het verhaal dan speelt.



Personen in het boek

Je hebt mensen die van het platteland komen, zoals Peter. In de stad ontmoet hij mensen uit de gegoede burgerij, Richard heeft namelijk een piano. Rösi is een dochter van een advocaat. Mensen als Erminia, Annunziata, Elisabeth en de meubelmakersfamilie komen vanuit het 'gewone' volk.



Tijdsgebondenheid

Ik denk dat het verhaal tijdsgebonden is. Peter reist veel te voet, ik denk dat hij tegenwoordig toch echt de trein, auto of het vliegtuig zou nemen.

Als al de gestorven mensen, tegenwoordig zouden leven, zou er zeker wel iemand genezen kunnen worden, want ik vind dat de gezondheidszorg nog niet erg ontwikkeld overkomt.

Maar, ik vind dat het gegeven van een dorp dat nog niet erg modern is niet persé tijdsgebonden is. Ik kan me goed voorstellen dat er nog steeds dorpen zijn, waar men aan elkaar verwant is. En waar de moderne hedendaagse wereld nog niet echt is doorgedrongen.



Stijl

Ik vind dat Hesse zeer duidelijk en snel schrijft. Hij gebruik niet al te veel moeilijke woorden. Hij geeft in dit boek, geen langdradige beschrijvingen, hij beschrijft alles in korte stukjes. Doordat hij alles kort en snel vertelt. Vallen sommige dingen soms nogal 'rauw op je dak'. Zoals in het volgende fragment, waar plotseling Richard gestorven blijkt te zijn. Hieruit blijkt ook dat hij alles duidelijk beschrijft; geen onnodige mededelingen. In Zürich nahm Richard Abschied. Zweimal stieg er wieder aus dem Eisenbahnwagen, um mich zu küssen, und nickte noch, so lange es ging, vom Fenster aus zärtlich zu. Zwei Wochen später ertrank er beim Baden in einem lächerlich kleinen süddeutschen Flüßchen. Ich sah ihn nicht mehr, ich war nicht dabei, als er begraben wurde, ich hörte alles erst ein paar Tage später, als er schon im Sarge und in der Erde lag. (Uit: id.; blz. 81)



Bron

Men beschouwt Hesse als de laatste schrijver van de neoromantiek. In neoromantische werken zijn verbeelding en droom belangrijker dan een concrete weergave van de werkelijkheid.

Je zou dit ook kunnen zeggen van de roman Peter Camenzind. Hesse geeft hier de gebeurtenissen niet concreet weer, hij geeft een globale schets, van de omgeving. Hij laat de ruimte over, voor verbeelding van de situatie.

Gebruikte bronnen: http://huiswerk.scholieren.com/uittreksels/steppenwolfhesse.htm

Op Niveau Literair, uitgeverij Thieme, Zutphen 1995; ISBN 90 03 22958 9
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen