U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Jeroen Brouwers - Geheime Kamers.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=12686 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 6315 woorden.

Zakelijke Gegevens



Auteur: Jeroen Brouwers

Titel: Geheime kamers

Uitgever: Uitgeverij Amsterdam/Antwerpen

Druk: 2001-10

Bladzijdes: 488 blz.

Eerste druk: 2000

Genre: Roman



Eerste reactie



Ik heb dit boek gekozen omdat ik Jeroen Brouwers een hele goede schrijver vind. Toen ik het boek leende had ik geen idee waar het over ging omdat er geen flaptekst was, ik ben er toen maar gewoon vanuit gegaan dat het wel een leuk boek zou zijn. Dat is nadat ik het heb gelezen zacht uitgedrukt, het is een geweldig boek. De personen hebben allemaal een leuk en apart karakter en het verhaal is eigenlijk absurd ingewikkeld met allerlei buitenechtelijke affaires en bijna-affaires, verborgen kinderen en de roddelpers.



Samenvatting



Ik zal proberen een chronologische samenvatting te geven, het boek is niet chronologisch maar dit lijkt me makkelijker voor een samenvatting.



Jelmer ontmoet Daphne voor het eerst als hij en Nico bezig zijn voor de voorbereidingen van hun reis naar de Ardennen waar ze “de diepte in gaan” zoals een leraar zegt. Hij is op slag verliefd op Daphne, maar Daphne heeft al een soort relatie met Nico. ’s Avonds ziet hij Daphne echter met een andere man in het park.

Tijdens hun reis naar de Ardennen krijgt Jelmer een hele rare huidziekte: op zijn hele lijf komen blaasjes en hij wordt heel ziek. Daphne, die hen inmiddels achterna is gekomen, en Nico brengen hem naar het ziekenhuis in Creteur, waar hij een half jaar blijft. In die tijd vindt Nico zijn bijzondere steen.

Later ontmoet Jelmer Paula, zijn toekomstige vrouw. Nico trouwt met Daphne en de twee echtparen blijven lang bevriend maar dat contact verwaterd langzaam tot ze op een gegeven moment helemaal geen contact meer hebben. Jelmer werkt op een middelbare school als docent geschiedenis tot hij daar ontslagen wordt en vanaf dan zit hij ongeveer de hele dag op de woonboot waar Paula en hij wonen. Ze krijgen een dochtertje, Hanneke, dat helaas mongool is en in een inrichting moet. Paula wil helemaal niets meer met haar te maken hebben en gaat ook nooit meer naar haar toe, dat laat ze aan Jelmer over. Op een gegeven moment mag hij haar zelfs helemaal niet meer aanraken en ze hebben allebei een eigen kamer. Paula is heel vaak ’s nachts niet thuis omdat ze moet overwerken, in werkelijkheid slaapt ze dan bij dokter Weldon.

Op een dag krijgt Jelmer een uitnodiging van Nico om naar diens inaugurele rede te komen kijken. Jelmer is verbaad weer wat van Nico te horen en gaat er naar toe. De rede is vrij saai en gaat over fossielen maar daarna tijdens de borrel ziet hij Daphne weer. Hij praat even met haar maar dan moet ze weg. Hij gaat ook weg maar verdwaald in het gebouw en komt in een ruimte waar allemaal skeletten en fossielen zijn en daar is ook Daphne. Ze laat een jojo vallen die Jelmer oppakt. Ze ziet hem echter niet.

Vanaf deze dag beginnen Jelmer en Daphne een correspondentie. Ze schrijven elkaar steeds vaker en de brieven worden steeds intiemer. Ze beginnen ook te bellen. Daphen blijft volhouden dat Nico haar post alleen maar aan de kant legt en het niet erg vindt dat zij en Jelmer zoveel schrijven. Ze nodigt hem uit om naar de Matthä us Passion te komen die zij moet zingen.

Als hij op een zondag weer naar Hanneke gaat ontmoet hij Gonneke, de moeder van Gonneke. Ze is dronken en hij biedt aan haar naar huis te brengen. Onderweg kotst ze alles onder en ze biedt aan zijn kleren te wassen. Bij haar thuis moet hij zijn pak uittrekken en Gonneke gaat het wassen. Het onvermijdelijke gebeurt: ze gaan ook met elkaar naar bed. ze biedt aan zijn kleren te wassen. Bij haar thuis moet hij zijn pak uittrekken en Gonneke gaat het wassen. Het onvermijdelijke gebeurt: ze gaan ook met elkaar naar bed.

Daarna gaat hij alsnog naar de uitvoering van de Matthäus Passion die echter al is afgelopen. Hij ziet Daphne wel met Nico naar de stationsrestauratie gaan om wat te drinken en blijft in zijn auto zitten kijken.

Daarna hoort hij zes maanden niets meer van haar. Tot Paula op een dag tegen Jelmer zegt dat Daphne heeft gebeld, ze hebben eerst een woordenwisseling over Daphne, Paula vindt het een vreselijk mens, maar uiteindelijk zegt ze dat Daphne over twee dagen komt eten.

De volgende dag belt hij Daphne. Dan vertelt Daphne haar grote geheim. Op het conservatorium was ze verliefd op Johann Fahrenfuhrt, haar zangpedagoog en mentor. Ze kregen een relatie maar Johann was al getrouwd met Grete en had twee kinderen. Maar na een tijdje kwamen er roddels over hen door mensen die hen in het openbaar hadden gezien en Johann had een einde aan hun relatie gemaakt. Daphne was er kapot van en ging naar zijn huis waar ze hem weer tegenkwam. Ze spraken af dat Daphne een openlijke relatie met een andere man aan zou gaan wat de aandacht van haar werkelijke liefde zou afleiden. Nico werd ingepalmd en jarenlang belazerd, sliep dikwijls met Daphne op dezelfde matras waar ze een kwartier eerder nog met Johann had gelegen. Ze kon dan ook niet weigeren toen Nico haar ten huwelijk vroeg, maar ondertussen bleef ze Johann zien. Maar Johann kreeg intussen ook nog andere meisjes “hoewel zij de enige bleef”. Ze spreken de volgende dag af in Eggelte bij een hotel waar Jelmer har komt ophalen voor het etentje. Als ze op de woonboot aankomen blijkt dat Paula Arie Weldon ook heeft gevraagd om mee te eten. De hele avond klit Paula met Arie en Jelmer eigenlijk ook met Daphne. Als Daphne vraagt hoe het met hun dochtertje is zeggen ze gauw dat die op hefstkamp is, omdat Paula zich schaamt. Als hij Daphne afzet bij het hotel vraagt ze of hij nog even wat komt drinken. Hij gaat met haar mee en ze drinken champagne (die ze kreeg van een geheime aanbidder). Dan kleedt Daphne zich uit. Samen gaan ze op bed liggen, maar hij mag haar niet zoenen of strelen, ze zegt dat ze een heel stuk van de volgende dag ook nog hebben. Ze spreken af de volgende ochtend samen te gaan ontbijten. Dan gaat hij naar huis. Als hij thuiskomt is Paula er niet, Hij gaat haar kamer binnen en vindt er de lens van Arie en een pijp van een boxershort. Dan weet hij zeker dat Paula hem ook bedriegt. Hij neemt die avond voor het eerst een van zijn benzo’s.



De volgende ochtend verslaapt hij zich. Hij belt het hotel van Daphne om te vragen of ze door willen geven dat hij wat later komt en dan hoort hij dat ze al weg is maar een boodschap voor hem heeft achtergelaten. Hij gaat alsnog halsoverkop naar het hotel toe. Daar aangekomen lijkt de brief verdwenen, maar staat er wel een man die een brief wegmoffelt : Valkman, ook een oud-student geschiedenis. Hij geeft Jelmer een lift naar het station.

Maar eerst maakt hij een wandeling over het strand.

Dan gaat hij naar Effata, de inrichting van Hanneke. Hij moet bij de directrice komen en die vertelt dat Hanneke na een ruzie haar wimpers er af knipte en daarbij ook wondjes in haar ooglid maakte. Ze ligt nu op een aparte

kamer. Hij gaat samen met een zuster naar haar toe en daar ligt Hanneke met kokers om haar armen zodat ze niet in haar ogen kan krabben. Als ze in de tas van haar vader rommelt vindt ze het cadeautje dat Daphne voor haar had meegenomen: een Gameboy. Tot verbazing van iedereen is ze er heel erg handig mee.

Omdat Gonneke er niet is gaat hij naar haar huis maar daar is een andere man en Gonneke gebaart dat hij weg moet gaan, hierna heeft hij Gonneke nooit meer gezien.

Hij verneemt heel lang niets meer van Daphne, tot ze op een zekere dag weer belt. Hij vraagt haar of ze de tien brieven die hij haar heeft geschreven nog heeft gekregen, maar ze zegt dat ze van niets weet en dat het een ramp is. Verder zegt ze dat in de brief die ze in het hotel voor hem had achtergelaten stond dat ze meteen weg moest.

Dat een kerel haar al jaren achtervolgt met zijn fototoestellen teneinde een mooi verhaal over haar te schrijven voor een roddelblad: Willem Valkman, de man die Jelmer nog een lift heeft gegeven en die de brief van Daphne had.

Langzamerhand wordt Nico in de pers zwart gemaakt: de steen van Sibelijn zou niet echt zijn, hij zou die inkervingen zelf gemaakt hebben. Ook Jelmer wordt erin betrokken. Hij wordt opgebeld om te vragen of hij aanwezig was bij de vondst van de steen, destijds in Creteur. Jelmer zegt van niet, dat hij met een huidaandoening in het ziekenhuis lag. De man aan de telefoon suggereert dat Nico iets in zijn eten zou hebben gedaan zodat hij de vondst alleen zou doen en niemand van zijn bedrog af zou weten. Dit verhaal verschijnt in de SKICK , een roddelblad waar ook Willem Valkman werkt. Twee weken later verschijnt er weer een artikel in de SKICK. Ditmaal staat Jelmer erin met een foto die aan het strand is gemaakt en twee foto’s van Nico en hem.Het artikel trekt de geloofwaardigheid van Nico weer in twijfel.

Paula gelooft niet dat Daphne met de hele zaak niets te maken heeft en daarna hebben ze ruzie over Hanneke.

Tot overmaat van ramp belt ook Daphne nog met de mededeling dat Nico de brieven van Jelmer heeft gevonden en haar nu een ‘slettebak’ noemt en er helemaal geen problemen mee had dat ze nu in de logeerkamer sliep en dat die zak van een Jelmer helemaal nooit meer langs hoeft te komen. Ze vindt het belachelijk dat hij denkt dat ze hem belazert. In haar ogen belazert ze Nico niet omdat hij niets te kort komt en dat wat er tussen haar en Johann speelt niet Nico’s zaken zijn.

Paula wil door het geroddel in de bladen nog minder met Daphne te maken hebben en heeft zelfs de Japanse schaal die ze van Daphne had gekregen weer teruggestuurd. Ze wil zelfs gaan scheiden van Jelmer.

Niet veel later verschijnt er weer een uitgave van SKICK. Daarbij staat dat Jelmer de geheime liefde van Daphne zou zijn, de foto’s (waar mee geknoeid is) zouden het bewijs zijn. Nico zou deze verhouding goedkeuren onder voorwaarde dat Jelmer zijn mond zou houden over de steen.

Jelmer maakt een afspraak met de directeur van een zwakzinnigeninstelling in Asch. Als hij dat aan Daphne verteld aan de telefoon zegt deze enthousiast dat dat maar drie minuten bij haar vandaan is en dat ze dus best kunnen afspreken.

Als hij eenmaal in Sterdrecht is (waar het hotel is waar hij overnacht) gaat hij daar ergens eten en leest dan dat er een uitvoering is die avond ter ere van het pensioen van Johann Fahrenfuhrt. Hij gaat er naar toe die avond, maar tot zijn schrik is ook Nico er. Hij besteed er verder weinig aandacht aan en let alleen maar op Daphne.

Maar als Daphne ’s avonds aan de telefoon hoort dat hij er ook was, schrikt ze. Ze vertelt dat Nico de hele avond de hele tijd als hij kwaad was heel hard “Hopf!” riep, wat wel eens een verbastering van Van Hoff zou kunnen zijn. Dat zou betekenen dat Nico hem ook heeft gezien. Hij spreekt met haar af in de kantine van de universiteit waar ze een vergadering heeft.

Daphne is er nog niet als hij er is. Net als de keer met Nico’s inaugurele rede verdwaalt hij in het gebouw en komt hij uit bij een groot aquarium en allemaal skeletten. Daar was Daphne ook om te vragen of zij niet samen verder konden. Maar op dat moment raast er een kogel langs hen heen die in een skelet komt. Nico is zo kwaad dat hij een oud pistool heeft meegenomen om Jelmer en Daphne neer te schieten. De tweede kogel slaat in het aquarium, de derde kogel raakt haar een paar centimeter onder haar navel. De vierde kogel slaat naast hen in.

Jelmer sleept Daphne door het water voordat het glazen aquarium ook naar beneden komt zetten.

Jemer gaat met Hanneke in een flat wonen, het enige wat er nog over de tijd erna wordt vermeld is dat de plaat ter ere van Nico uit het stadhuis is weggehaald en dat hij niet meer voor promotor in aanmerking komt. Uit het feit dat hij zegt dat hij weer naar Satie durft te luisteren concludeer ik dat ook Daphne uit zijn leven is verdwenen, Daphne had namelijk een hekel aan Satie.



Verhaaltechniek



Schrijfstijl:

Het boek leest heel makkelijk weg, er staan niet te veel moeilijke woorden in, wat heel positief is. Verder zitten er wel hele mooie zinnen in, maar dat zijn we gewend van Jeroen Brouwers. Er zitten talloze kleine motieven in (die ik overigens niet allemaal zal behandelen bij de thematiek) en alle gebeurtenissen zijn zorgvuldig uitgedacht.



Ruimte:

De belangrijkste ruimtes in het verhaal zijn de woonboot van Paula en Jelmer, het huis van Daphne en Nico, Effata: de inrichting van Hanneke, het huis van Gonneke en de universiteit.

De woonboot: deze ligt in een rustig gebied, tussen het riet in de modder, maar in de loop van het verhaal komt de boot los uit de modder. Dit staat voor de relatie tussen Paula en Jelmer: eerst een degelijk huwelijk ( de boot lag ook stevig in de modder) maar door Jelmers ‘relatie’ met Daphne en de SKICK komt deze op losse schroeven te staan (de boot komt los uit de modder). In de boot hebben Paula en Jelmer allebei een aparte kamer, er is een badkamer en een keuken.

Het huis van Daphne en Jelmer: het huis zelf wordt niet echt beschreven, je weet alleen dat de telefoon in de gang hangt bij de trap zodat Arne alles kan horen wat zijn moeder aan de telefoon tegen Jelmer zegt en dat later weer aan zijn vader vertelt. De keuken kijkt uit op de straat, daarom staat Daphne daar vaak te bellen zodat ze Nico aan kan zien komen.

Effata: dit is de inrichting van Hanneke. Er is een speelzaal, een eetzaal en de kinderen hebben een kamer. Verder zijn er nog aparte kamertjes voor kinderen die niet in de grope mogen, zoals Hanneke nadat ze haar wimpers had afgeknipt. Verder wordt er nog gesproken over de kamer van de directrice.

Het huis van Gonneke: een afgebladderde villaatje aan het einde van een karrenspoor door een weidegebied vol dartele, uitsluitend zwarte, lammetjes. Als je het huis binnenkomt kom je in de voorkamer, een soort broeikas voor cactussen. De keuken is in het achterhuis. Achter de keuken is een erker, afgesloten met schuifdeuren waar de bak staat waar Jelmer en Gonneke iedere zondagmiddag de liefde bedrijven.

De universiteit: de universiteit wordt niet echt duidelijk beschreven, de ruimtes die van belang zijn, dat zijn de congreszaal, waar Nico zijn inaugurele rede heeft gehouden, de hal erachter waar de recepties plaatsvinden en verder het uitgestrekte complex erachter waar alle skeletten en andere dingen opgeborgen liggen waar Jelmer twee keer verdwaald en waar Nico probeert Daphne neer te schieten.



In het boek zijn de ruimtes niet het belangrijkste, het gaat meer om de gebeurtenissen en de gevoelens van de personen.



Tijd:

Het boek is geschreven in 2000, maar het verhaal speelt zich veel eerder af, de ouders van Nico hebben de oorlog nog meegemaakt, of Nico en Jelmer dat zelf nog hebben weet ik niet, maar ook het feit dat tijdens hun studententijd de pil nog niet bestond doet vermoeden dat het verhaal aan het begin van de jaren negentig afspeelt, maar zeker weten doe ik dat niet.

Het boek wordt niet chronologisch verteld, de schrijver werkt met flashbacks en met flash-forwards, zo weet je het einde van het boek allang voordat je het boek hebt uitgelezen, maar het blijft spannend. Het boek heeft trouwens wel een open einde, je weet niet wat er gebeurt is in de tijd dat Daphne is neergeschoten door Nico en dat Jelmer met Hanneke in een flat woont en waarom hij Daphne niet meer ziet, wat er van Nico is geworden enzovoorts.

De vertelde tijd is veel langer dan de verteltijd. Het boek begint eigenlijk al in de studententijd van Nico en Jelmer en duurt tot na de scheiding van Paula en Nico. Het eigenlijke verhaal, dus vanaf het moment dat Jelmer post krijgt van Nico en het moment dat Daphne wordt neergeschoten zit drie jaar, het boek is ‘slechts’ 488 bladzijdes en staat dus niet in verhouding met de vertelde tijd.



De verhaalfiguren:

Jelmer van Hoff: Jelmer heeft geschiedenis gestudeerd en heeft een paar jaar gewerkt als geschiedenisleraar totdat hij ontslagen werd. Jelmer is getrouwd met Paula maar is eigenlijk altijd verliefd geweest op Daphne. Hij is dan ook bijna geobsedeerd door haar en zeker nadat hij haar weer heeft ontmoet. Zijn beste vriend is Nico Sibelijn, de man van Daphne, maar in het boek wordt langzaam duidelijk dat de vriendschap tussen die twee niet meer zo heel veel voorstelt en dat Jelmer vooral met de Sibelijns omgaat voor Daphne. Stiekem is hij ook een beetje jaloers op Nico, omdat hij wel met Daphne is getrouwd en met haar naar bed is geweest en hij niet. Jelmer heeft last van angstaanvallen en krijgt daarvoor door dokter A. Weldon benzodiazepinen voorgeschreven, maar hij slikt ze niet, hij wil die chemische rommel niet in zijn lijf. Aan het einde van het boek gaat hij ze wel slikken om zichzelf rustig te houden, maar de pillen hebben rare bijwerkingen. Zoals ik al zei is Jelmer bijna geobsedeerd door Daphne maar is tegelijk ook een beetje bang voor haar, omdat ze hem als het ware in zijn macht heeft. Alles wat ertussen hen afspeelt gebeurt op initiatief van Daphne en Jelmer is iedere keer weer bang dat ze hem weer in de steek laat of dat ze hem gebruikt. Jelmer houdt veel van zijn mongoolse dochtertje die in een inrichting zit en waar Paula niets meer vanaf wil weten. Daar krijgt hij voor het eerst in jaren weer een seksuele affaire met Gonneke, wat hem goed doet want Paula wil niet meer dat hij haar aanraakt. Hij vervreemdt langzaam van zijn vrouw en gaat steeds minder om haar geven, al is hij wel jaloers op dokter Weldon die een relatie heeft met Paula.

Paula van Hoff: Paula is een koele, sarcastische en afstandelijke vrouw. Zo wordt ze in ieder geval wel beschreven door Jelmer. Ze minacht Jelmer omdat hij nooit echt iets heeft bereikt in het leven, het is Paula die het brood op de plank brengt: ze is een succesvolle arts en heeft samen met twee collega’s een praktijk. Ze wil helemaal niets meer met haar dochter Hanneke te maken hebben, ze zegt dat ze zo’n misbaksel niet als haar kind beschouwt en ze laat Jelmer voor Hanneke zorgen, ze gaat dan ook nooit meer mee naar het bezoekuur. Ze staat heel cynisch tegenover Daphne; “dat kwelekeeltje van Nico”. Ze vindt Daphne maar een hysterisch mens en vraagt zich af wat Jelmer toch de hele tijd met haar moet. Hoe langer ze wat Weldon heeft, wordt ze toch wel veel vrolijker, alleen niet naar Nico toe.

Daphne Uitwyck: Daphne is die vrouw van Nico en ze heeft samen met hem een zoon. Daphne is een heel beroemde zangeres en haar uiterlijk is bijna net zo opvallend als haar stem: ze is helblond en haar huidskleur is bijna wit. Ze manipuleert mannen en de waarheid zet ze om tot de feiten in haar voordeel spreken. Ze spreekt met Jelmer af wanneer zij dat wil en gaat ook weg wanneer zij dat wil. Toen ze trouwde met Nico hield ze niet eens van hem, dat is in de loop van de jaren gegroeid. Ze trouwde met hem om de relatie tussen haar en een docent van het conservatorium te verbergen. Wat ze echt van Jelmer vindt ben ik niet helemaal uit, ze zegt iedere keer dat ze ook verliefd op hem is geweest en dat hij zo leuk is en dat ze hem mist etc. maar ook dat haar enige echte liefde Johann is. In het begin van het boek komt ze heel zelfverzekerd en arrogant over, maar verder in het boek zie je ook haar zwakheden, zo is ze bijvoorbeeld van mening dat ze Nico niet bedriegt met Johann, want ze houdt inmiddels wel van hem en hij komt niets te kort. Ze heeft alleen geheime kamers (Johann, Jelmer) waar Nico helemaal niets te zoeken heeft.

Nico Sibelijn: Nico is een oud-studiegenoot van Jelmer en is, in tegenstelling tot Jelmer, wel heel erg succesvol geworden. Hij heeft tijdens een zoektocht van hem en Jelmer in de Ardennen een steen gevonden uit de prehistorie waar tekens in stonden. Dat was toen Jelmer in een ziekenhuis in de Ardennen lag met een huidaandoening. Nico is een heel wantrouwige man en zeker als het om Jelmer en Daphne gaat. Hij is er van overtuigd dat Jelmer en Daphne een affaire hebben omdat hij altijd al wel heeft geweten dat Jelmer zo’n geniepig mannetje was en omdat hij Daphne altijd al leuk heeft gevonden. Aan het eind van het boek heeft hij zelfs een hekel aan zijn vroegere beste vriend. Zelf zit hij vooral met zijn neus in de boeken of geeft weer ergens een college.



Situaties:

De belangrijkste situaties in een verhaal zijn: de beginscène, de situaties waarin een nieuw element aan het verhaal wordt toegevoegd en de slotscène.

beginscène: Jelmer krijgt post van Nico Sibelijn met de vraag of hij ook naar de inaugurele rede van Nico komt kijken. Jelmer bedenkt dat hij al heel lang niets meer van Nico heeft vernomen en gaat toch naar de rede, waar hij na afloop Daphne weer tegenkomt.

scènes waarin een nieuw element aan het verhaal wordt toegevoegd: de belangrijkste hiervan zijn: wanneer Jelmer vertelt over de tocht door de Ardennen die hij met Nico heeft gemaakt, zijn eerste ontmoeting met Daphne, de dood van J.J.J.J. Möser, de eerste brieven die Jelmer en Daphne elkaar schrijven, als blijkt dat er brieven van Jelmer zoek zijn, wanneer Daphne besluit dat het over moet zijn tussen haar en Jelmer, de eerste keer dat hij met Gonneke naar bed gaat, als hij Willem Valkman voor het eerst weer tegenkomt, als de boot loskomt uit de modder, wanneer Daphne vertelt over Johann Fahrenfurht, het etentje bij Paule en Jelmer, in de hotelkamer van Daphne, als Daphne wéér weg is, de eerste keer dat ze in de SKICK staan, wanneer Daphne na een hele tijd weer belt en er weer blijkt dat er brieven van Jelmer zoek zijn, als Jelmer wordt gebeld voor het interview over Nico en de steen, de andere keren dat ze in de SKICK staan, als Paula erachter komt, als Paula wil scheiden, wanneer ook Nico erachter komt, wanneer Jelmer naar Ambassador gaat, waneer hij weer met Daphne spreekt en wanneer Daphne wordt neergeschoten door Nico

slotscène: Nico probeert Daphne en Nico neer te schieten, maar raakt alleen Daphne in haar buik. Daphne wordt afgevoerd.



Vertelwijze:

Het verhaal wordt verteld vanuit Jelmer, het is dus een ik-verhaal. De eerste twee delen zijn een verslag van de gebeurtenissen vanuit Nico zelf. Het derde is dat ook, maar dat is gericht aan een ‘commissie’ wat voor commissie dat is kom je niet te weten in het boek, waarschijnlijk een die de aanslag op Daphne onderzoekt



Thematiek

Het grote hoofdthema in het boek is bedrog. Maar verder zijn er ook nog de thema’s afhankelijkheid, de leugen en jaloezie.

De eerste twee zijn het makkelijkst uit te leggen.

bedrog: Daphne bedriegt Nico al zo lang ze hem kent, de relatie berust niet op liefde, maar om een andere relatie te verdoezelen. Paula bedriegt Jelmer met Arie Weldon, de arts, een relatie die ook al tien jaar duurt. Ook Johann bedriegt. Hij bedriegt zijn vrouw met Daphne en de andere minaressen en Daphne met de andere meisjes, omdat hij zegt dat Daphne eigenlijk de enige liefde in zijn leven is. En Jelmer bedriegt op zijn beurt Paula met Daphne, ook al gebeurt er niet echt iets tussen hen, Jelmer is al verliefd op Daphne vanaf de eerste keer dat hij haar zag, hij voelt zich sterk lichamelijk aangetrokken tot Daphne en kan aan niemand anders meer denken dan aan Daphne. En het is de vraag of er “niets” tussen Daphne en Jelmer is gebeurt omdat Daphne iedere keer weer weggaat of omdat de liefde maar van een kant komt

Dan is er ook nog het mogelijke bedrog van Nico met de steen van Sibelijn, die vervalst zou zijn.

afhankelijkheid: In het boek komen twee soorten afhankelijkheid voor: de geestelijke en de materiële. Jelmer is materieel gezien afhankelijk van Paula. De woonboot is van Paula en Paula is ook degene die het brood op de plank brengt sinds Jelmer werkeloos is. Zonder haar kan hij in feite geen kant op. Maar ook geestelijk gezien is Jelmer afhankelijk, niet van zijn vrouw maar van Daphne. Hij kan aan niemand anders meer denken dan aan Daphne, maar durft zelf geen stappen te ondernemen. Alle initiatief gaat uit van Daphne en hij volgt haar overal waar ze maar gaat. Het liefste is hij dag en nacht bij haar en hij doet alles wat ze maar van hem wenst. En hoewel hij op een bepaald punt in het boek voor zichzelf heeft besloten dat het zo niet meer langer kan en niets meer met haar te maken wil hebben spreekt hij toch weer met haar af.

Ambassador, inderdaad. En inderdaad was ik niet van plan geweest het haar te vertellen, deelde ik haar mee. Ik wenste van haar af te zijn en haar hartgrondig te vergeten. Ik was voldoende gecompromitteerd, zei ik, en voldoende door haar begoocheld en teleurgesteld. Mijn leven zag eruit als een auto na een kettingbotsing, maar ik moest verder, ik wilde niet met mijn wielen omhoog in de wegberm blijven liggen, zoals Nico, zei ik, dit alles met verknepen adem, licht kreunend van de moeite die het me kostte mijn kringvormige uitgang onder controle te houden.

Áls je hier toch bent, kunnen we toch wel even babbelen..’ Ze probeerde haar huiltimbre

(…)

‘Als je dinsdag dan wat vroeger komt, om een uur of drie of zo?’

Het is ook altijd Daphne die belt, Jelmer heeft haar misschien twee keer gebeld, simpel omdat hij niet durft.

leugen: Ook dit thema is naar twee kanten toe op te vatten. Als eerste is er de leugen in de vorm van het bedrog van de overspelige echtgenoten die elkaar met leugens een bord voorhouden.

Een vraag als een handgranaat, als een laatste verrassingsaanval.

Waar ik het zo prompt vandaan haalde, weet ik niet, maar ik zei: ‘Een kristallen dodecaëder.’

Een wat? En waar had ik die gekocht? Wanneer precies? Met de taxi onderweg naar het hotel? En toen? De dag daarna per post naar haar opgestuurd? Dat leek haar pittig, hoonde ze, de dag erna was zaterdag, dan is het postkantoor dicht…

Daarnaast kun je de leugen als thema ook opvatten in de zin van niet de waarheid onder ogen willen zien en je eigen waarheid creëren, zoals Daphne doet door vol te houden dat ze Nico niet bedriegt, maar ook Jelmer doet dat door tegen Paula te liegen. Daar zegt hij zelf wat over:

Wie liegt, verandert zijn leven in fictie. Het gevoel of ik, door alle leugens die mij omringden en waaraan ik voor mijn eigen bestwil nieuwe moest toevoegen, naar een parallel bewustzijnsgebied was overgeplant. Als reële werkelijkheid niet bestaat en hetzelfde geldt voor waarheid, dan bestond ik zelf ook niet. Kon het zijn dat ik mezelf had verzonnen?

jaloezie: Ook jaloezie is een duidelijk thema in het boek. Jelmer is jaloers op Nico omdat hij Daphne wel heeft gekregen en hij niet. Johann is jaloers op Nico omdat hij bij Daphne nu niet meer op de eerste plaats komt en Nico is razend jaloers op Jelmer omdat hij hem ervan verdenkt een relatie te hebben met zijn vrouw. Ook Daphne is jaloers, zij is jaloers op de andere vriendinnen van Johann.

Johann: Tot dit alles had Johann zich aangestuwd gevoeld uit ‘gemis’, naar hij zei, daar hij bijkans krankzinnig werd van hunker naar haar. Later zou hij ‘gemis; vervangen door ‘jaloezie’, - toen ze met Nico was getrouwd en dat, in tegenstelling tot vroeger, een situatie was waarin hij op de tweede plaats kwam.

Jelmer: Zulke details wilde ik niet horen, ze maakten me met terugwerkende kracht jaloers. Ik wist nog precies war zij in die tijd woonde, twee grachten van mijn eigen studentenoptrek vandaan, als ik naar college fietste, kwam ik langs haar adres en keek naar haar raam. Ik zou er veel voor hebben gegeven als ik, met haar op die matras, mijn hoofd tegen de onderkant van de vleugel had mogen stoten…

Daphne: Wat moet Johann daar nu, had hij Daphne gevraagd. Ook zij trad aan het raam, meteen vergiftigd door jaloezie, want in het huis aan de overkant, wist ze, bezocht haar Johann een nieuwe aanwinst op zijn leporellolijst. Daar woont een van zijn eenhapsgebakjes, had ze geantwoord.



Verder komen er in het boek wel steeds terug kerende locaties of voorwerpen voor, om een voorbeeld te geven begint het boek in de universiteit waar Jelmer verdwaald en Daphne ziet, het boek eindigt in dezelfde universiteit waar Jelmer wederom verdwaald en Daphne tegenkomt.

Het opvallendste voorwerp dat in het boek steeds weer terugkomt is de jojo. Jelmer vindt de jojo als hij de eerste keer verdwaalt en op de meest vreemde momenten duikt de jojo in het boek weer op: in een hotel, op bezoek bij Hanneke en ook op de dag dat Daphne wordt neergeschoten heeft hij de jojo bij zich.

Ik denk dat Brouwers een jojo heeft gebruikt als voorwerp dat Jelmer en Daphne eigenlijk als het ware verbindt, omdat Daphne Jelmer gebruikt als een jojo: ze trekt hem aan en stoot hem weer af. Dit zegt Jelmer erover:

Je gaat met mensen om of het jojo’s zijn, had k willen zeggen. Afstoten, aantrekken en vice versa. Ook ik voelde me zo’n speeltuig dat door haar werd weggeworpen en weer aangehaald. Ik hield mijn mond maar.



Wat ook opvalt is dat ogenschijnlijk onschuldige opmerkingen en voorwerpen die aan het begin van het boek voorkomen verder in het boek terugkomen en een heel verhaal hebben.

Zo heb je bijvoorbeeld de rode laarsjes die Daphne aanheeft op de dag dat ze naar Nico en Jelmer in de Ardennen gaat en die door het verontreinigde water verwoest worden. Ze zegt dat ze het vervelend vindt dat ze kapot zijn omdat ze die van een dierbaar persoon heeft gekregen. Dat vergeet je eigenlijk meteen weer, totdat Daphne Jelmer haar grote geheim vertelt en blijkt dat ze die laarsjes van Johann Fahrenfuhrt heeft gekregen.

Dan is er bijvoorbeeld ook nog het uitsapje van Nico en Jelmer naar de Ardennen waar ze de diepte in willen, zoals hun docent J.J.J.J. Möser altijd zegt. Op het eerste gezicht lijkt dit het verslag van een nieuwe ontmoeting met Daphne onder wel erg ongelukkige omstandigheden, maar verder in het boek blijkt dat juist tijdens dat uitstapje de steen van Sibelijn is gevonden die heeft gezorgd voor de ondergang van Nico en indirect ook voor de scheiding tussen Paula en Jelmer, omdat de roddelpers zich ermee gaat bemoeien en Jelmer en Daphne gaat achtervolgen omdat ze denken dat Nico de relatie tussen die twee goedkeurt in ruil voor het zwijgen van Jelmer.



Vanuit het thema is ook de titel te verklaren. Iedereen heeft geheime kamers waar de rest van de wereld niets mee te maken heeft. Het is Daphne die dat in het boek zegt:

“Hij hoeft niet alles te weten. Hij komt niets te kort en daar mag hij tevreden mee zijn. Er zijn geheime kamers waar hij niets te zoeken heeft.”

“Zo werd Nico ingepalmd en jarenlang belazerd. En Daphne begon aan haar dubbelleven, dat van het toenmalige vrolijke meisje allengs het hysterische zenuwwrak had gemaakt, schichtig, permanent onrustig en op haar hoede, inventief in het verzinnen van leugens om Nico te misleiden. Zo richtte ze haar geheime kamer in, waartoe Nico geen toegang had.”



Beoordeling



Ik vind dit een briljant boek zoals ik al eerder zei. De opzet van het boek is heel goed en onverwacht. Er wordt veel gebruik gemaakt van flashbacks en ook van vooruitblikken in de tijd. Zo weet je het einde van het boek al terwijl je op driekwart bent. Maar het boek blijft spannend en je wilt weten wat er dan in de tussentijd is gebeurd en je blijft ook met een aantal open vragen zitten nadat je het boek hebt gelezen. Het boek eindigt wanneer Nico Daphne en Jelmer probeert neer te schieten, maar je hebt al eerder gelezen dat Jelmer een flat heeft gekocht en zijn dochtertje Hanneke in huis heeft gehaald. Uit het feit dat hij weer naar Satie durft te luisteren concludeer ik dat Daphne niet langer bij hem is, want Daphne vond de muziek van Satie te wiskundig opgezet en had er een hekel aan en aangezien Jelmer als een schoothondje achter haar aan liep zou hij nooit naar Satie luisteren als zij ook nog in zijn leven was.

Wat ik ook een erg sterk punt in het boek vind is dat er kleine dingen die aan het begin voorkwamen ook aan het einde van het boek een plaatsje krijgen. het beste voorbeeld hiervan vind ik het oude pistool van Nico:

Toen hij de galzen weer had opgezet, begon hij aan een volgend karwei, nieuwe verbijstering in mij zaaiend: pistool. Opeens had hij het ding in zijn hand, ik zag het blikkeren in het schijnsel van ons kampvuurtje.

‘Correction, dit heet revolver, niet pistool’, doceerde Nico. Er kwamen metalige geluiden uit zijn handen,- met een wollen doekje en nog wat andere spullen, meegebracht met de vanzelfsprekendheid alsof het tandenborstel en scheergerei betrof, begon hij het wapen te verzorgen.

Hoe kwam hij aan het ding?

‘Vanuit de oorlog nog. Dit is een Duitse revolver. Van een hoge mof die bij ons was ingekwartierd. Plotseling verdween hij, maar liet dit ding in de la van het nachtkastje achter. Sedertdien heeft het al die jaren, gewikkeld in papier uit 1943, in de linnenkast in de slaapkamer van mijn ouders gelegen. Daar lag het nog bij de dood van mijn vader. Mijn moeder vertelde me het verhaal, drukte het pakje in mijn handen en zei: gooi het alsjeblieft ergens in het water, ik ben doodsbang van het ding.’

‘Heb je er wel eens mee geschoten?’

Dat bleek één keer het geval te zijn geweest, uit nieuwsgierigheid, in de duinen, in de lucht. En nu zaten er nog vier kogels in de cilinder. ‘Kijk.’ Hij opende zijn hand en liet ze me zien. Áltijd makkelijk toch. zo’n ding, als je in het oerwoud moet overnachten?’ (blz. 39)



Wat ik in werkelijkheid hoorde, was dat er rakelings iets langs mijn oor flitste. Een hoge, korte neurie als van een supersonisch zich door de ruimte borend stalen mug. In dezelfde momentfractie stortte het hoognekkige, langstaartige knekelbeest dat ik juist passeerde dooreen van zijn knieën en zag ik het onder de wapperende doeken zijwaarts kantelen, niet mijn kant op, en ineenstorten.

(…)

Ik had haar nog niet bereikt, toen Nico al voor de tweede en derde keer had gevuurd. De tweede keer zonder Daphne te raken: de kogel sloeg ongeveer een meter boven haar hoofd een vuistgroot gat in de aquariumwand, waar het zilveren water zich als door de spuitmond van een brandweerslang te voorschijn drukte, neerklaterend op de zangeres.

(…)

De derde kogel trof Daphne wel. Ze sprong weg uit de waterval, draaide zich in dezelfde beweging om en gehoorzaamde nog de zinloze impuls haar armen op te heffen en haar gezicht af te schermen, handpalmen naar voren gericht, alsof ze daarmee het projectiel zou kunnen opvangen.

Haar navel in de witte buikhuid tussen broekband en truitje. Enige centimeters daar recht onder, waar het spijkergoed openbarstte en het bloed naar buiten spatte, drong de kogel in haar lichaam.

(…)

Kogelschoten? Ook het vierde heb ik in het imbroglio niet gehoord. De vierde kogel ketste op een vingerlengte van mij vandaan tegen de vloer en deed het water even opspatten, ik voelde de nijdige druppels in mijn gezicht.

Meer kogels zaten er niet in het wapen. Hoe ik dat wist, u moet het mij niet vragen, maar ik wist het.



Als lezer weet je dus wel waarom Jelmer wist dat er maar vier kogels in het wapen zaten, eerder in het boek had Nico al verteld en laten zien dat er nog maar vier kogels in het wapen zaten.

Net als de tocht die ze door de Ardennen hadden gemaakt, op het eerste gezicht een onschuldig uitstapje, maar het blijkt heel erg belangrijk te zijn voor de rest van het verhaal.



De personages zijn heel levensecht beschreven, ze hebben allemaal hun gebreken en je weet van allemaal hoe ze eruit zien, je leeft mee met de gevoelens van vooral Jelmer, omdat dat de ik-verteller is en je dus het meeste over zijn gevoelens te weten komt. Over Daphne veel minder, je kent haar motieven om te leven zoals ze doet, maar eigenlijk bleef ik het een vreemde vrouw vinden, die compleet in haar eigen wereldje leeft.



Al met al heb ik dit boek bijna in een ruk uitgelezen, toen ik er eenmaal echt voor ging zitten was het binnen een dag uit, het is heel spannend en er gebeuren veel onverwachte dingen en er worden, zoals ik al eerder zei, hele onverwachte en opvallende banden gelegd tussen twee ogenschijnlijk totaal verschillende dingen en dit boek is zeker een aanrader als je van lezen houdt.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen