U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Yvonne Keuls - Mevrouw Mijn Moeder.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/21386/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1831 woorden.

Auteur: Yvonne Keuls

Titel: Mevrouw mijn moeder

Ambo, Amsterdam, 1999, 16e druk, 264 blz. (eerste druk februari1999).

Genre: roman, het komt het meest in de buurt van een streekroman, al speelt het zich niet af in een bepaalde streek. Een van de andere soorten romans is het in ieder geval niet.



Samenvatting:

Het verhaal gaat over de relatie tussen Yvonne Keuls en haar moeder, Johanna.

Het verhaal begint met het bericht dat haar moeder is overleden op 96-jarige leeftijd. Dan begint ze terug te denken aan de tijd die ze samen met haar moeder doorbracht en de verhalen die ze aan haar kinderen vertelde over haar geboorteland Indonesië. De oma van Yvonne Keuls was Indonesisch en trouwde met een Nederlander. Ze bleven in Indonesië wonen en kregen daar ook kinderen, waaronder Johanna (Jopi). Johanna trouwde ook met een Nederlander en toen ze kinderen kregen, zijn ze naar Nederland gekomen. Daar woonden ze in Den Haag.

Yvonne was toen zeven jaar oud. Verder gaat het verhaal alleen over hoe Jopi verder aftakelt en tenslotte overlijd.

Dit was de hoofdlijn. Nu komen er nog een paar anekdotes die ik erg grappig vond.

Haar vader wilde een joodse naam en haar moeder een naam met een diepere betekenis. Uiteindelijk besloten ze om haar een hele gewone Hollandse naam zonder bijbedoelingen te geven. Maar haar vader noemde haar Yvonne, dat 'strijdster met de iepenhouten boog' betekent. 'Toevallig' heette zijn secretaresse, die zeer opvallend met hem flirtte, ook Yvonne. Haar moeder besloot haar nooit zo te noemen. Zij noemde haar 'Angin' wat Maleis is voor 'wind'. 'Kabar Angin' betekent 'verhaal dat op de wind wordt gedragen'.

Ze beschrijft ook hoe ze in het voorjaar gingen 'hondje ruiken'. Dan gingen ze naar mensen die een nest jonge hondjes hadden en snoven de geur van de hondjes op. Ze vond kleine hondjes zo schattig, en ze roken ook heel lekker.

Ook was het een heel ritueel (en een feest) om hun 'snoepbonnen' bij de bakkerij te verzilveren, waar ze 100 gram snoep voor kregen. Toen er geen snoepbonnen meer waren, was de lol eraf en gingen ze nog één keer terug, namelijk toen Yvonnes moeder 85 zou worden en zelf de gebakjes wilde uitzoeken.

Toen Yvonne ongeveer 40 jaar was, kreeg ze last van haaruitval, waar de doktoren geen raad mee wisten. Zij en haar moeder wilden oorspronkelijk samen naar Indonesië gaan, maar op het laatste moment zegde haar moeder af, omdat ze niet met de boot kon. Ze stuurde Yvonne alleen op reis, en zei haar dat ze naar een doekoen (medicijnvrouw) moest gaan. Yvonne is al zo westers, dat ze er eigenlijk geen vertrouwen in heeft, maar om haar moeder een plezier te doen, gaat ze toch. De doekoen voert allerlei rituelen uit, die Yvonne met gemengde gevoelens beleeft. Als ze terug is in Nederland, komt haar haarbos terug en valt niet meer uit. Haar moeder is hierover niet verwonderd. Wat haar moeder heeft gedaan voor ze naar Nederland kwam, is voor elk kind (en zichzelf) een zakje aarde uit haar tuin meenemen, voor op de kist. In een boze bui gooit haar oudste dochter het zakje leeg. Als zij overlijdt, gooit Johanna haar zakje leeg over de kist. De doekoen geeft Yvonne de opdracht een nieuw zakje te maken voor haar moeder en die te vullen met aarde. Tot Yvonnes verbazing herhaalt haar moeder de woorden van de nonja doekoen; "Het geeft mij rust, te weten dat ik klaar ben.”

Als Jopi steeds verder aftakelt, stellen Yvonne en haar broers aan haar voor om een verpleeginrichting of bejaardentehuis te gaan. (‘iwininaebejadetehu’ en ‘iwininaevepleiriti’) Dit wil ze dus absoluut niet en werkt enorm tegen. Dan gaan ze iemand zoeken die bij Jopi in huis komt wonen. Ze zetten advertenties in de krant en daar reageren ook wel mensen op, maar die zijn soms al binnen een week weer weg, omdat Jopi zo tegenwerkt. Ze heeft het dan ook over ‘het mens daarboven’. Als ze dan een keertje valt dan moet ze toch naar een revalidatiecentrum. Ook dan wil ze niet en ze vraagt om een ‘sekkenpinjen’. Uiteindelijk moet ze toch naar het revalidatiecentrum, maar ook daar werkt ze helemaal niet mee. Die mensen daar zijn haar zelfs ook zat. Jopi wordt heel ongelukkig en gelukkig mag ze er ook na een tijdje weer weg. Yvonne ziet dan gewoon dat ze helemaal opknapt.

Jopi heeft haar hele leven al haar eigen gebit gehad, en als dat een keer een tand los zit, schrikt iedereen in de familie. Het is maar iets heel kleins, maar toch. Ze gaan naar een tandarts en die zet een steuntje achter de tand. In het revalidatiecentrum probeert een zuster ook op een avond haar gebit eruit te rukken, ze gelooft gewoon niet dat het haar eigen tanden zijn.



Thema en motieven:

Thema:

Het thema van het boek is: een soort eerbetoon aan haar moeder. Dit boek schreef Yvonne om alle verhalen van haar moeder door te vertellen, zoals zij ook gewild had. Haar moeder noemde Yvonne 'Angin' (wat Maleis is voor 'wind', 'Kabar angin' betekent: 'verhaal dat op de wind wordt gedragen.') Omdat ze wist dat Yvonne later verhalen zou gaan vertellen, zoals zij ook altijd had gedaan.



Motieven:

· Verschillen: Tussen Yvonne en haar moeder komen steeds meer verschillen; Yvonne is heel westers geworden, terwijl haar moeder nog steeds ontzettend oosters is. Ook is er een soort generatiekloof tussen hen gekomen; Yvonne heeft over bepaalde zaken hele 'revolutionaire' opvattingen (vrouwen mogen werken) en haar moeder is nog vrij ouderwets in zulke dingen.

· Indonesië: Het hele karakter van haar moeder is Indisch. Ook heeft ze heimwee naar het land. In het boek verteld de moeder verhalen en die spelen ook grotendeels in Indonesië af.

· Ouderdom: doordat Johanna steeds ouder wordt, kan ze steeds minder dingen zelf doen en wordt ze bang. En ze verlangt steeds meer terug naar haar geboorteland.

· Liefde: De liefde tussen moeder en dochter en de liefde voor het Indonesië van Johanna speelt een grote rol in het boek.

· Verdriet: Verdriet om het ‘verloren’ vaderland van Johanna en het verdriet van Yvonne om haar moeder.



Titelverklaring:

De titel ‘Mevrouw mijn moeder’ is gebaseerd op hoe een van de verzorgers de moeder van Yvonne Keuls noemde. Als deze vrouw iets aan Yvonne wilde vertellen over de moeder, dan zei ze bijvoorbeeld “Mevrouw uw moeder heeft vannacht goed geslapen”



Personages:

Johanna Bamberg-Redeker: Dit is de moeder van Yvonne. Om haar draait het hele boek eigenlijk. Ze is opgegroeid in Indonesië en kan daarom niet goed begrijpen hoe en waarom de Nederlanders zich zo gedragen zoals ze doen. Ze wilde absoluut niet in een bejaardenhuis of naar een verzorgingstehuis. Daarom moesten haar kinderen de zorg voor haar op zich nemen toen ze begon af te takelen. Dit was niet makkelijk want ze was heel eigenwijs en ze wist precies wat ze wel en niet wilde. Ze staat dus wel stevig in haar schoenen. Wat ik wel een leuk detail vind is dat ze al haar eigen tanden tot haar dood heeft.

Yvonne Keuls:

Zij is de ik-persoon in dit verhaal en wordt verder ook nooit bij naam

genoemd. Behalve bij de naam die haar moeder haar heeft gegeven: Angin. Dit betekend wind. Zij begrijpt de gevoelens van haar moeder beter dan haar broers en daarom praat ze veel met haar moeder over vroeger in Indonesië.

De broers: De broers van Yvonne Keuls zijn niet echt duidelijk in beeld in dit boek, maar ze spelen wel een rol. Zij moesten samen met Yvonne de zorg op zich nemen door ’s nachts bij haar te blijven slapen.

De Tantes: Yvonne had drie tantes in Nederland wonen. Deze waren net als haar moeder niet gewend aan hoe alles werkt in Nederland en daardoor zorgt dat voor grappige anekdotes.

De 'voormoeders' van Johanna en Yvonne: Familiegeschiedenis (van de vrouwen) is heel belangrijk voor Johanna. De helft van de verhalen is al twijfelachtig, de rest is zeker niet waar, maar daar gaat het niet om. Het gaat om het vertellen, het doorgeven van de familiegeschiedenis.



Tijd:

De vertelde tijd bestaat uit Yvonnes herinneringen, van haar jeugd tot het moment dat haar moeder sterft. Ze begint bij haar eigen geboorte, toen haar moeder 40 was, en ze eindigt bij de dood van haar moeder, op 96-jarige leeftijd. Tussentijds gaat ze terug naar verhalen die haar moeder haar vertelde, over haar 'voormoeders', teruggaande tot haar overgrootmoeder. Ze springt het hele verhaal door heen en weer tussen drie tijden; haar vroege jeugd, het recente verleden en het heden. Dit doet ze in willekeurige volgorde, ze schrijft op wat ze op dat moment interessant vindt of wat ze zich net weer herinnert.



Ruimte:

Het verhaal speelt zich af in Nederland (Den Haag), in deze tijd. Ergens in het begin, als Yvonne vertelt over haar geboorte, wonen ze nog in Indonesië, in toenmalig Batavia, in de jaren dertig. De familiegeschiedenis speelt zich ook af in Indonesië, en als Yvonne 40 is, gaat ze ook weer terug naar het ouderlijk huis.



Tijdsvolgorde:

Het boek is in chronologische volgorde verteld.



Perspectief:

De lezer volgt het verhaal door de ogen van Yvonne Keuls. Een ik-perspectief dus. Je ziet haar moeder dus ook door de ogen van Yvonne, omdat Yvonne van haar moeder houdt, krijg je een heel positief beeld van haar.

Je begint het boek met de dood van haar moeder. Daarna denkt Yvonne terug aan de tijd met haar moeder. Het boek eindigt ook weer met de dood van haar moeder.



Fictie/ werkelijkheid:

Het boek is naar werkelijkheid geschreven, omdat het een autobiografie is van Yvonne Keuls



Eigen mening:

Ik vond dit dus echt een superboek! Zo grappig is het geschreven. Toen ik de samenvatting van de inhoud schreef lag ik ook weer helemaal in een deuk. Ik heb echt niet vaak dat ik hardop moet lachen om een boek, maar nu had ik dat wel.

Dit is voor mij een teken dat ik het echt leuk vond om te lezen en dus ook dat ik het goed beschreven vind.

Je zat ook gelijk in het verhaal en je hoeft niet in te komen. Gelukkig maar, want (misschien wel slap) dan vind ik het vaak niet leuk meer. Er zijn ook nog heel veel stukjes die niet in de korte inhoud staan, maar die toch leuk zijn. Het is aan één stuk door leuk. Ook met al die ‘mensen hierboven’ die ze dan pest en treitert. Dat moedertje is ook echt zo’n schattig, typisch Indisch mensje. Ik vind het echt schattig wat ze allemaal doet. Ze is ondanks haar leeftijd toch nog heel slim!

Ik vond het ook leuk, omdat het in Den-Haag speelde, en dat is hier toch wel vlakbij. Je herkent ook dingen. Bij ons thuis eten we wel vaak Indisch en die gerechten en sommige woorden ken ik dan ook wel. Dat was dus ook leuk, die herkenning. Ik denk dat iedereen het wel leuk vindt om dingen te lezen die hij/zij weet en dan herkent.



Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen