U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : W.f. Hermans - Het Behouden Huis.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=7753 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2166 woorden.

Willem Frederik Hermans, Het behouden huis

Beoordeling door Ornée & Vermeer Tekstbureau



Samenvatting:

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vecht de verteller, een naamloze Nederlander, aan het Oostfront in een groep Bulgaarse, Tsjechische, Hongaarse en Roemeense partizanen tegen de Duitsers. Het is het jaar 1944. De verschrikkingen van de oorlog hebben hem zo afgestompt, dat hij zich soms afvraagt of hij nog wel een menselijk wezen is. Drie jaar geleden is hij in Nederland door de Duitsers op grond van spionageactiviteiten gearresteerd. Na enkele mislukte vluchtpogingen uit gevangenissen en concentratiekampen is hij erin geslaagd naar het oosten te vluchten.

De partizanengroep slaagt er in een stadje, dat een luxebadplaats blijkt te zijn geweest, maar nu helemaal verlaten is, op de Duitsers te veroveren. Daar vindt de verteller een mooi huis, dat prachtig is ingericht. Hij gaat door de openstaande deur naar binnen en merkt dat, hoewel er niemand in het huis is, er kort geleden nog mensen moeten hebben gewoond. Met uitzondering van één kamer, staan alle vertrekken open.

De verteller installeert zich behaaglijk in het huis, dat hem als een hemelse rustplaats voorkomt na al de ontberingen van de afgelopen jaren. Diezelfde dag nog keren de krijgskansen en wordt het stadje door de Duitsers heroverd. De verteller krijgt inkwartiering van een aantal Duitse officieren onder commando van een kolonel. Zich voordoend als de eigenaar van het huis, ontvangt hij de Duitsers hoffelijk, in de hoop met rust gelaten te worden. Inderdaad bezorgen de Duitsers hem weinig last en bovendien verwijdert de oorlog zich geleidelijk van het stadje. Hoewel de gesloten kamer hem van een vage onrust vervult, beeldt hij zich in dat hij voor altijd in het huis zal kunnen blijven.

Op een dag ontdekt hij eindelijk iets wat een aanwijzing geeft over de oorspronkelijke bewoners van het huis. De bibliotheek staat namelijk vol met boeken over vissen. De eigenaar moet dus een vissen liefhebber zijn.

Dan komt onverwacht een man opdagen, die beweert de eigenaar van het huis te zijn en de verteller zijn papieren toont. De verteller, die zijn gerieflijk bestaan bedreigd ziet, aarzelt niet lang en schiet hem in de tuin dood. Vervolgens brengt hij ook de vrouw van de man, die met hem mee is gekomen, om het leven door haar in de badkamer te wurgen.

Kort na deze dubbele moord ontdekt de verteller dat er een sleutel steekt in het deurslot van de gesloten kamer. Hij gaat de kamer in en ziet dat deze vol staat met aquaria. Een heel oude man, die totaal doof schijnt te zijn, is bezig zijn kostbare collectie vissen, het enige waarvoor hij belangstelling heeft, te verzorgen. De verteller sluit de grijsaard in de kamer op om te voorkomen dat hij tegen hem getuigt.

Intussen hebben de Russen het dorp gebombardeerd en ingesloten. Alle Duitse officieren in het huis zijn gesneuveld, met uitzondering van de kolonel. De verteller trekt zijn partizanenuniform weer aan, neemt de kolonel gevangen en sluit hem op in de kelder. Hij brengt de oude man in de kamer wat brood en koffie en waarschuwt hem dat het tij is gekeerd. Dan verlaat hij het huis en sluit zich bij de binnentrekkende partizanen aan.

Tegen zijn zin dringen de partizanen het huis binnen en vernielen en bevuilen alles. Onderlinge vechtpartijen breken uit. De chaos is volledig. De Duitse kolonel, die geprobeerd heeft zich de keel door te snijden, wordt gemarteld. Als de verteller de gesloten kamer binnengaat, ziet hij dat alle aquaria kapot geslagen zijn. De doodgeschoten eigenaar van het huis ligt nog in de tuin op de plaats waar de verteller hem heeft achtergelaten. Hij neemt de dode zijn twee fototoestellen en gouden polshorloge af. Dan ziet hij het lichaam van de oude man bengelen aan de boom waaraan de partizanen hem hebben opgehangen. Aan een ander tak hangt het lijk van de Duitse kolonel, het naakte lijk van de vrouw tegen hem aangebonden.

De verteller gooit een handgranaat in het huis en marcheert met de partizanen weg. Hij voelt dat hij heel populair zal worden. Omkijkend naar het huis komt het hem voor alsof het aldoor komedie heeft afgespeeld en zich nu pas laat zien zoals het in werkelijkheid altijd is geweest: ‘een hol, tochtig brok steen, inwendig vol afbraak en vuiligheid.’

Persoonlijke reactie:

Het onderwerp:

Het onderwerp gaat over verontmenselijking en de kwetsbare geborgenheid.

De gebeurtenissen in het boek zijn meer dan 50 jaar geleden in een tijd, die ik zelf niet mee- gemaakt heb. Hoewel de Tweede Wereldoorlog in die zin dus buiten mijn belevingswereld ligt, betekent dat niet dat het voor mij niet mogelijk is me in te leven in de gebeurtenissen uit het boek, want vandaag de dag vindt immers overal hetzelfde plaats.

Ik ben door het lezen van het boek van mening veranderd. Ik had eerlijk gezegd niet gedacht dat een oorlog zulke verschrikkelijke gevolgen voor een mens kan hebben. Zelfs zo erg dat de hoofdpersoon langzaam al z’n menselijke gevoelens kwijtraakt en meer weg krijgt van een dier dan van een mens. Het heeft nog maar één doel voor ogen en dat is geborgenheid. Hiervoor heeft hij alles over, zelfs het vermoorden van mensen als die een bedreiging voor hem zijn.

Het onderwerp wordt zeker niet oppervlakkig behandeld, maar de harde strijd van de hoofdpersoon, om zichzelf te midden van de oorlog staande te houden en een veilige onderkomen te hebben, wordt met veel inzicht beschreven.



De gebeurtenissen:

De nadruk ligt meer op de gevoelens en de gedachtes van de personen dan op de gebeurtenissen. Dit komt in de eerste plaats omdat het een ikverhaal is, waarin de ikpersoon over zichzelf vertelt, met name over zijn gevoelens en hoe hij alles ervaart. Een andere reden is,omdat een van de thema’s verontmenselijking is en dit heeft meer met je gevoel te maken dan met een gebeurtenis. Toch worden er redelijk veel gebeurtenissen in het boek verteld.

De gebeurtenissen vloeien logisch uit elkaar voort. Maar wat is logisch? Is het logisch dat iemand, die in andermans huis zit en de echte eigenaar gelijk vermoordt als die komt opdagen? Het is in zoverre logisch dat de hoofdpersoon alles er voor over heeft zich geborgen te voelen, zelfs moorden.

Het hele verhaal is een groot drama, namelijk welke verschrikkelijke gevolgen een oorlog op een mens kan hebben. Er komen ook veel schokkende gebeurtenissen in voor, bijvoorbeeld wanneer de hoofdpersoon de vrouw in de badkamer wurgt of wanneer de partizanen alle lijken aan een boom hebben opgehangen. De gebeurtenissen zijn niet echt geloofwaardig, maar dat kan ook niet, want in een oorlog doen mensen dingen die ze normaal niet zouden doen.

De sfeer in het verhaal is somber, maar dat hoort ook zo. Een oorlog en de gevolgen daarvan voor een mens zijn niet iets leuks. Ook de tragische levensvisie van Hermans speelt een rol. Hij ziet de mens als iemand die onlogisch nadenkt, voordat hij iets doet en verder lijdt hij een absurd bestaan.

De gebeurtenissen zijn erg onwaarschijnlijk. Ik denkt niet dat iemand in staat is zoveel mensen te vermoorden en daar dan ook nog zo koelbloedig onder te blijven.

De afloop is niet naar mijn zin, want ik had gehoopt dat hij in het huis bleef wonen, omdat dit de enige plek was waar hij zich even niet met de oorlog kon bezighouden. Maar aangezien Hermans de schrijver is, had je een tragisch einde kunnen verwachten aangezien zijn levensvisie ook tragisch is.



De bouw:

Het verhaal begint gelijk interessant. Aan het begin van het verhaal beland je midden in een oorlog. Het verhaal begint met de zin: "De grote tak, bijna de hele kruin lag ineens onder de boom, zonder dat ik gekraak hoorde." De tijd is voor het grootste deel chronologisch. Alleen in een klein gedeelte van het boek vertelt de ikpersoon iets over zijn voorgeschiedenis.

De personages:

Je krijgt geen goed beeld van de personages en ze gingen ook niet voor je leven. Omdat de ikpersoon meer met zichzelf bezig is dan met anderen. Door de ikvertelling krijg je geen inzicht in de gedachten en gevoelens van de andere personages. De personages zijn voor mij niet zozeer herkenbaar. Ik ken niemand in mijn naaste wereld die vlucht voor een oorlog.

Er was geen enkele personage, dat voorspelbaar reageerde. Dit komt waarschijnlijk doordat ze zich in een oorlog bevinden.

Er is geen enkel personage dat ik sympathiek vind. Ze waren allemaal 'aparte' figuren, maar misschien is dit wel normaal in een oorlog!

De beslissing die ik me het moeilijkst voor kan stellen, was dat de ikpersoon eerst zo verkikkerd op het huis was en het daarna bombardeert met een handgranaat.



Het taalgebruik:

Het taalgebruik vond ik soms nogal hoogdravend. Er zaten soms moeilijke zinnen tussen. Bijvoorbeeld: "Ik zag armzalig dood riet in bossen naar beneden hangen uit de gebroken plafonds die de hemel hadden voorgesteld." (blz. 79) Het was vooral moeilijk om er achter te komen wat er nou precies mee bedoeld wordt.

Het verhaal is geschreven in de ikpersoon. Je ziet de wereld door zijn ogen. Er waren geen dialogen; het ging meer om de gevoelens en de gedachten van de hoofdpersoon.

Uitwerking van het onderwerp:

De titel geeft eigenlijk een verkeerd beeld. De hoofdpersoon denkt dat hij in het behouden huis in een hemel is beland. Na een tijd komt hij erachter dat het huis eigenlijk helemaal niet zo veilig en geborgen is. Aan het eind van het verhaal heeft de hoofdpersoon alle vertrouwen in de behoudendheid van het huis verloren. "Het was of het ook aldoor komedie had gespeeld en zich nu pas liet zien zoals het in werkelijkheid altijd was geweest: een hol, tochtig brok steen, inwendig vol afbraak en vuiligheid." (blz. 79).

Het boek is een oorlognovelle. Het gaat over de verontmenselijking van de hoofdpersoon als gevolg van de oorlog, die zich in het verhaal afspeelt. Het behouden huis betekende een hoogtepunt in het naoorlogse proza (Tweede Wereldoorlog).

Het thema is niet zo eenvoudig te bepalen, omdat er naar mijn mening meerdere onderwerpen zijn, die in dit boek aan de orde komen. Een belangrijk thema is verontmenselijking als gevolg van de oorlog. Door de gruweldaden die aan beide kanten van het front voorkomen, is het moeilijk voor een persoon om ergens nog menselijkheid te vinden. Zelf verliest hij dan ook al z’n menselijke gevoelens. Bijvoorbeeld wanneer hij een vrouw wurgt, die hem eigenlijk niks heeft aangedaan. "Hoe meer ik kneep, hoe meer gevoel ik in mijn vingers kreeg. Het kraakbeen van haar strottenhoofd zou een röntgenfoto achterlaten op mijn huid. Haar vel drong tussen mijn nagels." (blz. 50).

Een ander thema is de kwetsbare geborgenheid, die het huis aan de hoofdpersoon te bieden heeft. Het huis is voor de hoofdpersoon een hemelse rustplaats. In het huis heeft hij het gevoel, dat hij veilig is. Dit is in het begin ook zo, maar naarmate de tijd verstrijkt, verandert deze situatie. Het dorp wordt namelijk door de Duitsers heroverd. Zich als eigenaar van het huis voordoend, hoopt hij met rust gelaten te worden. De hoofdpersoon heeft alles voor deze geborgenheid over. Hij wil er zelfs iemand voor vermoorden. Dit doet hij dan ook, wanneer de echte eigenaar verschijnt. "Hij was de eigenaar. Toen haalde ik mijn geweer onder het bed vandaan en kroop op handen en voeten naar de vensterbank... Het hoofd van de man, de korrel en het vizier in één rechte lijn... Er werd gegild, vlakbij, haast aan mijn oor, toen ik het schot afvuurde." (blz. 47). Wanneer de partizanen het dorp bombarderen en insluiten, trekt de hoofdpersoon z’n partizanenuniform weer aan. Tegen z’n zin dringen de partizanen z’n huis binnen en vernielen en bevuilen alles. De geborgenheid voor de hoofdpersoon verdwijnt nu helemaal. Het is dan ook de hoofdpersoon, die het huis laat exploderen door er een handgranaat op te gooien. "Ik keek voor de laatste maal om naar het huis. Alle ruiten waren uit de sponningen gebarsten. Ik zag armzalig dood riet in bossen naar beneden hangen uit de gebroken plafonds die de hemel hadden voorgesteld. Ik keek het huis diep in de doodzieke keel." (blz. 79)

De Recensie:

Ik ben het er mee eens, dat het karakteristiek is voor een visie op de wereld als een chaotische en vooral zinloze verblijfplaats. De hoofdpersoon is op zoek naar een plaats waar bij geborgen is, maar daarin slaagt hij niet. Het is een grote chaos in het huis. Hij kan er niet tot rust komen, want elke keer wordt hij weer gestoord. In het boek wordt een sombere wereld beschreven, waar geen geluk en plezier in voorkomen, alleen maar ellende.

De recensent denkt dat Hermans vroeger als kind is gepest, omdat er in veel van zijn boeken een sombere visie voorkomt. Ik ben het hier niet meer eens, want je hoeft niet persé als kind te zijn gepest om een sombere visie in een boek te creëren.

"Wat men op deze visie (de wereld is overal ontluisterd) zal willen afdingen, aan de beklemmende sfeer van deze geslaagde novelle van meer dan gewoon belang zal men zich niet gemakkelijk kunnen onttrekken." Omdat de mensen niet meer naar elkaar luisteren, ontstaat er een beklemmende sfeer. Wanneer je het boek leest kun je niet onder deze beklemmende sfeer, omdat deze niet in een gedeelte van het boek maar in het gehele boek voorkomt.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen