U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : J.bernlef - Esther.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/21453/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2555 woorden.

Inleidend

Het boek Esther gaat over een dementerende man die telkens de naam Esther zegt. Esther is een Joodse naam en in dit boek ook een Joods meisje. Boeken die over de oorlog gaan en dus meestal over Joden, vind ik altijd erg boeiend. Daarom heb ik dit boek ook gekozen. Het is een heel dun boek, in toneelvorm geschreven. Het is een leuk boek van maar 56 bladzijden, omdat het maar zo’n dun boek is, had ik het boek al na 2 avonden een halfuurtje lezen uit.



Wat gebeurt er?

In dit boek kijkt Kim 25 jaar terug in de tijd. In die tijd is haar opa, genaamd Bas, net bij haar ouders en Kim in huis komen wonen, omdat opa’s vrouw, genaamd Netty, net is overleden en Bas niet meer alleen kan wonen. Bas is aan het dementeren en begint rare dingen te zeggen. Hij begint zelfs te geloven dat zijn vrouw nog leeft en dat, als ze met haar danspartner van school, John, danst, Kim Esther is. Maar wie is Esther…dat is de vraag in dit boek. Bas zegt dat Dolf het weet en dat blijkt later ook waar. Door een voetbalwedstrijd tussen Duitsland en Nederland die dan op televisie is komt het verleden van Bas naar voren en wordt alles bekend gemaakt.

Dit verhaal zou ook in het echt kunnen gebeuren, het is net echt en heel geloofwaardig, bijvoorbeeld bij dit stukje:

“Kim: Opa, ga nou zitten. U ziet toch dat we bezig zijn. Bas: Jaja. Alsof ik je nog redden kon, Esther… John: Esther? Kim: Let toch niet op hem. Sinds zijn vrouw dood is… John: Heette die Esther? Kim: Nee, Netty. Mijn oma heette Netty. John: Wie is dan die Esther? Kim: Geen flauw idee. Iemand van vroeger, denk ik. Weet ik veel. John: Esther. Dat is een joodse naam. Kim: Ja. John: Precies. Bas: Ze hebben me opgesloten hier, zonder mijn trompet. Een echte Holton. Heeft die zoon van me natuurlijk verkocht. Maar we moesten toch eten? Ook Netty’s stoel heeft ie ingepikt. Jij bent het. Of niet? Had ik mijn trompet nog maar. Alles wisselt, wisselt zo snel als het weer. Change partners! Kom dan toch, kom dan toch dichter bij het podium. Ik kan je gezicht niet zien. Kim: Opa!”

Dit stukje zou ook in het dagelijks leven kunnen gebeuren, daarom is dit een heel geloofwaardig boek.



Thema

Het boek heeft een goed thema, dat mij ook wel interesseert omdat het een klein beetje over de oorlog gaat die opa Bas heeft meegemaakt en boeken die over de oorlog gaan vind ik altijd wel mooie boeken. Ik vind het ook mooi omdat ik wat er in het boek gebeurd wel herken. Opa Bas zou ik kunnen vergelijken met m’n oma omdat die ook dementerende is. Zij zou ook zo kunnen doen als opa Bas in dit boek doet; verstrooid en mensen niet meer herkennen. Maar een boek met een goed verhaal over iemand van mijn eigen leeftijd zou mij meer geboeid hebben.



Opbouw

Met dit schema bedoel ik de opbouw van het boek. Eerst wordt er een klein stukje in het heden geschreven, dat is dus het kleine stukje lijn wat na begin van het boek staat. Dan gaat het de rest van het boek over 25 jaar daarvoor, dat is de lange lijn die vlak boven het verleden loopt. Het einde van het boek, net zolang als het eerste deel, is weer in het heden, dat is het kleine lijntje die voor einde staat. De tijden in het boek werden heel goed duidelijk gemaakt omdat het boven het deel stond wanneer het zich afspeelde. Boven het eerste deel stond bijvoorbeeld: In het heden. Dit speelt zich dus in het heden af.



Verhaalfiguren

De verhaalfiguren reageren wel voorspelbaar, het verhaal is daardoor ook een klein beetje voorspelbaar maar dat kan bijna niet anders in dit boek, anders was het ook niet geloofwaardig geweest. Dat blijkt uit deze voorbeelden:

-Bijvoorbeeld als Antje en Kim aan Dolf vragen of hij Esther kent. Dolf ontkent eerst dat hij haar kent, maar later geeft hij toe en zegt dat opa Bas in de oorlog een vriendinnetje had die Esther heette. Antje gelooft hem niet en zegt dat het niet waar is. Hoe Antje reageert is voorspelbaar, zo zou iedereen reageren als ze zoiets als dit te horen krijgen.

-Opa Bas is op een gegeven moment nogal onrustig, Antje zegt dat het misschien door de wedstrijd komt, Kim vraagt dan wat ze bedoelt. Dat is een logische reactie, want je zou ook niet snel begrijpen wat Antje hier bedoelt.

-Over het hele boek reageert Dolf nogal bot op alles wat opa Bas en Antje zeggen. Dat is ook wel logisch want hij vindt het gewoon niet leuk dat zijn vader dementeert.

Om het boek, of een deel ervan, niet voorspelbaar te laten lijken had de schrijver ook kunnen schrijven dat Dolf blij was dat zijn vader dementeerde omdat hij bijvoorbeeld een hekel aan hem had. Maar dan zou er een heel ander verhaal komen met andere bedoelingen.



Conclusie

Mijn conclusie is dat het een boek is met een verhaal wat je goed kunt begrijpen. Het is ook een fijn boek om te lezen omdat het zo dun en goed te begrijpen is. Alleen is het soms vervelend dat het in toneelvorm is geschreven, maar als je even aan het lezen bent went het wel. Het boek is zeker aan te raden om te lezen omdat het geen standaard boek is. Het gaat eens over een ander onderwerp dan altijd over drugsverslaafde meisjes, detectives en echte oorlogsboeken. Door dit boek leer je ook dat als je ergens achter wilt komen, je niet alleen op onderzoek uit moet gaan. Anderen kunnen goed helpen, in dit boek bijvoorbeeld John. Er kunnen ook ineens andere bronnen zijn die je ermee helpen, hier bijvoorbeeld de voetbalwedstrijd op televisie tussen Nederland en Duitsland en je leert ook dat je mensen soms niet kunt begrijpen. Conclusie: Esther is een goed boek.



Samenvatting, analyse en interpretatie



A: Voorwerk

1. J.Bernlef, Esther, uitgegeven door ’t MUZtheater, Bussum, 1994. Geproduceerd door Em. Querido’s Uitgeverij B.V., Amsterdam.

2. Esther heeft 54 pagina’s. Het telt 4 genummerde hoofdstukken waarvan er 2 onderverdeeld zijn in genummerde subhoofdstukken zonder titel. Het boek begint met een rolverdeling van de personen. Het is opvallend dat het eerste en laatste deel zo kort zijn, nog geeneens een halve pagina. Het verhaal is daar in het heden beschreven en in de andere 2 delen in het verleden. Er is geen motto in het boek aanwezig. Op de voorkant van het boek zie je opa Bas die heel sip kijkt, dat komt in het boek vaak voor als hij z’n trompet weer eens kwijt is. J.Bernlef schreef het boek in opdracht van ’t MUZtheater.



B: Samenvatting

Het stuk is geschreven als een terugblik van Kim op gebeurtenissen die zich vijfentwintig jaar geleden hebben afgespeeld.

Alle spelers bevinden zich tijdens de voorstelling op het speelvlak en worden door Kims herinnering tot leven geroepen.

Heden: Kim staat bij het graf van haar opa.

Kim gaat op onderzoek uit in het verleden van haar opa Bas. Haar opa woont bij Kim en haar ouders in huis, omdat zijn vrouw twee maanden geleden overleden is. Dolf vindt het maar niks dat Bas bij hen in huis woont, maar het is dat Antje, zijn vrouw, dat wilde. Ze ruziën dan ook om de stoel van Bas, die volgens Bas van Netty was. Kim neemt John mee, haar danspartner. Ze besluiten met z’n allen de voetbalwedstrijd tussen Nederland en Duitsland te gaan kijken. Bas gaat met Kim dansen en hij praat over haar alsof hij tegen een ander praat. Opa Bas begint te dementeren en heeft het alsmaar over ene Esther. Hij roept dan de hele tijd naar Netty, zijn overleden vrouw, dat hij het niet nog eens wil zien. Wat bedoelt hij toch? Dolf houdt eerst vol dat Esther een gewoon dienstmeisje was, die in de oorlog bij hun in huis hielp. Maar Kim, haar moeder Antje en John weten dat er meer aan de hand moet zijn. Uiteindelijk vertelt Dolf, die al de hele tijd wist wie ze precies was, dat Esther een Joods meisje was die zijn moeder voor de oorlog wel eens hielp met het huishouden. Toen de oorlog begon moest ze daar weg. Op een dag had ze Bas om hulp gevraagd omdat alle Joden werden opgepakt. Bas heeft haar toen geweigerd om te helpen en haar in huis te laten onderduiken, Netty heeft dit nooit geweten. Opa Bas heeft hier spijt van en ook Dolf omdat hij het zijn moeder nooit heeft verteld, terwijl hij er wel van wist.

Opa Bas is echt aan het dementeren. Hij denkt soms dat hij thuis is. Dan zoekt hij zijn meubels en zijn trompet. “Zijn kop is één grote rommelzolder’’ zegt Dolf in hoofdstuk 8. Als hij nu met Kim danst of hij ziet Kim met John dansen dan denkt hij dat hij met Esther danst, zoals hij dat vroeger ook deed met haar als ze op bezoek kwam. Het is soms zelfs zo erg dat hij vergeet dat zijn vrouw Netty dood is.

In hoofdstuk 7 denkt hij er weer aan terug dat hij Esther niet in huis heeft gehaald en zegt hij: “ U bent de enige die mij helpen kan. Dat zei ze. Steeds maar weer. Daar gaat ze, daar gaat ze. Nu is ze de hoek om. Esther!” Dolf kende het hele verhaal van Esther al. Dit wordt ook duidelijk in hoofdstuk negen waar hij het aan zijn vrouw Antje vertelt. Hij wilde er niet aan herinnerd worden maar toen opa alles bij hem weer naar boven haalde moest hij het wel vertellen.

Heden: het is 4 mei, de bloemen worden gelegd.



C: Analyse en interpretatie



1. Titel en ondertitel

De titel van het boek Esther wijst naar een dienstmeisje dat opa Bas en zijn vrouw Netty in de oorlog in huis hebben gehad. Opa begint te dementeren en heeft het de hele tijd over Esther. Kim, John en Antje willen er in dit verhaal achter komen wie Esther is of was. Het boek draait dus eigenlijk om Esther, daarom deze titel.

Er is geen ondertitel.



2. Motto

Er is geen motto.



3.Genre

Esther is een toneelstuk



4.Thema, idee en motieven

Het boek gaat over een dementerende man die door zijn dementie nare dingen van vroeger herbeleefd.

Het idee van het boek is denk ik dat mensen elkaar moeilijk kunnen begrijpen. Helemaal als je voor elkaar belangrijke dingen geheim houdt. Je kunt je er schuldig door gaan voelen zoals opa Bas en Dolf zich op het laatst schuldig voelen dat ze het verhaal over Esther nooit hebben vertelt.

In het boek gaat het over openheid tegen elkaar. Doordat opa Bas en Dolf dingen niet verteld hebben ontstaat er allemaal onduidelijkheid over Esther waar de dementerende opa Bas het telkens over heeft. Als zij dit hadden verteld was er niet zoveel onduidelijkheid geweest.



5. Opbouw, structuur, spanning

Het verhaal is verdeeld in 4 hoofdstukken, het eerste en het laatste hoofdstuk vinden plaats in het heden. De middelste twee hoofdstukken zijn één grote flashback opgebouwd in een chronologische volgorde. De spanningsboog in het boek is ook wel goed. Je wilt toch graag te weten komen wie Esther is, daarom blijf je ook doorlezen. Omdat er kleine aanwijzingen zijn denk je dat je te weten komt wie Esther is, maar later blijkt dan dat je op het verkeerde spoor gezet bent. Hierdoor blijf je het boek wel doorlezen.



6. Personages

De hoofdpersonen zijn:

- Bas: dementerend, muzikaal, schaamt zich voor zijn verleden

- Dolf: wil het verleden vergeten en heeft de pest aan z’n vader Bas. Vernieuwing wordt weergegeven door de nieuwbouwflats waar hij gek op is.

- Antje: vrouw van Dolf, heeft medelijden met Bas, ze vindt het niet leuk dat Dolf zo onaardig doet tegen Bas.

- Kim: wil samen met John meer weten over Esther, ze houdt van haar opa maar ze begrijpt hem soms ook niet en dan wordt ze wel eens kwaad.

Eigenlijk is er nog een hoofdpersoon waar we weinig over weten, alleen dat ze Esther heet en vroeger een soort hulpje in het huishouden was van opa Bas en zijn vrouw Netty.



Bijpersoon:

- John: danspartner van Kim en is bij de familie op bezoek. Samen met Kim wil hij meer te weten komen over Esther, waar opa Bas het telkens weer over heeft.



7. Tijd

De 2 korte hoofdstukjes (hoofdstuk 1 en 4) spelen zich in het heden af en dat is in de jaren ’90. De flashback (hoofdstuk 2 en 3) is 25 jaar daarvoor dus in ongeveer 1965. De vertelde tijd is ongeveer 2-2½ uur.

De verteltijd is 49 pagina’s in toneelvorm geschreven dus het boek is in een uur te lezen.

Het verhaal van hoofdstuk 2 en 3 wordt chronologisch verteld, alleen haalt opa Bas soms herinneringen uit de oorlog boven.



8. Perspectief en vertelsituatie

De vertelsituatie is in toneelstukvorm, telkens is degene aan het woord die wat zegt. Het zou ook een personale vertelsituatie kunnen zijn met een meervoudig perspectief, maar je krijgt bijvoorbeeld niet te weten wat elke persoon denkt, maar gewoon wat ze zeggen net als in een toneelstuk. Zo is dit boek eigenlijk ook geschreven.



9. Ruimte

De plaats waar het verhaal zich afspeelt is in het eerste en laatste hoofdstuk op de begraafplaats. In hoofdstuk 2 en 3 speelt het zich in de woonkamer van het huis van de familie af.



10. Taalgebruik en stijl

Het taalgebruik is makkelijk, maar soms begrijp je het niet omdat opa Bas ongelukkig praat omdat hij aan het dementeren is en dan begrijp je hem soms niet. Of er staat een moeilijk woord maar door de rest van de zin begrijp je het dan wel. De tekst is in dialoog geschreven omdat het een toneelstuk is.



Achtergrondinformatie



A: Achtergronden van de schrijver

J.Bernlef, eigenlijk heet hij Hendrik Jan Marsman, werd geboren op 14 januari 1937 in het Noord-Hollandse Sint-Pancras. Hij groeide op in Amsterdam en Haarlem. Hij volgde de HBS in Amsterdam. K. Schippers en G. Brands kent hij van deze school. Rob Nieuwenhuys was hun leraar Nederlands. In 1995 doet hij examen. Na zijn eindexamen was ij bediende in een boekhandel.

Tussen 1958 en 1960 reist hij heen en weer tussen Zweden en Nederland. Hij had allerlei baantjes, bijvoorbeeld bordenwasser (in een hotel in Karlstad), houthakker en ober.

Hij schrijft Stenen Spoelen en Kokkels, voor beide werken krijgt hij de Reina Prinsen Geerligsprijs (1959). Samen met G. Brands en K. Schippers richt hij het tijdschrift Barbarber op. Voor zijn dichtbundel Morene (1961) krijgt hij in 1962 de Poezieprijs van de gemeente Amsterdam. Vanaf 1970 is Bernlef betrokken bij het otneel enworden er enkele toneelstukken van hem opgevoerd (Sterf de moord, 1973, In verwachting, 1974) In 1977 is hij één van de oprichters van het tijdschrift Raster. Hij publiceert nog enige romans: Sneeuw (1973), Meeuwen (1975), De Man in het Midden (1976), Onder Ijsbergen (1981) en Hersenschimmen (1984). Voor zijn totale oeuvre tot dan krijgt Bernlef in 1984 de Constantijn Huygensprijs. Hierna schrijft hij nog de volgende romans: Publiek geheim (1987) waar hij ook in 1987 de AKO literatuurprijs voor krijgt, Eclips (1993), Verloren zoon (1997) en Boy (2000). Van zijn romans zijn Hersenschimmen en Publiek geheim het bekendst geworden.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen