U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Marga Minco - Het Bittere Kruid.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=6441 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1605 woorden.

Marga Minco, Het bittere kruid

Beoordeeld door Ornée & Vermeer.



Samenvatting van de inhoud:



M. .Minco (1920), eerste druk 1957, persoonlijk verslag, 95 pagina's, 22 korte hoofdstukken met naam, ikverteller.

Hoofdfiguur: ikverteller. Bijfiguren: vader en moeder Minco, de broer van de ikverteller, Dave en zijn vrouw Lotte.

Plaats van handeling: Breda, Amersfoort, Amsterdam, Aalsmeer en Heemstede.



Uitgebreide Inhoud:



Als in 1940 de oorlog uitbreekt, vlucht de familie Minco uit Breda weg. Na een paar dagen keert de rust weer en men komt terug. Marga en haar broertje en zusje hadden het in hun jeugd in Breda vaak moeilijk. Ze werden uitgescholden en soms geconfronteerd met vreemde vooroordelen. Na de capitulatie gaat het leven aanvankelijk zijn gewone gang. Vader is vol vertrouwen en gelooft, dat de Duitsers hen niets zullen doen. Hij is een vroom man en wil dat "de Joodse wetten en gebruiken" gehandhaafd worden. De kinderen onttrekken zich er hoe langer hoe meer aan. In het eerste oorlogsjaar wordt Marga ziek en ze moet kuren in Utrecht. Haar ouders verhuizen intussen naar Amersfoort, waar ze gaan inwonen bij hun getrouwde zoon Dave en zijn vrouw Lotte. Na een poos is Marga zover hersteld, dat ze mag nakuren buiten het ziekenhuis. Ze trekt ook naar Amersfoort. In die tijd hebben de bezetters juist bepaald, dat de Joden een gele ster moeten dragen. Vader komt thuis met een hele collectie sterren en moeder en de meisjes beijveren zich deze zo keurig mogelijk op de kleren te naaien. Marga is niet zo handig met de naald en draad en de ster komt er scheef op.



Vader en Dave moeten zich laten keuren voor de werkkampen. De eerste heeft huiduitslag en wordt afgekeurd en de tweede neemt een drankje in, waardoor de dokter hem ongeschikt vindt. Het drankje heeft een nadelige uitwerking, maar na een paar dagen is Dave weer hersteld.



Mevrouw Zwagers is ermee begonnen het hele gezin te laten fotograferen. Moeder vindt, dat ze ook maar met het hele gezin op de foto moeten. Marga heeft weinig zin, maar toch gaan ze met z'n allen naar fotograaf Smelting. Als moeder op zekere middag naar mevrouw Zwagers gaat om haar de foto's te laten zien, blijkt de hele familie Zwagers te zijn ondergedoken. Het is voor het eerst dat ze horen, dat iemand is ondergedoken.

Op een dag komt er een telegram uit Amsterdam: Marga's zuster Bettie en haar man zijn door een overvalwagen opgepikt. Enige tijd later komen bij Marga thuis ook oproepen zich te melden. Het lijkt Dave wel avontuurlijk. Ze kopen rugzakken en voeren hun kleding met bont en flanel. Overal stoppen ze doosjes vitaminen in en er worden drie kampeerbekertjes gekocht. Dave en Marga behoeven zich echter niet te melden, omdat ze van de dokter een attest krijgen. Lotte mag blijven om hen te verzorgen. Hun ouders moeten naar Amsterdam. Bij het afscheid is vader zeer optimistisch. Moeder denkt aan Bettie. Een paar mannen komen om de koffers en de kamer te verzegelen. Als hun ouders weg zijn, verbreken de kinderen het zegel van de kamer. Dave en Marga blijven zoveel mogelijk in bed. Op zekere dag komt een buurmeisje Marga's racket lenen. Ze krijgt allerlei spullen van Marga cadeau.



Marga wil naar Amsterdam, waar haar ouders in de Sarphatistraat op kamers wonen. Ze haalt de ster van haar jas en dan begeeft ze zich op weg. Gedurende die gehele reis zit ze in spanning, maar de tocht verloopt zonder ongelukken. Haar ouders zijn dolgelukkig haar weer te zien. Het Joodse rusthuis naast hen wordt een paar dagen later leeggehaald. Vader, moeder en Marga verbergen zich in het souterrain, van waaruit ze alleen voeten kunnen zien. Toch weten ze dat er iets afschuwelijks gebeurt. Nadat ze een dienst in de "sjoel" hebben bijgewoond, lopen ze met een kennis op, met wie ze praten over onderduiken. Vader wil liever nog wat wachten.



Tante Kaatje uit het oudeliedengesticht zal bij hen komen eten. Marga gaat inkopen doen in de Weesperstraat. Ze wordt aangehouden door een dikke man, die een meisje blijkt te zoeken dat van haar leeftijd is. Marga mag gaan en doet haar inkopen. Als ze thuis komt, hoort ze dat Tanta Kaatje niet komt ("het hele gesticht is leeggehaald"). Als Marga in de Lepelstraat loopt, stopt daar juist een overvalwagen. Alle huizen worden leeggehaald. Een soldaat wil ook Marga meenemen, maar ze zegt dat ze niet in de Lepelstraat woont. De soldaat gaat met haar persoonsbewijs naar zijn commandant; na een poosje komt hij terug: Marga kan gaan.



De volgende dag loopt ze weer door de Lepelstraat, die dan is uitgestorven. De winkel van de slager is leeg; er is een plank voor de deur getimmerd. Op een avond is Marga aan het tennisssen. Ze slaat de bal over de schutting en als ze hem pakt, ontdekt ze dat er achter hun tuin een smalle geul is, waar ze zich best in kunnen verstoppen. Als ze met Vader en Moeder thee zit te drinken, wordt er gebeld. Meteen zijn de mannen binnen. Marga moet de jassen halen. Ze vlucht ongemerkt het huis uit, de tuin in. Door het tuindeurtje en via de smalle geul komt ze op straat. Ze rent naar de Weteringschans, waar Dave en Lotte zijn ondergedoken. Daar is ze enige tijd veilig. Alle drie bleken ze hun haar, waardoor de vrouw bij wie ze inwonen, achterdocht krijgt. Ze moeten het huis verlaten en besluiten naar een adres in Utrecht te gaan. Die nacht denkt Marga aan het Paasfeest, aan het verhaal over de uittocht uit Egypte, aan het eten van "ongezuurde brood en het bittere kruid".

Voor de veiligheid zullen ze apart naar Utrecht reizen. Voor het vertrek gaan ze nog een keer naar de bioscoop. Als Marga op het afgesproken adres in Utrecht aankomt, heeft Dave al opgebeld. Lotte is bij de controle aangehouden en Dave zal zich bij haar voegen. In Utrecht hebben ze geen plaats voor Marga. Ze gaat terug naar Amsterdam, waar ze een kennis heeft. Wout wacht haar bij het Amstel Station op. De volgende dag wordt ze opgehaald door oom Hannes, een boer uit de Haarlemmermeer. Op de boerderij van oom Hannes zijn al veel onderduikers; daarom wordt Marga naar een landarbeidersgezin gebracht. Daar hebben ze geen bed voor haar. Ze moet bij de vrouw slapen, terwijl de man bij de jongens zal kruipen. Op een dag roeit ze naar Aalsmeer, waar ze in een café een afspraak met Wout heeft.

Hij heeft voor haar geïnformeerd; het enige wat hij kan zeggen is: "Ze zijn doorgestuurd." Een meisje is op straat aan het tollen. Haar tol wordt verpletterd. Marga's geld raakt op en ze wil het arme gezin niet langer tot last zijn. Wout weet een adres voor haar in Heemstede. Hij heeft ook een nieuw persoonsbewijs voor haar, met een nieuwe naam. Ze leest de naam: "Het was of ik aan mezelf werd voorgesteld." In Heemstede komt ze in een laag huis aan een smalle vaart.



Epiloog:



Na de bevrijding bezoekt ze de broer van haar vader, die in Zeist woont. Omdat hij met een niet-joodse vrouw is getrouwd, hebben de bezetters hem ongemoeid gelaten. Het lot van zijn broer heeft hem echter zeer aangegrepen en iedere dag staat hij bij de tramhalte op hem te wachten, hoewel hij ook bericht van het Rode Kruis gehad heeft.

Hij heeft al jaren een pak en een paar schoenen voor zijn broer bewaard. Op een dag krijgt Marga bericht, dat haar oom gestorven is. Ze gaat naar Zeist en vindt het vreemd, dat ze bij de tramhalte geen bekend gezicht ziet. Tante geeft haar het kostuum, maar ze wil het niet hebben, omdat ze er toch niets mee kan doen. Ze mist het geloof van haar oom: "Ze zouden nooit terugkomen, mijn vader niet, mijn moeder niet, Bettie niet, noch Dave en Lotte."



Analyse:



Titelverklaring:



Het Bittere Kruid:

Hoofdstuk 16 uit het boek is zo getiteld. De titel is ontleend aan Exodus 12:8. De bittere kruiden herinneren aan de bitterheid der slavernij in Egypte en de ongezuurde broden aan de haast waarmee men wegtrok. De ikfiguur, Marga herinnert zich de viering van dit feest.



Ondertitel:



Een Kleine Kroniek:



Het heeft twee betekenissen:



1. Verhaal dat op zichzelf staande feiten vermeldt in chronologische volgorde.

2. Kronieken zijn ook twee boeken in het Oude Testament, die de Joodse historie bevatten.



Motto:



"Er rijdt door mijn hoofd een trein vol Joden, ik leg het verleden als een wissel om…" Verklaring: Marga Minco wil haar gebeurtenissen die ze tijdens de tweede wereldoorlog heeft meegemaakt, van zich afschrijven.



Thema:



Vervolging van de joden zoals die al eeuwen geweest is.



Tijd:



Tweede Wereldoorlog van 1940 tot aan de bevrijding. Het verhaal is chronologisch verteld.



Stijl:



Ik-vertel-situatie. Het verhaal komt sober over, het taalgebruik is zeer gemakkelijk. Geen aaneengesloten verhaal.



Genre:



Het boek behoort tot de epiek. Het is proza met diepe woord-voor-woord betekenis. Het is een novelle.



Schrijver:



Marga Minco is het pseudoniem van Sara Voeten-Minco. Zij werd in Nieuw-Ginneken geboren uit joodse ouders. Zij is getrouwd met de schrijver en Shakespeare-vertaler Bert Voeten. Tijdens de bezetting dook zij onder in Amsterdam; haar hele familie werd gedeporteerd en kwam om. In de novelle "Het Bittere Kruid" (bekroond met de Vijverbergprijs van de Jan Campert stichting) geeft zij een kroniek van haar persoonlijke ervaringen tijdens WOII. Het boek is in verscheidene talen vertaald. In 1966 verscheen haar roman "Een leeg huis". Marga Minco heeft ook kinderboeken, verhalen en televisiespelen geschreven. Haar verhalenbundels "De andere kant" (1959) en "Meneer Frits en andere verhalen uit de vijftiger jaren" hebben een groot lezerspubliek gevonden.



Eigen Mening:



Het is een makkelijk leesbaar boekje. De hoofdstukjes heb je zo uit. Alleen lijkt er weinig samenhang tussen de hoofdstukjes te zitten. Ik raad het echter wel aan, want het leest goed en is een mooi boek.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen