U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Marga Minco - Nagelaten Dagen.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=167 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1470 woorden.

Bibliografie
Het boek heet “Nagelaten Dagen”. Het is geschreven door Marga Minco in 1997 en in dat zelfde jaar uitgegeven.


Samenvatting
Het verhaal, dat moeilijk samen te vatten is, zit ingewikkeld in elkaar, omdat het niet chronologisch verteld wordt: de lezer gaat altijd mee in een herinneringsflits van de hoofdpersoon, waardoor het verhaal erg moeilijk te volgen wordt. De Joodse hoofdpersoon probeert inlichtingen over haar zus en zwager in te winnen, die in de oorlog zijn omgekomen. De hoofdpersoon (waarvan de naam onvindbaar is in het boek, kunnen we aannemen dat deze Marga is?) is schrijfster van Joodse afkomst, net als de schrijfster zelf, en heeft een verhaal geschreven in een tijdschrift over haar leven en de zoektocht naar feiten over haar zus. Dit verhaal wordt bij toeval gelezen door een stamboomonderzoeker in Israël, Miriam Weissbach, die de familie kent via haar onderzoek. Zij weet te vertellen dat de zus van de zwager van de hoofdpersoon, Eva Ruppin, nu in Amerika vindbaar is.

De hoofdpersoon gaat per brief met de zus van de man van haar zus, Eva Ruppin dus, communiceren en Eva verzoekt de hoofdpersoon om eens te gaan kijken naar de spullen, die de familie Ruppin indertijd achterliet bij de buren, de familie Stelerius. De hoofdpersoon wordt vriendelijk ontvangen door een middelbare dame, die een schoonzuster van deze familie blijkt te zijn. Van haar mag ze tussen de spullen kijken, maar later willen de kinderen van deze mevrouw niet meer, dat de hun volkomen vreemde hoofdpersoon daar nog binnenkomt.

De hoofdpersoon gaat daarna op bezoek bij Eva Ruppin in California. Zij brengt daar vier dagen door, en samen nemen ze al het materiaal dat aan hun gezamenlijke verleden herinnert door. De hoofdpersoon mag van Eva een album, dat zij heeft gemaakt ter gelegenheid van de trouwdag van haar zus, maar waarvan ze zich niets herinnert, meenemen naar huis.

Als ze thuis komt, schrijft ze een aantal keer aan Eva, maar ze krijgt geen antwoord. Daarom schrijft ze vervolgens naar de buurvrouw, van wie ze te horen krijgt dat Eva in het ziekenhuis ligt. Als blijkt dat Eva misschien bijna dood gaat, reist de hoofdpersoon naar het ziekenhuis om haar nog eenmaal te kunnen zien. Eva kan zich echter niets meer van haar en het verleden herinneren. De Japanse kom, die de hoofdpersoon voor haar heeft meegenomen, een aandenken uit haar ouderlijk huis, slaat ze kapot en de neef van Eva, die op dat moment aanwezig is, weet helemaal niets over de gebeurtenissen. Ook de laatste link die de hoofdpersoon met het verleden had, is er nu dus niet meer.


Personages
De hoofdpersoon (Marga?)
Ze kijkt in dit boek terug op haar jeugd, met haar dierbare grote zus Bettie, die haar altijd beschermde. Haar herinneringen met betrekking tot de oorlog zijn vervaagd, maar ze weet nog wel dat haar zusje trouwde met Hans Ruppin, een Duitse dokter van Joodse afkomst, en dat Hans en Bettie in Amsterdam samenwoonden op het Wedemerplein met zijn moeder. Verder blijft haar eigen persoon erg vaag, omdat het verhaal zich toespitst op de andere personages die we in het boek tegenkomen. Haar tragiek is dat de enige die haar nog aan informatie over haar verleden en dat van haar medemensen kan helpen, Eva Ruppin, aan het eind van het boek zodanig in de war raakt, dat zij zich de hoofdpersoon niet meer herinnert.

Eva Ruppin
Eva Ruppin, de zus van de man van Bettie, is een koppige dame van middelbare leeftijd met een kapotte heup, waardoor ze moeilijk loopt. Zij woont in een roze huis in California. Ze houdt erg van schema’s en scenario’s en zorgt dan ook dat alles op haar tijd komt. Zo heeft ze de vier dagen die zij doorbrengt met de hoofdpersoon volledig ingedeeld. Reeds voor dat bezoek drong ze er in haar brieven op aan, dat de hoofdpersoon op zoek zou gaan naar de voorwerpen uit haar jeugd, met name een kostbare Japanse kom, die zijn bewaard door een zekere familie Stelerius. Ook zij wil meer informatie over het verleden en haar broer Hans, en zijn vrouw Bettie.
Eva verliet Duitsland op hetzelfde moment als haar moeder en broer, maar terwijl zij naar Holland gingen, ging zij naar Parijs, van waaruit ze later naar de Verenigde Staten zou gaan.
Na een aantal vervelende gebeurtenissen, zoals het breken van haar heup en het krijgen van een lichte hartaanval, kan ze zich de hoofdpersoon niet meer herinneren, en staat deze laatste alleen voor de taak om meer te weten te komen.


Thematiek
Een thema zou kunnen zijn: de eenzaamheid van de Joodse mensen die de oorlog wel overleefden, hun ontredderdheid, hun onwetendheid over het lot van hun familieleden, hun zoektocht naar die familieleden, en naar hun bezittingen, die veelal in bewaring waren gegeven. Dit thema zien we ook in ander werk van Marga Minco.
Recent is weer gebleken hoe men in ons land zeer slordig is omgegaan met de bezittingen van omgekomen Joden: uit het Liro-archief blijkt dat een deel van deze bezittingen, bij een bank in bewaring gegeven, door deze bank tegen extreem lage prijzen zijn verkocht aan medewerkers van de bank.


Opbouw
Omdat het boek geen eenheid van tijd, plaats en handeling kent, is het soms zeer moeilijk te volgen. De verschillende delen van het verhaal staan vaak door elkaar en zijn niet chronologisch geordend. Het is alsof je door de hoofdpersoon wordt meegenomen in haar, vaak zeer fragmentaire, herinneringen. De grote lijn klopt echter wel min of meer. Deze manier van schrijven maakt het wel erg moeilijk om er een boekverslag over te maken!


Literatuur geschiedenis
Marga Minco werd geboren op 31 maart 1920 in het Brabantse Ginneken. Zij was de jongste in een orthodox-joods gezin dat al twee kinderen telde, de vijfjarige Dave en de een jaar oude Bettie. De voornaam Marga dateert uit haar onderduiktijd - haar geboortenaam is Sara, al snel veranderd in Selma. Vijf jaar oud verhuisde Minco met haar familie naar het naburige Breda, waar haar vader een belangrijke positie in de joodse gemeente kreeg. Onder invloed van zijn vrouw, een meer liberaal-joodse onderwijzeres, stond hij op den duur een minder streng-orthodoxe opvoeding voor zijn kinderen toe. Dat nam niet weg dat de Minco's, net als andere joodse families, in het katholieke Breda als "anders" werden beschouwd - iets waar vooral kinderen niet van houden: "Wij wilden zijn zoals iedereen", herinnerde Minco zich later.

Na de lagere school bezocht Minco de Nutsschool voor meisjes, waar haar liefde voor lezen en schrijven tot bloei kwam. Op basis van een reeks verhalen werd zij in 1938 aangenomen als leerling-journaliste bij de Bredasche Courant. Behalve journalistiek werk schreef ze voor deze krant cursiefjes onder de naam Hus. Het Algemeen Dagblad publiceerde haar kinderverhaal "Het gouden knikkertje" en ze voltooide een kinderboek, dat echter nooit werd gepubliceerd. Via haar werk leerde Minco haar latere echtgenoot Bert Voeten (1918 – 1992) kennen - beginnend dichter en als journalist werkzaam bij een concurrerende krant. Toen Minco's ouders ontdekten dat er tussen hun dochter en de niet-joodse Voeten meer dan alleen vriendschap bestond, mocht deze niet meer bij haar thuiskomen.

In haar werk is de 2e Wereld Oorlog een steeds terugkerend thema. Het meest bekend is het eerste boek van Marga Minco: “Het Bittere Kruid” (1957), een aangrijpende kroniek van een (haar) Joodse familie tijdens de bezetting. Dit werk werd in 1958 bekroond met de Vijverbergprijs, en het werd in vele talen uitgegeven. Marga Minco heeft, zoals U hieronder kunt zien, in de afgelopen veertig jaar hard gewerkt. Zij geniet thans dan ook een grote bekendheid.

Enige andere werken


1955 De verdwenen ambtsketen (televisiespel voor kinderen)
1957 Het bittere kruid (een kleine kroniek roman)
1959 De andere kant (verhalen)
1963 Kijk 'ns in de la (kinderboek)
1965 Het huis hiernaast (novelle), in 1966 ingepast in “Een leeg huis”
1965 Terugkeer (novelle)
1966 Een leeg huis (roman)
1968 De trapeze (kinderverhalen), met gedichten van Mies Bouhuys
1970 De dag, dat mijn zuster trouwde (novelle)
1970 De hutkoffer (televisiespel)
1974 Meneer Frits en andere verhalen uit de vijftiger jaren
1975 Daniël de Barrios (televisiespel)
1975 Je mag van geluk spreken (verhalen)
1982 Verzamelde verhalen 1951-1981
1983 De val (roman)
1986 De glazen brug (boekenweekgeschenk)
1991 De zon is maar een zeepbel (droomverslagen)
1994 De verdwenen bladzij (verhalenbundel voor kinderen)


Eigen mening
Ik vond dit boek zeker de moeite waard, maar ik ben wel van mening dat het nogal verwarrend is. Ik heb het dan ook drie keer moeten lezen, alvorens ik dit boekverslag kon vervaardigen. Het is een erg intrigerend boek, maar het zou toegankelijker zijn geweest, als het meer in een chronologische volgorde was verteld. Door het ontbreken hiervan is het boek wel leesbaar, maar heel moeilijk te beschrijven en daarom misschien niet zo geschikt voor een boekverslag. Ik vond het aangrijpend om te zien hoe erg en hoe lang de verschrikkingen van de oorlog bij sommige mensen blijven doorwerken, hoe zij daar eigenlijk niet meer van los kunnen komen.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen