U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Willem Elsschot - Kaas.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1232 en is laatst upgedate op 20/03/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1169 woorden.

Titel

Kaas



Eerste druk

1933



Bijzonderheden

Er is een gedicht ter inleiding. Dit gedicht is opgedragen aan Jan Greshoff. Jan Greshoff spoorde Willem Elsschot namelijk aan om weer eens een boek te schrijven.



Titelverklaring

De titel van het boek "Kaas" is eigenlijk een verwijzing naar het onderwerp, of ook wel waar het in het boek de hele tijd om draait. Het boek gaat bijna alleen maar over kaas.



Opbouw

Het boek heeft 106 bladzijden en 24 hoofdstukken.



Samenvatting

Het boek beschrijft het leven van Frans Laarmans, die het saaie leven van een kantoorklerk leidt. Op de begrafenis van zijn moeder ontmoet hij Hornstra, die hem voorstelt een grote kaasimportfirma op te zetten, waar hij vertegenwoordiger van zal worden.

Het grauwe leven op het kantoor wordt vaarwel gezegd, het nieuwe leven vangt aan.

Hij heeft moeite om zich aan te passen in zijn nieuwe omgangskringen. Hij offert zijn gezinsleven op aan de kaas.

10.000 Edammertjes worden aangevoerd, hij installeert 30 agenten verspreid over het land, die de kaas moeten verkopen. Dit gebeurt echter niet Van het vroegere kantoor komen vier collega's op "ziekenbezoek", want de klerk heeft zich ziek gemeld. Zijn broer, die dokter is, heeft gezorgd voor een brief waarin gesproken wordt van zenuwoverspanning.

Laarmans wordt benoemd tot plaatsvervangend voorzitter van een soort kaas-commissie. Hij vindt het niet leuk, maar hij gaat toch mee naar het departement om de belangen van de kaas-importeurs te verdedigen. Ongewild wordt zijn optreden een succes, maar hij wil geen vice-voorzitter blijven.

Hij gaar nu zelf de kaas verkopen. Hij gaat naar Boorman, een oude vriend van Laarmans, om advies te vragen over de verkoop. Zijn optrden als verkoper wordt een mislukking, terwijl zijn zoon er wel in slaagt een kist kaas te verkopen.

Daarom stopt hij er mee en neemt zijn oude baan (kantoorklerk) weer op.k Dat kan nog omdat, zijn broer die dokter is aan het kantoor een medische verklaring had verklaard dat Laarmans 'alleen maar' overspannen was.



Analyse en interpretatie

Er is een ik-vertelsituatie met een ik als hoofdpersoon. De hoofdpersoon is Frans Laarmans. Een voorbeeld hiervan is de zin: "ik viel omver van de slaap en om alles niet te moeten vertellen zei ik maar dat de toestand onveranderd was".

De verhaalfiguren worden van de binnenkant gepresenteerd door de verteleer, er is dus sprake van een alwetende-verteller. Want Frans Laarmans kent de andere personen al.

Het verhaal is chronologisch verteld, want de verteller grijpt in het verhaal niet terug op gebeurtenissen uit het verleden of uit de toekomst.

De verhouding tussen de verteltijd en de vertelde tijd is erg groot. Het boek lees je namelijk in 5 uur wel uit, terwijl de vertelde tijd ongeveer een jaar bedraagt. Er is dus sprake van tijdsverdichting.

In dit verhaal is er sprake van een vision-avec, omdat je wanneer je het verhaal leest niet het idee krijgt dat alles al reeds is gebeurd. Het is dus geen achteraf verteld verhaal.

Het verhaal speelt zich af in 1933, want aan het einde van het boek staat er "Antwerpen 1933". De ruimte toont aan de dat de hoofdpersoon een simpele man is en niet erg rijk.

Hij woont namelijk met z'n gezin in een rijtjeshuis in de omgeving van Antwerpen.

Bovendien heeft hij z'n kantoor ook in het huis zitten.



De hoofdpersoon is Frans Laarmans, hij is een beetje een soort sukkel. Hij doet zich anders voor tegenover andere mensen dan hij is. Verder is hij ook een verlegen mens en onderneemt niet veel. Heel opvallend is de betekenis van de bijfiguren in dit boek. Alle bijfiguren hebben namelijk dezelfde betekenis voor de hoofdpersoon, want de bijfiguren helpen Frans Laarmans een beetje met het slagen van de kaasonderneming.

Een aantal belangrijke bijfiguren zijn:

- van Schoonbeke ; een rijke vrijgezel, komt uit een oude voorname familie. Hij helpt Laarmans aan het kaasimportbedrijf.

- Boormans ; een oude vriend van Laarmans, geeft hem advies over hij de zaken moet doen.

- Jan Laarmans ; de zoon van Laarmans die er wel in slaagt kazen te verkopen.

- Hornstra ; hoofd van de Nederlandse kaasfirma, hij maakt van Laarmans een importeur van kazen.

- Karel Laarmans ; de broer van Frans, die dokter is en de valse verklaring maakt.



Het thema van het boek is de tragedie van een levensmislukking.

Laarmans heeft namelijk een droom ; een kaasimportbedrijf te laten slagen en een rijk en belangrijk zakenman te worden. Maar dat lukt hem niet en zo wordt hij een eenvoudige kantoorklerk.

De belangrijke elementen uit het verhaal die vaak worden herhaald zijn:

- De G.A.F.P.A. (General Antwerp Feeding Products Association)

- Laarmans kantoor

- Opslagkeleder van zijn kazen 't Blauwhoedenveem



De titelverklaring van het boek is vrij simpel. Want tenslotte draait het hele boek om de kaas, die Laarmans moet verkopen. Dit lukt hem echter niet en dat brengt ons dan weer op het thema.



De stijl van het verhaal is nuchter, precies, zonder omhaal of aanstellerij en trefzeker. De zinsbouw in het verhaal is kort en zakelijk, omdat Elsschot de voorkeur gaf aan het gewone woord.



Er is weinig dialoog in het verhaal als er dan een dialoog is, dan zijn de gesprekken wel natuurlijk.



Tenslotte gebruikt Elsschot veel beeldspraak, meestal treffend en sober tegelijk. Bijvoorbeeld: "door iedereen verlaten moet ik zelf de kaasdraak te lijf gaan"



Eigen Mening

Het onderwerp

Als je titel ziet dan weet je meteen waar het hele boek overgaat, kaas dus. Het gaat over het leven van Frans Laarmans die kaasimporteur is. Het is een heel saai onderwerp, er zit totaal geen spanning in. Ik had nooit gedacht dat je over zo'n onderwerp een boek kan schrijven.



De gebeurtenissen

Het verhaal bevat bijna helemaal geen gebeurtenissen. Het speelt zich bijna allemaal af in één ruimte, dat is in zijn huis. En als hij een keer weggat dan verlaat hij zelfs zijn woonplaats niet. Hij gaat nooit iets doen, daarom ligt in het boek de nadruk ook op de gevoelens van de personen (voornamelijk Frans Laarmans). Dit maakt het saai en zo komt het dat ik totaal niet benieuwd was hoe het af zou lopen. Het is wel een realistisch verhaal, want een eigen onderneming beginnen dat komt vaak voor in de maatschappij.



De bouw

Het verhaal is heel makkelijk verteld, geen flashbacks. De tijd loopt gewoon zoals in werkelijkheid. Van begin tot eind is het verhaal chronologisch verteld.



De personages

In het boek komen vrij weinig personages voor. De hoofdpersoon werd aardig beschreven. Meer de gevoelens werden besproken niet het uiterlijk. Omdat het boek uit 1933 is zijn de personages in het doen en laten een beetje ouderwets.



Het taalgebruik

Je kan duidelijk merken dat het boek een hele lange tijd geleden geschreven is (1933). Het taalgebruik is ook uit die tijd, dus hele ouderwetse woorden komen er vaak in voor. Dat maakt het soms wel moeilijk omdat je het niet begrijpt. Maar uit de context kun je wel opmaken wat het betekent.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen