U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Kader Abdolah - De Reis Van De Lege Flessen : Roman.
Deze versie komt van http://scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/7480328/ en is laatst upgedate op 20/10/2003.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2230 woorden.


Uitgever: De Geus, Breda, 1997

Genre: psychologische roman

Titelverklaring:


Het boek heet “De reis van de lege flessen”, zo op het eerste gezicht zegt de titel eigenlijk niets, maar als je het boek eenmaal gelezen hebt, zegt het wel degelijk wat over het verhaal.

Op een gegeven moment fietst Bolfazl langs de IJssel, hij ziet dan lege flessen liggen op de oever. Hij moet dan denken aan wat zijn opa hem ooit heeft laten zien. Onder het huis van zijn opa was een grot, daar hadden ze een kelder van gemaakt. In die kelder stonden een heleboel lege flessen en op die flessen stond wanneer en bij welke gelegenheid ze waren leeggedronken. Bijvoorbeeld met een verboden minnaar of na de dood van iemand, het waren dus niet zulke leuke gebeurtenissen. Toen de opa van Bolfazl overleed gooide zijn oma alle flessen in de rivier de Ashora. Zo begonnen de lege flessen hun reis dus.

Op een ander moment zit Bolfazl ’s avonds samen met René in zijn tuin. Ze drinken dan wijn en aan het einde van de avond zijn er heel wat flessen leeg, ook deze flessen beginnen aan hun lange reis.

Er zit volgens mij ook nog een diepere betekenis achter. Het boek gaat namelijk over een vluchteling, zijn lichaam is wel in Nederland maar zijn gedachten zijn achtergebleven in Iran. Hij is dus eigenlijk een omhulsel zonder inhoud. Dit kun je dus met een lege fles vergelijken, het omhulsel is er nog wel maar de inhoud is ergens, aan het begin van de reis, of eigenlijk de vlucht achtergebleven.

Het motto:


In dit boek staat voorin wel een motto, maar ik zou niet weten wat het betekent, het is namelijk een Perzische tekst en er staat geen vertaling bij. Maar de schrijver komt zelf uit een land waar ze Perzisch spreken en de hoofdpersoon uit het verhaal ook, dus ik denk dat het gaat over de reis van de schrijver naar Nederland en zijn inburgering hier, maar dat weet ik niet zeker.

Het thema:


Ik denk dat het belangrijkste thema van dit verhaal het vluchteling zijn is, het anders zijn dan anderen, het niet begrepen en verstaan worden. Dus hoe het is om in Nederland te komen als vluchteling en hoe die tegen Nederland aan kijken. De schrijver beschrijft namelijk hoe de hoofdpersoon tegen Nederland aankijkt en hoe hij het voelt om er niet bij te horen en om zich niet verstaanbaar te kunnen maken en anders is dan de andere mannen uit de straat.

Personages:


De belangrijkste persoon is Bolfazl, hij is een 33 jarige vluchteling uit Iran. In de verwerkingsopdracht zal ik verder ingaan op deze man.

De vrouw van Bolfazl speelt eigenlijk nauwelijks een rol in het verhaal, vroeger, in Iran was zij afhankelijk van Bolfazl dat kwam door de rol verdeling, maar nu in Nederland heeft zij hem eigenlijk niet meer nodig, ze kan beter Nederlands dan Bolfazl en ze heeft veel kontact met de buurvrouwen.

René speelt ook een belangrijke rol in het verhaal, hij is de buurman van Bolfazl en ongeveer 45 jaar. Hij is lang, breed en blond, een echte Nederlander dus. René is homoseksueel, hij is dus ook ‘anders’ dan anderen. Daardoor heeft hij een sterke band met Bolfazl. Hobby’s van René zijn schilderen en fotograferen. Het gaat niet goed met René, hij is erg in de war. Hij wordt opgenomen in een psychiatrische inrichting en pleegt uiteindelijk zelfmoord door voor een trein te springen.

Moka Moka wordt door Bolfazl zo genoemd omdat hij zijn naam niet kan onthouden. Moka Moka is de vriend van René, maar in de loop van het verhaal wordt die relatie beëindigd en verdwijnt Moka Moka uit het verhaal. Over zijn karakter en uiterlijk wordt niet veel verteld.

Jacobus is de nieuwe buurman van Bolfazl, hij is heel afstandelijk. Bolfazl komt met hem in kontact doordat hij hem helpt met het monteren van een antenne op zijn schuurdak. Later legt Jacobus uit hoe je moet zenden met zendapparatuur. Dat is namelijk zijn grootste hobby. Jacobus is treinmachinist van beroep.

Mary Rose is de vrouw van Jacobus, zij komt later naast Bolfazl wonen dan Jacobus, maar zij en Bolfazl krijgen wel een hele goede band. Dat komt doordat Mary Rose vanuit Mexico hierheen gekomen is en dus ook moeite heeft gehad met het aanpassen en het leren van Nederlands. Als Bolfazl Mary Rose leert kennen gaat zijn kontact met Jacobus verloren en praat hij heel veel met haar.

Samenvatting:


Bolfazl, een Iraanse vluchteling is met zijn vrouw en zoontje naar Nederland gekomen. Daar krijgen ze een huis toegewezen, een hoekhuis in een dorpje aan de IJssel.

In het begin heeft Bolfazl het erg moeilijk, hij heeft moeite met het Nederlands. Daardoor heeft hij ook nauwelijks kontact met andere mensen. Maar na een tijdje ontmoet hij zijn buurman, René. Ze kunnen het samen heel goed vinden en praten vaak samen.

Later ontdekt hij dat hij nog een buurman heeft, hoewel hij in een hoekhuis woont. De andere buurman is namelijk de vriend van René.

Op een gegeven moment komt Bolfazls moeder hem opzoeken, zij is een hele strenge islamiet. Ze wil vijf keer per dag richting Mekka bidden, maar ze weet niet waar Mekka is. Bolfazl zegt dan dat ze ongeveer richting de kerk moet bidden, maar op een keer is de kerk verdwenen, het is dan namelijk mistig. Dan zet René een oude kerkhaan op zijn schuurdak richting Mekka, zodat ze altijd kan bidden.

Dan ziet zijn moeder René en Moka Moka samen in bed liggen. Ze schrikt daar zo van dat ze nooit meer iets met René en Moka Moka te maken wil hebben.

René regelt voor Bolfazl een baantje bij een boer in de buurt, hij moet mest verscheppen. Zo werkt hij bij een aantal boeren in de omgeving.

Als hij op een keer terugkomt van een boerderij ziet hij dat René verdwenen is. Hij vraagt aan iedereen waar hij is, maar ze weten het niet. Maar een tijd later komt René weer terug, alleen is hij wel heel erg veranderd, hij is grijs geworden en hij ziet er erg verward uit. Ook kan hij niet meer in z’n eigen huis komen, hij slaat dan de ruit van de deur in, Bolfazl wil hem helpen maar René herkent hem niet meer. René wordt dan opgenomen in een psychiatrische inrichting.

Bolfazl heeft geen kontact meer met René en dat vindt hij heel erg, nu heeft hij weer niemand. De relatie met z’n vrouw is ook niet goed meer, zij heeft hem niet meer nodig omdat hier niet zo’n vast rollenpatroon is.

Als Bolfazl er net aan gewend is dat René weg is, wordt hij gebeld door de ex-vrouw van René. Hij is dood, zelfmoord. En hij had een kaart in z’n zak waarop stond dat hij gecremeerd wilde worden en dat alleen zijn ex-vrouw en Bolfazl daar bij mogen zijn.

Vlak daarna komt er een nieuwe man in het huis van René wonen, Jacobus. Bolfazl heeft in het begin geen kontact met zijn nieuwe buurman, maar als hij hem een keer helpt om een antenne op z’n schuurdak te zetten raken ze aan de praat. Jacobus laat Bolfazl z’n zendapparatuur zien en vanaf dan zit Bolfazl vaak bij hem en zendt hij soms ook.

Een hele tijd later krijgt Bolfazl een verjaardagskaart van Miranda, de dochter van René. Hij gaat er later een keer heen en dat is heel leuk, hij gaat dan ook naar haar moeder toe. Hij ontmoet daar de nieuwe vriend van haar, daar kan hij het heel goed mee vinden. Haar nieuwe vriend schildert Bolfazl, hij is een verlengstuk van de ballingschap.

Tijd en ruimte:


Het is niet echt duidelijk wanneer het verhaal zich afspeelt, maar het zal ongeveer in deze tijd zijn. Het probleem van vluchtelingen is nog steeds actueel en dat zal het voorlopig ook nog wel even blijven.

Het verhaal bestrijkt een periode van ongeveer zeven jaar, aan het begin van het verhaal is Bolfazl 33 jaar en aan het eind wordt hij 40 jaar.



De gebeurtenissen spelen zich af in een dorpje vlakbij Zwolle aan de IJssel. En dan vooral in het huis en de tuin van Bolfazl en die van de buren.

Maar de herinneringen van Bolfazl spelen zich af in een klein dorpje in een berggebied in Iran.

De schrijver:


Dit boek is geschreven door Kader Abdolah, die komt zelf ook uit Iran, maar hij is niet gevlucht, hij is gewoon naar Nederland gekomen.
Ik denk niet dat het veel uit maakt door wie dit geschreven is, ik denk alleen dat het wel geloofwaardiger is als je weet dat de schrijver ook uit Iran komt en hier ook heeft moeten integreren.

Verwerkingsopdracht:


Ik heb gekozen voor verwerkingsopdracht 29, ik moet daarvoor een analyse van de hoofdpersoon maken, hoe hij eruitziet, hoe hij denkt en wat ik daar van vind en hoe hij omgaat met de situatie waarin hij zit.



De hoofdpersoon Bolfazl, is aan het begin van het verhaal 33 jaar, hij is dan net vanuit Iran naar Nederland gevlucht.

Hoe de hoofdpersoon eruitziet wordt eigenlijk niet verteld. Hij is redelijk klein en waarschijnlijk een beetje donker en hij zal er waarschijnlijk ongeveer zoals de meeste Arabische mannen uitzien. Hij is geen Moslim, maar respecteert zijn moeder wel want zij is wel Moslim. Hij hecht wel waarde aan de normen en waarden van de Moslims, maar dat hoort denk ik gewoon bij z’n cultuur.

In Iran was Bolfazl een man met status, hij heeft daar wiskunde gestudeerd en hij vervulde een belangrijke rol bij een verboden politieke partij in Iran. Hij en zijn gezin zijn naar Nederland gevlucht omdat het in Iran te gevaarlijk werd.

Ik vind dat ze om een goede reden gevlucht zijn en ik vind het dan ook logisch dat ze in Nederland mogen blijven.

In Nederland gekomen heeft Bolfazl moeite om zich aan te passen. Het lukt hem niet goed om goed Nederlands te leren spreken en doordat hij daar onzeker van wordt krijgt hij nauwelijks kontact met andere mensen.

Ook vindt hij de gewoontes van de Nederlandse mensen maar vreemd, zo krijgt hij bijvoorbeeld van de mensen uit de buurt kleren aangeboden, maar hij ziet dat als een belediging. Hij vindt het vervelend dat mensen naar hem kijken alsof hij minderwaardig is, hij denkt dat de mensen denken dat hij die vluchteling die naast het lege huis woont is.

In Iran was het dorp een hele hechte gemeenschap, maar hier in Nederland is er haast geen kontact tussen de mensen.

Hij schaamt zich er ook voor dat hij geen fatsoenlijke baan heeft, hij heeft wel een tijdje bij boeren gewerkt en hij heeft in een blikfabriek gewerkt, maar hij heeft het er moeilijk mee dat hij in Iran gewoon een goede baan had en dat hij hier niks waard is. Daarom gaat hij net al alle andere mannen uit het dorp elke ochtend op de fiets weg en komt hij ’s avonds weer terug. Hij gaat dan naar de stadsbibliotheek om te lezen en beter Nederlands te leren.

Ik kan me heel goed voorstellen dat hij het niet leuk vindt om zulk minderwaardig werk te doen terwijl hij eigenlijk een hele goede opleiding heeft, maar hij doet zelf ook niet zoveel om een betere baan te vinden.

Ik weet natuurlijk niet hoe het is om te vluchten, want gelukkig heb ik nog nooit hoeven vluchten, maar ik kan me wel voorstellen dat het moeilijk is om je ergens thuis te voelen waar je de mensen nog niet goed verstaat, en waar de mensen hele andere gewoontes hebben dan jij. Hij durft het waarschijnlijk niet te proberen omdat hij bang is dat mensen hem niet willen. Ik begrijp dus ook wel dat hij in de war is en dat hij nog vaak denkt aan zijn vaderland. Bij veel dingen die hij hier meemaakt moet hij denken aan een verhaal dat hij zich herinnert uit Iran.

Op een dag vraagt René aan Bolfazl of hij zijn oude fiets wil hebben, dat wil Bolfazl wel. Hij moet dan aan het volgende verhaal denken:

Toen hij nog klein was hadden ze thuis maar één herenfiets, maar aan Bolfazl werd altijd een fiets beloofd als hij een goed rapport had, maar hij kreeg er nooit één. In het dorp was ook een jongen, hij had wel een nieuwe fiets gekregen, hij zei tegen de andere jongens in het dorp: “Als jullie over mijn ding aaien mogen jullie ook een rondje op mijn nieuwe fiets.” Als Bolfazl dat deed was het een schande voor zijn familie, maar de verleiding was wel erg groot om even op zo’n mooie fiets te mogen fietsen.

Eigenlijk leeft Bolfazl nog met zijn gedachten in Iran, maar dat wordt wel steeds minder in de loop van het verhaal. En ik denk dat hij daar eigenlijk wel weer naar terug wil, maar dat kan niet.

Hij is ook heel erg in de war en hij zegt zelf ook dat hij niet meer goed weet wat nou echt gebeurd is en wat hij er zelf bij verzonnen heeft.

In zijn gedachten komen ook vaak treinen en vliegtuigen voor, ik heb niet echt begrepen waarom die steeds terugkwamen.

Ik vind het wel goed van hem dat hij zo zijn best doet om Nederlands te leren, daardoor wordt het natuurlijk veel makkelijker om te integreren. Ik denk ook dat hij aan het eind van het verhaal aardig gelukt is.

Ik vind wel dat hij iets meer zijn best had mogen doen om een baan te vinden en echt iets te doen, maar ik kan me eigenlijk niet zo goed voorstellen hoe ik dat zelf zou doen. Misschien is het wel logisch dat hij dat zo doet dat weet ik niet.




Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen