U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Renate Dorrestein - Buitenstaanders.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1170 en is laatst upgedate op 21/08/1998.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2673 woorden.

Titelverklaring

De titel Buitenstaanders kan op drie manieren worden verklaard:

  • 1) De bewoners van de dependance van de psychiatrische inrichting zijn buitenstaanders voor de normale wereld.
  • 2) Max en Laurie en de kinderen zijn buitenstaanders, vreemden, voor elkaar.
  • 3) Max en Laurie lijken op het eerste gezicht de buitenstaanders tussen de patiënten, maar de echte buitenstaander is misschien wel de lezer.



    Thema en Motieven

    Wat normaal of gewoon is, hangt veel af van wat iemand in een bepaalde positie daaronder verstaat, wat voor hem op dat moment de realiteit is.



    Motieven voor dit thema zijn o.a.:

  • De hoofdpersonen hebben allemaal een andere perceptie van realiteit.
  • Deze verschillende percepties leiden ertoe dat ze aldoor miscommuniceren met elkaar. Ze begrijpen elkaars realiteit niet.
  • De sleur van het dagelijks leven, denk aan het huwelijk van Max en Laurie, leidt al gauw tot vluchten uit de realiteit.
  • Hoe gaat de moderne psychiatrie hiermee om?
  • Liefde voor de medemens.
  • De druk van het opgesloten zijn, denk aan de theorieën van Wibbe, de behandelend arts.



    Samenvatting

    Max en Laurie en hun zoontjes waren op weg naar hun vakantiebestemming. Op een dijk vloog hun auto uit de bocht en ze belanden in het water. Max had een shock en kon alleen maar kwaken. Laurie zocht hulp. Een klein meisje ging hun voor naar een donkerrood huis met geblindeerde ramen. Het was het huis waar Agrippina met wat voor haar familie doorging woonde. Alleen Luppo was haar eigen zoon. Wibbe was een soort aangenomen kind, de meisjes Biba en Ebbe min of meer opgedrongen kleinkinderen en Marrie een vondeling. Gelukkig had Agrippina ook Evertje Polder nog, een stokoude hond. Op de dag dat Max en Laurie het ongeluk kregen, bereidde men zich in het huis aan de rivier voor op het feest van Sterre. Biba, Sterre en Ebbe waren een drieling. Agrippina was al in de 70, maar ze wilde graag jong blijven en daarvoor was veel vers bloed het beste medicijn. Zij trok er in alle vroegte al op uit met Evertje Polder om te kijken hoe het stond met het nest jonge zwanen langs de waterkant. Agrippina had een hekel aan feesten waarop zij niet in het middelpunt stond. Ze wilde vreselijk graag har verhalen vertellen, maar niemand wilde naar haar luisteren. Ze besloot om zelf voor publiek te zorgen door een gevarenbalk, die ergens op de dijkweg langs de rivier stond, in het water te gooien. Ondertussen waren Biba en Ebbe wakker geworden. Ze hielden een van hun interessante twistgesprekken. Lupo woonde in een caravan achter in Agrippina’s tuin. Hij had een liefdesbrievenfabriek; hij schreef in opdracht brieven. Lupo ging bij Wibbe in het botenhuis kijken. Wibbe was een soort klusjesman. Hij was een beetje vreemd, maar werd wel geaccepteerd. Waarschijnlijk was hij uit de provinciale inrichting weggelopen. Hij had voor Lupo een geweer gerepareerd, zodat Lupo voor een cadeau voor Sterre’s feest kon zorgen. Agrippina ging taarten bakken voor het feest. In de kelder hield ze muizen. Ze ging er een paar halen, want ze had zin in vers bloed.

    Het kleine meisje Marrie, een mongooltje, bracht het gezin van Laurie en Max naar Agrippina. Laurie kreeg een kopje thee, Max werd in bed gestopt, en de jongens kregen zwembroeken en werden door Lupo naar het botenhuis gebracht. Ze gingen roeien, Marrie ging ook mee. De jongens treiterden haar de hele tijd, maar Marrie bleef lachen. Biba en Ebbe gingen bloemen plukken voor Sterre's feest. Toen ze terugkwamen, vonden ze een vreemde man (Max) in hun bed. Wibbe trok met een tractor de auto van Max en Laurie uit het water. Laurie wilde nog wel even blijven; Lupo was hierover van ontzetting vervuld. Toen Max ontwaakte en hij de naakte Ebbe voor zich zag, dacht hij eventjes dat hij hallucineerde. Maar hij had al gauw zijn positieven bij elkaar en zon op mogelijkheden om het met Ebbe aan te leggen. Ebbe vertelde Max over Marrie, Wibbe en Sterre, Max geloofde er niets van, zodat Ebbe haar verhalen niet afmaakte. Laurie vertelde aan Lupo dat ze ongelukkig was. Max had een vriendin en zij deed alles verkeerd, niemand begreep haar. Lupo en later Laurie zagen de naakte Ebbe en Max samen. Laurie wilde meteen weg, tot opluchting van Lupo. Ze ging achter het stuur van de auto zitten wachten op Max. Eindelijk konden ze vertrekken, maar de auto hield er na 100 meter al weer mee op.

    Max ging met Wibbe naar het dorp. Laurie hielp Agrippina het huis versieren. Agrippina vond Laurie een stompzinnig wezen. Ze vroeg of Lupo haar mee wilde nemen. Lupo dacht dat ze Evertje Polder bedoelde. Hij nam haar mee, Laurie sjokte achter hen aan. Ze begon te huilen en Lupo voelde zich verplicht om haar te troosten. Lupo wilde alleen maar Evertje Polder uit haar lijden helpen, maar Laurie dacht dat hij haar wilde beminnen. Ze had zich al bijna uitgekleed, toen jaar jongens er opeen aankwamen. Ze hadden Marrie vreselijk toegetakeld. De jongens en Marrie werden weggestuurd en Lupo schoot Evertje Polder dood. Daarna schoot hij een zwaan neer. Hij wilde de zwaan gebruiken voor Sterre’s feest. Laurie wilde helpen, maar was Lupo alleen maar tot last. Ebbe en Biba knipten Marries haar. Ze wilden een jongetje van haar maken omdat Sterre ook gezegd had dat ze liever een jongen wilde zijn. Agrippina vond het vreselijk dat Evertje Polder en haar zwaan dood waren. Ze ging de jonge zwaantjes ophalen. Op weg naar het nest kwam ze de jongetjes en Marrie tegen. De jongens wilden een geheim verbond sluiten, waarbij ze elkanders bloed moesten drinken. Agrippina vond het hemels. Marrie ontsnapte. Lupo begroef Evertje Polder. Hij besloot een liefdesbrief voor Laurie aan Max te schrijven, die hij later ongemerkt in Max’s zak stopt. Laurie vertelde Max dat ze een verhouding met Lupo had. Max moest er alleen maar om lachten. Hij vertelde Laurie dat ze in een gesticht terechtgekomen waren. Iedereen was gek, behalve Wibbe, die een beetje toezicht hield. Bovendien was Sterre dood. Wibbe had hem dat allemaal verteld toen ze naar het dorp waren geweest. Eindelijk was de lange middag voorbij en gingen ze Sterre’s feest vieren. Ebbe, Biba en Lupo hielden toespraken. Sterre had uit liefde zelfmoord gepleegd. Ze vond zichzelf vies en walgelijk omdat ze telkens weer ongesteld werd en ze wilde haar zusjes niet aansteken. Ze was van het dak gesprongen en Biba en Ebbe hadden daarbij geholpen. Biba en Ebbe herleefden dat moment door op het dak een ritueel met de zwanen vogels uit te voeren. Max dacht dat zij zouden springen. Wibbe raakte in paniek en verstoorde de ceremonie. Hij werd door Biba en Ebbe op zolder opgesloten. Toen ze gingen afwassen, zagen ze de lijkjes van de jonge zwanen die Agrippina uit hun nest had gehaald. Agrippina was weg, de kinderen waren ook weg. Lippo, Biba en Ebbe vreesden het ergste. Max werd opgesloten in de kelder. Ondertussen hadden de jongens besloten Marrie uit te schakelen omdat ze haar bloed niet geofferd had. Wibbe kon er niet tegen om opgesloten te zitten, waarmee hij zijn eigen stelling bewees, namelijk dat het onmenselijk is om iemand op te sluiten. Ook Max had het er moeilijk mee. Hij was tussen de muizen van Agrippina terechtgekomen. Hij vond Laurie's brief in zijn zak, las hem en besloot eerst aardig voor Laurie te zijn om haar dan langzaam gek te maken. Laurie kreeg een lachbui toen ze in de gaten kreeg dat Max opgesloten zat. Lupo, Biba en Ebbe gingen Agrippina en de kinderen zoeken. Ze zagen de jongens bezig in Marrie’s kamer. Ondertussen had Agrippina de merkwaardigste visuele gewaarwordingen gekregen. Ze begreep opeens niet wat ze in het bos deed en ging terug naar huis. Toen ze Max in de kelder hoorde schreeuwen, dacht ze dat het een muis was die wraak wilde nemen. Ze ging gauw naar bed. Laurie was verdwaald in het bos toen ze Lupo achterna ging. Ze kwam uiteindelijk terecht bij een gebouw dat een inrichting bleek te zijn. Ze kreeg een giechelbui en werd voor een patiënt aangezien. De psychiater die met haar kwam praten, vertelde haar dat het huis een fasehuis was, een dependance van de inrichting. Het was een project van Wibbe. Hij had zichzelf uitgegeven voor het gekke broertje, omdat hij niet wilde dat de vrijheid van de patiënten beknot werd door de aanwezigheid van artsen, terwijl er toch enigszins toezicht moest worden gehouden, vooral na de dood van Sterre. Laurie vertelde dat Wibbe en Max opgesloten zaten en dat Agrippina en de kinderen verdwenen waren. De psychiater riep Wibbe op met een zender. Hij vond het onverantwoord dat Agrippina verdwenen was. Zij was gevaarlijk omdat ze een hersentumor had. Wibbe meldde dat hij alles in de hand had en dat Laurie een hysterica was die onzin uitkraamde. De psychiater geloofde hem en Laurie werd platgespoten.

    In het huis werden Wibbe en Max vrijgelaten. Max vroeg aan Wibbe of die gekken soms besmettelijk waren. De anderen waren kwaad op Wibbe; over dergelijke dingen mocht nooit gesproken worden. Wibbe ging kijken of Agrippina in bad lag. Ook dat was tegen de regels. Agrippina zag en hoorde niets. Ze keek alleen maar wild uit haar ogen en krabde zichzelf. Wibbe besloot haar onmiddellijk met zijn motor naar de inrichting te brengen. Max zocht zijn kinderen, maar ze waren verdwenen. Ook het vleesmes was weg. De jongens hadden Marrie overmeesterd en afgevoerd naar het botenhuis. Ze achten een wrede straf rechtvaardig. Doktor Wibbe leverde Agrippina af bij de inrichting en nam de knikkebollende Laurie weer mee terug. Max vertelde Lupo, Bibba en Ebbe dat Wibbe in werkelijkheid hun arts en bewaker was. Ze geloofden hem niet. Ze zochten de kinderen en gingen nog even in het botenhuis kijken. Biba opende de krakende deur. 'Aanvankelijk zag ze niets'..'

    Toen Laurie bijkwam, zat ze met Max en de kinderen op een terras. Max zei dat ze dadelijk de auto op zouden kunnen halen. Laurie droomde van 3 dwergen. De kleinste van de 3 werd gevild met een mes door de andere 2. Toen Laurie weer wakker werd, wilde ze van Max weten wat er die nacht was gebeurd. Max zei alleen dat ze in de inrichting verdoofd was, waardoor ze allerlei nachtmerries had gekregen. Hij wilde niet meer teruggaan naar het huis Nu ging eindelijk hun vakantie beginnen. Laurie herinnerde zich nog wel iets van die nacht, maar ze vroeg zich af of ze haar herinneringen moest laten kloppen. “Ze moest kiezen: ofwel alles was waar gebeurd, inclusief jaar nachtmerrie, ofwel alles was een droom geweest”. Het was een keus tussen de echtheid van het bestaan en het tot een illusie verklaren van haar hele leven. Geluk was er niet mee gemoeid, het was alleen de vraag met welke leugen ze liever wilde leven. Aan de auto die de garage uitdraaide, was niet te zien dat er ooit iets mee was gebeurd.



    Karakterisering van de hoofdpersonen

    Max: is getrouwd met Laurie, hij is het prototype van de bazige, arrogante, irritante echtgenoot, die alleen is gesteld op carrière maken en gelijk krijgen. Hij ergert zich aan Laurie’s zieligheid en vindt dat een keertje 'plat' gaan niks met je huwelijk te maken heeft. Hij is een egocentrische macho. Hij blijft alleen bij Laurie vanwege de kinderen, en vindt dat ze daar blij om moet zijn, dat hij zijn verplichtingen als echtgenoot nakomt. Zijn enige goede eigenschap is dat hij snel kan denken.

    Laurie: is het type van de onderdrukte vrouw, die niet is opgewassen tegen haar echtgenoot, ze vertoont allerlei traditionele vrouwelijke kenmerken. Ze heeft een minderwaardigheids-

    Complex en heeft erge medelijden met zichzelf. Ze wordt maar wat graag door Lupo 'verleid'.

    Wibbe vindt haar een, van de stress stijfstaande hysterica. Zij is de enige in het boek die qua persoonlijkheid een duidelijke ontwikkeling doormaakt, door haar confrontatie met het voor haar onbekende. Ze is dus een round character.

    Agrippina: is een dame van in de 70. Ze is de moeder van Lupo, die het kind van de Allesplakker, haar grote liefde, is. Ze heeft een obsessie om jong te willen blijven en daarom drinkt ze vers bloed, volgens haar het enige middel waar je echt jong van blijft. Zij en haar zoon worden in een inrichting opgesloten, en nu heeft ze een hersentumor, waardoor ze waanideeën krijgt. Ze kleedt zich raar, praat met haar hond en staat het liefst altijd in de belangstelling. Probeert haar rot jeugd de baas te worden maar is daardoor psychisch al helemaal in de vernieling.



    Opbouw

    1. Het verhaal speelt zich voornamelijk af in het huis, met de geblindeerde ramen, bij de rivier, Het is het fasehuis, waar de inwoners een therapeutisch gezin zijn.

    2. De tijdsduur is maar 1 dag met 1 nacht. Maar er zijn flashbacks waarin Agrippina’s en Lupo’s leven in sneltreinvaart worden beschreven.

    3. Het boek is verdeeld in 4 genummerde hoofdstukken, waarin de laatste opvallend kort is. Elk hoofdstuk is verdeeld in scènes die lek hun eigen verhaaltje vertellen.

    4. Een climax is als Wibbe Agrippina, die hevig ziek is, op zijn motor naar de inrichting brengt. Een andere is dan Biba en Ebbe, Sterre op het dak herdenken en Wibbe gek van angst wordt. Een anticlimax is als Laurie wegvlucht uit het huis en haar enkel verdraait.

    5. De gebeurtenissen worden niet-chronologisch verteld, dus ook met tijdsprongen.

    6. Flashbacks zijn er, wanneer er vertelt wordt over de levens voor en het verleden van verschillende personages.

    7. Eerst verongelukken Laurie en Max, en later wordt er verteld hoe Agrippina dit veroorzaakt heeft, een terugwijzing dus.



    Schrijfwijze

  • Er is sprake van een ruimbeeld, want de lezer weet meer van de personages dan zij van elkaar. Dit komt door een alwetende auctoriale verteller buiten het verhaal, die meer weet dan de personages en die alles aan de lezer vertelt.
  • De combinatie van het hete weer en het onweer met het vreemde huis wat erg afgelegen ligt roept een broeierige sfeer op, waarin vreemde 'gekke' situaties en gebeurtenissen te verwachten zijn.
  • De flashbacks worden allemaal in ’n versneld ritme verteld, de dag en nacht in het huis daarentegen vrij uitgebreid en langzaam.
  • Het boek is geschreven in ’n overdadige en originele stijl, die heel goed past bij het bizarre verhaal, Het is een mengeling van clichés, die een parodistische werking hebben, overdrijving, herhaling en origineel taalgebruik, met veel zwarte humor.



    Genre, tijd en literaire stroming

    1. Genre: Epiek Sub-genre: Moderne roman.

    2. Tijd: na 1945 Stroming =

  • Moderne Nederlandse literatuur. Bewijs dat het boek hierbij hoort is dat het gaat over een bizar experiment van een psychiatrische inrichting. Je kunt geen vast beeld hebben van de wereld om je heen.
  • Dorrestein hoort bij de feministische schrijfsters. Vrouwenliteratuur (van, vooral over vrouwen en hun positie, hun beleving van hun bestaan).



    Eigen mening

    1. Het boek is op zo’n manier opgebouwd dat je steeds van mening verandert over wat de werkelijkheid nu is. Het is mooi samenhangend en elk personage is onmisbaar met zijn/haar verhaallijn voor het boek.

    2. Ik vond het boek heel erg boeiend, omdat de personen merkwaardig waren allemaal. Ik kon voor allemaal behalve voor Max en zijn kinderen, sympathie opbrengen.

    3. Het is juist de bedoeling van dit boek dat de lezer beslist of de waarheid of niet is. Ik vond het boek wel waarschijnlijk genoeg om het op zij als waarheid over te laten komen.

    4. Ik vond het boek zeer origineel, het is origineel geschreven en de verhaallijn helemaal! Dit is zeker geen boek waarbij je denkt: 'hetzelfde oude liedje weer'.

    5. Ik vind dat het boek heel origineel geschreven is, maar dat sommige dingen een beetje ongeloofwaardig werden door de overdadige schrijfstijl. Zoals dat Wibbe op z’n 9e de 'wetten van Wibbe' formuleerde.

    6. De opvatting van dit boek is: soms kun je beter gek zijn, dan normaal. En dat is best wel zo, tenminste in dit boek. Max en Laurie zijn dan 'normaal' maar ze zijn in wezen nog gekker van alle 'gekken' in het fasehuis.
  • Andere boeken van deze auteur:


    Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen