U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Jan Wolkers - Terug Naar Oegstgeest.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=7844 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1894 woorden.

Jan Wolkers - Terug naar de Oegstgeest

Beoordeling Ornée & Vermeer Tekstbureau



Eerste druk, verschenen november 1965.

Gelezen druk: tiende druk, januari 1967.

Uitgeverij: J.M. Meulenhoff Amsterdam

Aantal hoofdstukken:16. Aantal bladzijden:248

Genres: autobiografische roman

Titelverklaring:

De titel slaat op de terugkeer in de tijd naar zijn jeugd in Oegstgeest en naar het heden waarin de verteller naar Oegstgeest gaat.

Vertelwijze/titelverklaring:

Het boek is geschreven met een ikperspectief. De ikfiguur heeft nogal ambivalente gedachten ten opzichte van de omgeving en vooral ten opzichte van zijn vader.De ikfiguur is de hoofdpersoon. Hij is een wisselend figuur omdat je hem ziet als volwassene en als kind . Hij is vrij lastig en opstandig. De ikfiguur verandert in zijn jeugd nog wel maar in de periode dat hij volwassen is verandert hij niet. De vertelwijze in de 'normale' hoofdstukken varieert duidelijk van die in de ‘terug naar Oegstgeest’- hoofdstukken: hij verklaart in deze hoofdstukken, waarom hij schrijft, verantwoordt zich naar zijn ouders, en laat zien hoe hij nu tegen de dingen aankijkt, ten opzichte van vroeger. Het is een niet-chronologisch verhaal.

Verhaalverloop:

Het boek heeft geen opening in handeling, maar een opening die eerst een inleiding geeft. Het verhaal heeft een gesloten einde. Dat is te merken aan de volgende woorden: 'Een waarachtig kunstenaar moet eens alles verbranden’.

Tijdsverloop:

Het verhaal beschrijft een aantal jaren, en heeft redelijk wat flashbacks, wat natuurlijk niet verwonderlijk is. Het heden moet omschreven worden als het jaar 1965.

Decor:

Het boek speelt zich af rond de Tweede Wereldoorlog (van ongeveer 3 jaar daarvoor tot tijdens de Tweede Wereldoorlog). Het verhaal speelt zich af in de plaats Oegstgeest.

Onderwerp of thema:

Er zijn drie belangrijke thema's in het boek en wel de volgende: De dood van de oudere broer van de verteller, de sociale-economische neergang van het ouderlijk gezin en de artistieke en emotionele ontwikkeling van de verteller.

Personen:

De hoofdpersoon in het boek is Jan (Wolkers zelf). De volgende personen hebben invloed op het verhaal: Vader: Hij is een strenge man die zijn kinderen streng opvoedt, hij heeft geen speciale band met Jan. Moeder: Er is geen band tussen Jan en zijn moeder maar zij beschermt wel haar kinderen tegen hun vader. Broer: Hij heeft een band met Jan want zij doen bepaalde dingen samen. Juffrouw Vink: Zij heeft veel aandacht voor haar klas en ook voor Jan. Juffrouw Hakkenberg: Zij is erg streng voor haar klas en heeft het niet goed voor met Jan. Hoofdonderwijzer: Hij heeft wel veel aandacht voor de klas maar kan soms heel driftig worden en tuigt dan zijn zoon af in de klas. Broodster: Hij heeft veel geld over om Jan voor hem te laten werken en heeft wel een band met Jan.

Samenvatting: Het eerste hoofdstuk geeft een directe observatie. Het is een inleidend hoofdstuk,waarin een aantal familieleden wordt besproken: de ouders van Jan,de grootouders en ook oom Louis. De ouders van Jan komen oorspronkelijk uit Amsterdam.Via Leiden komen ze later in Oegstgeest,waar ze een kruidenierswinkel beginnen.

In het tweede hoofdstuk (‘Terug naar Oegstgeest’) maakt Wolkers, zoals in alle hoofdstukken 'Terug naar Oegstgeest', gebruik van flashbacks. In dit hoofdstuk beschrijft hij verschillende situaties,waarin zijn broer optreedt. Deze laatste is tegelijkertijd vriend en vijand, hoewel de verering de overhand heeft.

De liefde-haatrelatie met betrekking tot de broer is in dit boek veel duidelijker dan in vroegere verhalen,waar de verhouding tot de vader het centrale thema was. In het derde hoofdstuk wordt Jans geboorte beschreven (26 oktober 1925), die samenvalt met de vijfendertigste verjaardag van zijn vader. Als Jan een half jaar is, krijgt hij bronchitis. Een ongeluk met de kroepketel,die gebruikt wordt om te stomen bij een kroepaanval (benauwdheid), is de oorzaak van het litteken aan zijn slaap (zie: ‘Kort Amerikaans’). Het ongeluk is, zoals hij zelf zegt,van grote invloed geweest op zijn manier van zien,want door de pijn moet hij verscherpt hebben gezien. De winkel geeft veel vertier. De belangstelling voor dieren is voorts reeds vroeg aanwezig.

De schrijver geeft enkele voobeelden van jeugdsadisme.

In het volgende hoofdstuk keert Wolkers terug bij de winkel, die nu middenstandsbank is. Hij gaat op bezoek bij de buurvrouw aan de overkant. Haar man,met wie Jan vroeger vaak discussieerde, werd uitgemaakt voor communist. Jan herkent de boeken weer.

De buurvrouw vertelt hem met bewondering over zijn ouders. De lagere-schooltijd is rijk aan gebeurtenissen. Jan heeft grote verering voor de juffrouw van de eerste klas,die mooie schelpjes uitdeelt als je goed gewerkt hebt. Juffrouw Vink zegt dan: "schelpen, dat is het geld van de menseneters". Vele uitspraken en tafereeltjes zijn Jan bijgebleven. Dat geldt ook vooral juffrouw Hakkenberg, de tegenpool van juffrouw Vink. Zo goed als het bij de laatste gaat, zo slecht gaat het bij de eerste. Hij verlaat de school.

In het volgende hoofdstuk 'Terug naar Oestgeest' bezoekt Jan de school. Hij hoort dat juffrouw Hakkenberg een paar jaar geleden overleden is. Er volgt een beschrijving van een andere buurvrouw,mevrouw Van Teeng,die zich 'moeder der liefde' noemde. Ook zij is gestorven. Ze deed aan spiritisme en werd om verschillende redenen door het gezin Wolkers gemeden.

Op de andere school gaat het weer goed met Jan. In de derde klas krijgt hij juffrouw Steggerda,die hij zich niet meer voor de geest kan halen. Meneer Blender is de onderwijzer van de vierde klas, met wie hij onenigheid krijgt, als hij met verticale krasjes heeft getekend in plaats van egaal groen, zoals de onderwijzer wenst. De hoofdonderwijzer wordt 'de papegaai' genoemd.

Over hem vertelt Jan allerlei humoristische anekdotes. Jan is verliefd op een klasgenootje, Elly Lampet, maar zij merkt daar niets van. Op de laatste schooldag wordt er een optocht gehouden ter gelegenheid van het veertigjarig regeringsjubileum van de koningin. Ook deze tweede school bezoekt de schrijver weer. Er is veel veranderd. Jan vertelt over een bezoek aan het museum van oudheden te Leiden,waar hij vroeger vaak kwam om te tekenen. In een flashback beschrijft hij hoe zijn vader toverlantaarnplaatjes vertoonde op zondagen in de wintertijd, als het al vroeg donker werd.

Met de kruidenierszaak is het steeds slechter gegaan, ten gevolge van de crisis in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog. De ouders van Jan verhuren kamers: eerst aan studenten, dan aan een Chinese familie en vervolgens aan een Duitse officier.

Het gezin breidt zich steeds verder uit.Vader heeft een tondeuse gekocht, zodat hij het geld voor haarknippen uitspaart. Als Jan wat heeft uitgehaald,ontstaat er altijd een cirkelgang van straf, wraak,medelijden en schuldgevoel. In verband met de slechte tijden heeft de familie Wolkers plannen gemaakt voor emigratie naar Zuid-Afrika,later naar Chili, maar er was niet genoeg geld voor de overtocht.

Het verblijf op de mulo is voor Jan van korte duur. Als het kerstrapport slecht is, wordt hij van school genomen en moet hij meehelpen in de winkel. In het Europa van 1939 heerst al oorlog. De winkel wordt uiteindelijk opgeheven en Jans vader gaat een kantine beheren in kasteel Oud-Poelgeest. Zo breekt kerstfeest 1939 aan. In 'Terug naar Oestgeest' dat hierna volgt, bladert Wolkers in krantenarchieven. Eerst bekijkt hij de kranten van Kerstmis 1939, vervolgens die uit 1925, de dag van zijn geboorte: 'Het was die dag betrokken tot zwaarbewolkt weer met regenbuien en een krachtige tot stormachtige wind uit zuidelijke richting. Dat had ik wel verwacht. 'Als hij op een zondag Oegstgeest bezoekt, komt hem weer de geschiedenis van het Heilig Avondmaal in herinnering, waarvoor zijn vader de wijn leverde. Door een vergissing van Jan is dat een keer Spaanse wijn geworden,waar alle aanzittende flinke teugen van namen. Als winkeljongen is Jan niet geslaagd: arme mensen krijgen wel eens wat gratis, hetgeen Jans vader een onjuiste neiging om Christus na te vol-gen, ziet. Als Jan veertien jaar is, krijgt hij z'n eerste baantje als dierenverzorger bij het Academisch Ziekenhuis.

In die jaren, zegt hij, heb ik mijn geloof in God voorgoed verloren. Met nog een verzorger bedrijft Jan wrede spelletjes met dieren, het schuldgevoel komt later. In de verhouding tot dieren treft ons voortdurend het ambivalente van de ikfiguur.

Ook in Nederland breekt de oorlog uit. De broer trekt ten strijde,maar keert spoedig weer terug. Jan krijgt zijn ontslag bij het Pathologisch Laboratorium. In een terugblik op de verjaardagen van zijn vader en van zichzelf doemt het beeld op van geslachte konijnen en afgekloven beentjes. De wijze van slachten is primitief.

Terug in Oegstgeest bezoekt Jan de laboratoria weer, waar de sfeer niet is veranderd. Bij Jan is de tekenaanleg reeds vroeg aanwezig. Zijn vader vindt het allemaal maar zozo, hoewel hij wel waardering heeft voor een tekening van een oorlogskerkhof, waaronder staat: 'Nederland is gevallen door verraad.' Het eerste model voor Jan is Koosje, een gebocheld vrouwtje uit een krankzinnigen-gestichten,dat in kader van de gezinsverpleging bij de familie Wolkers in huis is genomen. Zijn tweede baantje is tuinjongen bij Houtheer, die een uitgestrekt landgoed bezit. Hier heeft Jan veel gelegenheid om in de tuin te tekenen. Hij begint ook Frans en Engels te studeren uit de leerboeken van zijn zus.

Bij Broodster, een tuinverzorger, kan Jan het dubbele verdienen. Hij grijpt het aanbod dadelijk aan,omdat hij nu de avond-tekenschool kan bezoeken en les kan nemen in machineschrijven. Door die les leert hij een roodharig meisje kennen,een ontmoeting die na wat stuntelige toenadering van Jans kant een spoedig einde krijgt.

De bezoeken aan de buurman-communist leiden tot allerlei discussies. Jan maakt daardoor ook kennis met de gedichten van Gorter.

Het volgende baantje krijgt hij op een lijstenmakerij,waar ook een kunsthandel bij is. Als de baas merkt dat hij samen met een andere jongen de doofstomme neef van de baas pest, wordt hij ontslagen. Vervolgens krijgt hij werk op het distributiekantoor in Oegstgeest. Het is dan 1943. In die tijd begint hij ook z'n eerste verhalen te schrijven,een hele serie griezelverhalen. Als Jan een oproep krijgt van de Arbeidsdienst,duikt hij onder. 'Terug in Oestgeest' bezoekt hij het buiten van Houtheer, dat er totaal verwaarloosd bij ligt. In het huis is nu een belasting-kantoor gevestigd. De tuinman van Houtheer vertelt over vroeger. In zijn laatste hoofdstuk over zijn jeugd wordt het sterven van de broer beschreven.

Vooraf vertelt Jan hoe zijn broer hem uit zee heeft gered. Op aandringen van de broer hebben ze samen de gehele eierenverzameling van Jan met damstenen kapot gegooid.

Uit het hoofdstuk blijkt de verbondenheid van de broers;over de andere kinderen van het gezin wordt bijna niets meegedeeld.

De dood van de broer moet Jan Wolkers zeer hebben aangegrepen. In het laatste hoofdstuk 'Terug naar Oestgeest' worden er gedachten aan de gestorven broer, van wie Jan vroeger de foto's heeft verbrand, weergegeven. In dit hoofdstuk gaat Jan voor de laatste maal naar het vroegere winkelhuis.

Slopers zijn bezig het huis te slopen. Jan bezoekt de bekende plekjes waar hij in z'n jeugd heeft gespeeld. Het verleden wordt als het ware afgesloten met de woorden: 'Een waarachtig kunstenaar moet eens alles verbranden.



Eigen mening:

Omdat het boek vrij gecompliceerd van opbouw is, is het moeilijk om het goed te verwerken in een boekverslag. De vertelwijze die Jan Wolkers hanteert, is niet chronologisch. Dat komt niet alleen omdat hij gebruik maakt van de afwisseling van de hoofdstukken, maar de 'normale' hoofdstukken volgen elkaar ook niet op.

Mede omdat het zo moeilijk te verwerken is, zal ik het boek niet snel aanraden om te lezen.

Maar ook omdat ik denk dat het boek vooral bedoeld is voor diegenen die ook in die tijd opgroeiden, als punt van herkenning. Het is goed geschreven, en niet alledaags. Maar toch heb ik me er doorheen moeten worstelen, zodat mijn conclusie daardoor ietwat negatief uitvalt.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen