U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Simon Vestdijk - Ivoren Wachters.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=7833 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2004 woorden.

Bibliografische gegevens:



Titel:

S. Vestdijk, Ivoren wachters. 20e druk. Amsterdam, 1986.



Jaar van verschijnen:

1951



Biografische gegevens schrijver:



Geboren in Harlingen in 1898. Na een studie medicijnen werkzaam als scheepsarts. Na

1932 alleen schrijver. Hij was lid van literair tijdschrift Forum, medewerken van o.a. Het Parool en het NRC.

Tijdens de oorlog was hij gijzelaar in Sint-Michielsgestel. Hij woonde voornamelijk in

Doorn. Hij heeft een groot oeuvre, maar hij kreeg een depressie na ieder boek.

Hij kreeg de PC Hooftprijs in 1950, de Constantijn Huygensprijs in 1955, Prijs der

Nederlandse Letteren in 1971, eredoctor van de universiteit van Groningen in 1964.

Hij stierf in 1971 in Utrecht.



Genre:

Psychologische roman



Samenvatting:



Op een zonnige septembermorgen koopt Philip Corvage, leerling van 6A van de

gymnasiumafdeling van het Stedelijk Lyceum, in een groentewinkel okkernoten (door hem

‘hersenvoedsel’ genoemd) en twee repen. Hij heeft weinig geld bij zich en als hij zich er

met smoesjes niet uit kan redden, zet hij het op een lopen. Op veilige afstand kraakt

Philip zoals gewoonlijk een noot tussen zijn tanden, met als gevolg dat er een aangevreten

kies met de bast naar buiten komt. Hij ontmoet twee schoolvrienden en een klasgenote, Elly

Temminck. Ze zijn benieuwd naar het nieuwe sonnet dat hij aan het schrijven is en dat hij

Morgen, als de nieuwe leraar Nederlands komt opdagen, voor wil lezen. Als hij vast een

proeve van deze "Rouwklacht om zijn gebit" ten beste geeft, wordt hij door

razende kiespijn overvallen. Elly neemt hem mee naar de dichtstbijzijnde tandarts, L.P.

Brandt.



Deze neemt het in de wachtkamer afgemaakte sonnet minzaam als betaling in ontvangst, na

naam en adres van de voogd van Philip te hebben genoteerd. hij vult de pijnlijke kies

zonder verdoving.Die avond eet de zus van oom Selhorst, Philips grimmige voogd, mee. Oom

weigert te praten over die luiwammes, die altijd Latijnse citaten in het rond strooit en

tot overmaat van ramp zijn gebit opzettelijk vernielt met noten en snoep. Vroeger was hij

dol op die jongen, maar nu ziet hij slechts het gezicht van Philips vader in hem terug.

Daar deze hem en zijn zus heeft opgelicht, ziet hij de laatste jaren alleen nog

maar slechte karaktertrekken in zijn pupil. Vandaar zijn antipathie, die elke keer als

hij naar de blonde, slanke en welgemanierde Philip kijkt, verhevigd wordt. Tijdens het

eten schiet Selhorst weer uit zijn slof en stuurt Philip naar zijn kamertje. De in stilte

verliefde, maar getrouwde dienstbode Nel, brengt hem daar zijn avondeten. Daarna bekijkt

Philip een foto van het lichtzinnige, ironisch kijkende gezicht van zijn vier jaar

daarvoor gestorven vader. Zijn moeder stierf toen hij zeven was, waarna hij bij oom

Selhorst in huis kwam.



Het is maandagmorgen en de pas afgestudeerde, briljante neerlandicus Frits Schotel de

Bie (Philip heeft al een bijnaam bedacht: Schotel met Schol.) wandelt met zijn verloofde,

de bibliothecaresse Lida Feltkamp, naar het lyceum, waar vandaag zijn betrekking begint.

Hij is een bijzonder met zichzelf ingenomen type en twijfelt er niet aan dat hij zijn

eerste dag als leraar zonder problemen zal doorstaan.



Hij bereidt een proefschrift voor over van Jan van Boendale. Zijn moeder is er erg op

gesteld dat hij promoveert tot doctor in de letteren. (Frits heeft een erg sterke binding

met zijn moeder.) Lida is zeer geïnteresseerd in alles wat met school te maken heeft.

Frits stuurt haar echter weg voordat ze rector Hovenius heeft gezien. Zijn welkomstgesprek

vindt Frits achteraf zonde van zijn tijd. Hij vindt dat de rector te veel Latijnse termen

erdoorheen gooit. In de leraarskamer wordt hij op de hak genomen. De leraressen Lenstra en

Van Leeuwen houden een onbegrijpelijke dialoog en de zeer intelligente leraar Fernaud doet

expres zo vulgair mogelijk. Ondanks zijn irritatie hierover verloopt zijn eerste les in

klas 6A over Justus van Effen, die toch vrij saai is, uitstekend. Totdat vlak voor het

einde van de les zijn blik valt op de honende grijns van een jongen met een werkelijk

totaal verrot gebit. Dit irriteert hem buitengewoon en hij valt uit tegen de jongen, met

het bevel zijn "afgebrande kerkhof" een beetje voor zich te houden. Omdat hij

vermoedt dat hij iets te ver is gegaan, bespreekt hij het geval met zijn vriend collega

Karsten en later met de rector. Hij hoort dat hij het tegen een intelligente, gevoelige en

zelfs dichtende jongeman heeft gehad, waar hij verder maar geen aandacht aan moet schenken. De leerlingen, onder aanvoering van Elly, vinden de uitval echter te belachelijk en halen Philip over om excuus te vragen van Schotel de Bie, maar hij voelt zich niet in het minst

beledigd. Na schooltijd pocht Frits tegen Lida over zijn successen, maar Karsten, die er

bij is, vertelt ook iets over de botsing met "de dichter". Dit brengt Frits weer

uit zijn humeur. Lida is gefrustreerd dat ze buiten het schoolleven wordt gehouden.



Philip kan het heel goed vinden met Nel. Hij heeft een gedicht voor haar gemaakt, waar

haar man nogal bezwaar tegen heeft. In het bijzonder de woorden 'kus' en 'zwanger' staan

hem niet aan. Nel vraagt Philip geen gedichten meer voor haar te schrijven, maar ze laat

wel merken dat ze op hem gesteld is.

Die avond is oom Selhorst opvallend mild gestemd. Hij heeft Philips chaotische kamer op

orde laten brengen en als zijn kerstrapport voldoende is, zullen ze maar weer iets aan

zijn gebit laten doen. Voorwendend dat hij even naar een leraar moet om uitleg over de les

te vragen, gaat Philip de deur uit. Hij belt aan waar hij Schotel de Bie heeft zien

binnengaan. Het blijkt het huis van Lida te zijn. Ze gaan samen naar de woning van Frits

en onderweg krijgt ze het verhaal over de belediging te horen. Philip vertelt haar dat hij

eist dat Schotel zijn excuses aanbiedt. Frits weigert Philip te ontvangen. Lida kiest de

partij voor Philip en samen wandelen ze, Lida na een ruzie met Frits, weer terug. Philip

vertelt dat hij zich eigenlijk helemaal niet beledigd voelt. Ze spreken verder nog over de

schooltijd van Lida: ze moest van de HBS af om haar moeder te helpen. Toen ze 21 werd,

ging ze op zichzelf wonen; ze kreeg een baan als bibliothecaresse. En Philip vertelt

waarom bijna niets hem kan kwetsen, zijn oom scheldt altijd op zijn vader en Selhorst

verwijt hem dat hij precies op zijn vader lijkt. Lida vindt dat hij daar tegenin moet gaan

en laat hem dat beloven (voornamelijk de toespelingen over het oplichter-zijn van zijn

vader), nadat ze hem een lange kus op de mond heeft gegeven, waar Philip erg van

ondersteboven is.



Als hij thuiskomt, vertelt Nel hem dat Selhorst hem onmiddellijk wil spreken. Selhorst

heeft een brief gekregen van de tandarts, waarin het verhaal over het sonnet staat.

Selhorst wordt kwaad en gaat weer op zijn vader schelden, dit bezorgt Philip een aanval

van blinde drift en hij probeert Selhorst te wurgen. Op dat moment krijgt Selhorst een

beroerte, maar Philip denkt dat hij hem vermoord heeft. Nel komt binnen en stelt Philip

gerust: hij heeft de oude man niet vermoord. Zij stuurt hem naar de dokter en naar zijn

tante en drukt hem op het hart, niets over zijn aandeel in het ongeval te vertellen, hij

heeft gewoon een beroerte gehad. Als hij de deur uit is, pakt Nel een zware wandelstok en

geeft Selhorst een harde klap op zijn hoofd.



Buiten komt Philip tot rust. Zijn schuldgevoelens nemen af, maar de angst om verder te

moeten leven zonder Selhorst neemt toe. Hij wil niet bij zijn tante wonen. Hij gaat naar

Lida, met wie hij denkt openlijk te kunnen spreken. Hij wil haar verantwoordelijk stellen,

maar zij vindt dat hij overdrijft. Ze barst in lachen uit, als hij haar vraagt om samen

met hem te vluchten. Philip gaat gekrenkt weg en blijft overtuigd dat haar kus hem tot de

daad heeft aangezet. Hij loopt langs de tandarts en gooit een gulden met een briefje naar

binnen: 'Dit geld, langs de weg van geweld en onrecht verkregen, moet u ten verderve

zijn'. Philip klopt aan bij Nel, die inmiddels naar huis is gegaan. Ze vertelt dat de

dokter geen sporen van wurging heeft geconstateerd. Piet, de man van Nel, komt dronken

thuis en verdenkt Nel al enige tijd van overspel met Philip. Nel vertelt het geval van de

beroerte aan Piet, maar verzwijgt de klap met de wandelstok. Ze drinken samen nog wat en

dan zegt Nel dat Piet Philip maar naar huis moet brengen, anders loopt hij nog ergens een

gracht in. Piet en Philip gaan naar buiten en Piet vertelt Philip dan dat Nel hem

aangegeven heeft bij de politie, geschokt hoort hij de leugen aan, want nu moet hij toch

vluchten. Buiten de stad mindert Piets auto vaart en Piet duwt Philip het kanaal in.



Dinsdagochtend hoort Schotel de Bie van de rector dat Philip Corvage zelfmoord heeft

gepleegd. Het is natuurlijk niet duidelijk of dat door de belediging van Frits kwam. Een

telefoontje brengt hen het nieuws dat Philips oom van schrik is overleden. Schotel de Bie

is erg geschrokken en vertelt 6A dat het hem erg spijt van de belediging. Na schooltijd

gaat hij bij Lida langs, ze is vertrokken, ze heeft een brief achtergelaten waarin staat

dat ze is gaan studeren en dat ze vindt dat Frits niet bij haar past.

De epiloog eindigt met de neergang van de snel ouder en krommer wordende Schotel de Bie,

die nog wel een saai proefschrift schrijft, maar sociaal gezien een buitenstaander blijft.

Zijn collega's vinden hem zielig. Over Philip Corvage wordt nog steeds gesproken: Fernaud

oppert de mogelijkheid dat Philip helemaal geen zelfmoord heeft gepleegd, omdat zoiets

helemaal niet in zijn karakter lag. Karsten meent ook, dat Philip eerder een gedicht zou

maken dan in het water zou springen als iets hem dwars zat, maar men besluit de zaak

verder maar te laten rusten.







Titelverklaring:



De titel is ontleend aan het sonnet dat Philip heeft geschreven om de tandarts te

betalen. Met de 'ivoren wachters van het maagdarmkanaal' bedoelt hij zijn gebit, dat

uiteindelijk tot zijn ondergang leidt. De tandarts zegt nog dat het beter ‘emaille wachters’

of ‘glazuren wachters’ had kunnen zijn.







Ruimte:



Plaats van handeling:



middelgrote stad in Nederland







Structuur:



Het verhaal doet sterk denken aan een klassieke tragedie. Philip is een tragische held

die ten ondergaat aan zijn goede bedoelingen.



De eenheid van tijd: het belangrijkste gebeurt binnen één etmaal.

De eenheid van plaats: alles speelt zich af in een Hollandse stad.

De eenheid van handeling: alles hangt samen met de ondergang van Philip.



Vijf bedrijven:



- proloog (1/5)

- verwikkeling (6/12)

- confrontatie (13/18)

- afwikkeling (19/23)

- epiloog (24/25)







Vertelperspectief:



Auctoriale verteller







Motieven:



Leidmotief:



- jeugdige overmoed tegenover de bezonnenheid van de ouderen.

- relatie pleegvader-pleegkind.

- wraak.

- Philips gebit.

- Okkernoten





Literair-historisch motief:



Ivoren Wachters is geënt op het Orestesmotief, dat we aantreffen in klassieke

tragedies. Clytaemnestra, de moeder van Orestes, heeft samen met haar minnaar Orestes'

vader vermoord als wraak voor de offerdood van Iphigeneia. Orestes, gesteund door zijn

zuster Electra, neemt wraak en doodt zowel zijn moeder als haar minnaar.



Philip is Orestes. Hij heeft respect voor zijn vader die hij nauwelijks gekend heeft.

De Clytaemnestra-figuur wordt vertegenwoordigd door oom Selhorst: voor Philip de vervanger van zijn moeder. Bij de 'moedermoord' krijgt Philip hulp van de dienstbode Nel, die

Selhorst doodslaat. Zij is dus Electra.







Thema:



De ondergang van een begaafde en intellectueel zelfbewuste adolescent.







Verhaalfiguren:



Philip is de hoofdfiguur; naast hem treffen we drie vrouwen die positief tegenover hem

staan: Elly Temminck, Lida en Nel. Er zijn drie, negatieve, mannelijke nevenfiguren:

Schotel de Bie, Selhorst en Piet. De rector is een soort tussenfiguur. Hij is op Philip

gesteld (zijn beste leerling Latijn), maar hij kent ook zijn zwakheden. Philip mag de

rector ook => hij heeft de Latijnse citaten van hem overgenomen.



Philip is 19; hij zit in de hoogste klas van het gymnasium; hij is dichter en strooit

met Latijnse citaten; hij heeft een heel slecht gebit. Op zijn zevende is zijn moeder overleden.

Oom Selhorst heeft hem opgevoed. Zijn vader heeft geknoeid met geld en Selhorst maakt hier

later toespelingen op. Philip kan daar niet tegen. Philip is een round character.



Selhorst heeft Philip opgevoed; in het begin ging dat goed, later ergert hij zich aan

alles: citaten, Philip smijt NIET met deuren, zijn gebit; als Philip een keer een

dubbeltje steelt, weet hij het: Philip is ook een oplichter. Oom Selhorst is een type.



Schotel de Bie is zelfingenomen, eigenwijs en hij houdt van redeneren; briljant, maar

niet goed in het menselijk contact; zelfs voor Lida heeft hij geen echte belangstelling; zijn moeder heeft veel invloed op hem. Schotel de Bie is een type.



Lida wil alles over de school weten; Frits wil dit niet en dit is de aanleiding tot het

verbreken van hun relatie. Lida is een flat character.



Nel is in voor andere mannen. Nel is een flat character.



Piet: jaloers, achterdochtig, wraakzuchtig. Piet is een flat character.







Stijl:



zeer verzorgde woordkeuze, lange zinnen, niets staat vast.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen