U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : R.j. Peskens - Twee Vorstinnen En Een Vorst.
Deze versie komt van http://www.boekverslag.nl/Verslag/Twee+vorstinnen+en+een+vorst/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1899 woorden.

Titelverklaring


De titel is die van het laatste en tevens langste verhaal van het eerste deel van de bundel. Een van de twee vorstinnen is koningin Wilhelmina, die overigens alleen in dit verhaal voorkomt, en dan ook nog op de achtergrond. De tweede vorstin is de moeder van de schrijver. Deze moeder is de centrale figuur in alle verhalen.

Over de auteur


R.J. Peskens is het pseudoniem van de uitgever Geert A. van Oorschot. Geert van Oorschot wordt op 15 augustus 1909 in Vlissingen geboren, waar hij ook opgroeit. Hij sterft in Baambrugge op 18 december 1987. Als uitgever bouwt hij een indrukwekkend fonds op, dat o.a. het complete werk van Multatuli, Couperus en Menno ter Braak omvat, en de Russische Bibliotheek. Verder richt hij in 1957 het literaire tijdschrift Tirade op, waarvan hij ook jarenlang redacteur is. In dit tijdschrift publiceert hij onder verschillende schuilnamen. In de jaren dertig publiceert hij zonder succes twee dichtbundels. Zijn prozadebuut, de verhalenbundel Uitgestelde vragen verschijnt in 1964; later geeft hij deze bundel, herzien en uitgebreid, opnieuw uit onder de titel Mijn moeder was eigenlijk een Italiaanse ('77). Het pseudoniem Peskens kiest hij vanwege het feit, dat Peskens een anarchist was. De voorletters R. en J. kiest hij uit bewondering voor zijn beide vrienden Richard Minne en Jan van Nijlen.



Zijn volgende werk is het succesvolle Twee vorstinnen en een vorst, een bundel autobiografische verhalen (1975). In 1976 verschijnt zijn romandebuut Mijn tante Coleta, ook sterk autobiografisch. Een op deze beide boeken gebaseerde bioscoopfilm gaat in 1981 in première. Ook in 1981 verschijnt de verhalenbundel De man met de urn.

Literaire stroming


Moderne Nederlandse literatuur.

Genre


Autobiografische verhalen.

Samenvatting


Deel I: "In volle bloei"



De kolenboer (pag. 7)



De kolenboer bij wie het gezin Peskens kolen koopt, of liever gezegd 'poft', heet Daalhuyzen. Deze is zeer gierig en als er teveel gepoft wordt, staakt hij de levering van de kolen, ongeacht het weer. Als wraak hiervoor besluit moeder de bomen in zijn tuin om te zagen. Dit doet ze samen met haar zoon,  in het holst van de nacht. Moeder is kalm en beheerst, maar haar zoon is als verlamd. "Ik voelde niets meer, dacht niets meer, was een gehoorzamend verlengstuk van moeders wil geworden".



De huisbaas (pag. 20)



Ook bij hem staat moeder in het krijt. Als Cyvat, behalve huisbaas ook groentenboer, de achterstallige huur komt halen, gooit moeder hem van de trap. Ze krijgt hiervoor een maand gevangenisstraf. Vervolgens zet zij met behulp van haar zoon het huis en bedrijf van Cyvat in brand. Het paardje van Cyvat hebben ze van tevoren in vrijheid gesteld. Het krantenverslag over de brand wordt naast dat van de omgezaagde bomen van de kolenboer op de schoorsteen geprikt.



De leraar (pag. 32)



Peskens gaat, hoewel voor een zoon uit een arbeidersgezin ongebruikelijk, naar de H.B.S.  Omdat hij niet de goede boeken, schoenen en gymkleding heeft, wordt hij door medeleerlingen en leraren getreiterd. Vooral de gymleraar maakt het bont, wat hem in het bijzijn van alle leerlingen op het schoolplein een pak slaag van moeder oplevert.



De wasmachine (pag. 49)



Moeder heeft enkele werkhuizen om wat bij te verdienen. Een van haar mevrouwen vernedert haar zodanig, dat ze de stop uit de wasmachine haalt. Hierdoor komt alles blank te staan. Na deze actie trakteert moeder het hele gezin - uiteraard op de pof!



De bomvrije (pag. 56)



Dit is de kazerne waar twee dienstweigeraars vastzitten. Moeder bezoekt hen regelmatig en neemt zelfs eten voor hen mee. Dit is niet nodig, want het overschot uit de militaire keuken wordt 's avonds aan de armen van Vlissingen uitgedeeld. Als de dienstweigeraars op transport naar Scheveningen gaan, zwaaien moeder en zoon hen uit. Tegen etenstijd haalt Peskens een pan met erwtensoep uit de keuken van de kazerne om het gezin eens te trakteren. Moeder is hierover natuurlijk woedend, gooit het eten door de w.c., en geeft haar zoon een paar flinke tikken als straf.



Het varken (pag. 65)



Op een avond komt moeder thuis met een half varken. Met veel moeite wordt het door het hele gezin in stukjes gehakt. De zusjes brengen plakjes vlees naar familie en vrienden. Van de beste stukken wordt een waar feestmaal aangericht. Vader regelt deze daad van proletarisch winkelen met de slager. Het duurt maanden voor het halve varken is afbetaald.



Het pannetje (pag. 72)



Vader is langdurig ziek. Longontsteking en pleuritis. Hij verkeert lang in levensgevaar, vrienden en buren waken 's nachts bij hem. De zusjes zijn uitbesteed, maar de jonge Peskens blijft bij zijn moeder en zieke vader. De burgemeester komt op bezoek, maar moeder wijst hem de deur. Wel accepteert ze het versterkende voedsel voor vader. Haar zoon moet dit in een pannetje uit de keuken van de burgemeester ophalen. Klasgenoten komen daar achter, en pesten hem. Moeder geeft ze een flink pak slaag. Als vader na zijn herstel het extra voedsel niet meer nodig heeft, slingert moeder het pannetje de gang van het burgemeestershuis in.



De kermis (pag. 89)



Als de kermis in de stad komt, leeft moeder helemaal op. Ze helpt bij de opbouw en verdient geld, dat ook weer snel uitgegeven wordt. Ze krijgen allemaal een rijksdaalder van haar: ook vader, die er erg zuinig op is. Tijdens de kermis heerst er een chaotische sfeer in huis, iedereen doet waar 'ie zin in heeft. Moeder is dag en nacht op de kermis, waar ze kennis heeft gemaakt met de dwerg Marcus. De laatste avond van de kermis trakteert vader het hele gezin op paling. Hoewel het moeders lievelingskostje is, gaat ze niet mee naar huis voor het maal. Vader gooit haar de kostbare paling achterna. Moeder blijft meer dan een week bij Marcus, maar komt dan weer naar huis. Als ze vader een bosje paling geeft, wordt hij zo boos dat hij ditmaal - zij het voor een paar uur - het huis verlaat.



Twee vorstinnen en een vorst (pag. 106)



Er wordt een sprong van ca. 25 jaar in de tijd gemaakt. Moeder heeft sinds een jaar een briefwisseling met koningin Wilhelmina. Buiten haar kent niemand de inhoud van haar brieven. Na haar dood verbrandt vader de brieven, zoals hij haar had beloofd. Dan vertelt Peskens over zijn vader, die in het socialistische kamp alles was, behalve vegetariër. Hij was vrijdenker, revisionist, partijman, regisseur van arbeiderstoneel enz., enz.. Zijn overgang van anarchist naar sociaal-democraat heeft zijn vrouw hem nooit vergeven. In het laatste oorlogsjaar maakte vader deel uit van een delegatie, die in Engeland een bezoek aan koningin Wilhelmina bracht. Hierover is moeder jarenlang boos gebleven. Op vader had de koningin echter diepe indruk gemaakt en omgekeerd leek Wilhelmina onder de indruk van zijn tafelrede over zijn politieke overtuiging. In 1949 bezoekt Wilhelmina de herdenkingsplechtigheden in Vlissingen en daarna ook de ouders van de schrijver. De koningin heeft met beiden een afzonderlijk gesprek. Op dat moment is de briefwisseling van de beide 'vorstinnen' tot stand gekomen.



Deel II: "Het verval"



Een verjaardag (pag. 137)



Vader wordt 82 jaar en de schrijver bezoekt met tegenzin zijn beide ouders. Niet omdat hij niet van hen houdt, maar vanwege de verveling en treurigheid, die er in het huis heerst. Moeder kan niet veel meer en zeurt over haar kwalen. De enige afleiding vormt het bezoek van de burgemeester en dat van de huisarts.



De receptie (pag. 161)



Vader is weliswaar eenvoudig, maar wil wel graag worden gezien en gehoord. Deze eigenschap wordt sterker naarmate hij ouder wordt, terwijl hij steeds minder originele dingen te zeggen heeft. Hij zet door, dat ter ere van hun 60-jarig huwelijk, aan moeder en hem een receptie wordt aangeboden. De sfeer is dezelfde als op de verjaardag uit het voorgaande verhaal, alleen zijn er nu meer mensen aanwezig.



De begrafenis (pag. 173)



De verteller is in dit verhaal afwezig. Vader gaat naar de begrafenis van een van zijn broers. Niemand heeft echt verdriet. Moeder is thuisgebleven, omdat zij aan aderverkalking lijdt.



Zelfs de vierde keer is scheepsrecht (pag. 182)



Vader ligt voor de vierde maal op sterven. De schrijver spoedt zich naar Vlissingen en huurt een kamer in het Strandhotel à ƒ 36,50 per nacht. Hij herinnert zich dan, dat zijn vader ooit een staking voor dat bedrag had georganiseerd, maar toen ging het om het weekloon van de arbeiders. Hij hoopt dat zijn vader sterft, omdat die niets meer heeft om voor te leven. Moeder is inmiddels dement en opgenomen op de ziekenafdeling van het bejaardenoord waar ze samen met vader woont. Ook ditmaal krabbelt vader er echter bovenop.



De ontruiming (pag. 192)



Kort daarna sterft vader toch. Hij is 92 jaar geworden. De schrijver ontruimt samen met een broer de twee kamertjes, die de ouders in het bejaardentehuis bewoonden. Het is een treurige bezigheid.



Het gewichtloze ringetje (pag. 207)



Dit verhaal beschrijft hoe ook moeder sterft. Hoewel de schrijver de dood van zijn moeder wenst, maakt haar heengaan diepe indruk op hem. Hem rest slechts een dunne, afgesleten ring, die zijn moeder tot aan haar dood droeg.











Tijd en tijdvolgorde


Deel I bestaat uit 9 verhalen, waarvan 8 zich tijdens de jeugd van de schrijver afspelen. Voor het negende verhaal wordt een sprong van 25 jaar in de tijd gemaakt. Het speelt zich af aan het eind van en na de WO II.



Deel II bestaat uit zes verhalen, die zich in het heden afspelen.

Plaats/ruimte


De verhalen spelen zich vrijwel geheel af in de geboortestad van de schrijver: Vlissingen.

Karakterbeschrijving en -ontwikkeling


Moeder Peskens:



Een dominerende, eigenzinnige vrouw vol dadendrang, levenslust en erg ongedurig. Ze heeft een sterk gevoel voor rechtvaardigheid en gelooft heilig in het anarchisme van de daad, wat regelmatig ook agressief gedrag voortbrengt. De moeder is een rond karakter: in het tweede deel ("Het verval") van de bundel is er sprake van een ontwikkeling. Zij is nu een oude vrouw geworden, die geen levensdoel meer heeft en uit verveling over haar kwalen en klachten zeurt Later is ze dementerende en kwijnt ze weg in een ziekenzaal.



Vader Peskens:



Ook hij was aanvankelijk anarchist en aanhanger van Domela Nieuwenhuis, maar stapt later over naar de S.D.A.P. Hij is een bedachtzame en sociaal voelende man, die de door zijn vrouw veroorzaakte problemen telkens weer probeert op te lossen.



In het tweede deel komt zijn karaktertrek, behoefte aan aandacht, steeds sterker naar voren: als hij die niet krijgt, weet hij wel hoe hij de aandacht moet trekken. Ook de vader is rond karakter.



De schrijver, de jonge Peskens:



Hij blijft een vlak karakter. Als jongen is hij nogal verlegen, bangelijk en in zichzelf gekeerd. En trots als hij zijn moeder kan helpen, voor wie hij een grote bewondering heeft. Het wordt  in de verhalen niet duidelijk hoe hij zichzelf verder ontwikkelt.

Onderlinge relaties


In het boek komen, naast de hoofdpersonen, verder nog de volgens mensen voor: de burgemeester van Vlissingen, de huisarts, koningin Wilhelmina en enkele andere gezins- en familieleden of vrienden

Geloofwaardigheid van het verhaal


...

Thematiek


Met name in deel I gaat het om 'verzet tegen de gevestigde orde'.



Motieven zijn: de dominerende, niet traditionele moeder, anarchisme en agressiviteit en  burgerlijke ongehoorzaamheid



En in het tweede deel: aftakeling, verval, dementie, en tenslotte de dood.

Motto


Geen

Taalgebruik


Eenvoudig en duidelijk.

Opdracht


Geen

Vertelsituatie


De schrijver vertelt (auctoriale verteller).

Perspectief


De verhalen zijn geschreven in de ik-vorm, uit het perspectief van de schrijver zelf (ik-perspectief). Uitzondering hierop vormt het verhaal De begrafenis uit het tweede deel; dit is geheel uit het oogpunt van vader geschreven, de schrijver ontbreekt hier.

Verhaalopbouw


De bundel is opgedeeld in twee delen, waarbij het eerste deel 'In volle bloei' zich afspeelt in de jeugd van de schrijver. De uitzondering hierop vormt het laatste, het negende, verhaal. Dit verhaal speelt van 1944 tot 1956.



De zes verhalen van het tweede deel, 'Het verval' spelen zich daarentegen af in het heden (jaren zeventig), als de schrijver inmiddels een zestiger is.

Eigen mening


...








Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen