U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Marijke Höweler - Van Geluk Gesproken.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=7889 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2895 woorden.

Marijke Howeler - Van geluk gesproken

Beoordeling door Ornée & Vermeer Tekstbureau



Samenvatting:

(De nummers in de samenvatting corresponderen met de hoofdstukken in het boek!)



1. In het eerste hoofdstuk komt Wouter Kalk voor: Een wat oudere man, die nooit gewerkt heeft, nooit getrouwd is geweest, geen vrienden heeft, zijn handen vol heeft aan het bezoeken van zijn ouders die in twee verschillende bejaardeninstellingen zitten, op de eerste etage van een Amsterdams huurhuis woont en niet van verandering houdt. Als hij zijn moeder bezoekt, vraagt hij zich af waarom men zijn moeder niet troost als ze huilt. Dit zouden ze doen, zo zegt de psycholoog ("de psycholoog van de onnatuurlijke verandering" (blz. 10) zo noemt Wouter hem), omdat het bij "de nieuwe aanpak hoort". Hierbij draagt hij allemaal cijfers aan waaruit moet blijken dat het beter gaat. Wouter kan het echter niet uit zijn hoofd zetten en komt op het "geniale" idee haar mee naar huis te nemen.

2. Het tweede hoofdstuk gaat over de bewoners van de tweede etage. De broer en zus Martijn en Martje. Martje schrijft hun vader, die in Italië woont met zijn nieuwe vrouw, een kaart waarin ze vertelt dat ze naar hen toekomt. Tijdens het eten horen ze meneer Kalk (Wouter) "van beneden" om zijn moeder roepen en "een schor schapengeluid" voortbrengen (blz. 21).

3. Het derde hoofdstuk speelt zich in Italië af, in het huis van Thomas en Barbara (zijn nieuwe vrouw). Barbara vraagt zich hardop af of ze jaloers is op Martje, omdat zij zo’n uitzonderlijke band met haar vader heeft. Hierop reageert Thomas door te zeggen dat ze niet zo onvolwassen moet zijn. Verder denkt Thomas erover dat Martje sinds enige jaren zeer verkrampt is en hij verlangt terug naar de losse sloddervos die hij zo liefheeft. Hij bidt dat ze deze vakantie haar schild laat vallen en kan zijn wie ze

eigenlijk is.

4. In dit hoofdstuk vertrekt Martje naar haar vader. Als ze aan hem denkt schieten de tranen in haar ogen, omdat ze hem altijd pijn ziet lijden die niet te verhelpen is. Ze bedenkt zich dat "Als haar vader geen verdriet zou hebben, dan zou zij óók..." De bel gaat en Martje wordt opgehaald door Leo, een vriend van Thomas en professor, die meegaat met haar naar Italië. Leo houdt niet van zijn werk en leeft naar de vakanties toe. Ze slapen in een hotel op één kamer. Martje heeft een nachtmerrie en

wordt getroost door Leo, die steeds opgewondener wordt en zich hiervoor schaamt terwijl Martje zich voor het eerste in haar leven niet schaamt.

5. Mevrouw de Bruin (van de 2e etage) vertelt Martijn dat zowel meneer Kalk als zijn moeder opgehaald zijn door de GGD. Martijn maakt zich zorgen over Martje die samen met "die gore, geile studentenneuker" op stap is. Hij heeft het er met zijn vriendin Suzanne over, die met Leo een relatie gehad heeft en het allemaal nogal luchtig opneemt. Toch kan ze niet onderdrukken dat ze na een jaar nog steeds jaloezie voelt.

6. In dit hoofdstuk komt de familie de Bruin voor. Meneer de Bruin heeft een "vriend" (Sjef) die hij in een café ontmoet en die hem een badkamertje belooft dat hij mag verbouwen en zo dus wat geld kan verdienen.

7. Dit hoofdstuk speelt zich in Italië af op kerstavond. Leo zit in zijn maag met de gebeurtenis in het hotel. Aan de ene kant vindt hij dat hij goed heeft gedaan, omdat Martje er om vroeg, aan de andere kant heeft hij wroeging tegenover Thomas. Iedereen gaat naar bed, Thomas en Barbara op de benedenetage en Martje en Leo boven. Hij gaat echter niet naar haar kamer, wat ze hoopt. Dit maakt haar zeer verdrietig.

8. Sjef komt bij De Bruin iets drinken. De Bruin gaat expres weg en Sjef probeert Truus (de Bruin) te verleiden wat hem aardig lukt. Zij heeft echter het gevoel dat ze aangerand wordt, terwijl ze toch gewillig meewerkt. Op het moment dat ze echt gemeenschap bedrijven, komt een van haar kinderen naar beneden. Ze weten zich nog net op tijd te herstellen. Sjef gaat weg en Truus vervloekt Jan (de Bruin).

9. Net als Martijn een brief naar Martje wil schrijven om zijn zorgen in uit te drukken over haar en Leo wordt er gebeld door Truus. Ze staat huilend voor de deur en slaat een onbegrijpelijk verhaal uit wat de lezer wel begrijpt maar Martijn absoluut niet. Hij probeert haar te troosten, maar dit wil niet echt lukken. Als Mevrouw de Bruin wat gekalmeerd is, is ze zeer beschaamd over haar onhandigheid en Martijn over de zijne. Daarom gaat ze snel weer weg.

10. Barbara probeert met Martje te praten omdat ze de laatste tijd zo teruggetrokken is. Ze begint te vermoeden dat Leo er iets mee te maken heeft, maar Thomas gelooft hier niets van. Als hij met haar gaat praten zit Leo heel gespannen in de huiskamer te wachten. Ze blijkt echter niets verteld te hebben. Leo vertrekt de volgende dag met een smoes en Martje blijft nog wat "uitzieken".

11. Leo komt op zijn werk en geeft een kleine toespraak over de veranderingen in het onderwijs. Tijdens deze toespraak laat hij zijn gedachten gaan over zijn werk. Hij belt Roos, maar kan haar echter niet bereiken.

12. Martijn ontvangt een telegram van zijn vader, waarin staat dat hij hen moet bellen als Martje thuiskomt. Martje heeft in een brief geschreven dat ze de 12e thuis zou zijn, terwijl het al 13 januari is. Martijn belt zijn vader op die zegt dat ze Martje niet hebben zien weggaan waarop Martijn woedend wordt. Hij gaat naar Suzanne toe die voorstelt bij hem thuis te gaan zitten wachten.

13. De Bruin blijkt flink door Mevrouw de Bruin aangepakt te worden en hij stemt overal in toe om maar weer op goede voet met haar te komen. Zo geeft hij haar ook geld om boeken voor school te kopen, waar ze besloten heeft naar toe te gaan.

14. Sjef belooft de Bruin nogmaals het badkamertje als hij hem vertelt, dat hij problemen heeft met Truus.

15. Leo komt thuis en Martje blijkt voor de deur te staan. Hij nodigt haar uit om naar binnen te gaan. Het blijkt dat ze weer met hem naar bed wil en "om haar uit de nood te helpen" doet hij het maar. Martje gaat in bad en op dat moment komt Rosa (Roos) binnen die het merkt. Ze vraagt Leo wat "die psychiatrische patiënt" bij hem in bad doet. Leo weet zich hier met een leugentje uit te redden. Martje ontvlucht het huis.

16. Martje loopt langs het strand en heeft allemaal warrige gedachten. In een restaurantje aangekomen heeft ze geen geld bij zich dus gaat ze alleen er maar even zitten, wat haar niet in dank wordt afgenomen. Thuisgekomen wordt ze opgewacht door Martijn en Suzanne die de oren van de kop vragen, terwijl Martje alleen maar rust wil.

17. Martijn belt Thomas op om te zeggen dat Martje er is, maar nog een beetje warrig is. Thomas is hierdoor niet gerustgesteld en besluit de volgende dag naar Amsterdam te gaan. Als hij bij Martijn aankomt blijkt Martje nog te slapen.

18. De Bruin en Mevrouw de Bruin zijn weer een beetje met elkaar gaan praten. Sjef weet zich plotseling niets meer te herinneren van het badkamertje, maar na enig aanhouden van De Bruin lukt het toch dat Sjef het opschrijft.

19. Leo kijkt met een of andere commissie een rapport na. Tijdens dit werk laat hij weer zijn gedachten over ander werk en collega’s gaan.

20. Thomas vertelt Leo dat Martje "in de war" is en vergelijkt het met "Lisa". Leo heeft nog nooit over haar gehoord en bedenkt dat ze dan van voor Barbara moet zijn. Thomas vraagt Leo een goede psychiater voor Martje te zoeken. Leo wordt hierdoor in een lastig parket gebracht, omdat zijn affaires met Martje duidelijk worden, als hij een goede psychiater vindt en als hij geen goede zoekt, hij ontrouw tegenover zijn vriend is.

21. Als Leo thuiskomt staat Martje hem op te wachten en begint zijn auto te vernielen met een grote steen. Wanneer hij uitstapt om haar te overmeesteren bijt ze hem in de hand. Door het lawaai wordt de buurt gealarmeerd die de GGD en de politie bellen en Martje helpen te kalmeren. Leo’s hand wordt verzorgd door de buurvrouw. Leo beseft dat hieruit één positief ding naar voren is gekomen: hij

hoeft geen psychiater meer te zoeken.

22. Thomas denkt op zijn hotelkamer na over Lisa, zijn eerste vrouw, die door een psychische ziekte zelfmoord gepleegd heeft en dezelfde symptomen had als Martje nu. Martijn racet naar Thomas om te zeggen dat ze in "een crisiscentrum" zit. Thomas vroeg hem wat Martje bij Leo deed, maar Martijn heeft aan Susanne gezworen het nooit te zullen vertellen over Martje en Leo. Thomas vraagt zich af waarom Leo niet gebeld heeft. Bij het crisiscentrum aangekomen, mogen ze Martje niet bezoeken van haar begeleidster (Geesje). Bij Martijn thuis oppert Suzanne, dat Martje misschien wel verliefd was op Leo. Thomas verwerpt dit onmiddellijk en vraagt zich af of vrouwen nergens anders aan denken

(Barbara had dit ook al gezegd).

23. Als Rosa merkt dat Martje Leo gebeten heeft, herhaalt ze nog eens dat ze er als een psychisch gestoorde uitzag. Ook heeft ze onmiddellijk door dat Leo met haar vreemd gegaan is en besluit hem voor de zoveelste maal te verlaten, maar nu voorgoed. Leo vertelt Thomas dat hij met Martje naar bed is geweest, omdat ze het vroeg. Thomas reageert hier heel kalm op, omdat Martjes gedrag nu een oorzaak heeft en het dus niet hetzelfde kan zijn als de ziekte die Lisa had.

24. Geesje probeert Martjes probleem uit haar te trekken door eerst heel aardig en dan weer heel hard te zijn. Toen dit niet werkte, besloot ze het op een andere manier te doen en gingen ze met zijn tweeën Leo allerlei sadistische verwondingen toebrengen (in gedachten), waardoor Martje iets opener wordt.

25. Thomas komt bij Martijn en Suzanne aan en geeft toe dat Martje met Leo naar bed geweest is en is er helemaal niet kwaad over, wat Martijn verbaast.

26. Sjef zegt dat het badkamertje "geen doorgang" heeft en mevrouw De Bruin is gestopt met haar cursus en gaat werken bij een werkhuis, waardoor De Bruin zeer blij is.

27. Martje gaat met Thomas mee naar Italië en komt in het vliegtuig al op haar gemak, omdat ze er niets hoeft te doen. Datzelfde geldt voor als ze in Italië zijn.

28. Als Thomas denkt dat alles goed gaat met Martje, blijkt ze zwanger te zijn. Thomas probeert Martje om te praten tot een abortus, maar Martje wil het kind houden.

29. Alles gaat goed bij de familie De Bruin (geen verwachtingen, geen teleurstellingen (blz. 170)) en bij Martijn en Suzanne, die werken voor hun examen.

30. Leo is nog steeds vol van liefdesverdriet door het vertrek van Rosa. Nu hij echter een brief heeft ontvangen van Thomas over Martjes zwangerschap, kan hij zijn gedachten wat verzetten. In de brief raadt Thomas hem aan afstand te doen van de baby terwijl Leo hem juist zelf wil opvoeden. Dit doet hij alleen omdat hij woedend wordt over "de gestoorde hoogmoed" (zoals hij dat noemt) van Thomas’ brief.

31. Martje sluit zich steeds verder van de buitenwereld af en begint in haar eigenwereld te leven en vooral te denken.

32. Martijn en Thomas besluiten dat het, het beste is als Martje na de geboorte teruggaat naar Amsterdam.

33. Leo gaat vrolijk naar zijn werk. Als hij thuiskomt wordt hij door Thomas gebeld die vertelt, dat het niet goed gaat met Martje. Hiervan schrikt Leo.

34. Martje is bevallen van een jongen, Ernest. Zij wil echter niets meer te maken hebben met Martijn en Thomas die haar op gaan zoeken.

35. In dit hoofdstuk komt Wouter Kalk weer voor. Hij zit in een instelling en is daar zeer gelukkig. Iedere zaterdag komt mevrouw De Bruin hem opzoeken en deze middag zouden ze de dames uit het centrum ontmoeten. Dit hoofdstuk heet "van geluk gesproken" en is het enige hoofdstuk waarin de titel (van het hoofdstuk) niet in zinsverband gebruikt wordt. Wel komt er in dit hoofdstuk een soortgelijke zin voor: "Als dat geen geluk was!".

36. Mevrouw de Bruin rijdt met Martijn mee naar het centrum om Martje en meneer Kalk op te gaan zoeken. Martje blijkt bij meneer Kalk te zitten. Martijn is wat onwennig tegenover Martje, omdat ze totaal ongeïnteresseerd is en nadat hij haar even alleen heeft gelaten met mevrouw De Bruin zit ze opeens rechtop en levendig een koekje te eten.

37. Op zijn werk aangekomen, is Leo zeer overstuur dat zijn hele afdeling zijn post gelezen heeft dat toch de hele afdeling aangaat. Hij wil een preek gaan houden over het recht op privacy, maar kan zijn gevoelens door geroezemoes niet goed onder woorden brengen en het wordt bij elkaar nog een heel gezellige boel. Plotseling hoort hij iemand vragen "Rosa la Roy, is die gescheiden?". Dit heeft voor de rest helemaal geen betrekking op het verhaal, maar Leo schrikt er zo van dat het opvallend is.

38. De Bruin wijst Sjef erop, gadegeslagen door het hele café, dat hij nog steeds niets van "het badkamertje gehoord heeft. Na enig aanhouden belt Sjef op en is het geregeld.

39. Wouter en Martje gaan nu iedere zaterdag op bezoek bij mevrouw De Bruin en Martijn. Meneer De Bruin komt binnenstormen en vertelt zijn vrouw dat hij een badkamertje gaat verbouwen in Buitenveldert (daar woont Leo) bij een professor. Martje, met wie het al een stuk beter lijkt te gaan, neemt dit in zich op en er knapt iets van binnen.

40. De Bruin en Sjef komen het huis binnen van Leo (die weer samen is met Roos). Ze inventariseren de badkamer en meneer De Bruin stelt een prijs vast, waar hij zeer content mee is.

41. Thomas, die gelooft dat Martje bijna weer beter is, laat haar zomaar naar buiten gaan. In een auto neemt ze een hele hand pillen en overlijdt.

Op het eind van het boek zie je de reactie van:

- Thomas en Barbara, die zeer verdrietig zijn, maar Barbara kan niet echt tot Thomas doordringen.

- Leo en Rosa. Rosa zegt tegen middernacht: "Zo had ik het niet bedoeld" en Leo zegt, als het weer licht begint te worden de volgende ochtend: "Nee Rosa, zo had ik het niet bedoeld." Hieruit blijkt dat ze zeer ontzet zijn.

- Mevrouw de Bruin vindt het heel erg voor Martijn en Martijn legt uit hoe vreselijk het is om Thomas als vader te hebben.

- Sjef die niet begrijpt hoe De Bruin nog bij zo’n man (Leo) kan werken.

- Wouter die er alleen maar aan kan denken dat Martje nu gelukkig is in de hemel.



Het verhaal gaat over een groep mensen die door een toevalligheid iets met elkaar te maken hebben. Ze proberen allemaal geluk te vinden, maar worden hier van af gehouden door gebeurtenissen die met de anderen en buiten hun schuld om gebeuren. Meneer De Bruin kan bijvoorbeeld het badkamertje niet verbouwen, omdat Rosa bij Leo was weggegaan en het badkamertje juist voor haar was.



De hoofdfiguren zijn Martje en Leo.

Dit zijn allebei round characters, want je komt steeds meer over ze te weten in het verhaal, ze ontwikkelen zich.

- Martje. In het begin van het verhaal is het een redelijk normaal meisje dat erg netjes is. Later begin je te merken dat ze wat verkrampt is (blz. 25). Ze is geobsedeerd door Leo, eerst door liefde en later door haat. Ze wil het liefst met rust gelaten worden en haar eigen gang kunnen gaan. Later in het verhaal gaat ze muziek horen en krijgt ze zeer warrige gedachten en pleegt uiteindelijk zelfmoord.

- Leo. Professor en vriend van Thomas. Hij heeft snel last van zelfmedelijden en probeert zijn fouten voor zichzelf goed te praten. Hij bidt als het hem uitkomt en hij hulp nodig heeft en is daarom hypocriet. Hij merkt pas dat hij echt veel van Rosa houdt als ze al weg is. Hij heeft weinig zelfbeheersing (blz. 68)

- Thomas. Vader van Martje en Martijn, vriend van Leo. Probeert een zo rustig mogelijk leven te leiden, maar wordt hierin vaak gestoord. Hij houdt van geordendheid (blz. 51) en wordt daarom wel eens door Leo als saai bestempeld. Hij probeert altijd rationeel te blijven denken maar dit mislukt nog al eens.

- Martijn. Zoon van Thomas en broer van Martje. Hij beschuldigt zijn vader ervan dat alles misgegaan is. Hij is het vaak met hem oneens en merkt niet dat de ander het meestal goed bedoelt (andersom is het net zo).

- Mevrouw De Bruin. Vrouw die graag overdrijft en overal haar voordeel uit probeert te halen (bijv. doordat Wouter seniel is geworden en niet meer thuis woont, probeert ze hem over te halen zijn kamer af te staan), maar ze heeft het hart toch op de juiste plaats.

- Meneer De Bruin. Hij denkt dat hij zijn geluk zal vinden als hij een grote opdracht krijgt (de badkamer). Hij doet hier bijna alles voor (zelfs zijn vrouw gemeenschap laten hebben met Sjef).

- Wouter Kalk. Moeilijk iets over te zeggen. Hij was maar één hoofdstuk nog niet seniel (alhoewel dat ook de vraag is). Hij denkt zeer impulsief en als hij zijn zinnen ergens op gezet heeft, doet hij het ook zonder aan de gevolgen te denken (Bijv. zijn moeder uit het bejaardencentrum halen).

Alle andere karakters dan Martje en Leo zijn flat characters, behalve Sjef misschien, dit zou je een type kunnen noemen.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen